Nurten Albayrak: trial by media?

De zonnekoningin geslacht

Na een uitzending van het NOS-Journaal waar Nurten Albayrak, de directeur van het COA, door anonieme medewerkers ‘zonnekoningin’ en ‘despoot’ werd genoemd, was ze twee dagen later op non-actief gesteld en binnen een paar maanden zat ze thuis, met onherstelbare imagoschade. ‘Als een mediahype bepaalt wat politici gaan doen, dan wordt het echt gevaarlijk.’

‘Ik ben publiekelijk geëxecuteerd’, zegt Nurten Albayrak-Temur (47), de voormalige directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (coa) in een interview in het Volkskrant Magazine afgelopen juni. Ze zit dan al negen maanden thuis op de bank. De voormalige topvrouw van vvd-huize werkte sinds 2001 bij het coa, eerst als directeur personeel en organisatie, in 2003 werd ze hoofddirecteur opvang. Als ze in 2004 wordt aangesteld als algemeen directeur van het coa is ze 38 jaar. Nurten Albayrak krijgt bij haar aanstelling in 2004 de opdracht mee om de organisatie drastisch in te krimpen en te professionaliseren. Het aantal mensen dat in Nederland asiel aanvraagt, is mede door het politieke beleid in tien jaar tijd gehalveerd tot zo’n vijftienduizend in 2010. Het coa dat de opvang coördineert moet onder leiding van Albayrak het personeelsbestand tot bijna een kwart reduceren.

Het is een belangrijke stap in haar dan al flitsende loopbaan. De in het Turkse Sivas geboren Nurten Temur begint twintig jaar eerder als ‘coördinator intercultureel vrouwencentrum’ bij Stichting Welzijn Delft en klimt op tot senior-adviseur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, afdelingshoofd van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vervolgens hoofd personeelszaken bij de gemeente Dordrecht. Tegelijkertijd voltooit ze nog een studie sociologie van arbeid en organisatie aan de Universiteit van Amsterdam.

Ook politiek zit Albayrak in de lift. In 2004 schrijft ze samen met andere vvd-prominenten, onder wie Arthur Docters van Leeuwen , Geert Dales en Frank Ankersmit, het Liberaal Manifest, dat dient als nieuwe leidraad voor de vvd. Twee jaar later valt haar naam als mogelijk nieuw gezicht voor de vvd-fractie onder Mark Rutte. Kortom: de carrière van Nurten Albayrak is al veelbelovend en er lijkt nog veel in het verschiet te liggen.

Tot 18 september 2011 om 20.00 uur.

Op die zondagavond opent het NOS-Journaal: ‘Ze heeft een auto met chauffeur en verdient 273.000 euro per jaar.’ Een zwarte Mercedes die geparkeerd staat voor het hoofdkantoor van het coa in Rijswijk wordt in beeld gebracht. De toon is gezet. De uitzending vervolgt: ‘Nurten Albayrak, sinds 2004 is ze de hoogste baas van het coa. De buitenwereld kent haar als toegankelijk en charmant, maar onder haar eigen mensen is ze gevreesd en omstreden.’ Er is een angstcultuur bij het coa, Albayrak wordt een despoot en een zonnekoningin genoemd. En dan verschijnt verslaggever Martijn Bink die in Rijswijk staat: ‘En die medewerkers hier in het hoofdkantoor komen nu in opstand.’

Een maand voor deze uitzending kloppen enkele medewerkers aan bij de nos met een lange lijst klachten over het verziekte klimaat binnen het coa. De nos stelt daarop een onderzoek in en vindt nog meer personeelsleden en oud-medewerkers uit ‘verschillende lagen’ in de organisatie die er hetzelfde over denken. Niemand van hen ‘durft’ zijn of haar verhaal voor de camera te vertellen, bang voor hun baan of vanwege geheimhoudingsplicht. Het item is dus gebaseerd op anonieme bronnen, ondersteund door notulen, e-mails en gespreksverslagen, zo schrijven de redacteuren in hun verantwoording op de nos-site. Een week voor de uitzending stuurt de nos een mail naar Nurten Albayrak en naar Loek Hermans (vvd), de voorzitter van de raad van toezicht van het coa, met vragen. Het coa is teleurgesteld dat de nos de bronnen niet prijsgeeft, maar geeft wel schriftelijk antwoord op de vragen. Albayrak noch Hermans wil voor de camera reageren.

