De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Hart van Brabant #4: in Brabant brandt nog licht

Dedain

Corona en Q-koorts, criminele bendes, megastallen en het FvD in het provinciebestuur: Brabant staat volop in de schijnwerpers. Deze zomer verkent Ralf Bodelier zijn provincie te voet. In deel 4: een polonaise te Esbeek versus een demonstratie in Amsterdam.

Café Schuttershof te Esbeek, Brabant

#BlackLivesMatter en #MeToo. White privilege en cultural appropriation. Nationalisme en islamisme. De veenbrand van het populisme en de culture wars. Zou je al deze fenomenen uit radicaal rechtse én linkse hoek terugbrengen tot één vraag, dan luidt die: Wie zijn wij? Het is de vraag naar onze identiteit. En het is de vraag naar de identiteit van hén, van degenen die wij niet zijn of die wij niet willen zijn. Van degenen die ónze identiteit bedreigen. Wie zijn zij?

Het is een romantische vraag, die zich verzet tegen het verlichte idee dat mensen, waar ook ter wereld, min of meer hetzelfde zijn. Dat we best kunnen spreken over ‘de mens’ of ‘de mensheid’ omdat onder onze verschillen vooral veel gemeenschappelijks schuilgaat. De romanticus ziet dat fundamenteel anders. Hij ziet geen mensen maar mannen en vrouwen, witten en zwarten, homo’s en hetero’s, slachtoffers en onderdrukkers, Amsterdammers en provincialen. De romanticus is een leerling van de achttiende-eeuwse reactionair Joseph de Maistre, die het spreken over ‘mensen’ veroordeelde als abstracte flauwekul. ‘Er bestaat niet zoiets als “de mens”, meende De Maistre. ‘Ik zie Fransen, Italianen en Russen. Maar de mens liep ik nog nooit tegen het lijf.’

Vraag Brabanders naar hun identiteit en het is niet ondenkbaar dat ze verwijzen naar ‘Brabant’ van Guus Meeuwis. Hij schreef zijn liedje in het koude Moskou, een stad met korte dagen, vroege nachten, stugge mensen en maar één kroeg. Omgeven door Russen beseft hij pas goed wat hij mist. Om hem heen gaat de ‘wereld dicht/ En dan denk ik aan Brabant/ Want daar brandt nog licht/ Ik mis hier de warmte/ Van een dorpscafé/ De aanspraak van mensen/ Met een zachte g’.

Ook het beeld dat Meeuwis hier oproept is romantisch. Het is het beeld van een uitzonderlijke provincie, van een arcadische omgeving, waar iedereen elkaar nog kent, waar mensen nog gewoon met elkaar praten en niet van plan zijn de ander met een harde g onderuit te schoffelen.

Wanneer dit Brabant ergens bestaat, dan is het in Café Schuttershof te Esbeek. Niet alleen klinkt hier voluit de zachte g, ook blijkt waardin Marianne Lavrijsen een en al warme hartelijkheid. In het café verdrijft een houtkachel de ochtendkou en Marianne brengt een prima lunchkaart, met onder meer vegetarische Brabantse worstenbroodjes. Ik arriveer in Esbeek, een dorp van 1250 inwoners, vanuit Hilvarenbeek, amper drie kilometer verderop. Het is een wandeling door industrieel gebied, langs bedrijven die aan mestvergisting doen, plastic recyclen en grond verzetten. Na de lunch ben ik van plan om af te buigen naar het oosten, naar Spoordonk, voor een volgende blog, over intensieve veeteelt.

Café Schuttershof is 111 jaar oud. Via een coöperatie is ze in het bezit van 340 Esbeekse gezinnen. Door een ‘certificaat’ te nemen in het café voorkwamen ze dat met de Schuttershof de laatste kroeg van Esbeek zou verdwijnen. Nu is de Schuttershof de huiskamer van het dorp. Hier wordt gegeten, gefeest, vergaderd en na een uitvaart staat in de Schuttershof de koffietafel klaar.

