Bas Jan Ader (1942 – 1975)

De zwaartekracht van het bloed

De kunstenaar Bas Jan Ader verdween in 1975 tijdens een solo-oversteek per zeiljacht van Amerika naar Europa. Zijn kleine oeuvre geniet een hardnekkige, steeds groeiende populariteit, die haar oorsprong vindt in een elegant gedragen martelaarschap.

Op 20 november 1944 wordt dominee Bastiaan Jan Ader, samen met zes andere gevangenen, door de Duitse bezetter gefusilleerd in de bossen bij Rhenen, als represaille voor een aanslag van het verzet op enkele Duitse soldaten. Twee weken eerder werd zijn tweede zoon Erik geboren. Moeder Ader, de twee jaar oude Bas Jan en de pasgeborene blijven achter. Aan een bewogen, zoekend en onrustig leven is een voortijdig einde gekomen. Een kleine 31 jaar later, op 9 juli 1975, vertrekt de oudste zoon, Bas Jan Ader, inmiddels woonachtig in Los Angeles en werkzaam als docent kunstgeschiedenis en kunstenaar, vanaf Cape Cod, Massachusetts in een vier meter lang, maar toch zeewaardig geacht zeilbootje, voor een eenmans-oversteek naar het Europese continent. Hij verwacht de reis binnen acht tot tien weken te kunnen maken en dus ruim op tijd te arriveren voor de opening van zijn expositie in het Groninger Museum, 6 december datzelfde jaar. De heroïsche of dolzinnige eenmansactie is onderdeel van een drieluik van gebeurtenissen met als titel In search for the miraculous.

Iets minder dan een jaar later worden de resten van de Ocean Wave door een Spaanse vissersboot voor de kust van Ierland aangetroffen. De boot ligt half onder water. De mast is afgebroken en forensisch onderzoek van algaanslag wijst uit dat de boot reeds ongeveer een half jaar in deze toestand moet hebben rondgedobberd. En daardoor kunnen we uitrekenen dat de actieve Zoektocht naar het Wonderbaarlijke ongeveer drie maanden heeft geduurd en Bas Jan Ader dezelfde leeftijd heeft bereikt als de profeet Jezus. Van de kunstenaar/solozeiler zelf ontbreekt elk spoor.

Aan een bewogen, zoekend en onrustig leven is een voortijdig einde gekomen.

Nu Bas Jan Ader (1942 – 1975) onherroepelijk tot icoon van de Nederlandse kunst is uitgegroeid, neemt allengs de behoefte aan biografische informatie toe. En het is behoorlijk verrassend te ontdekken hoezeer de werken van Ader blijken aan te sluiten op en vaak letterlijk te verwijzen naar de verhalen uit die biografie.

Een aangrijpend voorbeeld daarvan is het werk All my clothes, uit 1970: een foto van het dak van Aders huis in Californië waarop de kleren van de kunstenaar in wanorde liggen uitgestald.

Het werk lijkt, gezien zijn ontstaansdatum en de enigszins melige associatie met de kleren van de keizer, te passen binnen de in die jaren dominante stroming van de conceptuele kunst. Als het al zijn kleren zijn, dan moet de kunstenaar immers wel naakt zijn geweest op het moment dat de foto werd gemaakt. Kunst van het soort dus, althans daar heeft het alle schijn van, die met name opwindend lijkt te zijn voor een kleine groep fundamentalistische kunstgelovigen.

Maar biografische informatie kleurt het werk met terugwerkende kracht in. In haar boek van oorlogsherinneringen Een Groninger pastorie in de storm schrijft de moeder van de kunstenaar, Johanna Adriana Appels, hoe ze, na de moord op haar man, op last van de bezetter haar huis moest verlaten. Ze kreeg geen tijd voor het pakken van spullen, en wierp het grootste deel van de kleren uit het raam naar buiten, zodat ze die op een later tijdstip kon ophalen. Het is niet uit te sluiten dat het destijds actuele debat over de staat van de kunst een rol speelde in het ontstaan van dit beeld. Maar dat de kunstenaar met deze foto uit 1970 met name naar de eigen familiehistorie verwijst lijkt nog waarschijnlijker. En dus handelt het werk niet alleen over de filosofische naaktheid van het kunstenaarschap, maar is het tevens een monument voor een alleenstaande oorlogsmoeder.

