De zwarte roos

AL MEER DAN 460 dagen verkoopt Billal (26) rozen. Sinds 3 januari 1997 om precies te zijn.

‘Ik haat het.’
Hij kijkt ongelukkig.
Dan begint hij hard te giechelen.
'De enige die ik voor de gek houd, ben ikzelf.’
Billal: 'De eerste vier maanden, toen ik net in Nederland was, heb ik ontzettend veel rozen verkocht. Zeven dagen per week. Tot ik op een dag wakker werd en mij een enorme gêne overviel. Ik schaamde me. Ik verkocht rozen! Ik viel mensen lastig, drong mijn rozen op. Riep: foto, foto.’
BILLAL HEEFT de afgelopen feestdagen veel verdiend. Koninginnedag was zijn topdag. Goudgeld is die dag waard. 'Dan verkoop ik polaroidfoto’s. De hele dag zijn de mensen vrolijk. Dan willen ze een leuke foto van elkaar. Als ik een paar duizend gulden bij elkaar heb, kan ik een boel geld naar huis sturen.’
Thuis is Bangladesh. Meer dan zes jaar is Billal nu van huis. Voor zijn twintigste heeft hij zijn moederland verlaten.
'Ik was daar no good’, zegt hij. 'Op school liep ik rond met een gun. Als iemand kwaad op mij was, plantte ik het ijzer tegen zijn hoofd en vroeg dreigend: “Wat wil je nou, joh?” Mijn leraren gaven me geld als ik niet meer in hun klas kwam. Op straat scharrelde ik met allerlei deals geld bij elkaar. Tot ik hoorde dat de politie thuis een inval zou doen. Halsoverkop ben ik door de achterdeur naar Thailand vertrokken.’
Het geld dat hij vanuit Nederland naar zijn moeder stuurt, is voor haarzelf en voor zijn drie studerende broertjes. Niet voor zijn zussen. Die zijn getrouwd en voorzien in hun eigen onderhoud. Per maand ontvangt zijn moeder driehonderd gulden. Driehonderd van de twaalfhonderd.
Billal rekent het voor. Driehonderd gulden voor huur. Tweehonderd voor eten. Driehonderd voor Bangladesh. En vierhonderd gulden voor het abonnement van zijn Pocketline Swing. 'Die heb ik nodig, want ik wil uit de business stappen. Met mijn mobiele telefoon vermoeden mensen nooit dat ik illegaal ben.’
ZIJN WANG is dik. Vorige week werden zijn verstandskiezen getrokken. Gezondheid is een bron van zorgen voor veel rozenverkopers. Illegaal zijn betekent geen ziektekostenverzekering hebben. 'Ik heb de verzekeringskaart van een vriend geleend. Toen had de tandarts geen probleem om me te behandelen.’
Het litteken op zijn gezicht heeft daar niets mee te maken. Op nieuwjaarsdag werd hij geraakt door een vuurpijl. De helft van zijn gezicht lag open. Een politieagent die hem kende bracht hem naar de(GG&GD. 'Daar heeft de dokter mijn gezicht mooi verpakt. No problem anymore.’
De Escade-roos die Billal verkoopt, geurt niet. 'Hij ruikt niet sterk, maar toch, er is geen betere’, verzekert Billal alsof hij een wasmiddel aanprijst. 'De Escade blijft twee weken goed. Zonder probleem. Die geparfumeerde rozen zijn binnen drie dagen verlept.’
Hij kijkt wat slaapdronken uit zijn ogen. Eén uur geleden is hij opgestaan. Een ontregeld ritme als gevolg van zijn 'nachtdiensten’. Vier uur ’s ochtends naar bed, één uur ’s middags weer uit de veren. Eens per week doet hij inkopen op de Albert Cuypmarkt. Daar bewaart de bloemenman achterom de voorraad voor de rozenverkopers van Amsterdam.
HET IS RUSTIG op de markt. De uit de kluiten gewassen bloemenman begroet hem hartelijk. Billal wijst bewonderend naar zijn collega-verkoper uit Haarlem. 'Hij is heel erg goed’, zegt hij zachtjes. 'Voor het paasweekeinde heeft hij wel vijfhonderd rozen ingekocht. Hij is de enige in Haarlem.’
De bossen voor Billal liggen al klaar. Tweehonderd rode en gele rozen. De grote bossen worden in een papiertje van zoete pastelkleuren verpakt. Vervolgens verdwijnen de liefdesbloemen in een vuilniszak. Onder de arm mee naar Amsterdam-Oost.
