De Zuid-Afrikaanse middenklasse blijft kwaad

Johannesburg – De Zuid-Afrikaanse Sunday Times had onlangs drie foto’s op de voorpagina van een Mozambikaan die door Zuid-Afrikanen wordt doodgestoken.

De man ligt bloedend tussen blikjes en plastic zwerfvuil bij een omgevallen, zwartgeblakerd mobiel toilet in het Alexandra township. Op de achtergrond zie je jonge mannen met een fles bier in de hand naar het schouwspel kijken. Het is zaterdagochtend, nog voor zevenen.

Emmanuel Sithole was het zevende slachtoffer van het geweld tegen buitenlanders dat dit jaar voor de tweede keer oplaaide. Ditmaal begon de ellende nadat Zoeloe-koning Goodwill Zwelithini en een zoon van president Zuma opmerkingen hadden gemaakt over ‘illegale buitenlanders’ die het land te gronde richten. De massa’s lazen dat als een vrijbrief om buitenlanders in hun omgeving te molesteren. Het was ‘wij’ tegen ‘zij’, zwarte Zuid-Afrikanen tegen andere Afrikanen.

In de weken voor de aanvallen op buitenlanders en hun winkels beheerste het bekladden van standbeelden van Britse en Afrikaner kopstukken zoals Cecil Rhodes en Paul Kruger het nieuws. Zwarte studenten, activisten en nationalisten eisten dat deze herinneringen aan een pijnlijk koloniaal verleden zouden verdwijnen. Het was ‘wij’ tegen ‘zij’, zwart tegen blank.

De activisten en politici wezen er onder aanvoering van Julius Malema van de Economic Freedom Fighters op dat ruim twintig jaar na het eind van apartheid het merendeel van de zwarte bevolking nog steeds in onvoorstelbare armoede leeft. Zuid-Afrika heeft een Gini-coëfficiënt (die inkomensverschillen meet, met 1,0 als maximum) van 0,70. In 1994, toen apartheid werd afgeschaft, was dat 0,59. Malema en de zijnen betogen dat slechts een kliek rond het anc heeft geprofiteerd van de economische groei.

Om verdere geweldsexplosies te voorkomen zijn radicale raciale hervormingen nodig, waarschuwt de gematigde politiek analist Steven Friedman van het Centre for the Study of Democracy. Die moeten verder gaan dan het creëren van een zwarte middenklasse als buffer tussen de boven- en onderklasse. Volgens Friedman is de Zuid-Afrikaanse zakenwereld grotendeels een gesloten blanke eliteclub gebleven, die slechts sporadisch zwarte leden toelaat. ‘Onderdeel worden van de middenklasse maakt zwarte mensen niet minder ongeduldig voor raciale veranderingen, integendeel, het maakt ze nog ontevredener omdat ze hoopten dat kennis en bezit hen zouden vrijwaren van raciale vooroordelen. Dat is niet gebeurd.’ Het probleem, zegt Friedman, is dat de blanke zakenwereld struisvogel speelt en het anc verstrikt is in onderlinge strijd. Het resultaat is een verontrustend gebrek aan daadkracht en groeiende onrust.