‘Ze is despotisch, een manipulator’, citeren de makers een van de anonieme bronnen. ‘Iemand die constant verdeelt en heerst.’ Door dit schrikbewind zijn volgens diezelfde bronnen twintig directeuren vertrokken. ‘Bijna niemand houdt het uit onder Albayrak.’ En omdat ze niet goed luistert naar de mensen op de werkvloer heeft dit bewind ook consequenties voor de opvang van asielzoekers. ‘Het bedrijf gaat naar de knoppen’, zegt iemand. Zo staan er zo’n drieduizend bedden leeg – kosten volgens de anonieme bronnen zeventien miljoen euro per jaar –, worden er tonnen uitgegeven aan externen en aan afkoopsommen en wordt dit geld niet besteed aan de opvang. ‘Ja’, constateert Martijn Bink. ‘En het geld dat het coa te besteden heeft om asielzoekers op te vangen, dat kan natuurlijk maar één keer worden uitgegeven.’

Het zijn ernstige beschuldigingen. Het coa ontkent veel van de aantijgingen. Zo zijn volgens het coa vrijwel alle directeuren vertrokken vanwege inkrimping – ‘in 2004 bestaat de directieraad uit zestien personen, in 2011 zijn dat er nog maar zeven’ –, is de inhuur van externen gedaan volgens marktconforme tarieven, en zegt het coa zich niet te herkennen in de beschreven sfeer. Deze reactie wordt niet in de uitzending meegenomen, maar de nieuwslezer verwijst hiervoor aan het einde van het item naar de website van de nos.

De volgende dag gaat alles aan het rollen. De politiek reageert direct. De pvv stelt Kamervragen, de pvda – de partij van Nebahat Albayrak, het aangetrouwde nichtje van Nurten Albayrak-Temur – vraagt een spoeddebat aan. Minister Gerd Leers van Immigratie en Asiel, opdrachtgever van het coa, zegt ‘behoorlijk geschrokken’ te zijn. Die maandagavond kondigt hij als eerste aan het salaris van de bestuursvoorzitter te verlagen tot onder de Balkenendenorm van 188.000 euro. En hij vraagt de raad van toezicht uit te zoeken wat er nu precies mis is: ‘De gang van zaken moet goed worden onderzocht. Er waren geen meldingen bekend. Zijn er beperkingen in het meldingssysteem? Waren de mensen bang? Er zijn toch vertrouwenscommissies en een ondernemingsraad?’

De landelijke kranten nemen het nieuws groots over, tijd voor eigen onderzoek, zoals de nos deed, nemen ze niet. ‘Werksfeer coa verziekt’, kopt De Telegraaf. ‘Medewerkers klagen over misstanden bij coa; topvrouw asielopvang onder vuur’, opent de Volkskrant. ‘“Destructief bezig” voor zo’n 223.000 euro per jaar’, schrijft NRC Handelsblad op 20 september – daarbij een ander bedrag noemend dan de nos. De krant citeert in dit stuk twee oud-directeuren die – eveneens anoniem – het beeld uit de nos-uitzending bevestigen. ‘Zonnekoningin van Rijswijk’, schrijft het AD. Ook in dit artikel zijn twee ex-medewerkers aan het woord, deze keer wel met naam en toenaam. Zoals Erik Hamers, die dertien jaar bij het coa werkte: ‘Ze werkt hard, met veel inzet, is intelligent, weet waar ze over praat. En ze haalt ook best mensen naar de organisatie die enthousiast en kritisch zijn. Maar als ze te lang kritisch blijven, dan is het snel over.’ En voormalig interim-directeur Hans Buijingen: ‘Minister worden kan ze nu wel vergeten.’

