De zwarte ridder heeft geen zwarte kanten meer

Deze week is in Nederland eindelijk ‘Batman Forever’ te zien. In Amerika is de film al een doorslaand succes. Dat zal hij hier ook worden. Maar wat is er nog over van de ooit zo mysterieuze Zwarte Ridder en zijn Schone Lustknaap? Vertaling Tineke Davids. De auteur is verbonden aan de vakgroep Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam en medewerker van de Frankfurter Rundschau.
DE NIEUWE BATMAN-film geeft ons tal van raadsels op. Slechts een daarvan kan niet worden opgelost. Dat speelt zich voor het witte doek af, onder de toeschouwers. Uit de filmgeschiedenis weten we dat films, ondanks alle investeringen en kostbare reclamecampagnes, kunnen floppen. Maar deze film heeft nu al zo'n honderdzestig miljoen opgebracht. Waarom? Een raadsel voor de ‘Riddler’…

De moderne mythe van Batman had een beter lot verdiend. Batman Forever is matig, soms irritant amusement; de film heeft een regie die zich vastzuigt aan het rubber; een camera die een speelfilm verwart met een videoclip; acteurs die effect willen afdwingen. Ha! Ha! Ha! Blam! Ker-Thack! De angst staat op het gezicht van deze megaproduktie te lezen: geen seconde mogen we ons vervelen. Meer make-up! Vertwijfeld dingen de gimmicks naar onze gunst, jagen de messcherpe dialogen op snel applaus. Alles moeten we te zien krijgen, een kermis van ongelooflijke beelden.
Elke scene wil zichzelf overtreffen. De film schept op, hij beschikt over het nodige geld. Maar hij verleidt ons niet tot de illusie. Het mooiste moment is het einde. Rust, opluchting. Op een gegeven moment wil je alleen nog maar vluchten voor deze Batman.
‘Waarom kun je niet gewoon doodgaan?’ vraagt de Joker aan het eind van de film aan Batman, 'net als andere mensen…’
Okee, de film keert, anders dan eerdere verfilmingen, terug naar zijn oorsprong, het stripverhaal. Maar de prijs daarvoor is hoog. De acteurs spreken in ballonnetjestaal, vooral Batman-speler Val Kilmer, die geen moment uit zijn getekende bestaan probeert te vluchten. Zijn eendimensionale Batman keert terug tot zijn macho-trekjes, law and order, de kaken vast opeengeklemd, uitdrukkingsloosheid als spelprincipe.
Ook Nicole Kidman als criminologisch psychologe dr. Chase Meridian laat het bij haar mooie verpakking en exquise kostuums; het tweetal ontmoet elkaar in het niemandsland van platitudes. Hun erotiek is die van modeshows en modebladen. Dan mis je wel erg haar voorgangsters Kim Basinger en Michelle Pfeiffer, die de amoureuze spanning geloofwaardig wisten te maken.
Zelfs in het geval van de 'Riddler’ (Jim Carrey) krijg je na verloop van tijd een hekel aan zijn toch niet onaardige one-liners: Carrey laat alle ambivalentie varen en speelt deze vijand uit het Batman-panopticum als een dolgedraaide karikatuur. Bij Jack Nicholson was de 'Joker’ een geniale psychopaat, maar Carrey maakt de 'Riddler’ tot een marionet, tot de Berlusconi van een futuristisch tv-imperium. 'Two- Face’ (Tommy Lee Jones) is vooral de prestatie van een visagist; Robin (Chris O'Donnell) is alleen maar een aardige buurjongen. Regisseur Joel Schumacher zuivert de legende van de Zwarte Ridder van alle ambivalenties, terwijl die het verhaal juist interessant maakten.
BATMAN - DE CREATIE van de tekenaar Bob Kane, die destijds negentien was - trad voor het eerst op in Detective Comics nr. 27, mei 1939. In die tijd woonde hij nog op de daken van New York. Het verleden van de mysterieuze strijder tegen de criminaliteit van de nachtzijde bleek een gelukkige greep van zijn bedenker. Kane had zijn zwarte held toegerust met een eenvoudige, maar levenslang werkzame motivatie voor zijn nachtelijke avonturen. De ouders van de tienjarige Bruce zijn voor zijn ogen vermoord. Het getraumatiseerde kind zoekt en vindt in Batman een nieuwe ouderfiguur en ontwikkelt zich tot een vroege Amerikaanse antipode van het geweld in de grote steden.