RAHMAN IS net wakker geworden als we het huis binnenlopen waar Billal en hij wonen. Rahman is ook rozenverkoper. Groen fluwelen bank, betegelde eikenhouten salontafel, jutebehang. Zo te zien verhuurt de huisbaas de etage net zo lang onder als het meubilair. Her en der liggen kleren en handdoeken. Aan de muren hangen kitsch-kalenders waarop de islamitische feestdagen in het groot staan ingetekend.
'Je ziet wel dat er geen vrouw in huis is, hè?’ verontschuldigt Billal zich. Rahman zet CNN op. 'Goed voor het Engels.’ Dan vraagt hij: 'Je bent toch niet én van de politie én journalist?’ Als hij gerustgesteld is, gaat hij thee zetten. Ondertussen vertelt hij over zijn belevenissen als fabrieksmedewerker in Saoedi-Arabië. Daar was alles goed geregeld. Onderdak, voedsel en weinig mogelijkheden om het geld uit te geven. Nederland is duur, maar heeft lekker bier.
Met enige zelfspot vertelt Billal hoe hij via Thailand, Maleisië en Turkije in andere Europese landen is terechtgekomen. In een vrachtwagen vol schapen is hij uiteindelijk Italië binnengesmokkeld. Van daaruit heeft hij ongestoord de trein kunnen nemen naar Frankrijk en Nederland. 'Ik had het goed uitgekiend. Het was oudjaarsdag. Weinig controles. In Amsterdam woonde een Bengaalse kennis. Via hem ben ik in de bloemenbusiness terechtgekomen. Eerst twee weken meegelopen, toen kon ik zelfstandig aan de slag.’
Onder het aanrecht staan de bossen rozen van Rahman in een fritessausemmer. Die van Billal staan in de woonkamer naast een vlekkerige matras. Tussen de slokken mierzoete thee door prepareert Billal zijn rozen. In één beweging trekt hij met een scherp klemtangetje de bladeren en de doorns van de steel af. Dan wordt de bloem in stevig plastic gerold en met een plakbandje afgewerkt. In twee uur is het werk gedaan.
'HE, DIRK. ROZEN!’ Het café aan het Oudekerksplein begint net te leven. De stamgasten kennen Billal. 'Je bent laat. Kijk, ik heb al een roos’, zegt Dirk, terwijl hij zijn broek naar beneden trekt. Achter het elastiek van zijn boxershort komt de bloem te voorschijn. Bij de buren bestaat evenmin belangstelling voor Billals koopwaar. Niet getreurd. De nacht is nog lang.
OM TIEN UUR ’s avonds begint Billal met zijn ronde door de Rosse Buurt. Vandaag is hij van plan tot zes uur in de ochtend door te werken. Minstens tweehonderd gulden heeft de Bengaal zich ten doel gesteld. Na twee uur, dat zijn twee rondes, heeft hij al honderd gulden. 'Best goed, want de beste tijd ligt tussen twaalf en drie. Mensen hebben dan lekker gegeten, gedronken, worden verliefd en lachen veel.’
Red Light Bar. Een groep kortgeschoren Britten hangt wezenloos rond de tafel als Billal voorstelt een groepsfoto te maken. 'Britten zijn meestal erg vervelend en willen achteraf nooit betalen’, fluistert hij. Allemaal een gulden meebetalen voor de foto. Daar moet over nagedacht worden. Intussen kiekt Billal drie stonede Duitsers. Dan gaan de Britten overstag. De groep stapelt zich op in de hasjwalmen en pakt de bierpullen om luidkeels te proosten. Algauw is de aanwezigheid van de rozenverkoper verdrongen door een nieuwe joint.
'Mijn privilege’, gebaart Billal trots naar het café. Kroegbaas Ron vertelt dat alleen Billal in zijn bar mag verkopen. 'Hij is aardig. En niet opdringerig. Nee is nee bij hem. Als ik alle andere verkopers binnen laat komen, wisselen ze elkaar om de vijf minuten af. Dat is erg irritant voor de klanten.’
'Yo, how’s business today? And how are you, my hamburgerfriend?’ klinkt het over de bar heen. Kroeg in, kroeg uit. Hier en daar een roos, soms een foto. Billal slaat ook een heleboel cafés over. 'Ik ga alleen binnen waar ze aardig voor me zijn. Waar ze me met respect behandelen. Soms, als het vol is, doe ik wel alsof mijn neus bloedt en probeer ik het toch.’