‘Turken rijden geen Volvo’, luidt de kop van de Volkskrant vier dagen later, op 24 september 2011, boven een portret van Albayrak. Hierin wordt een verklaring van haar ‘despotisch’ gedrag gezocht in haar Turkse afkomst. ‘Albayrak heeft een probleem dat meer allochtone topmanagers hebben’, zegt Adjiedj Bakas, trendwatcher en tot 2010 lid van de raad van toezicht van het coa. ‘Ze begrijpen de polder niet. Nurten kan niet denken in de Nederlandse stijl van leiderschap. Dat is voor-wat-hoort-wat. Allochtonen zijn gewoon graag de baas. In de polder moet je altijd voor rugdekking zorgen, en dat deed ze niet.’ En zo ging het volgens Bakas ook met de dienstauto. Ze is volgens hem gek op geld en statussymbolen. ‘Wij zeiden tegen haar: iedereen bij de overheid rijdt Volvo. Maar ik ben Turk, zei ze, en die rijden geen Volvo. Die rijden Mercedes. Toen zeiden wij: oké, jij krijgt die Turkenbak. Die was trouwens toch een paar tientjes goedkoper dan een Volvo.’

De krant gaat verder vooral in op de hoogte van het salaris van Albayrak, hoe dat volgens de krant in vijf jaar tijd met 178 procent is gestegen van een ton naar 273.526 euro. Dit stuwt de publieke verontwaardiging verder op.

Nurten Albayrak is binnen een paar dagen bijna de belichaming van het kwaad geworden. Zijzelf kiest ervoor om in de luwte te blijven en eerst het Tweede-Kamerdebat en het onderzoek dat minister Gerd Leers (cda) aankondigde af te wachten. Maar Leers doet dat niet. Een week na de nos-uitzending, op 27 september 2011, stelt hij de topvrouw van het coa op non-actief – er is dan nog geen Kamerdebat geweest, noch is het onderzoek uitgevoerd. ‘Vanwege haar salaris’, verklaart de minister. Hij constateerde samen met de raad van toezicht ‘inconsistentie in de informatie die ons is geleverd’ over haar bezoldiging.

Nurten Albayrak krijgt die dinsdagochtend een telefoontje van haar baas, Loek Hermans, de voorzitter van de raad van toezicht, partijgenoot en tevens voorzitter van de Eerste-Kamerfractie van de vvd, zo vertelt ze achteraf in enkele interviews. ‘Het ontspoort heel erg op het departement. Ik kan niet anders. Er schijnt foute informatie te circuleren. Doe dus maar even een stapje opzij.’ Een uur later belt Loek Hermans haar nog een keer: ‘Je gaat op non-actief. Het moet op deze manier, de minister gaat over een uur naar de media.’

Ze pakt haar spullen en loopt het hoofdkantoor uit. Met opgeheven hoofd, zegt ze later. Ze is er dan nog van overtuigd dat het goed zal komen. Maar het komt niet meer goed. Sindsdien zit ze thuis, zonder ontslagvergoeding – daarover loopt nu een rechtszaak – en ongelooflijk beschadigd. De woorden ‘despoot’, ‘graaier’ en ‘zonnekoningin’ zijn onlosmakelijk met haar verbonden geraakt. De toon die in de eerste week van het nieuws is ingezet, zal voor een groot deel ook de gebeurtenissen daarna beïnvloeden. In hoeverre zijn de media hier verantwoordelijk voor? Zijn ze op de stoel van de rechter gaan zitten of deden zij gewoon hun werk?

‘De zaak-Albayrak was een trial by media in zijn zuiverste vorm’, vindt Peter Schouten, auteur van het boek Trial by Media: Wie beschermt de verdachte in een mediaproces?, dat april vorig jaar verscheen. Als er geen toetsing van de beschuldigingen door een rechter heeft plaatsgevonden, maar iemand wel publiekelijk wordt veroordeeld, dan spreek je over een trial by media. ‘Het wordt dan een modern volksgericht.’ Sinds vorig jaar heeft Schouten zijn eigen advocatenkantoor, Schouten Legal, in Breda waar hij personen, bedrijven of organisaties die te maken hebben met ‘smaad en laster’ in de media bijstaat. ‘Hoor en wederhoor wordt vaak niet goed toegepast. Ik zie het ook met mijn cliënten. In dit soort zaken wordt het slachtoffer meestal bijgestaan door een arbeidsrechtadvocaat, maar eigenlijk heb je een media-advocaat nodig.’

