Deens voorbeeld

VERVROEGDE verkiezingen in Denemarken zijn niet echt groot nieuws in Nederland. Het bericht haalde nauwelijks de kranten. Misschien begrijpelijk - hoe boeiend is Deense politiek nou helemaal - maar niet terecht. Denemarken is het politieke gidsland voor Nederland. Eerst richting de gedoogconstructie, nu wellicht naar een breed middenkabinet.
Denemarken heeft al een kleine tien jaar een rechts minderheidskabinet met gedoogsteun van de Deense Volkspartij, het equivalent van de PVV. Wilders ging er te rade, Rutte keek ernaar en de overeenkomsten zijn opvallend. Harde maatregelen op het gebied van immigratie, in ruil voor de gedoogsteun. Agreements to disagree tussen de gedoogpartners, zoals over Europa en de euro. Geen heimelijke akkoorden smeden of plannen naar het parlement sturen zonder afstemming met de Volkspartij. En ook hetzelfde als in Nederland: de frustratie van de oppositie, die geen speld tussen de gedoogpartners kon krijgen.
Maar wat de oppositie niet lukte, lijkt nu te gebeuren als gevolg van de economische crisis. Er moet bezuinigd worden en het kabinet wil onder meer snijden in de Deense verzorgingsstaat. Maar dat wil de Volkspartij niet - die is net als de PVV voor het behoud van allerlei sociale zekerheden, en dus tegen een verhoging van de AOW-leeftijd of het snijden in uitkeringen. Afgelopen week presenteerde de premier met veel bombarie een uitgebreid ‘stimuleringsplan’ (lees: bezuinigingen) maar de Volkspartij weigerde akkoord te gaan. Met andere woorden: het kabinet kan niet structureel hervormen, omdat de Volkspartij niet meedoet. Klinkt bekend, inderdaad.
De Deense coalitiepartners zagen dat natuurlijk aankomen en zijn in de afgelopen periode steeds openlijker afstand gaan nemen van de Volkspartij. Daarbij speelt een ander, en minstens zo belangrijk, fenomeen: immigratie is eigenlijk geen issue meer. De leider van de conservatieve partij, een van de coalitiepartners, verwoordde het treffend: 'Alle maatregelen zijn genomen, meer is niet nodig.’ Ergo: de Deense Volkspartij is ook niet meer nodig. En sterker nog, Denemarken maakt zich inmiddels zorgen of door al die harde anti-immigratiemaatregelen nog wel voldoende hoogopgeleide werknemers naar het land willen komen. Die zijn namelijk wél nodig.
Behalve dat de economie het onderwerp is, en niet immigratie, speelt er nóg iets. Net als de Nederlandse is ook de Deense politiek in de afgelopen jaren gepolariseerd, tot ongenoegen van de middenpartijen. De leider van de Deense D66 zei daarover dat 'deze verkiezingen het einde van de partijdigheid’ moeten inluiden. 'Zowel links als rechts heeft niet alle antwoorden, het is tijd voor een brede alliantie.’ Of het ervan komt is niet duidelijk. De verkiezingen zijn op 15 september, de peilingen wijzen op een linkse meerderheid. Wel is nu al duidelijk dat de Volkspartij steeds meer alleen komt te staan, omdat die én niet hervormt, én minder relevant is. Het zou het einde van het Deense minderheidskabinet zijn. Daarvan kunnen Nederlandse politici, en met name de oppositie, een les leren.