Sylvain Ephimenco

Debat

En dan eindelijk was er het debat. Rob Oudkerk tegenover Pim Fortuyn maandagavond bij Den Haag vandaag. Ik moet zeggen dat ik daar heel lang op heb zitten wachten, omdat ik er vast van overtuigd was dat alleen in een rechtstreekse confrontatie de professor uit Rotterdam definitief door de mand kon vallen. Dat zijn reputatie als debater en intellectueel nogal overtrokken was. Tot maandagavond hadden we in tal van shows en oppervlakkige tv-programma’s vooral de diva Fortuyn mogen bezichtigen. De man die het geloof in eigen kunnen tot ongekende hoogten kan opstuwen, wat steevast resulteert in minachting voor zijn tegenstanders, arrogantie en grootheidswaan. Misschien even leuk als spektakel, maar op den duur zeer ergerlijk. Ik zit ook niet bepaald te wachten op de onthullingen van Pim over de smaak van het sperma van zijn one night stand-jes. De keus voor Rob Oudkerk als opponent was ook interessant. Niet dat Oudkerk een hoogvliegende intellectueel zou zijn, maar zijn imago van doener met grote mond die het populisme af en toe niet schuwt, maakte van hem een ideale tegenstander. Het type dat zijn voorliefde voor het medium televisie niet verbergt en die ook niet zomaar over zich heen laat lopen.

Na amper vijf minuten zat ik in mijn ogen te vrijwen. Zelden iemand zo als een nachtkaars uit zien gaan als Oudkerk tegenover Fortuyn. Als kijker werd ik zo door de tragiek van het schouwspel gegrepen dat ik in het scherm had willen kruipen om Rob te hulp te schieten. Zelden ook een politicus met zoveel gedrevenheid en authenticiteit zien optreden als Fortuyn die avond. Was dit gespeeld of hadden we hier te maken met de echte Fortuyn, ontdaan van al zijn kwalijke kanten? Niet dat de oplossingen die hij aanreikt de genialiteit benaderen. Integendeel. Maar de man is er onmiskenbaar zeer bedreven in om problemen haarscherp te omschrijven en de zwaktes in het discours van zijn tegenstander bloot te leggen.

Wellicht heeft Fortuyn geleerd van zijn zelfoverschatting, die hem de laatste weken aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Tegenover hem leek Oudkerk gereduceerd tot een nietig clichémannetje met als enige wapen het zweet dat in zijn handen stond. Het was ook niet verstandig van hem om terug te vallen op de versleten partijretoriek. Om te verkondigen dat de economische bloei van de laatste jaren, met name in de grote steden, te danken was aan de immigratie. En toen Fortuyn opmerkte dat zowel in Rotterdam als in Amsterdam de PvdA een electorale neergaande lijn vertoonde, verloor Oudkerk zijn verstand. Hij maakte zijn opponent uit voor leugenaar die met cijfers goochelde. Pathetisch. Er moet op dat moment een daverend lachsalvo door het hele land hebben geklonken.

De volgende dag raadpleegde ik de kijkcijfers en constateerde dat Den Haag vandaag een van zijn hoogste scores van de laatste maanden had gehaald. Met 7.4 was de waardering meer dan uitzonderlijk voor een dergelijk programma. Ik vrees voor Oudkerk dat in de ogen van de kijkers zijn aandeel hierin minimaal is geweest.

De prestatie van Fortuyn geeft een nieuwe wending aan het tradi tioneel kleurloze Nederlandse politieke debat. Van dodelijk consensusgericht naar confronterend en bij vlagen verhelderend. Mijn vertrouwen in de Rotterdamse divaprofessor is hiermee geen seconde toegenomen. Ik vermoed dat zijn megalomane karakter, dat hem regelmatig dwingt tot wereldvreemde, zoniet extremistische uitspraken - Schengen-akkoord opzeggen, niet één moslim meer het land binnenlaten - zich opnieuw zal manifesteren zodra Fortuyn de periferie van de macht nadert. Maar zolang zijn rol zich beperkt tot het politieke debat ga ik er met grote belangstelling voor zitten. Het wachten is nu op waardige opponenten, zwaargewichten die de directe confrontatie niet schuwen.