De zoveelste

Gabriel Garcia Marquez, Over de liefde en andere duivels. Uit het Spaans vertaald door Adri Boon, uitgeverij Meulenhoff, 239 blz. f34,90; De verhalen. Uitgeverij Meulenhoff, 371 blz., f19,90.
Bijna elk verhaal van Marquez is een kroniek van een aangekondigde dood. Zo de afloop al niet in de eerste zin wordt verteld, blijkt al snel dat de hoofdpersoon onafwendbaar zijn einde tegemoet gaat. De vraag is alleen hoe dat lot zich voor de betroffene ontvouwt, als noodlot of als over zichzelf afgeroepen doem. En op een of andere manier zijn alle belangrijke personages van Marquez bezetenen. Zo ook in Over de liefde en andere duivels, waar het creoolse markiezinnetje, dat door een dolle hond wordt gebeten maar geen spoor van hondsdolheid vertoont, niettemin door de associatie van hondsdolheid met duivelse listen als door de duivel bezeten wordt beschouwd - en de twaalfjarige gedraagt zich ernaar, zij het om heel andere redenen, waarvan de belangrijkste is dat zij de liefde heeft leren kennen.

De pater die door de bisschop op haar wordt afgestuurd wanneer zij door haar vader in een nonnenklooster is opgesloten, vat een grote liefde voor haar op; pas in tweede instantie beantwoordt zij die, maar dan ook zo hevig dat zij eraan sterft. Niemand die het heeft gewaagd in twijfel te trekken dat zij bezeten is, alleen een zonderlinge arts, maar die is als geheime jood al eerder met de Inquisitie in aanraking geweest en dus onbevoegd. De spanning van het verhaal wordt dus niet bepaald door de vraag hoe deze geschiedenis zal aflopen, want dat is al bij voorbaat duidelijk, maar wordt gevoed door de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen, en dat is een onuitputtelijke vraag.
Achter elk verhaal schuilt een ander verhaal - zo zou je de vruchtbare methode van Marquez kunnen samenvatten, en omdat aan die retrogade vertelvorm geen grens is gesteld, kan een verhaal voor hetzelfde geld vijf pagina’s als een roman van honderden pagina’s beslaan. Met de nodige inkortingen zou deze roman gemakkelijk hebben gepast in de verzamelbundel die Meulenhoff tegelijkertijd in pocket heeft uitgegeven, waarin immers ook de novelle ‘De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Erendira en haar harteloze grootmoeder’ is opgenomen. Alleen al zo'n titel is een voorbeeld van een aangekondigd einde. Als Marquez een verteller pur sang is dan niet in de zin van de short story, waarin alle onderdelen in dienst staan van een ontknoping, hij legt juist knopen en wikkelt een klein verhaal - dat van de martelares van de liefde - in een streng van aanvullende verhalen.
Zie het tweede hoofdstuk van deze roman. Nadat daarvoor een aantal personages is voorgesteld, wordt de voorgeschiedenis van de vader, de markies, uit de doeken gedaan, en prompt begint er een andere, parallelle roman. Hoe de jonge markies verliefd werd op een gekkin, om die reden verbannen en aan een erfgename van de Spaanse Grande werd uitgehuwd, waarna de vermeende waanzinnige weer opduikt maar verdrongen wordt door de berekenende dochter van een halfbloed indiaan, om tenslotte haar rechten als enige ware geliefde op te eisen. Een mooi verhaal, maar op zich niet meer dan een uitstapje. Er zijn echter zo veel van die bijverhalen dat je niet anders kunt concluderen dan dat het eigenlijke verhaal bestaat uit de verbinding van al die verhalen. Ik kan me niet voorstellen dat het Marquez om nog een verhaal over de Inquisitie te doen is geweest. Aan het ene geval van bezetenheid kan de schrijver al zijn andere verhalen over obsessies ophangen.
Als het voorgaande de indruk wekt dat het hier om een zoveelste Marquez gaat, is dat juist, maar dat hoeft niets negatiefs te betekenen. Marquez is in elk verhaal, in elke zin onmiskenbaar Marquez, altijd boeiend. Maar zijn maat is eerder het korte verhaal dan de doorgecomponeerde roman. Daarom heeft deze uitgave iets misleidends. In gewone druk zou het een novelle van honderddertig pagina’s zijn geweest. Opgeblazen tot een dikke roman krijg je als lezer minder dan je verwacht; dat heeft toch ook wel iets te maken met de genoemde retrograde methode van de schrijver, vermoed ik, die in dit geval niet weet te overtuigen dat elke voorgeschiedenis die hij ophaalt even noodzakelijk is. Bij vergelijking heeft daarom de verhalenbundel mijn voorkeur.