Macht en misbruik in de kerk

De zwijgende orde

De geestelijken die kinderen misbruikten waren geen ‘noodhomo’s’ maar machtswellustelingen. Uit onderzoek blijkt dat gebrek aan openheid en verantwoordingsplicht tot het wezen van de roomse kerk behoort.

Medium aart   sexueel misbruik

Als een Roman wave rollen de onthullingen omtrent seksueel misbruik door rooms-katholieke geestelijken in de jaren vijftig en zestig momenteel over Europa. Vanuit Ierland spoelde de golf met enige vertraging door Groot-Brittannië, België en Nederland en bereikte onlangs Duitsland. Daar wierp, anders dan in Nederland, de staat zijn volle gewicht in de strijd. In Beieren keerde de politie een hele Benedictijner kloosterschool ondersteboven op zoek naar kinderporno en bewijsmateriaal van seksueel misbruik.
Volgens advocaat Thomas Pfister die er in opdracht van de kerk onderzoek naar doet, zouden maar liefst tien paters inclusief de rector honderden leerlingen hebben mishandeld, een situatie die kon voortduren dankzij de ‘zwijgcultuur’ in de Benedictijner gemeenschap. Ook bij de Domspatzen, het beroemde jongenskoor van de abdij van Regensburg, was het in de jaren vijftig raak. Ten minste twee zangmeesters kregen bij Mit Verlangen/ Drück ich deine zarten Wangen (Bwv 201) visioenen in de verkeerde leeftijdscategorie (en van de verkeerde lichaamsdelen) en maakten daar zodanig werk van dat zij gevangenisstraf opliepen.
Pikant detail is dat Georg Ratzinger, broer van de huidige paus, het jongenskoor in de jaren zestig leidde. Ratzinger zegt al die tijd van niets te hebben geweten. Wie ook veel te lang van niets wist is de inmiddels 65-jarige Manfred van Hove, een van de slachtoffers, die pas afgelopen weekeinde uit de krant vernam dat zijn verkrachter in 1958 was opgepakt en twee jaar had moeten brommen. Van Hove viel helemaal van zijn stoel toen hij las dat deze monnik na zijn celstraf weer als leraar aan het werk was gezet, ditmaal in een meisjeskloosterschool in Zwitserland. De achterliggende gedachte was dat hij zich uit homoseksuele neiging had vergrepen aan jongens en dat meisjes veilig voor hem zouden zijn. Van Hove kan getuigen dat de man in de eerste plaats een machtswellusteling was voor wie geen enkel kind veilig was. 'Hij had een rozige dikke varkenskop en stonk naar sigaren’, aldus Van Hove, 'en hij hield er een hele harem op na van jongens die hij misbruikte.’
Het wekt geen vertrouwen dat de huidige leiding van het koor berust bij de bisschop van Regensburg, Gerhard Ludwig Müller. Nadat een priester in zijn bisdom was aangehouden wegens onzedelijk betasten van jongens had Müller de man elders opnieuw laten aanstellen, waarna hij een tienjarig misdienaartje verkrachtte. De rechtbankpresident die de priester veroordeelde, sprak harde woorden aan het adres van de bisschop: hij had een pedofiele priester 'in een verleidingssituatie gebracht, net alsof je een wegens fraude veroordeelde man weer bij een bank aanstelt’.

Ook bij onze oosterburen wordt gespeculeerd over oorzaken en gevolgen, over de frequentie van het misbruik, het toedekken van affaires door kerk en overheid en de vraag of het celibaat niet vanzelfsprekend 'gezonde’ mannen tot 'noodhomo’s’ maakt. Waren klooster en priesterroeping destijds niet min of meer een toevlucht voor homoseksuelen die hun verlangens nergens anders kwijt konden? Wordt de katholieke kerk momenteel aangeklaagd voor praktijken die altijd en overal voorkomen waar volwassenen macht over kinderen hebben? En worden de gevolgen van het misbruik niet schromelijk overdreven door advocaten, therapeuten, verslaggevers en andere representanten van de hedendaagse slachtoffer- en traumacultuur?
Veel van die vragen zijn voor ons nieuw, maar in twee landen zijn ze tamelijk grondig uitgespit: Ierland en de Verenigde Staten. In het rooms-katholieke Ierland was de staatstelevisie in 2002 de brenger van het slechte nieuws, als je tenminste van 'nieuws’ mag spreken bij praktijken waarvan twee op de drie Ieren naar eigen zeggen altijd al op de hoogte zijn geweest. Het programma Cardinal Secrets noemde voor het eerst man en paard. Omdat de kerkelijke autoriteiten geen aanstalten maakten om de Augiasstal uit te ruimen en omdat ook de politie betrokken bleek bij het toedekken van gevallen van misbruik stelde de Ierse overheid een onafhankelijke onderzoekscommissie in onder leiding van een rechter, Yvonne Murphy.
De toonzetting van het Murphy-rapport, integraal te lezen op de site van het Ierse ministerie van Justitie, is genadeloos: 'Tot in de jaren negentig gold de voornaamste zorg van het aartsbisdom Dublin het bewaren van de geheimhouding, het vermijden van schandalen, de bescherming van de reputatie van de Kerk en het behoud van haar bezittingen. Alle andere overwegingen, ook het welzijn van kinderen en gerechtigheid voor de slachtoffers, werden hieraan ondergeschikt gemaakt. Het aartsbisdom paste de eigen canonieke wetten niet toe en deed zijn best om elke toepassing van de wetten van de staat Ierland te dwarsbomen.’
Alleen al de kerk zelf beschikte over zestigduizend geheime dossiers van misbruikzaken. Vijftienduizend Ieren claimen momenteel recht op schadevergoeding. De conclusie dat het misbruik binnen de Ierse katholieke kerk een 'systematisch’ en 'obsessief’ karakter had, wordt volledig door de feiten gerechtvaardigd.
Die stelling werd ondersteund door een ander overheidsrapport over wantoestanden in Ierse kindertehuizen. De opdracht van die tweede onderzoekscommissie was niet beperkt tot de katholieke tehuizen, maar concentreerde zich gaandeweg wel daarop omdat het merendeel van de klachten ging over de tehuizen van de negentien Ierse kloosterorden. Het excuus dat misbruik evengoed voorkwam in niet-katholieke kring ging daar dus niet op. Het was inzonderheid bij de roomsen ingebed in een cultuur van onderdrukking en miskenning van het kind. Voor veel jongens en meisjes stond een verblijf in een tehuis van de Zusters van Liefde of de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis gelijk aan 'slavernij’, stelde het rapport onomwonden.

