Groen

Decor

Onlangs werd de roman Victorie van Coen Peppelenbos gepresenteerd in een gemengd bos. Nergens een peppel te bekennen, maar wel eiken, één Fagus sylvatica asplenifolia oftewel varenbeuk, grootse magnolia’s, een kathedraalachtige berceau van ordinaire beuken, en de grootste tulpenboom van Nederland, die ook nog eens een heel oude aflegtak heeft, waaruit inmiddels een compleet nieuwe boom gegroeid is. ‘O’, zei de schrijver, toen ik in de tuin van kasteel ’t Nijenhuis te Heino verdween. ‘O, je komt helemaal niet voor mij.’ Dat was niet helemaal waar, maar, zo bedacht ik even later, ergens toch wel een beetje. Boekpresentatie en stof voor een column in één klap: binnen een jaar al gecorrumpeerd.
Drie mensen slechts van het verzamelde gezelschap zeiden iets over de gierzwaluwen die zó ongebruikelijk laag vlogen dat je ze uit de lucht kon grijpen. Iets meer mensen keken ook even in de tuin, maar de meesten gingen na de presentatie het kasteeltje in, waar tot zijn dood in 1984 Dirk Hannema, oud-directeur van Boijmans, woonde. Daarbinnen hangen dus minstens twee valse Vermeers en daar vergaapten de mensen zich aan, terwijl de gierzwaluwen ze ontgingen en ze de varenbeuk al helemaal niet zagen staan. Komen ze helemaal afreizen uit alle delen van het land, kijken ze niet eens om zich heen! Naar dat fraaie Sallandse coulisselandschap, de aaigladde granieten kunstwerken die her en der verspreid liggen en staan, het blanke Hildebrand-monument van Jan Bronner tegen de duistere beukenberceau, de pasgemaaide hooilandjes rondom de havezate.
Nu ik er eens bij stilsta, buiten is in de zomer zo vaak slechts het decor waarin allerlei dingen zich afspelen. De mensen nemen het voor kennisgeving aan, bedanken nooit eens de decorontwerper, zeggen niet: ‘Goh, dát heb je nou eens fijn voor ons in elkaar gezet!’ Iedereen kiest voor een praatje van een uitgever en glaasjes witte wijn, en niet voor de te grijpen gierzwaluwen. Wél valse Vermeers bewonderen, geen perfect ronde kuil vol rietsigaren in het grasveld zien. Twee mensen zeggen ‘Ik hou van jou’, kijken elkaar diep in de reebruine ogen, maar de tulpenboom waaronder dat gebeurt, ontgaat ze volledig.