Profiel: Ton Wilthagen, Mister Flexicurity

Deense dromen

Al twintig jaar predikt Ton Wilthagen hervormingen op de arbeidsmarkt om de tweedeling tussen vast en flex te stoppen. Maar zijn betoog leidt niet tot doorbraken in de polder. ‘De politiek moet nu daadkracht tonen.’

Large deens model lange streep

‘Waarom vragen ze dat niet aan mij?’ fluistert Ton Wilthagen als dagvoorzitter Jort Kelder het podium afdaalt om aan iemand op de eerste rij te vragen naar de voordelen van het Deense model. Degene aan wie het gevraagd wordt, weet het niet precies: iets met een flexibele arbeidsmarkt en hoge uitkeringen. Op het podium weet de voorzitter van de nbbu, de brancheorganisatie van kleine uitzendbureaus die dit congres organiseert, iets meer: in Denemarken draait alles om mobiliteit, worden werkenden van baan naar baan geholpen en wordt er geïnvesteerd in permanente scholing. Wilthagen is de bron van vergelijkende studies naar de verschillende Europese arbeidsmarktmodellen en een van de genodigde sprekers, maar steekt zijn vinger niet op. Hij wacht netjes tot hij – veel later op de dag – de beurt krijgt. En dat is typisch Ton, zeggen vrienden en collega’s.

Wilthagen heeft het druk. In een paar weken tijd spreekt hij op twee congressen, schuift hij aan bij Nieuwsuur, Radar en EenVandaag en praat hij mee in een tiental clubs die in de praktijk proberen veranderingen op de arbeidsmarkt teweeg te brengen. Dat alles onderneemt hij naast het geven van colleges, het voorzitten van academische werkgroepen en het begeleiden van afstudeerders en promovendi; zijn reguliere werk als hoogleraar aan Tilburg University. Volgens collega’s is Wilthagen onvermoeibaar, een man met een missie. En er wordt geluisterd. In de verkiezingsprogramma’s van coalitieonderhandelaars vvd, cda, d66 en ChristenUnie (en in het programma van het afgehaakte GroenLinks) stonden stevige aanzetten richting een zogenaamd ‘flexicurity-model’. Maar Wilthagen maakt zich geen illusies. Hij weet hoe de behoudende polder en de versplinterde politiek elkaar in de tang hebben.

De term ‘flexicurity’ wordt gebruikt om een sociaal-economisch model te beschrijven dat zowel flexibiliteit biedt voor werkgevers als zekerheid (security) voor werknemers. Denemarken heeft zo’n arbeidsmarktmodel en kent een soepel ontslagrecht, hoge uitkeringen, hoge investeringen in constante scholing en begeleiding van werk naar werk, en een modern sociaal verzekeringsstelsel (pensioen, WW en arbeidsongeschiktheid) voor alle werkenden, inclusief zzp’ers. Werkgevers kunnen flexibel inspelen op marktontwikkelingen en werknemers voelen zich zeker doordat hun kennis up-to-date blijft en de kans op het vinden van nieuw werk daardoor groot is. Denemarken durfde het midden jaren negentig aan deze hervormingen door te voeren en het wordt door zowel sociologen en economen als de Denen zelf als een succes gezien.

Small model 2

Wilthagen claimt de term ‘flexicurity’ voor dit model in 1997 bedacht te hebben in de trein op weg naar een wetenschappelijk instituut in Berlijn. Hij schreef als eerste een paper over de principes erachter en kreeg jaren later het verzoek van de Europese Commissie om te bestuderen of het een voor heel Europa na te streven ideaal zou kunnen zijn. De conclusie van de commissie waarin Wilthagen zitting nam, was bevestigend en de aanbevelingen werden in 2007 door de Europese Unie onderschreven en in beginselen vastgelegd. Maar veel verder dan een brede consensus in Brussel kwam het niet. Net als in veel andere Europese landen zit ook in Nederland het arbeidsmarktdebat muurvast.

