Televisie: ‘De wereld van de Chinezen’

De zoveelste torenflat

Ruben Terlou in de tv-serie De wereld van de Chinezen © VPRO

Weer ging Ruben Terlou op reis om met Chinezen te praten over leven en lot, drijfveren, dromen, waarden. Deze keer buiten China. Gedwongen, dacht ik, doordat je in Hongkong, Wuhan, Xinjiang je werk niet meer kunt doen zonder gesprekspartners en jezelf in gevaar te brengen (wat zeker speelt), maar begrijp uit een interview dat die keus al voordien was gemaakt. Begrijpelijk: de Chinese expansie is gigantisch. Vaak dubieus. Dat Terlou, generaliserend, Chinezen een warm hart toedraagt maakt het alleen maar boeiender, ook al omdat zijn gesprekspartners dat beseffen, wat hen vaak verrassend openhartig maakt. Opener, schat ik, dan tegenover landgenoten. Zijn verbluffende taalkennis verrast ook hen. Zijn empathie en respect ook. Tel er een prettig uiterlijk, dat niet helemaal haaks staat op het Chinees gemiddelde, bij op (excuseer, dit is in beschaafde kring meervoudig taboe) en je hebt een van god gegeven China-expert.

Natuurlijk gaat de serie over macro-effecten van Xi’s Nieuwe Zijderoute, maar centraal staan individuen, van straatarm tot steenrijk, die blijkens de tekst bij de mooie animatie-leader, bij geboorte de heilige opdracht krijgen te slagen. Waarbij ‘slagen’ vooral materieel begrepen moet worden. Wat dat betreft zijn de steenrijke projectontwikkelaar in Sihanoukville, Cambodja, en de arme pannenkoekbakker in Mombasa, Kenia, het roerend eens. Net als de bouwvakker die in recordtempo de zoveelste torenflat in het voorheen stille Cambodjaanse kustdorpje neerplempt. Een teringbende. ‘Kijk uit’, zegt Ruben, want het giet als een gek, wat het daar continu doet, het werk extra gevaarlijk makend. Als een verzopen kat staat hij daar, bezig met zijn tien- tot twaalfurige werkdag. ‘Maar je lijkt blij.’ De man straalt: ‘Ik verdien toch geld?’ Overigens overstroomt het stadje steeds vaker want de Chinezen zijn en voelen zich niet verantwoordelijk voor waterafvoer en straten.

Omdat al die nieuwe Chinese ondernemingen zich op en rond hun gebouwen in het Chinees aanprijzen, ziet Cambodjaans gemeenteambtenaar Lim erop toe dat alle teksten op z’n minst ook in het Khmer te lezen zijn. Zo niet, dan wordt alle Chinees weggehaald, waarbij je beseft dat morgen alles weer Chinees zal zijn, net zo lang tot het blijvend is. Want dit is een Chinese enclave, zoals de Europeanen in de negentiende eeuw vrije havens afdwongen in China.

Roerend is het interview met Li Chin, 28, animeermeisje in de Chinese mega-nachtclub Mimi waar je als klant zo zevenhonderd dollar kwijt bent, alleen aan drank. Er werken vooral Cambodjaanse en Russische vrouwen, en een paar Chinese die ‘alleen maar’ hoeven dansen en drinken. Ze vindt het vreselijk. Maar is ‘gelukkig’ omdat ze geld verdient: voor haar zieke tante (ouders dood) en voor de universitaire studie van haar neef. En ze wil een woning en een auto om niet afhankelijk te zijn na de scheiding van een eventuele man. Je hart breekt.

Maar begin vooral meteen met aflevering Kenia: over cultuurbotsing, vooruitgang, racisme; en met de onvergetelijke, wijze, genuanceerde, arme meneer Lio, pannenkoekenbakker.


Ruben Terlou, Jorien van Nes (regie Kenia), Pim Hawinkels (cameraregie Cambodja), Jurjen Blick (montage en samenstelling), De wereld van de Chinezen, VPRO, zeven delen, vanaf zondag 10 januari, NPO 2, 20.20 uur