Holland Festival Tristan Sharps speelt geen Tsjechov

De Zuidas als kersentuin

Je kunt Before I Sleep geen bewerking van De kersentuin van Tsjechov noemen. Regisseur Tristan Sharps bouwde op de Zuidas, op vijfduizend vierkante meter, een theaterparcours dat Tsjechovs thema’s honderd jaar de toekomst in slingerde.

DE ZUIDAS IN AMSTERDAM heeft een gekke dynamiek, zegt Tristan Sharps, artistiek directeur van het Engelse theatergezelschap dreamthinkspeak. ’s Avonds is het er uitgestorven, en overdag eigenlijk ook, behalve tijdens lunchtijd of net na werktijd, wanneer duizenden mensen ineens uit hun kantoren drommen, keurig in pak. Nu, op donderdagmiddag, wordt er aardig hard geborreld bij het caféterras iets verderop, maar al die mensen staan in een vreemde leegte. Verder is er op straat niets te zien. Geen auto, geen fietser, geen toevallige voorbijganger.
Tegenover het FOZ-gebouw, waar op de benedenverdieping een warenhuis lijkt te worden gerealiseerd, wordt een maïsveld aangelegd. Een paar weken terug was er nog niets, zegt Sharps, maar nu komt het tot over je voeten. Hij vindt het wel fijn, die fysieke dynamiek.
Het in Brighton gevestigde dreamthinkspeak maakte de laatste jaren naam met wat je, bij gebrek aan een beter woord, het best ‘locatietoneel’ kunt noemen. In lege kantoorgebouwen, verlaten warenhuizen en loodsen maken ze voorstellingen waarin levend theater, filmprojectie en installaties met elkaar worden vermengd tot een enorm landschap, waar het publiek doorheen wordt gedirigeerd. Op het Holland Festival is Before I Sleep te zien - een productie geïnspireerd op Anton Tsjechovs De kersentuin. Het is het verhaal van het oude dat plaats moet maken voor het nieuwe, de adellijke familie van mevrouw Ransjévskaja zit tot over haar oren in de schulden en zal moeten beslissen of ze hun landgoed, met de geliefde kersentuin, zal kunnen behouden of zal moeten verkopen aan Lopachin, ooit de zoon van een horige van de familie, nu een entrepreneur die de kersentuin wil omhakken om er, heel rendabel, zomerhuisjes neer te zetten.
Sharps draagt een simpel T-shirt en een ouwe 501 met een rolmaat aan zijn riem. Kalm. Londens accent. Stevige handdruk. Hij is een en al geduld voor de fotograaf en stelt je voor aan iedereen die voorbij komt, van zijn persoonlijke assistente tot twee jongens met dreadlocks die een paar dozijn Ikea-bedden en kasten in elkaar aan het draaien zijn. Hij heeft vier verdiepingen in het pand tot zijn beschikking, vijfduizend vierkante meter. Al met al zullen een mannetje of vijftig onder zijn leiding de komende weken Before I Sleep moeten opbouwen, draaiende houden en afbouwen. Er staan zakken vol wit pluis dat straks als sneeuw moet dienen, kolossale vlakken grond zijn afgedekt met plastic, een stuk of tien boomstammen - vers, zo te zien - zijn keurig op elkaar gestapeld, her en der liggen posterformaat foto’s van Firs, de hoogbejaarde lakei van mevrouw Ransjévskaja, die verdwaald door een bos lijkt te lopen.
Sharps: 'Het is geen bewerking van het stuk. Of een variatie erop. We hebben het ook niet geknipt en geplakt, dat we kleine stukjes spelen en andere stukjes aan de verbeelding overlaten. We hebben de thema’s van De kersentuin genomen en hebben die een eeuw de toekomst in geslingerd, naar deze tijd toe, en gebruiken personages van Tsjechov als wegwijzers.’
Eigenlijk vindt Sharps het moeilijk om over Before I Sleep te praten. Het is niet de eerste keer dat het stuk wordt opgevoerd, eerder was het te zien op het Brighton Festival, maar elke locatie is anders en omdat hij met een roulerende cast werkt (van de dertig acteurs zijn er maar acht vast) is elk stuk anders. En bovendien: als hij uitlegt wat hij maakt, hoe het parcours van de toeschouwer eruit komt te zien, verdwijnt de magie dan niet?

ZIJN LIEVELINGSGEDEELTE IS het derde bedrijf. Het is eind augustus, de dag dat het landgoed en de kersentuin worden geveild. Mevrouw Ransjévskaja geeft een feestje. In een achterkamer ontmoeten verschillende personages elkaar, terwijl in de salon een joods orkest speelt en de Grande Ronde wordt gedanst. Er wordt een kaartje gelegd, ze plagen elkaar wat. Het is het talent, het geniale van Tsjechov dat hij er voor kiest het feestje te tonen en niet de veiling, zegt Sharps. De veiling zou een heldere climax zijn, een dramatische spanningsboog, wie biedt het meest? - maar in plaats daarvan laat Tsjechov zien hoe de familie van Ransjévskaja zich gedraagt in afwachting van het grote nieuws.
Ljoebov: 'En Leonid is er nog steeds niets. Wat doet hij toch zo lang in de stad. Ik begrijp het niet. Het is daar toch allemaal al afgelopen: het landgoed is verkocht, of de veiling is niet doorgegaan; waarom laat hij ons toch zo lang in het onzekere?’
Varja (wil haar troosten): 'Oom heeft het gekocht, ik weet het zeker!’
Trofimov (spottend): 'Ja!’
Varja: 'Grootmoeder heeft hem een volmacht gestuurd om het op haar naam te kopen en ook de hypotheek neemt ze voor haar rekening. Dat doet ze voor Anja. Ik ben er zeker van dat God ons bijstaat, oom koopt het.’
Volgens Sharps komt hier de tragiek van het stuk het scherpst naar voren, in de moedeloosheid van de sociale klasse van Ransjévskaja. Sharps: 'It’s bonkers. De Titanic zinkt en de band speelt door. Alles wat de familie heeft, is verloren geraakt - en hoe reageert de familie? Door een feestje te geven. Want ze weten niet beter. Dat is natuurlijk de hele tragiek: ze weten niet beter en ze kunnen zich geen verandering voorstellen. De kersentuin ligt er al jaren verwaarloosd bij, maar ze kunnen zich niet voorstellen dat hij opgeknapt wordt. Het geld is al jaren op, maar ze kunnen zich niet voorstellen dat dat betekent dat ze hun bezit kwijt zullen raken.’