Op het podium op het nbbu-congres vertelt filosoof Victor Broers dat het hard gaat met de veranderingen op de arbeidsmarkt en dat we nooit weten hoe hard. Hij laat een foto zien van Tim Berners-Lee. ‘De uitvinder van het internet werd gevraagd wat zijn vinding voor invloed zou hebben op ons leven. Zijn antwoord was dat hij dacht dat de fax uit het kantoor zou verdwijnen.’ Hij citeert een professor van Yale: ‘De gemiddelde levensduur van bedrijven was ooit 67 jaar, nu is dat vijftien jaar.’

Na de pauze is het de beurt aan Ton Wilthagen. Hij draagt een lichtgrijs zomerpak. Geen das, die draagt hij nooit. Wilthagen is geen begenadigd spreker. Daarvoor is zijn presentatie te statisch en zijn gezicht te weinig expressief. Het moet iets anders zijn waarom hij zo veel gevraagd wordt. Net als iedereen in slaap lijkt te sukkelen bij zijn verhandeling over de arbeidsmarktontwikkelingen sinds de Tweede Wereldoorlog vraagt hij de zaal vol uitzendondernemers waar ze denken dat ze staan: ‘Zijn jullie in de groei, volwassen, of in verval?’ Hij laat een stilte vallen terwijl de zaal op de smartphones de poll invult. Ondanks de aantrekkende economie waarvan de uitzendbureaus altijd als eerste profiteren, kiest een meerderheid voor ‘in verval’. ‘Ja, dat is niet zo gezellig hè, op deze mooie middag’, zegt Wilthagen. Als iedereen weer rechtop zit, doet hij zijn visie uit de doeken voor de toekomst van uitzendbureaus: ‘Jullie moeten werknemers zoeken en opleiden voor werk dat nu nog niet bestaat. Inzetten op transitie. Van intermediair voor het vervullen van vacatures moeten jullie je transformeren tot ontwikkelingsbedrijven van menselijk kapitaal. Waarom zijn er duizenden jonge, werkloze psychologen en heeft de maatschappij steeds meer last van verwarde mensen?’

Small model 1

Wilthagen zegt dat hij niet voor een basisinkomen is, maar wel vindt dat werk breder gedefinieerd mag worden. Omdat de grootste bedrijven al geen mensen meer in dienst hebben. ‘De Marriott-keten bracht naar buiten dat ze er binnen een jaar dertigduizend hotelkamers bij wilden hebben. Brian Chesky, de ceo van Airbnb, tweette: “Wij hebben dertigduizend kamers toegevoegd in twee weken.”’ Wilthagen gaat door over disruptie, over de platformisering van arbeid en de gig-economy. Zegt tussen neus en lippen door dat de polder, het overleg tussen werkgevers en werknemers, hierdoor achterhaald is. Dat veel werkenden alleen nog een vast contract nastreven bij gebrek aan modernisering van de regels rondom werk, inkomen en sociale zekerheid.

De zaal is weer klaarwakker. Een uitzendondernemer vraagt om de microfoon. ‘Maar hoe gaan wij dan nog geld verdienen?’ Wilthagen: ‘Jullie moeten dat maatschappelijke aanbod organiseren. We geven in dit land zeventig miljard euro uit aan uitkeringen. Daarmee kun je de tekorten in de zorg oplossen! Vraag geld aan gemeenten om werklozen aan het werk te helpen. Zorg dat mensen niet voor één gat te vangen zijn. Laten we die jonge psychologen niet afschrijven.’

Er staat een Duits vlaggetje in de plant op de kamer van Irmgard Borghouts, assistent-professor arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan Tilburg University. ‘Een overblijfsel van toen Ton mijn hele kamer had versierd omdat ik een Duitse prijs had gewonnen voor mijn proefschrift.’ Typisch Ton, altijd zeer betrokken bij collega’s, zegt Borghouts. Het was op aandringen van Wilthagen dat ze überhaupt ging promoveren en heel Europa af reisde om te kijken hoe de werkzekerheid in de verschillende lidstaten geregeld was. ‘Ton ziet dingen die wij niet zien. Loopt op iedereen vooruit’, aldus Borghouts. ‘Hij denkt in modellen. Als je hem spreekt, zit hij altijd te tekenen. Die schetsjes wil ik altijd hebben, omdat die zó duidelijk zijn.’