Op de stoep van een kroeg in de Warmoesstraat staat een meisje te telefoneren. Een trendy jongen met geblondeerd haar houdt de deur uitnodigend open. Hij grinnikt. Als Billal aanstalten maakt om binnen te gaan, pakt het meisje hem bij zijn mouw vast. 'Ga niet naar binnen. Als je dat doet, breken ze al je rozen. Or worse.’
'Het kan erger’, zegt Billal terwijl hij in de drukke leegte van de Wallen staart.
Vierendertig barren later schalt 'Nobody’s Wife’ van Anouk uit een café naar buiten als Billal op een groep corpsballen stuit. Een grote lummel in tweedelig donkerblauw bralt: 'Haha, you missed the train, sukkel. Too late.’ Een blonde meid in gestreepte trui trekt ondertussen Billals pet van zijn hoofd. Zodra de rozenverkoper zich omdraait, klinkt een triomfantelijk gejuich: 'Eén-nul, Jan-Jaap.’
ZIJN EERGEVOEL speelt hem parten, Maar 'door goede klanten houd ik het vol’. Met goed doelt Billal niet zozeer op het geldelijk gewin alswel op de manier waarop hij benaderd wordt.
We zitten op de brug aan de Oudezijds Achterburgwal. 'Hé Billal! How’s life?’ Een bevriende Surinamer, met een klein paardestaartje en behangen met goud, stopt om een sigaret met hem te roken. Na de peuk stopt hij dertig gulden in Billals handen. 'Hij zorgt ervoor dat mijn meisjes niets tekortkomen’, lacht de man. Billal: 'Hij is een van de beste klanten. Hij bezit meerdere cafés en restaurants op de Wallen. Altijd als ik hem met een meisje zie, geef ik haar een witte of gele roos. Na een week vraagt hij me hoeveel hij me schuldig is. Yes’, giechelt Billal, 'thirty guilders for nothing today!’
Het flessenrek van de Thai Saow bar hangt vol polaroidfoto’s die Billal in zijn carrière heeft gemaakt. De eigenares in doorzichtige jurk en zwart-witgestreepte hot pants koopt altijd rozen voor haar mooie meisjes. Of liever gezegd jongens. De omgebouwde animeermeisjes in oranje bustehouders en strakke mini-jurkjes in panterprint dansen uitdagend rond de bar. Zij krijgen rozen, Billal gratis drankjes.
In een toeristencafé zit een dikke Fransoos met drie dames aan een tafeltje. Hij vraagt in het Frans wat een foto en een roos kosten. Billal verstaat hem niet. Hij steekt tweeënhalve vinger op en wijst naar de roos. Een rijksdaalder. Hij legt zijn bos rozen neer en gebaart met twee handen dat een foto tien gulden kost. De klant schudt zijn hoofd en koopt drie rozen. Nederlands spreekt Billal 'ien klain bietje’. 'Ik zoek nog een leuke lerares. Ik spreek Urdu, Maleis, Thais, Indiase en Bengaalse dialecten, Turks, Grieks en Engels. Meer is niet nodig. Ik red me wel.’
Achter de roodverlichte ramen kronkelen schaars geklede dames zich in verlokkende poses. Talloze toeristen staren zo gebiologeerd naar de vensterdames dat ze tegen elkaar opbotsen. Billal giechelt. Van sommige dames is hij bijzonder gecharmeerd. Bij die ramen klopt de rozenverkoper aan. Een strakke blonde meid in een lichtgevend groene bikini doet open. Ze praten wat. Hij geeft haar een roos. 'Onderdeel van mijn tactiek’, zegt hij. 'Als ik caféhouders en meisjes rozen cadeau geef, kunnen ze me de volgende ronde moeilijk weigeren.’
BILLAL IS EEN VAN de tientallen rozenverkopers in Amsterdam. Illegaal, maar de politie kijkt de andere kant op. De woordvoerder van de politie Amsterdam-Amstelland: 'Rozenverkopers? Wat is daar dan mee? Zijn die illegaal of zo? Daar houden we ons niet zo mee bezig. Ze doen toch niemand kwaad? Wij pakken de mannen hooguit op in een routinecontrole. We hebben wel belangrijker zaken aan ons hoofd.’
Zeker vier rondes doet Billal op een avond. 'Als ik vanavond tijd over heb, dan doe ik het Rembrandtplein er nog bij.’ Hij heeft wat in te halen. Vorige week werd hij opgepakt door de politie. Zijn rozen, camera en het geld in beslag genomen. De vijf gulden en dertig cent die overbleef was nauwelijks genoeg om een pakje sigaretten te kopen. 'Ze kunnen ons niets maken. Hooguit een dag of wat vasthouden. Het geld om ons op het vliegtuig terug te zetten, is er niet.’