De sociale media spelen een grote rol in dit proces. ‘Na de opening van het NOS-Journaal op 18 september kwam het Twitter-circus direct op gang’, vervolgt Schouten. ‘Sociale media zijn onbeheersbaar, er wordt een hoop vuiligheid over het slachtoffer uitgestort. Traditionele media berichten vervolgens weer over wat er circuleert in de sociale media, waardoor er een opstuwende dynamiek ontstaat.’ In het AD staat bijvoorbeeld onder elk artikel een lezerspoll: ‘Wat vind jij van dit nieuws?’ De lezer kan aangeven of de inhoud ‘grappig’, ‘hartverwarmend’, ‘fascinerend’, ‘ergerlijk’, ‘beangstigend’ of ‘deprimerend’ is. Bij de berichten over Albayrak zie je de reacties oplopen totdat 91 procent zegt de berichten over haar ‘ergerlijk’ te vinden. Als de krant later, in mei 2012, bericht dat minister Leers haar geen ontslagvergoeding meegeeft, zegt 82 procent van de lezerspoll dit ‘hartverwarmend’ te vinden. ‘En dit is precies wat media graag willen’, vervolgt Schouten. ‘Dat is full emotie, het eindpunt van de onderbuik. Als je in dat circuit een gele kaart krijgt, kun je het wel schudden. Het is gecontroleerde crowdgossiping.’ Zo is er een constante terugkoppeling tussen de nos-uitzending, de kranten, de sociale media, en weer de NOS-Journaals. ‘Dat is verschrikkelijk voor je beeldvorming’, vervolgt Schouten. ‘Je wordt een soort monster. Het tragische is dat er weinig aan deze dynamiek te doen is. Je ziet toch dat het voor mensen lekker voelt als de ander wordt gepakt voor zonden, zeker mensen die goed verdienen. En er is geen beperking meer wat mensen in de sociale media roepen. Bij de traditionele media bestaat tegelijkertijd de angst om iets te missen. En daardoor worden checks and balances minder. De hele situatie rondom het coa was nog heel ongewis, maar zo werd het niet gebracht. Ook niet door de politiek trouwens.’

Zij heeft nu levenslang gekregen, vindt advocaat Peter Schouten. En wat valt haar nu echt te verwijten? ‘De vraag die je aan de media kunt stellen is: is er genoeg nagedacht over de context binnen het coa?’

In 2004 is het coa er slecht aan toe, schrijft NRC Handelsblad op 12 november 2011. Minister Rita Verdonk, aangetreden in 2003, wil de asielstroom flink indammen. Het roer moet om. Locaties moeten dicht, bedden moeten verdwijnen, het aantal personeelsleden moet omlaag. Het coa heeft een waterhoofd aan directeuren en managers. In deze sfeer wordt Albayrak benoemd. ‘Ze heeft een absolute opvatting, maar dat was hard nodig’, zegt Hans Nieukerke, ook vvd’er en vice-voorzitter van het bestuur dat haar aannam als hoofddirecteur, in de Volkskrant. Albayrak voert een strak beleid. In de afgelopen tien jaar reorganiseert ze het coa drie keer. Het aantal medewerkers daalt van zesduizend in 2004 naar 1900 in 2011. De raad van toezicht steunt Albayrak. Ze zien haar als een krachtig bestuurder. In het laatste functioneringsgesprek, van 22 april 2010, schrijft Loek Hermans: ‘Terugkijkend op het afgelopen jaar spreken de voorzitter en vice-voorzitter hun tevredenheid uit over het functioneren van Nurten Albayrak-Temur.’