‘We geven in dit land zeventig miljard uit aan uitkeringen. Daarmee kun je de tekorten in de zorg oplossen!’

Ton Wilthagen (57) werd geboren in Tilburg als zoon en kleinzoon van projectleiders in de bouw. Hij blonk op school uit in de talen, maar was meer geïnteresseerd in geschiedenis, economie en de sociaal-geografische kant van de aardrijkskunde. In de vakanties verdienden hij en jeugdvriend Eugène Vermeer wat extra zakgeld op de bouwplaats. ‘We sjouwden met materiaal en staken beton af’, aldus Vermeer. ‘Ton kon goed leren, maar heeft nooit de behoefte gehad ergens bovenuit te stijgen. Een van zijn beste vrienden is meubelmaker en hij woont nog altijd in hetzelfde rijtjeshuis in Tilburg.’ Een leraar Duits was een provo die erg begaan was met het milieu en na school filosofieles gaf. Vermeer: ‘We luisterden naar Lou Reed, Bob Dylan en Neil Young en verdiepten ons in het gedachtegoed van Karl Marx, Mao en de net in Brabant opgerichte SP.’

De opa van Wilthagen was zeer kritisch over het optreden van minister Colijn in de jaren dertig en later betrokken bij het verzet, en ook de volgende generaties konden slecht stil zitten bij onrecht en politiek onvermogen. Wilthagen schreef een werkstuk over de strijd van de Molukkers die niet ver van zijn ouderlijk huis waren gehuisvest in voormalig concentratiekamp Kamp Vught en ging sociologie studeren, omdat hij ‘een bijdrage wilde leveren aan maatschappelijke veranderingen’.

Tijdens zijn studie aan de universiteit van Tilburg en later aan de Universiteit van Amsterdam las Ton Wilthagen de boeken van de sociologen Peter Berger en Norbert Elias en verslond hij het complete oeuvre van de Franse filosoof en activist Michel Foucault. Hij leerde over de ontstaansgeschiedenis van sociale structuren en over het spanningsveld tussen systemen en het belang van het individu. Bij Foucault ging het vooral over het belang van machthebber of staat versus dat van het afwijkende individu. ‘Foucault las ik tot mijn ogen er pijn van deden’, aldus Wilthagen. ‘Alles wilde ik van hem lezen.’

Maar zijn belangrijkste leermeester vond hij toen hij al een paar jaar als jonge onderzoeker aan de UvA werkte. In de tweede helft van de jaren negentig verbleef hij meerdere malen bij het Wissenschaftszentrum van Berlijn om van gedachten te wisselen met hoogleraar Günther Schmid. ‘Schmid beschreef het spanningsveld tussen sociale cohesie en doelmatigheid, tussen sociale rechtvaardigheid en vooruitgang. Van hem leerde ik dat dynamiek ook belangrijk is. Net als een organisme overleeft een sociale structuur ook alleen als die zich aanpast’, aldus Wilthagen. ‘Dat betekent niet dat je iets inwisselt, het is gewoon een evolutionair concept.’

In de tijd dat Wilthagen aan de UvA studeerde, hing de academische wereld daar nog sterk een marxistische ideologie aan, maar Wilthagen zegt persoonlijk de ideeën van Marx nooit als basis gezien te hebben. ‘Als wetenschapper kun je geen ideologie aanhangen die alles doordesemt. Een ideologie zit het onderzoek in de weg’, aldus Wilthagen. ‘Dat de wereld verandert, kun je niet tegenhouden. Als je niet accepteert dat we nu anders werken dan vijftig jaar geleden en je daartegen verzet, veroorzaak je alleen maar meer problemen.’ En daar zit het spanningsveld tussen zijn ideeën en die van de vakbonden (en een deel van de politiek).