Wat de verschillende werken binnen het oeuvre van Ader bindt is, behalve deze terugkerende biografie, het weinig spectaculaire van de beelden. De verleiding is groot om ze saai te vinden. Op het messianistische gezicht van de kunstenaar zelf na hebben de werken geen handschrift. Vormgeving is er nauwelijks, of het moet de vormgeving van het weglaten zijn. De camera staat altijd op statief. Je ziet wat je ziet en vaak weet je al bij de titel hoe het gaat aflopen. Enige kennis van het leven en denken van de kunstenaar is noodzakelijk om te kunnen waarderen dat het schaalmodellen zijn van emoties en natuurwetten die zich, dezelfde principes volgend, ook op veel grotere schaal zouden kunnen voltrekken. En gevat in de familiegeschiedenis winnen ze zoals gezegd nog meer aan waarde en worden ze langzaam onweerstaanbaar. Niet zozeer om actief naar te kijken, maar om je te herinneren.

Bas Jan Ader was bij de dood van Dominee Ader tweeënhalf jaar oud. De opgroeiende jongen kende zijn vader dus enkel uit verhalen en uit het opmerkelijke boek van zijn moeder. Zijn vader was derhalve net zo’n icoon als hij zelf later zou worden, en de invloed van diens levensverhaal op de vorming van de opgroeiende Bas Jan is ongetwijfeld groot geweest. Niet alleen als model om te imiteren en voorbij te streven, maar ook als een leven dat voltooid moest worden.

In 1937 geeft de vader aan de moeder te kennen dat hij weg wil. ‘Ver weg.’

‘Waarheen dan?’ vraagt de moeder.

‘Dat weet ik niet. Naar Tsjechoslowakije of zo, maar in ieder geval vér weg.’

Landkaarten worden bestudeerd. En dan weet Dominee Ader het.

‘“Ik wil naar Palestina,” zei hij op een dag tegen me.

“Hoe wil je daar komen?”

“Op de fiets.”

Hij ontvouwde me enthousiast zijn plannen. Ik zag een half jaar voor me van eenzaamheid, maar het was immers prachtig dat hij dat ondernemen durfde – en het zou slagen ook – al zei ook iedereen dat het een “krankzinnige onderneming” was.’

(uit: Een Groninger pastorie in de storm)

Wederom is hier sprake van een verbluffende spiegeling van gebeurtenissen. Ook tekent het de omgeving waarin de kleine kunstenaar opgroeide. Eigenzinnig en gedreven, maar ook met een onwrikbaar geloof in de goede afloop. De zoektocht naar het wonderbaarlijke, dat is het leven zelf. De vader ging de zoon voor. Op de fiets. En zoals het voorbeeld van zijn vader Bas Jan Ader moet hebben geïnspireerd, zo zullen de woorden van zijn moeder hem verder hebben aangemoedigd. ‘Het was immers prachtig dat hij dat ondernemen durfde.’

Behalve door zijn verdwijning op zee is Bas Jan Ader het meest bekend om zijn val-films. Korte zwart-witfilms met steeds hetzelfde onderwerp: de val, en de kunstenaar als lijdend voorwerp. Zelf omschreef hij de films als volgt: ‘Het lichaam van de kunstenaar als zwaartekracht, maakt zich tot meester van zichzelf.’

Maakt zich tot meester van zichzelf, door dat ‘zelf’ los te laten. Een ‘zelf’ dat bij Ader, die zich op jonge leeftijd reeds presenteerde als ‘Dutch Master’, bepaald niet klein zal zijn geweest. Wat de opgave en de strijd natuurlijk alleen maar heroïscher maakte, en waarvoor uiteindelijk alleen de oceaan groot genoeg was om als theater te dienen. We kunnen die serie films dus niet alleen zien als oefeningen in onthechting, maar ook als try-outs voor de grote oversteek, die in feite een trage horizontale val door de tijd was.

Door de huidige verslaggeving van het wereldnieuws zou je bijna het idee krijgen dat het martelaarschap een Arabische uitvinding is, maar niets is natuurlijk minder waar. De copyrights liggen toch eerder in het Westen. Feit is echter dat het martelaarschap daar de laatste honderd jaar los is komen te staan van een religieus vuur en in zekere zin gecultiveerd is: het is geseculariseerd en heeft als voornaamste arena’s nu nog slechts de sport en de kunsten.

De, gezien zijn kleine en visueel weinig spectaculaire oeuvre, verbazingwekkende populariteit van Bas Jan Ader vindt zonder twijfel haar oorsprong in dit elegant gedragen martelaarschap. Hier was iemand bezig met een idee. Over zichzelf en de wereld. En niet alleen hád hij die ideeën – dat is makkelijk zat – hij probeerde er ook naar te leven. En met zijn laatste werk, op zoek naar het wonderbaarlijke, legde hij zijn leven als het ware in handen van dat idee en bracht hij het ultieme offer aan het hegeliaanse ‘ware weten’.

Voortgetrokken door de aderen van de oceaan, de golfstroom, en door de zwaartekracht van het bloed. De fiets van zijn vader achterna.

Bas Jan Ader: Please don’t leave me
Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam
Tot en met 5 november
Gelijknamige oeuvrecatalogus e 38,50
www.boijmans.rotterdam.nl