Dead Man Walking

Theatercollectief Tijdelijke Samenscholing maakt een drieluik over oorsprongen en bronnen. Hún bronnen. Grondstof voor de projecten is de mix van maatschappelijke en esthetische invloeden, het artistieke dna van de makers.

Medium toneel

Voor Carole van Ditzhuyzen, Michiel Bakker en Stan Vreeken zijn dat respectievelijk: Afrika, politiek en blues. Na Ouagadougou en Marcus Bakker komt nu de blues van Vreeken aan bod. Ze zijn ervoor naar New Orleans gereisd. De bijnaam van die stad, The Big Easy, is de titel van de voorstelling geworden. Ze ging zaterdag in première onder de Van Brienenoordbrug tijdens de Rotterdamse Operadagen. In juni staat The Big Easy uitgebreid op Terschelling op Oerol.

De locatie is al meteen niet te geloven. Links de rivier en de grommende stad, boven ons een brullend verkeersgevaarte, voor en achter de drassige oevers, rechts zo’n schattige dorpse pukkel die aan iedere wereldstad vastkleeft. De plek oogt en ruikt als een kolonie van stadsnomaden: vuurtonnen, mensen in dekens, etensgeuren, twee tribunes tegenover elkaar, carnavalslicht. We mogen pas gaan zitten als de musici en performers zijn begonnen – een magisch moment is dat, follow the music. De voorstelling is geconstrueerd uit twee ingrediënten: zeven songs, en een stapel observaties en ontmoetingen. Alles lijkt bij elkaar te worden gehouden door een anekdote, waarop wordt in- en uitgezoomd en die telkens terugkeert – het zou een moord in een kroeg kunnen zijn, vlak na sluitingstijd: wie waren erbij, waar komen ze vandaan, hebben ze nog toekomst? Over de hele happening heen ligt het wurgend pantser van orkaan Katrina, augustus 2005, al weer tien jaar geleden, 1800 doden.

De songs van Stan Vreeken met titels als The Big Hunger, Closing Time en Devil Man zijn gebeeldhouwde nummers, zeven zuilen waarop The Big Easy rust en kreunt en schalt. Vreeken is een leadzanger die zijn middelen zorgvuldig kiest, geen flauwekul, recht voor zijn raap, hij zingt zijn hart uit zijn lijf zonder imponeer-performance of tsjongejonge-dictie. Maar áls hij uithaalt, word je als luisteraar ruig door de modder getrokken. Hij heeft een gouden span van musici om zich heen. De twee acteurs zorgen voor de couleur locale, ze vertellen verhalen met steeds een tergend ‘waar of gelogen’ eraan vast, (toneel is gelogen waarheid), er komen portretten voorbij van inwoners van New Orleans, we zijn getuige van rituelen die ze meemaakten, jamsessies waarin ze zich onderdompelden.

The Big Easy is een rauwe voorstelling in de beste betekenis van dat woord. Je gaat ervan rillen. En je wilt steeds meer. De kou kruipt in je lijf. Zij daar, tussen ons in, ze verwarmen onze bloedbanen met muziek die gaat tintelen als de afdronk van heftig vuurwater. De finale is een keelsnoerend goeie vertelling over een ritueel in een rodeo-arena. Daarna loopt de voorstelling letterlijk bij ons weg, onderweg naar een galm van eeuwigheid. Dead Man Walking. In de bus terug naar de binnenstad zeggen we rillend en stamelend tegen elkaar dat we iets ongelofelijks hebben meegemaakt.

The Big Easy, t/m 28 mei op de Rotterdamse Operadagen; van 12 t/m 21 juni op Oerol, Terschelling, Parkeerplaats Formerum aan Zee


Beeld: The Big Easy (NCRV)