Small model 3

‘Ik kijk naar dynamiek en inclusie. Naar hoe we ook in een veranderende wereld sociale cohesie kunnen behouden’, zegt Wilthagen. ‘Ik ben het met hen eens dat de flexibilisering geen natuurverschijnsel is. We hebben die ontwikkeling voor een groot deel zelf gecreëerd. De vakbonden hebben daar ook een groot aandeel in gehad. Zij hebben in de polder die eerste Wet flexibiliteit en zekerheid uit 1998 fanatiek gesteund en in 2015 ook de illusiepolitiek van de Wet werk en zekerheid van Lodewijk Asscher. Beide wetten zijn geperverteerde versies van het flexicurity-model. Denemarken durfde het eind jaren negentig wel aan om grondig te hervormen, maar in Nederland wilden we wel meer flexibiliteit toelaten, maar niks aan het vaste contract veranderen en daar ging het mis.’

Via Brussel kreeg de flexicurity-lobby van eind jaren negentig een herkansing, maar de timing van het vastleggen van het flexicurity-model als ideaal voor Europa in 2007 was ongelukkig. ‘De bankencrisis van 2008 veranderde alles’, zegt Sonja Bekker, onderzoeker Europees bestuur en sociaal beleid bij Tilburg University. Bekker promoveerde bij Wilthagen op het tot stand komen van de Europese consensus over het belang van flexicurity. Vele malen reisde ze samen met Wilthagen naar Brussel. Vroeg op, commissievergadering voorbereiden in de trein en nog dezelfde dag terug. Soms was er op de terugweg tijd voor een wafel of Belgisch biertje op het station. ‘Er zijn in 2009 nog wel flexicurity-missies naar verschillende landen geweest, maar door de crisis lag de nadruk overal op flexibiliteit en niet op zekerheid.’ Het leidde tot een nog grotere kloof tussen mensen met een vaste baan met alle bescherming die daarbij hoort en mensen die zonder enige zekerheid van klus naar klus hobbelen.

Wilthagen is op een maandagmorgen aangeschoven bij een overleg op het hoofdkantoor van uitkeringsinstantie uwv bij station Sloterdijk in Amsterdam. Een praktisch adres voor Wilthagen, die altijd met de trein reist omdat hij autorijden verspilde uren vindt omdat hij dan geen stukken kan lezen of e-mails beantwoorden. Er wordt een extern onderzoek gepresenteerd over de inzetbaarheid van technologische hulpmiddelen zoals spraakgestuurde computers en exoskeletten bij het aan het werk helpen van gehandicapten. Wilthagen luistert vooral. Maar elke keer als opdrachtgever uwv en de onderzoekers van Technopolis op een heikel punt blijven hangen, komt hij met een suggestie waardoor concreter wordt wat mogelijke vervolgstappen zijn en de energie in het zaaltje terugkeert. In hapklare brokken komt hij met opties voor geldschieters en partners uit de industrie, ideeën voor een promotiefilmpje en suggesties voor woorden die de uitkomsten van het onderzoek ‘wat positiever framen’. Wilthagen zit een beetje aan de zijkant en wordt nauwelijks aangekeken, maar het is niet voor te stellen dat deze bijeenkomst zonder hem tot dezelfde uitkomsten had geleid.

‘Ik vind Ton in zijn onaflatend zoeken naar oplossingen’, zegt uwv-directeur Tof Thissen een week later. Wilthagen en de voormalig GroenLinks-politicus komen elkaar al zo’n vijftien jaar tegen. ‘Ik voel een kameraadschap. We vinden het beiden idioot dat de overheid pas in actie komt als iemand een uitkering aanvraagt. We weten al veel eerder waar er banen gaan verdwijnen. Het geld dat we nu uitgeven om mensen weer aan het werk te krijgen, kan slimmer worden ingezet.’ Samen verzamelen ze data en komen ze tot vragen als: waarom zijn er wel leer-werkplekken voor jongeren, maar niet voor ouderen? ‘Ton is een innovatief en creatief denker. En bijzonder zachtaardig’, aldus Thissen. ‘Hij heeft soms behoorlijk radicale ideeën, maar hij zegt het op een manier waardoor iedereen denkt: ‘Waarom doen we dat nog niet zo?’