In 2008 signaleert de ondernemingsraad problemen: medewerkers durven niet kritisch te zijn, ze hebben het gevoel erop te worden afgerekend. De raad van toezicht rekent het Albayrak niet aan. Het ziekteverzuim daalt in haar directeursjaren van tien naar zes procent. Maar er blijft onvrede leven. In februari 2011 vraagt een groep medewerkers aandacht voor hun grieven bij de raad van toezicht. Ze spreken met Jaap Besemer, de vice-voorzitter. Hij doet er niets mee. Later stappen dezelfde mensen naar de nos.

Er zijn ook medewerkers die blij met haar zijn. ‘Velen vinden het beeld dat de voorbije weken van haar werd geschetst overtrokken’, schrijft NRC Handelsblad op 18 oktober. ‘Goed, ze kreeg een riante vergoeding, maar ze werkte er ook hard voor en haar salaris staat gewoon in de jaarverslagen’, zegt een voormalig clusterhoofd van de provincie Friesland. Iedereen verdiende bovendien goed bij het coa. ‘Asielzoekers werden “sober doch humaan” behandeld, maar “coa-medewerkers zaten altijd in luxehotels”.’ De raad van toezicht komt volgens deze medewerkers ‘erg makkelijk weg’. Uit de boeken blijkt, zo schrijft NRC Handelsblad, dat Loek Hermans meer dan twintigduizend euro per jaar ontving als voorzitter van de raad van toezicht. ‘Voor een paar vergaderingen per jaar’, zegt Hans Nieukerke.

Nurten Albayrak zegt in haar eerste interview op 22 oktober 2011 in de Volkskrant dat ze is ‘geslachtofferd’. Het is de eerste keer dat ze haar eigen verhaal vertelt. Ze zit op het kantoor van haar advocaat. Nog steeds verbijsterd. ‘Ik ben daadkrachtig’, antwoordt Albayrak op de aantijging dat ze een despoot zou zijn. ‘Ik ben moeilijke, ingrijpende besluiten nooit uit de weg gegaan. Dat kan soms als hard worden ervaren, maar dat is onvermijdelijk.’ En over haar salaris: ‘Er zijn in Nederland 2039 topambtenaren die meer verdienen dan de Balkenendenorm. Ik ben er daar één van. Als het anders had moeten zijn, dan hadden ze me een voorstel kunnen doen.’

Het AD bericht op 21 september 2011, drie dagen na de nos-uitzending, dat er honderden banen weg moeten bij de asielopvang. Op het hoofdkantoor in Rijswijk moet zelfs veertig procent van de werknemers weg, nog eens zeven asielzoekerscentra moeten worden gesloten en er moet 51 miljoen worden bespaard. Albayrak zegt in het interview met de Volkskrant dat de berichten over haar functioneren naar buiten kwamen kort voor de aankondiging van deze reorganisatie. ‘Dat is een ingrijpende gebeurtenis. Ik sluit niet uit dat er een verband is. De grofheid, de onjuistheid en timing van de berichtgeving zijn opvallend.’

‘Media hebben de plicht uit te zoeken welke belangen er zijn, ook bij de klagers’, vervolgt Peter Schouten. ‘Welke processen spelen er precies?’ Ze doen volgens hem te weinig aan de effecten die ontstaan door hun eigen berichtgeving. ‘Ze moeten iemand ook in bescherming nemen, een stap terug doen. Media hebben nu ze zoveel macht hebben ook een verantwoordelijkheid, en een zorgplicht.’

Onzin, trial by media, daar is niets mis mee, het is juist een belangrijke taak van de media, vindt media-advocaat Jens van den Brink. Van den Brink, partner bij advocatenkantoor Kennedy Van der Laan in Amsterdam, treedt op voor de media: ‘De media zijn een publieke waakhond, ze zijn geen rechtbankverslaggever.’ Vaak is het verwijt van klagers: ik ben niet veroordeeld door een rechter. Maar dat hoeft ook niet, vindt Van den Brink: ‘De media mogen dingen aan de kaak stellen. Daar zijn ze voor. Dat moet wel zorgvuldig gebeuren. Ze laten ook steken vallen. Het probleem is dat ze geen tijd hebben om een proefschrift te schrijven, Er moet echter wel voldoende feitelijke onderbouwing bestaan voor de beschuldigingen. Je moet dus niet naar de conclusie toe redeneren, met een tunnelvisie, zo van: “Alles wijst kant A op”. Dat is slechte journalistiek. Het moet een afgewogen verhaal zijn, beide kanten moeten aan bod komen.’