Het grote dak ligt vol met zonnepanelen. Daarmee wordt niet alleen het café maar ook de naastliggende Heilige Adrianuskerk van stroom voorzien. ‘Coöperatie Esbeek’ is ook eigenaar van die kerk. Ze nam het neogotische gebouw over van het bisdom en verbouwde het tot kinderdagverblijf, basisschool en gymzaal. Op het voormalige kerkplein staan nu speeltoestellen.

Van de medewerkers in Café Schuttershof werkt een deel vrijwillig. Dankzij hen brandt hier, zeven dagen per week, tot middernacht het licht. Op de website van de Schuttershof staan ze alle achttien op de foto: een kleurrijk gezelschap van oudere en vooral veel jongere dorpelingen. Ik bekijk de foto aandachtig en met bewondering. Terwijl god verdween uit het Friese Jorwerd, hielden de inwoners van het Brabantse Esbeek hun dorp leefbaar.

Net als alle andere horecabedrijven in Nederland ging de Schuttershof op 15 maart coronadicht. En net als alle andere mocht hij op 1 juni weer open. Om twaalf uur, zo meldde de website, zouden alle medewerkers weer klaarstaan. Maar eerst was er nog een besloten bijeenkomst. Twee medewerkers namen afscheid, ze kregen mooie woorden en applaus. Iedereen stond keurig op anderhalve meter van elkaar. Vervolgens gebeurde wat niet had mogen gebeuren: iemand zette het levenslied ‘Laat de zon in je hart’ op en plots trokken de medewerkers in polonaise langs de bar. Amper twee minuten duurde de optocht die vervolgens half Nederland in woede deed ontsteken. Want in het gezelschap bevond zich ook een gast van buiten. Dat was Eppo König, journalist bij NRC Handelsblad. Met zijn mobieltje filmde König de polonaise en zette het meteen op Twitter.

Het filmpje ging viral. En wat toen opviel was dat het Esbeekse incident meteen aan Brabant werd gekoppeld. Was Brabant immers niet de eerste provincie waar Covid-19 werd geconstateerd? En zijn die idiote Brabanders de ellende nú al weer vergeten? Willen ze het virus opnieuw over de rest van het land verspreiden? Twitteraars roepen dat ‘we’ om Brabant een hek moeten bouwen om en dat Nederland eindelijk eens afscheid moet nemen van de achterlijke provincie.

Opvallend is het dedain van twitterende journalisten. Zo schrijft Arjen Lubach: ‘Voor we hier allemaal over oordelen: het is in dit soort dorpjes natuurlijk niet uitgesloten dat dit allemaal één gezin is’. Sportjournalist Jaap Stalenburg meldt in een tweet vol taalfouten: ‘Ik zou dit hele achterlijke zoodje als alternatieve straf toiletten laten schrobben in door #corona geteisterde vetzorgingshuizen. Wat een geteisem. Was het niet carnaval wat #corona een enorme boost gaf in #houdoeland?’ Het onlineorgaan De Dagelijkse Standaard heeft het over ‘oliedomme corona-Brabanders’ en in De Telegraaf schampert Rob Hoogland dat ‘in het Brabantse Esbeek het coronamonster de afgelopen maanden om zich heen greep gelijk een terrorwolf in een schapenweide’. Dat de Gemeente Hilvarenbeek per hoofd van de bevolking minder ziekenhuisopnames door corona had dan Amsterdam, doet er voor De Telegraaf niet toe.

Zo snel als Esbeek in die vroege middag van 1 juni viral gaat, zo snel is het ook weer voorbij. Want diezelfde avond nog verzamelen zich duizenden #BlackLivesMatter-demonstranten op de Amsterdamse Dam. In de commotie die deze demonstratie oproept, heeft niemand het nog over Esbeek. En wat dan opvalt: niemand heeft het over ‘oliedomme corona-Hollanders’. Ook roept niemand om een hek rond Amsterdam, laat staan dat er wordt gepleit voor een afscheid van de provincie Noord-Holland. Al evenmin zijn de demonstranten ‘geteisem’ of een ‘achterlijke zoodje’ uit ’#doeiland’.