En precies dat is waar Catelene Passchier, bestuurslid van vakbond fnv, zich ontzettend aan stoort. Ton Wilthagen roept wat en iedereen vindt het briljant, terwijl het niet zo simpel is. ‘Neem dat Deense model. Wat Ton er altijd vergeet bij te zeggen is dat daar tachtig procent van de werkenden lid is van een vakbond. Zo’n systeem met een zeer lage ontslagbescherming werkt alleen als werknemers zich gesteund weten door sterke vakbonden.’ Ook Passchier komt Wilthagen al een paar decennia tegen. ‘Ja, het schiet wel eens door mijn hoofd als ik een lijst met sprekers zie: niet weer Ton! Laat ik het zo zeggen: we respecteren elkaar en zijn het eens over waar het misgaat, die groeiende tweedeling, maar over de oplossingen denken we totaal anders.’

‘De FNV zal nooit meewerken aan een systeem waarin iedere werk­nemer een wegwerpartikel wordt’

Waar de fnv-bestuurder heel moe van wordt bij de repeterende plaat van Wilthagen is dat er altijd wel ergens gezegd wordt dat de vakbonden het helemaal fout doen. ‘Terwijl flexibilisering altijd is aangegrepen om de rechten van werknemers met voeten te treden. En wij mogen elke keer de rommel opruimen. Ik laat me niet vertellen dat ik ouderwets ben’, aldus Passchier die als internationale vertegenwoordiger van de vakbonden ook in Brussel vaak de degens met Wilthagen heeft gekruist. ‘De fnv zal nooit meewerken aan een systeem waarin iedere werknemer een wegwerpartikel wordt. Het vaste contract is niet voor de happy few! Zestig procent heeft nog een vaste baan. Als het aan Ton ligt, vliegen die mensen er straks zonder reden uit.’

Bij het flexicurity-model dat Wilthagen propageert, gaat er veel op de schop: het ontslagrecht wordt gemoderniseerd en versoepeld, het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte wordt afgeschaft (en uiteindelijk teruggebracht tot zes weken), de verplichting om een flexwerker na twee jaar of drie contracten in vaste dienst te nemen vervalt, ontslagvergoeding, scholingsbudget en uiteindelijk ook een deel van de WW-premie belanden in een persoonlijk potje dat alle werkenden kunnen inzetten om aan het werk te blijven of na ontslag weer snel aan het werk te komen, en zzp’ers kunnen hun zekerheid beter afdekken doordat zij toegang krijgen tot collectieve pensioenen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

De fnv gaat het allemaal tien stappen te ver. Volgens Passchier is het zeer onverstandig delen uit het Deense model te kopiëren zonder de randvoorwaarden op orde te hebben. ‘Wie organiseert en betaalt al die mooie werk-naar-werk-trajecten? Als we alles overhoop gooien, zijn de kansarmen pertinent de dupe.’ Ze noemt Wilthagen een terriër en een volhouder, maar ook een man die weinig oog heeft voor het bredere maatschappelijke plaatje.

Bob Hutten, directeur van het Brabantse cateringbedrijf Hutten, ziet Wilthagen juist als een schoolvoorbeeld van iemand die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt: ‘Ton heeft altijd Bram van 52 in gedachten die al twee jaar thuis zit.’ De cateringondernemer wordt gebeld als de Tilburgse hoogleraar weer een idee heeft dat hij in de praktijk wil brengen. ‘Hij weet dat wij niet van het snelle geld zijn. Dat we openstaan voor duurzame oplossingen. Ton durft te experimenteren. Hij is een van de weinigen die een gevoel van urgentie lijkt te hebben als het gaat om participatie en inclusiviteit.’ Volgens Hutten besefte zijn familie dertig jaar geleden al dat het bedrijf ook naar zijn maatschappelijke meerwaarde moest kijken.

