De zorgeloze liedjes van cheb hasni

Niemand in Algerije wordt gespaard door de beestenbende die zich het islamitisch verzet noemt. Na agenten, ambtenaren, feministen, ongesluierde meisjes, regisseurs, journalisten, politici, schrijvers, soldaten, Italiaanse matrozen en Franse nonnen en paters zijn nu de muzikanten aan de beurt. De vooral bij de jeugd geliefde rai-zanger Cheb Hasni werd door een met messen en revolvers gewapende groep zeloten uit een cafe gesleurd en op straat afgeslacht.

In het toch al zo treurige Algerije was muziek zo ongeveer de laatste bron van vermaak. Op cassettes wel te verstaan, want concerten vonden al lang niet meer plaats. De muziek van Cheb Hasni was zeer onschuldig; zijn teksten gingen vrijwel uitsluitend over de liefde en de sleur van alledag. Met politiek en fundamentalisten hield hij zich, in tegenstelling tot de in Parijs wonende Cheb Khaled, niet bezig. Maar de aversie van moslimfundamentalisten tegen elke niet- stichtelijke muziek is groot. Dat bleek reeds in 1989, toen de Portugese zangeres Linda de Souza zou optreden in Algiers. Het net opgerichte Islamitische Heilsfront (Fis) organiseerde een massale demonstratie en dreigde met geweld indien het concert doorgang zou vinden. De keurige Linda de Souza werd omschreven als ‘joods, zionistisch en bovendien een hoer’. Het concert ging niet door.
Cheb Hasni, de zanger van het Algerijnse levenslied, was zeer geliefd bij de Algerijnse jeugd. Het is te hopen dat de Algerijnse jeugd de schellen van de ogen zijn gevallen nu hun idool is vermoord door de redders van Algerije.
Kort daarvoor is ook de Kabylische zanger Matoub Lounes ontvoerd. Matoub Lounes is van een geheel ander kaliber. Vanwege zijn zeer kritische teksten, steevast in het tot voor kort verboden Tamazigh (de Berbertaal), werd hij geboycot door de Algerijnse staatsmedia en uitsluitend gedraaid op piratenzenders. Door de Kabyliers wordt hij op handen gedragen, en niet alleen in Algerije. In 1993 maakte hij een tournee van drie maanden door Amerika en Canada en trad hij een week lang op in een uitverkocht Olympia, het walhalla van het chanson in Parijs. Zijn grondige afkeer van de fundamentalisten heeft hij nooit verborgen.
In de toekomstige islamitische heilstaat is slechts plaats voor het Arabisch, de taal van de koran. Dat vijf miljoen Algerijnen Tamazigh of een aanverwant dialect spreken is onbelangrijk. Iedere vorm van Berber- nationalisme was tot voor kort verboden. Het FLN, de partij die tussen 1962 en 1991 de lakens uitdeelde in Algerije, beschuldigde de Kabyliers van autonomieplannen, waardoor de eenheid van Algerije bedreigd zou worden. Op de scholen mocht de geschiedenis van de Berbers niet worden onderricht. Onderricht in Tamazigh was helemaal uit den boze, met als argument dat de millennia-oude taal slechts een dialect was. Muziek bleek het belangrijkste verzetsmiddel van de Kabyliers, met de zangers Ait Menguellet, Idir, Ferhouat en Matoub Lounes in de frontlinie.
De overlevingskansen van Matoub Lounes, Berber-militant van het eerste uur, zijn gering. Zijn dood kan verstrekkende gevolgen hebben. Militante Berbers dreigen met de totale oorlog aan de fundamentalisten als Matoub Lounes niet snel wordt vrijgelaten. Een dergelijke oorlog belooft niet veel goeds voor Algerije.