De verstilde steden van Hans Op de Beeck

Decors voor de verbeelding

Kunstenaar Hans Op de Beeck gebruikt uiteenlopende media, maar alle in dienst van hetzelfde doel: het overbrengen van een melancholieke stemming.

Medium chirico leretour bijgewerkt ls2

Het werk van Hans Op de Beeck (1969, Turnhout) doet denken aan dat van Edward Hopper. In het bijzonder Hoppers schilderijen waarop mensen afwezig zijn. We zien dezelfde fascinatie voor de stilte en verlatenheid, suspense en broeierigheid die kan uitgaan van een specifieke locatie. Een kruispunt gedrenkt in het donkerblauw van een waterkoude nacht, met als enig teken van leven het rood van een stoplicht: in de handen van Op de Beeck verwordt het tot een decor met een hoge emotionele intensiteit, alsof we kijken naar een still uit een beklemmende film.

Mise-en-scène is eigenlijk een betere term. Voor wie het ontschoten is: mise-en-scène komt oorspronkelijk uit het theater en staat voor de schikking van alles op het toneel om het verhaal voor de toeschouwer geloofwaardig te maken: decor, belichting, kostuums en de acteurs. Wat Op de Beeck in zijn video’s toont, zijn mise-en-scènes, maar dan zónder de acteurs. Het levert een aantrekkelijke verstilling op. Deze stemming is, net als een toneelstuk, onverhuld artificieel en geënsceneerd. Waar Op de Beeck mee speelt is de bereidheid van de toeschouwer om mee te gaan in de enscenering van een kunstwerk. De skyline van een stad is overduidelijk een opeenstapeling van suikerklontjes, zoals in de langste van de drie video’s, Staging Silence (2), te zien is. Maar als je bereid bent mee te gaan in deze illusie, ontstaat er een authentieke ervaring: je ziet een stad voor je. Je ziet het niet alleen, je begint het ook te voelen en er een verhaal bij te verzinnen. Dat is in feite het mechaniek achter elke kunstvorm, of het nu literatuur, muziek of beeldende kunst is: een geslaagd werk overtuigt als de constructie uit het zicht blijft en de toeschouwer opgaat in wat opgeroepen wordt.

Maar Op de Beeck houdt de constructie opzettelijk ín het zicht, waardoor de kijker de grens van zijn eigen bereidheid telkens moet opschuiven. Wanneer is het artificiële nog acceptabel? Geloof je in de illusie of word je je ervan bewust dat je ‘slechts’ naar een kunstwerk kijkt? Die dunne grens zoekt Op de Beeck in zijn oeuvre steeds opnieuw op en in zijn beste werken weet hij dat te combineren met een poëtische beeldtaal.

Van de drie video’s die samen de expositie vormen, is dat het best gelukt in Staging Silence (2) (2013) die twintig minuten duurt. Het is een ronduit fascinerend werk in zijn ogenschijnlijk kinderlijke eenvoud. Het openingsbeeld bestaat uit een lege tafel in serene grijstinten. Links en rechts verschijnen twee handen die zo’n tien kale miniatuurboompjes neerzetten. Sommige vooraan, andere achterin, zodat er diepte ontstaat. Het tafelblad bestrooien ze met iets wits (zout of melkpoeder?) en met een brede kwast wordt daar een glooiende ondergrond van gevormd. Dit alles wordt begeleid door dromerige muziek. Met de kwast trekken ze vervolgens een meanderend weggetje door de ondergrond en zo ontstaat er nog meer diepte. Dan verdwijnen de handen uit beeld en het kunstwerk wordt gepresenteerd. Je weet dat het geënsceneerd is, het is zojuist voor je neus opgebouwd, het licht is zelfs iets hoger gezet zodat alles beter uitkomt – en toch kun je niet anders dan er een echt landschap in zien.

Zo werkt de verbeelding, wil Op de Beeck maar zeggen, en zo gaat het ook met de andere decors die achtereenvolgens op de tafel worden op- en afgebouwd, zoals wolkenkrabbers van plastic flessen of een straatbeeld van chocoladerepen. Deze materiaalkeuze klinkt banaal, maar is de verf die wordt gebruikt voor een schilderij meer verheven? Op de Beeck weet beeld, geluid en ‘goedkope’ materialen zo te combineren dat je meegaat in wat bijna terloops wordt opgeroepen. Afsluiter van de film zijn de witte suikerklontjes die een skyline vormen. Met een gieter wordt er een zwarte vloeistof (hete koffie?) over uitgegoten en de vergankelijkheid zet in: de gebouwen smelten en verworden tot ruïnes, alsof we kijken naar een langzaam uitdovende beschaving.