DAT WIL NOG NIET ZEGGEN dat het derde bedrijf straks op de Zuidas te zien zal zijn - zoals gezegd: Before I Sleep is geen bewerking van Tsjechovs stuk. Before I Sleep borduurt eerder voort op de belofte van De kersentuin, die volgens Sharps duidelijk in dat derde bedrijf zit. Nadat de familie heeft gewacht komt Lopachin de salon binnendenderen, ooit zoon van een horige, nu succesvol handelaar. Hij heeft het landgoed gekocht, tot shock van de rest - naar goed negentiende-eeuws gebruik stort mevrouw Ransjévskaja neer op een stoel - en begint een lange, uitzinnige monoloog over de toekomst.
Lopachin: 'Hé muzikanten, spelen, ik wil jullie muziek horen! Kom allemaal hier, en kijk hoe Jermolaj Lopachin in de kersentuin de bijl zwaait, hoe de bomen vallen! Wij bouwen hier zomerhuisjes en onze kleinkinderen en achterkleinkinderen zullen hier een nieuw leven meemaken… Muziek, muziek!’
Zelf is Lopachin niet te zien in Before I Sleep, vertelt Tristan Sharps, maar juist zijn geest is heel dominant: 'Lopachin staat voor vernieuwing. Natuurlijk gaat De kersentuin in zijn geheel over vernieuwing, van de grote thema’s tot de kleine details. Ergens staat in Tsjechovs toneelaanwijzingen heel kort, heel subtiel, vermeld dat er in de verte een stadje te zien is, waar gewerkt wordt aan een nieuwe spoorweg: modernisering klopt aan de deur. De tijd van de splendid isolation van de landadel is voorbij. Wij kijken via de lens van Tsjechov naar de wereld van vandaag en dan kun je je best de vraag stellen: gaat die vernieuwingsdrang niet te ver? We hebben eerder gespeeld in Perth, in Moskou, in Kuala Lumpur - steden waar in de laatste decennia allerlei oude gebouwen zijn neergehaald en vervangen door nieuwe. Kuala Lumpur is een goed voorbeeld. Daar is wel degelijk een oude, klassieke architectuur, en de nieuwe architectuur die daar overheen wordt gebouwd mag er soms best zijn. De Patronus Torens, tot een tijdje terug nog de hoogste torens ter wereld, zijn fraai en geven het gevoel van epic endeavour. Maar alle nieuwe architectuur voor de middle en de lower class kun je zien als consumptiegoederen. Hoe sneller de regeneratie, hoe sneller de degeneratie. Dat gevoel heb je hier ook op de Zuidas. Er wordt van alles gebouwd, de kantoren zijn nieuw, modern, maar je voelt dat ze geen eeuwigheidswaarde hebben. Meer dan ooit ontwerpen we huizen en kantoren die we binnen dertig jaar kunnen afschrijven van de balans.’
Zo ook wel de zomerhuisjes van Lopachin, misschien. Tsjechov doet geen suggesties over Lopachins huisjes, of ze wel of niet een succes kunnen worden. Ook dat is het knappe van Tsjechov, zegt Sharps: hij oordeelt nooit. Hij kan zijn personages genadeloos observeren, maar hij laat ze in hun waarde. In het FOZ-gebouw (waarvan, benadrukt Sharps graag, hij van de eigenaren dankbaar gebruik mag maken) zijn de datsja’s twee keer te zien, eerst op de benedenverdieping, in spiksplinternieuwe toestand, waar een onroerendgoedmakelaar ze vrolijk aanprijst, en daarna op de bovenste verdieping. Er wordt nog aan geklust. Ze zien er nu nog uit als goedkoop tweedimensionaal filmdecor, simpel triplex met een behangetje. Maar als je de huisjes in loopt wordt het behangetje steeds stoffiger, vettig, bijna beschimmeld. De huisjes lijken nooit te zijn verkocht.
Tristan Sharps is geen religieus mens, zegt hij: 'Maar ik probeer wel na te denken over wat die hectische regeneratie nog meer voor effecten op ons heeft, behalve de financiële en commerciële. De constante afbraak en wederopbouw heeft ook een spiritueel gevolg. Als onze huizen en onze werkplekken zo'n duidelijke sense of impermanence hebben, hoe gaan we dan over ons eigen leven en ons eigen werk denken?’

Before I Sleep is van 9 t/m 25 juni bijna dagelijks te zien in het FOZ-gebouw op de Amsterdamse Zuidas, Gustav Mahlerlaan 300