En juist dat laatste punt miste in het NOS-Journaal. ‘Het NOS-Journaal had Albayrak al berecht in de berichtgeving over het coa’, vindt Ferdinand Grapperhaus. De Amsterdamse advocaat, hoogleraar Europees arbeidsrecht in Maastricht en kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, miste het tegenonderzoek, wederhoor, zeker omdat het in dit item ging over anonieme bronnen. Hij schrijft er een opiniestuk over in de Volkskrant: ‘Zonder enige nuance blies het Journaal van de publieke omroep vage beschuldigingen op tot een megaschandaal.’

De nos, bij monde van hoofdredacteur Marcel Gelauff, ontkent de aantijgingen. Zij hebben, schrijft hij in een reactie op Grapperhaus, grondig onderzoek gedaan, de anonieme klachten ondersteund gevonden in documenten en Nurten Albayrak herhaaldelijk gevraagd om voor de camera te reageren.

Albayrak dient 17 januari 2012 een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek tegen de nos. Vier maanden later geeft de Raad de nos op vrijwel alle punten gelijk – er was voldoende grondslag voor de uitzending ondanks de anonieme bronnen, er was geen sprake van tendentieuze berichtgeving, de privacy is niet onnodig aangetast. Gegrond vond de Raad echter wel de klacht over de eenzijdige berichtgeving en het gebrek aan wederhoor. De nos had ook de schriftelijke reactie van het coa in de uitzending op kunnen nemen.

‘Maar dat betekent niet per definitie dat de nos fout zat’, vervolgt advocaat Jens van den Brink. Later zal ook de onderzoekscommissie-Scheltema de bevindingen van de nos bevestigen. ‘Wat er met Nurten Albayrak is gebeurd, is weliswaar vervelend voor haar, maar dat moet je als persoon met een belangrijke maatschappelijke functie in een democratische samenleving accepteren’, vindt de media-advocaat. ‘Je kunt flink kritiek krijgen.’

Om het beeld te nuanceren, had Albayrak beter wel kunnen reageren. ‘Je moet op een gegeven moment je eigen verhaal neerzetten’, benadrukt advocaat Peter Schouten. ‘Als ze had gezegd dat die “gouden” Mercedes een domme keuze was, op een leuke manier, met humor, had het goed kunnen werken. Veel mensen herkennen zich daar dan wel in.’ Gelijk hebben doet er dan even niet toe. Zo had ze volgens hem ook beter wel voor de camera kunnen reageren in de nos-uitzending, dan had ze de aantijgingen kunnen relativeren. ‘Want één ding is zeker,’ zegt Schouten, ‘die hele stroom van berichten in de eerste week na de nos-uitzending heeft invloed gehad op rechters, ministers, politici en onderzoekcommissies. Zij zijn onderdeel van het geheel.’

Op 18 april 2012 komt de onderzoekscommissie-coa onder leiding van oud-staatssecretaris Michiel Scheltema (d66), die in november 2011 was ingesteld door minister Leers – kosten van het onderzoek: bijna een miljoen euro –, met een vernietigend rapport. Het vertrouwen in de leiding van de organisatie was zeer laag, concludeert de commissie. De kritiek richt zich vooral op haar bestuursstijl. ‘De algemeen directeur was dominant, stond weinig open voor kritiek. Er was sprake van een verdeel-en-heers-tactiek. Veel directeuren zijn vertrokken vanwege een verstoorde verhouding met de algemeen directeur.’

Als het gaat om haar salaris – de reden waarom Albayrak in september op non-actief is gesteld – heeft de onderzoekscommissie niet vastgesteld dat ze opzettelijk onjuiste informatie verstrekte. kpmg, de Rijksauditdienst en het Haags gerechtshof die dit ook onderzochten, vonden evenmin bewijzen hiervan. En dat haar dienstauto te duur zou zijn, wat in de pers breed is uitgemeten, was eveneens onjuist. Wel heeft de commissie kritiek op het privé-gebruik van haar dienstauto, ‘dat zij naar buiten toe ontkende, maar veelvuldig plaatsvond’.

