Mariken Jongman,Rits en Dirk Weber, Kies mij

Debuterende bruggenbouwers

Mariken Jongman

Rits

Lemniscaat, 213 blz., e 14,95

Dirk Weber

Kies mij

Illustraties Jan Jutte

Querido, 155 blz., e 13,50

Het aantal debuten in kinderboekenland groeit ieder seizoen. Maar het schrij ven van een goed kinderboek vergt kunde. Woordkeus, beeld, plot, spanning, moraal en humor moeten harmoniëren en tegelijkertijd verrassen zonder te verwarren. Hierin slagen slechts enkele debutanten. Zoals Mariken Jongman en Dirk Weber. Hun eerstelingen Rits en Kies mij hebben een zuivere en oorspronkelijke toon, ondanks het onoorspronkelijke uitgangspunt waarvoor Jongman en Weber kozen: het ontheemde kind.

Jongmans dertienjarige Rits – voluit Maurits – moet zijn zomervakantie noodgedwongen bij zijn arbeidsongeschikte, bier drinkende, op de bank wonende oom Corry doorbrengen, omdat zijn gescheiden ouders afwezig zijn. Al lezend in Rits’ droogkomische, in spreektaal opgetekende dagboek vol doeltreffende zelfverzonnen woorden ontdek je dat vader met zijn vriendin de wereld rondreist omdat hij zichzelf kwijt is («Hoe kun je jezelf nu kwijt zijn», schrijft Rits. «En waar ben je dan, terwijl je jezelf kwijt bent? Ergens in India? In Memphis? Moet je daar dan per se heen omdat je daar wél bent?») en dat moeder overspannen in «een soort inrichtingsinstelling» verblijft. Rits overleeft door de vriendschap die hij met Rietje en haar familie sluit, zijn ondernemingszin – hij wil leren koken omdat hij bij oom Corry rotzooi te eten krijgt –, zijn video camera waarmee hij een film maakt en zijn «schrijfboek» waarvoor hij zich enigszins schaamt: «Het is geen dagboek, het is een gewoon schrijfboek, ik schrijf dingen op precies zo als ze zijn gebeurd.»

Net als Rits vertelt ook Webers elf jarige Fien (Josefien) in Kies mij, iets minder droogkomisch maar even ont wapenend en ook in dagboekstijl, over haar lotgevallen. Fien woonde, na dat haar ouders waren verongelukt, tot haar negende bij Oma. Maar sinds Oma’s dood woont ze in «een kinderasiel» met de welluidende naam JIN. «JIN staat voor Jongedames In Nood. Ik dacht altijd dat de Nood was dat je bij JIN moest wonen, maar hier denken ze dat ze ons úít de Nood gehaald hebben.» Fien is een dromertje, hoopt op reddende pleegouders en overleeft dankzij haar tekentalent. «Ik teken van alles, maar het liefst mensen. <…> Ik teken omdat ik het graag doe, voor mezelf.» Deze omlijnde, verhalende, licht naïeve tekeningen die herkenbaar van Jan Jutte zijn, vormen het bijzondere begin van de hoofdstukken en vullen Fiens wederwaardigheden treffend aan.

Rits en Fien hebben grote zorgen, maar deze zijn niet sfeerbepalend. De kinderen zijn, godzijdank, niet zielig. «Ik heb niet zoveel zin om daarmee bezig te zijn», vertelt Rits. En Fien schrijft na aankomst in JIN: «Na een tijdje stopte ik met huilen. Het hielp toch niet en ik weet zeker dat Oma het onzin had gevonden.»

Neemt niet weg dat Rits en Fien natuurlijk naar geborgenheid verlangen en verdriet hebben. Maar Jongman en Weber mijden, heel verfrissend, gewroet in de psyche. De ziels toestand van Rits en Fien is een gegeven. Dáár verspillen Jongman en Weber hun schrijftalenten niet aan en ze voorkomen aldus gekunstelde navel staarderij en literaire dweperij met eenzaamheid. In Rits en Kies mij creëren Jongman en Weber twee geloofwaardige kinderen die zich aan hun omstandigheden aanpassen (kin deren eigen) en er het beste van maken. Rits en Fien zoeken gericht naar oplossingen en handelen daarnaar. Hun oplossingsgerichte, kordate houding voorziet de verhalen van actie en levendige beelden waardoor het onuitgesproken verdriet evengoed wel voelbaar wordt.

Als Rits bijvoorbeeld met Rietje naar de sterren kijkt en zich realiseert dat sommige niet meer bestaan, denkt hij aan de afwezigheid van zijn vader en de ansichtkaarten die vader sporadisch stuurt. «Die waren ook heel lang onderweg voor ze hier kwamen. Misschien was hij ’ vader’ allang weer ergens anders, ondertussen. Misschien bestond hij wel niet eens meer.» En het commentaar onder Fiens eerste tekening in Kies mij luidt veelzeggend: «Oma is jarig en daarom hebben we gebakjes. Naast me zitten mijn vader en moeder. Ik heb ze nagetekend van een foto <…> Ik geloof niet dat Oma weet dat ze er zijn, want ze heeft geen gebakjes voor ze neergezet.»

Het voelbare verdriet wordt draaglijk gemaakt door twee originele, onalledaagse volwassen boekpersonages, oom Corry (Rits) en Wuf (Kies mij). Zij zorgen voor respectievelijk humor en hoop.

Wanneer Rits besluit dat Corry aan de vrouw moet omdat er toch iemand gezond voor Corry moet koken als Rits weer thuis is, leidt dit tot een blind date, hilarische situaties en een heerlijke, cabareteske karakterschets van de volkse Corry. En de zonderlinge eigenzinnige Wuf met haar drogerij en «hondenuitlaatclub» ontdekt Fiens tekentalent en geeft haar levenslust. Op haar heeft Fien haar hoop gevestigd. Door haar droomt Fien ervan JIN te verlaten en afscheid te nemen van de «snotgroene muren».

«Veel mensen zijn eenzaam omdat zij muren bouwen in plaats van bruggen», heeft ooit een onbekende wijze gezegd. Vermoedelijk de reden waarom veel schrijvers «muren» van ellende rondom hun karakters metselen. Jongman en Weber echter geven hun personages volop ruimte en de mogelijkheid bruggen te bouwen. Dat doen zij overtuigend, doeltreffend en met gevoel voor stijl.