Een van de initiatieven van Hutten is de Verspillingsfabriek waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt soepen maken van overgebleven groenten. ‘En dan krijg je discussies met afnemers of de soep niet zeven cent goedkoper kan als we de zakken niet handmatig afvullen, maar met een machine.’ Hutten zucht. ‘We hebben een probleem op te lossen met z’n allen! Betalen we mensen liever achttienduizend euro per jaar om niks te doen? Wil de consument aspergesoep waar geen asperges meer in zitten?’

Volgens Hutten is het tijd dat er andere keuzes worden gemaakt in Den Haag en daarin vindt hij Wilthagen. ‘Het is een spel met enorme belangen waarin Bram van 52 ver uit beeld is. De vvd zit niet te wachten op dit verhaal omdat die er vooral is voor multinationals en pvda en SP zitten er niet op te wachten omdat de vakbonden tegen zijn. Maar Ton blijft wijzen op systeemfouten. Het gaat langzaam, maar ik zit in genoeg clubjes om te weten dat er iets aan het schuiven is.’

Medium model 4

Net zo vaak als Wilthagen van de vakbond de kritiek krijgt dat hij geen oog heeft voor het bredere maatschappelijke plaatje krijgt hij vanuit academische hoek het verwijt dat hij te betrokken is bij de maatschappelijke realiteit. Als antwoord daarop kocht hij een T-shirt met een tekst van wetenschapper en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt: ‘De gevaarlijkst maatschappijvisie is de visie van diegenen die de maatschappij niet aanschouwd hebben.’

’s Avonds laat zit Wilthagen aan tafel bij Mariëlle Tweebeeke in Nieuwsuur. Het gaat over de personeelstekorten in de zorg waar inmiddels tienduizend vacatures zijn. Heeft Tweebeeke het goed gehoord? Aan het gezicht van Wilthagen is als altijd weinig af te lezen. ‘Zegt u nu dat de overheid niet met oplossingen komt en zelfs deels de veroorzaker is door steeds aan bezuinigingsknoppen te draaien en geen zekerheid te geven over budgetten?’

Ja, dat zei hij. En hij voegt eraan toe dat als we zo doorgaan en vacatures niet beter matchen met opleidingen en het aanbod van werkzoekenden, het tekort over vijf jaar zal zijn opgelopen tot 77.000.

Hoewel alle nu onderhandelende coalitiepartners belangrijke elementen van het flexicurity-model in hun verkiezingsprogramma hadden staan (zie vorige artikel in de serie ‘Amerikanisering van de arbeidsmarkt’), verwacht Wilthagen weinig hervormingsplannen in het regeerakkoord terug te vinden, omdat de partijen de arbeidsmarktissues in eerste instantie over de schutting van het polderoverleg hebben gegooid. ‘De basismissie van de vakbonden was ooit arbeiders verbinden en verheffen. Ze zingen nog steeds de Internationale: “Ontwaakt, verworpenen der aarde!” Dat lied gaat over uitbuiting, honger en afhankelijkheid van kwade bazen, maar in die tijd leven we niet meer. Hoe zien de vakbonden solidariteit nu werkenden ongelijk behandeld worden op basis van hun contractvorm?’ zegt Wilthagen.

Hij vreest dat vakbonden, werkgevers en politiek weer jaren de kop in het zand zullen steken nu het polderoverleg is mislukt. ‘En ondertussen groeit de tweedeling. In de steden voelen ze de toegenomen polarisatie en de druk van steeds meer mensen in de bijstand en op straat. We dreigen opnieuw vast te lopen in de flex. Dat is treurig en onverantwoord. Het nieuwe kabinet moet nu daadkracht tonen. Misschien gaan ze iets doen aan de pensioenen en aan het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor kleine ondernemers, maar het is allemaal marginaal. We hebben met twee jaar loondoorbetaling bij ziekte de zwaarste regeling ter wereld. In Duitsland is de loondoorbetaling bij ziekte zes weken. En in heel veel landen is er een vangnet voor zzp’ers.’