In die tijd werd de Amerikaanse fantasie overheerst door Batman, Superman en Tarzan. Stalen kabels waren voor Batman de lianen van de grotestadsjungle. In de jaren vijftig werden zijn spectaculaire vliegtochten aangevuld met kinky technologie: stripschrijver Dick Sprang verzon Batplane, Batmarine en Batcave.
Dat deze eenzame nachtelijke held geen Jane, maar alras (sinds Detective Comics nr. 38, april 1940) de wonderknaap Robin aan zijn musculeuze zijde kreeg, opende een doos van Pandora vol dubbelzinnigheden: redder van weduwen en wezen of pedofiele rubberfetisjist? Beide mogelijkheden prikkelden de fantasie van het lezerspubliek. Voor de zeer populaire tv-serie over dit dynamische duo, met Adam West als Batman en Burt Ward als Robin, werd speciaal een vrouwelijke chaperonne ingehuurd om een halt toe te roepen aan het toenemende camp-gehalte van de legende. Dat hielp natuurlijk niet veel, temeer daar Adam West volgens eigen zeggen 'een tikje Oscar Wilde speelde’.
DE DUBBELZINNIG geworden legende van Batman heeft nu haar einde gevonden in de kostbare omhelzing door Hollywood. Juist die ambivalenties en de verontrustende identiteitsproblemen van de donkere ridder hebben de afgelopen jaren tal van tekenaars geinspireerd tot een verkenning van de grenzen van het stripverhaal. Arkham Asylum (1990) van Grant Morrison en Dave McKean was een hoogtepunt van deze ontwikkeling. Batman spookte nog slechts als schim door een zielloze wereld, en het stripverhaal bevrijdde zich uit zijn vierkante plaatjes.
Morrison & McKean borduren in Arkham Asylum verder op de Batman die voor het eerst opdook in Frankie Millers Dark Knight-serie (1986). Miller verdiepte zich in de twijfelachtige, duistere kanten van het nachtwezen Batman, zodat de grenzen met zijn psychopatische antagonist de 'Joker’ steeds meer vervaagden. Vervolgens kwam in 1988 Alan Moore met The Killing Joke, waarin de Joker wordt neergezet als het verwrongen spiegelbeeld van de donkere ridder. Ook de eerste Batman-film onder regie van Tim Burton projecteerde de avonturen van Batman nog als angstdroom over een dolgedraaide, maar in laatste instantie herkenbare wereld: het Amerika van morgen. Bij Burton symboliseerde Gotham City het verval van de grote Amerikaanse steden.
Het enorme belang dat Hollywood bij marketing heeft, maakt nu een eind aan verdere experimenten met de fragiele psyche van onze held. Al bij Arkham Asylum had de uitgever, DC Comics, de krasse toespelingen van de Joker op de seksuele relatie van het dynamische duo geschrapt. Warner Brothers had, zo kon men destijds vernemen, wegens plannen voor verdere Batman-films aangedrongen op onthomoseksualisering van het tweetal.
BATMAN FOREVER toont ons de vleermuisman opnieuw als he-man - wie zou trouwens zin hebben in een analyse van Val Kilmer? Die man is een cowboy. Wonderboy en hij zijn partners en geven elkaar een hand. 'Partner’, zegt Robin. 'Partner’, zegt Batman. Dat is dus duidelijk. Wat rest, bestaat uit halfhartige erotische offertes. De hausse in rubberfetisjisme krijgt haar deel; de semi-feministische en erotische slagvaardigheden van dr. Chase Meridian presenteren weer eens het beeld van de nieuwe vrouw zoals Hollywood zich die voorstelt. Ook op genitaal gebied krijgen onze helden eindelijk de volumineuze ruimte waar ze recht op hebben. 'Big basket’ heet dat in Amerika.
Batman - en dat is geen compliment - ontpopt zich als het alter ego van Superman: hij is ontdaan van zijn duistere kanten, die nog slechts even opduiken als citaat.
Maar dat zal ons niet tegenhouden. We hebben al zoveel over deze film gehoord en gelezen, we zijn het wachten moe, nu willen we hem zien - dan hebben we eindelijk rust. Batman Forever zal zich in het lijstje van de vijf meest geconsumeerde films weten te dringen.