De geschilderde locaties van Edward Hopper waren nog gehuld in een warm zomeravondlicht, waardoor er ondanks de verlatenheid toch een troostrijk gevoel vanuit ging. Bij Op de Beeck is de sfeer grimmiger, killer, moderner: een gevoel van troost blijft achterwege. Tenminste, dat lijkt zo bij de eerste oppervlakkige aanblik. Wanneer je langer naar de video’s kijkt en blíjft kijken, zorgt de rust die uitgaat van de werken voor een verschuiving van die beleving. Je vervalt in een prettig staren en reflecteren, alsof je een venster geboden krijgt dat uitzicht biedt op een andere wereld. Je kunt jezelf achterlaten en opgaan in dit nieuwe verhaal. Veel over de verhalen die Op de Beeck vertelt weet je niet: je krijgt slechts een paar details aangereikt en de rest wordt gesuggereerd. Als kijker vul je in wat wordt weggelaten.

Je vervalt in een prettig staren en reflecteren, alsof je een venster geboden krijgt dat uitkijkt op een andere wereld

Dit kwam sterk tot uiting bij een eerdere tentoonstelling, Silent Movie uit 2010, in de New Yorkse Marianne Boesky Gallery. Getoond werd een sculptuur van zo’n typisch hitchcockiaanse villa, spookachtig en mysterieus, maar dan in formaat poppenhuis, genaamd A House by the Sea. Rond deze spil van de expositie hingen zwart-wit-aquarellen van onder meer een Spartaans ingerichte kamer, een klassieke fontein, een kerstboom en een bureau met een rokende sigaret in de asbak. De werking van de aquarellen was even eenvoudig als magisch: ze vulden het interieur van de kamers in, de tuin en de omliggende omgeving. Je dwaalde erdoorheen, met op de achtergrond het ruisen van de zee, wat het gevoel van suspense alleen maar vergrootte. De man en vrouw des huizes zag je voor je. Kinderen hadden ze niet. Er was iets gebeurd, in één van de kamers, jaren geleden. Iets waarover gezwegen werd. Dat zwijgen had sindsdien het huis gevuld; beide bewoners leefden eenzaam langs elkaar heen. Zoiets.

Wat ook bijdroeg aan de participatie: je wilde weten of dat huis echt bestond. In bredere zin: bij Op de Beeck wil je constant weten waar de locaties zijn. Je wil ze bezoeken en zelf beleven, terwijl je juist opgelucht zou moeten zijn dergelijke plekken, die een vage angst inboezemen, veilig van een afstandje te kunnen aanschouwen. Deze dubbelzinnigheid van aantrekken en afstoten maakt dat je naar zijn werk blijft kijken.

Medium hans op de beeck staging silence 2 401 jpg

Tegelijk met Metropolitan Scenes van Op de Beeck toont het Museum voor Moderne Kunst Arnhem ook De melancholieke metropool: Stadsbeelden tussen magie en realisme, 1925-1950. Een breed opgezette tentoonstelling van Europese kunst met namen als Giorgio de Chirico, Carel Willink en Brassaï. In tegenstelling tot de futuristen, dadaïsten en constructivisten, die de metropool met zijn drukke verkeer en mensenmassa’s bejubelden, was het voor deze kunstenaars een plek van eenzaamheid, verstilling en melancholie. In feite zien we hier Op de Beecks voorgangers, zowel in stijl als thematiek. Er zijn lege pleinen, verlaten straten en donkere bruggen met erop één brandende lantaarn. Ook dit zijn mise-en-scènes zonder acteurs. Als we al een mens aantreffen, dan is het een geïsoleerd en mijmerend figuur: een man in lange jas met bolhoed, als een schim die ieder moment kan verdwijnen in de mist.

Sommige foto’s, van Brassaï bijvoorbeeld, neigen voor de toeschouwer anno 2014 naar het pittoreske, want nachtelijk Parijs in zwart-wit is best bekoorlijk om naar te kijken, maar toch houdt het desolate karakter de overhand. Je ziet de angst voor de oprukkende metropool, alsof dát het grote gevaarlijke monster is waarvoor de mensen gevlucht zijn. De verdwaalde wandelaar staat symbool voor de kwetsbaarheid van het individu tegenover deze omgeving van steen en asfalt, een flaneur op zoek naar troost. Dat is sindsdien een zoeken gebleven, maar juist de rust die uitgaat van deze werken, door kunsthistorici later ondergebracht in de stroming magisch realisme, kreeg door volgende generaties kunstenaars veel navolging.

Zijn deze kunstwerken inmiddels ongevaarlijk en dus prettig om naar te kijken – ze gaan tenslotte over een periode die achter ons ligt –, de verstilde steden van Op de Beeck zijn wel degelijk confronterend en kartelig. Zijn werk gaat over het nu en over ons, over het grootste gedeelte van de wereldbevolking, wonend in steden. Op de Beeck laat zien dat sinds de tijd van Brassaï de stad alleen maar groter is geworden, en de mens alleen maar kleiner.


Hans Op de Beeck, Metropolitan Scenes, t/m 30 maart en De melancholieke metropool: Stadsbeelden tussen magie en realisme, 1925-1950, t/m 23 februari, Museum voor Moderne Kunst Arnhem; mmkarnhem.nl

Beeld: (1) Giorgio de Chirico, Le Retour de Poete, 1914 (Aga Khan Trust for Culture). (2) Hans Op de Beeck, Staging Silence (2), 2013, videostill (Museum voor Moderne Kunst Arnhem).