Arjen Lubach zwijgt over de samenkomst op de Dam. Zowel De Dagelijkse Standaard als Jaap Stalenburg en Rob Hoogland vinden een nieuwe prooi in burgemeester Femke Halsema. En wat we ook van de aanval op Halsema vinden, anders dan in de reacties op Esbeek, gaat het bij die op Amsterdam over datgene waar het over moet gaan. Over het grondwettelijk recht om de demonstreren, over het gevaar voor de volksgezondheid, over de gebrekkige risicoschatting door de politie en over de verantwoordelijkheid van de burgemeester.

Ik reken dertien euro af voor een enorme uitsmijter, vers sinaasappelsap en een biertje. Dan maak ik een foto van waardin Marianne en verlaat ik Esbeek voor een wandeling van vijftien kilometer richting Spoordonk. Wanneer ik onder een viaduct door loop, zie ik een enorme muurschildering van tientallen mensen die gebroederlijk bijeen staan. Het is een werk van de Colombiaanse Juliane Rios. In 2019 was ze in Esbeek ‘artist in residence’. Een informatiebordje meldt dat ze zo geïnspireerd raakte door de saamhorigheid in het dorp, dat ze de bewoners in hun verbondenheid wilde portretteren.

De wandeling naar Spoordonk is een mooie afstand om na te denken over de vraag waarom boven de grote rivieren zo laatdunkend wordt gedaan over de zuidelijke provincies. In meervoud. Want de geringschatting die de Brabanders doorgaans treft, raakt de Limburgers in het kwadraat. Moeten we het zoeken in het diepe verleden, in de tijd van de reformatie en de Tachtigjarige Oorlog waarin het protestantse Noorden een flinke voorsprong nam op het katholieke zuiden? Is het beeld van de vooruitstrevende noorderling en de conservatieve zuiderling niet simpelweg wáár? En zien we dat niet terug in romantische liedjes als ‘Brabant’ van Guus Meeuwis? Zouden we niet ronduit moeten toegeven dat Brabant nog steeds de gemoedelijke provincie is waar maar amper iets verandert, waar mensen nog in dorpen wonen, het CDA regeert, de kerk invloedrijk is, de gezinnen groot, de bevolking lelieblank en zelfs een drama als Covid-19 weinig indruk maakt?

Nee. Want van dit beeld klopt geen moer. In een café in Esbeek of wandelend over de stille Kempische zandpaden zou je het misschien niet zeggen. Maar geen Nederlandse provincie verandert in zo’n hoog tempo als juist Noord-Brabant. Na de Randstad is Brabant de meest verstedelijkte regio van Nederland. Net als in de rest van Nederland is het CDA al jarenlang op zijn retour. Grote gezinnen kent ook Brabant niet meer, de vruchtbaarheid per vrouw is in het katholieke zuiden zelfs lager dan in protestantse streken boven de rivieren. Ook met de domheid van de Brabanders valt het reuze mee. Volgens de OESO bezitten Brabanders het hoogste aandeel patenten per 10.000 Europeanen. En voor wat het waard is: volgens het Intelligent Community Forum (ICF) geldt Brainport Eindhoven als de slimste regio ter wereld. Na de Randstad heeft Brabant dan ook de meeste buitenlandse kenniswerkers van Nederland. Verder is de provincie amper minder multicultureel dan, wederom, de Randstad.

Blijft de vraag waarom commentatoren als Lubach of Hoogland zich zo laatdunkend over Brabant uitlaten. Vooralsnog kom ik niet verder dan de gedachte dat minachting voor de ánder mest is voor de hoogachting van het zélf. Wie op hoge toon de nadelen van anderen aanklaagt, plaatst zichzelf in een superieure positie. Wat zíj zijn, zijn wíj gelukkig niet. De Twitter-storm van 1 juni 2020 was een van de vele oprispingen van romantisch denken. Het gescheld op de polonaise in de Schuttershof in Esbeek was een culture war in broekzakformaat.