Nurten Albayrak noemt het een schijnproces, het rapport tendentieus, en zegt dat veel feiten niet kloppen. Ze heeft de commissie gevraagd om de – wederom – anonieme bronnen waar het rapport grotendeels op is gestoeld prijs te geven, zodat ze inhoudelijk kan reageren op de beschuldigingen. Ze krijgt de informatie niet. Hierdoor kan ze niet inschatten wie er waarover en waarom heeft geklaagd. Het maakt het voor haar onmogelijk de bevindingen te controleren en zichzelf te verdedigen.

Minister Leers van Immigratie en Asiel zegt dat op basis van deze uitkomsten Nurten Albayrak weg moet als algemeen directeur van het coa. Haar manier van doen zou niet passen in de publieke dienst, aldus de bewindsman. pvda-Kamerlid Martijn van Dam wil Nurten Albayrak strafrechtelijk laten vervolgen voor haar ‘gesjoemel’. pvv’er Sietse Fritsma vindt dat Albayrak het ‘te veel verdiende salaris’ moet terugbetalen en wil dat de minister aangifte doet vanwege fraude. Leers laat de landsadvocaat onderzoeken of er nog iets te vorderen valt bij Albayrak.

De raad van toezicht heeft, volgens de commissie-Scheltema, haar rol op een aantal onderdelen ‘niet alert en onvoldoende adequaat’ ingevuld. ‘Er werd door niemand goed tegenwicht geboden aan de algemeen directeur.’ De raad van toezicht had daarnaast verantwoordelijkheid moeten nemen door tijdig met een salarisvoorstel te komen nadat op 1 januari 2011 de nieuwe Wet coa in werking trad, en haar salaris niet meer in het ministeriële beleid paste. De opeenvolgende departementen hebben hierin geen regie gevoerd.

‘Er was één iemand die de afgelopen jaren niet ging over het salaris van Albayrak’, begint Roel in ’t Veld, bestuurskundige en hoogleraar governance and sustainability aan de Universiteit van Tilburg. ‘En dat was Albayrak zelf.’ Minister, raad van toezicht en departement lieten de kwestie op haar beloop. Hij schreef een reactie op het rapport van Scheltema op de opiniepagina van NRC Handelsblad van 26 juni 2012. Ook nu is hij er nog steeds verbolgen over. ‘Dat ze zou hebben zitten jokken over haar salaris is flauwekul, vanaf 2007 is haar salaris onderwerp van departementale aandacht’, zegt In ’t Veld. Daarnaast stuurden de departementen de salarissen van topambtenaren die boven de Balkenendenorm uit kwamen naar de Tweede Kamer, dus ook de Kamerleden wisten er al lang vanaf. ‘Ze gaat toch niet zelf zeggen: jippie, er moet dertig procent van mijn salaris af?’

De raad van toezicht heeft helemaal niets voor haar gedaan. Niemand, niet Loek Hermans, niet minister Gerd Leers, heeft sinds ze op non-actief is gesteld, nog iets tegen haar gezegd, vertelt ze in het Volkskrant Magazine. Alles verneemt ze uit de media. ‘Ze hebben Albayrak niet beschermd tegen aanvallen van buiten’, vindt In ’t Veld. ‘Als dit proces eenmaal aan de gang is en er geen gezaghebbende actor is die van buitenaf zich tijdig afvraagt of we met z’n allen gek zijn geworden, is het nauwelijks te stoppen. Het verraderlijke is, de eerste dag denk je nog: het waait wel over. De derde dag ben je opeens buiten dienst gesteld, vervolgens sturen ze Hoffmann Bedrijfsrecherche op je af.’