De roep om strafvervolging werd luider, twee Ierse bisschoppen ruimden het veld en er loopt een reeks straf- en civiele zaken. De vraag waarom dat niet eerder is gebeurd, wordt in de rapporten min of meer eenduidig beantwoord: dat was het gevolg van de ongecontroleerde macht van de kerk. Ierland was totaal verzuild met dien verstande dat de katholieke zuil de enige was. Aangezien deze was vergroeid met het staatsapparaat kon de overheid pas laat worden bewogen tot ingrijpen.
Een belangrijke reden waarom de schandalen in Ierland tot uitbarsting kwamen is gelegen in de oude en nauwe (familie)banden tussen katholieke Ieren en Amerikanen, zegt een woordvoerster van de Ierse steungroep voor slachtoffers One in Four vanuit Dublin: 'De Amerikaanse katholieken gingen ons voor; dankzij hen zagen we dat het mogelijk was de stilte, de macht van de kerk en het taboe op het aan de orde stellen van misbruik te doorbreken.’ De eerste grote onthullingen omtrent wangedrag van de Amerikaanse clerus dateren al uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. De stroom kwam goed op gang toen de krant The Boston Globe indringend berichtte over zedenzaken tegen roomse geestelijken. De Amerikaanse kerk werd veel harder aangepakt dan de Ierse omdat het katholicisme in de VS een minderheidsgodsdienst is. De Amerikaanse bisschoppen besloten op hun beurt tot een voorwaartse verdediging in de beste traditie van het footballteam van de katholieke universiteit Notre Dame (niet toevallig bijgenaamd 'The Fighting Irish’). Zij stelden zelf een groep onafhankelijke deskundigen aan om de kwestie tot op de bodem uit te zoeken, hetgeen tot veler verbazing inderdaad geschiedde.
Het zogenoemde John Jay Report is het meest gedetailleerde overzicht tot nog toe van seksueel misbruik en verwante wantoestanden binnen een nationale kerk. Het is een criminologische en victimologische Fundgrube omdat het meer dan tienduizend gedocumenteerde gevallen zorgvuldig uiteenrafelt en kwantificeert. Het misbruik binnen de Amerikaanse kerk bleek in een aantal opzichten af te wijken van 'normaal’ misbruik van minderjarigen. Veruit de meeste daders waren bijvoorbeeld niet zelf in hun jeugd misbruikt, een afwijking van een berucht patroon bij kindermisbruik. Dat duidt erop dat de kerkelijke omgeving en niet de biografie van de daders het gedrag in de hand werkt.
Verder bleek dat het misbruik in veel gevallen bestond uit seksuele handelingen met pubers en jongvolwassenen die niet neerkwamen op verkrachting maar eerder op verleiding. Niet zelden toonde de sociale omgeving van het 'slachtoffer’ zich geschokter over de feiten dan de betrokkene zelf, voornamelijk vanwege het homoseksuele gehalte van de handelingen en niet om hun seksuele gehalte tout court. Hier wreekte zich het taboe op homoseksualiteit dat mede dankzij de katholieke kerk nog altijd sterk is bij grote delen van middle America.
Uiteindelijk wijst het Amerikaanse rapport dezelfde hoofdoorzaak aan. Gebrek aan openheid en verantwoordingsplicht behoren tot het wezen van de roomse kerk. Niet het celibaat predisponeert de geestelijke tot misbruik, maar zijn oneigenlijke en ongecontroleerde machtspositie.
Het wekt weinig verbazing dat de top van de hiërarchie blijft volhouden dat haar niets te verwijten valt. Paus Benedictus XXII was als kardinaal tientallen jaren medeverantwoordelijk voor het beleid in deze, maar hij lijkt het zich niet aan te trekken. Tijdens een werkbezoek aan Ierland in februari, gewijd aan de misbruikkwestie, weigerde hij een van de grootste boosdoeners, bisschop Martin Drennan van Galway, te ontslaan. Tot woede van de Ierse slachtoffers kreeg hij het zelfs niet over zijn lippen te erkennen dat de moederkerk in deze had gedwaald.

Beeld: Simanca Osmani