De hoogleraar heeft grote kritiek op het rapport van Scheltema. ‘Politiek is verplaatst naar de media.’ Hij maakt zich zorgen over de toenemende verstrengeling van media en politiek en ziet dat ook bij Scheltema. Die heeft zich volgens hem laten leiden door de berichtgeving over Albayrak: ‘De grootste fouten zijn gemaakt door het departement en door de raad van toezicht van het coa’, stelt In ’t Veld. ‘De commissie heeft dat niet onderzocht. Hun argument: het stond niet in onze opdracht. Ik vind dat ze de verantwoordelijkheid hadden om naar het geheel te kijken, ze zijn toch een onafhankelijke commissie? Uiteindelijk gaat het allemaal om zelfbehoud. Ze willen geen risico lopen.’

Het coa is met meer dan de helft gekrompen, dat is volgens de hoogleraar binnen de Nederlandse publieke sector een uitzonderlijke prestatie: ‘Als je als hoofd van een organisatie zoveel moet krimpen in zo’n korte tijd is dat bijna een onmenselijke opdracht. Dat kun je alleen maar doen met grove middelen. Dan moet je hard zijn. Degene die die opdracht verstrekt, heeft de verantwoordelijkheid voor die hardheid, niet de uitvoerder. Ze deed waarvoor ze besteld was, jaar in, jaar uit werd ze geprezen door haar bazen, daarna is ze geslacht.’

‘Waarom is de algemene toonzetting jegens deze publieke functionaris zo verbeten?’ vraagt Roel in ’t Veld zich nog steeds af. Dat ze een Turkse was, speelt volgens hem zeker ook een rol. Voor autoritair optreden was ze besteld. Maar een autoritaire vrouw wordt erger gevonden dan een autoritaire man. Nu was ze de autoritaire Turk die in een Mercedes reed en goed verdiende. ‘De managementstijl die wij op prijs stellen is anders’, zei Leers bij haar ontslag. Zelf zegt Nurten Albayrak later in het interview in het Volkskrant Magazine dat als ze meneer Janssen had geheten het niet zo met haar was gelopen. Of dit waar is, is moeilijk hard te maken. Wel is het opvallend dat sommige blanke mannen wegkomen met veel grotere beschuldigingen. Neem Eric Staal, onder wiens bewind miljarden werd gesjoemeld bij woningcorporatie Vestia. Hij vertrok met een bonus van 3,5 miljoen euro.

Neem ook Gerrit Zalm (vvd), die in het bestuur van dsb zat. Iedereen, inclusief De Nederlandsche Bank, vond dat hij onvoldoende had gedaan om de klanten te beschermen. Dezelfde Scheltema schreef over hem ook een rapport. Hij noemde Zalm betrouwbaar, over zijn salaris van 750.000 euro bij de genationaliseerde ABN Amro geen woord. ‘Het rapport van Scheltema over Zalm diende er voornamelijk toe de carrière van Zalm te redden’, schrijft Harrie Verbon, hoogleraar openbare financiën in Tilburg in de Volkskrant. ‘Waarom “zwaargewicht” Scheltema zo vriendelijk was voor Zalm en zo streng voor Albayrak zullen we waarschijnlijk nooit weten. Tenzij er ooit een echt onafhankelijk onderzoek komt, waarin duidelijk wordt waarom Zalm mocht meewerken aan het oplichten van argeloze burgers, terwijl Albayrak voor relatief geringe vergrijpen de goot in werd geduwd door Scheltema.’

‘Mijn conclusie is dat de mediapolitieke verstrengeling waarin alle betrokkenen vanaf 18 september terechtkwamen geen andere uitkomst bood dan een overdrachtelijke brandstapel’, vervolgt In ’t Veld. Zelfs zonder de bevindingen van Scheltema in twijfel te trekken, kun je je afvragen of deze behandeling past bij de fouten die haar zijn aan te rekenen. ‘Na de nos-uitzending is iedereen in de paniek geschoten. De belangrijkste vraag op het departement die dagen was: “Hoe houden we de minister in de lucht”’, weet Roel in ’t Veld. ‘De feiten deden er niet toe. Als een mediahype bepaalt wat politici gaan doen, dan wordt het echt gevaarlijk. Albayrak heeft niet alleen een trial by media gehad’, vervolgt de hoogleraar. ‘Ook een trial by bange ambtenaren en bange politici.’