Defensie bepaalt het beeld

De World Press Photo en het Defensie-monopolie op Uruzgan-fotografie

Een uitgeputte Amerikaanse soldaat heeft z’n helm afgegooid en wist het zweet van z’n voorhoofd. Hij lijkt op het punt van instorten te staan. De foto is genomen door de Britse fotograaf Tim Hetherington in de Korengal Vallei in Oost-Afghanistan. Daar vecht een Amerikaanse eenheid van het 503rd Parachute Infantry Regiment een harde strijd tegen goed getrainde lokale milities en Arabische strijders.

Medium wpph 20by 20tim 20hetherington

De foto werd [World Press Photo](www.worldpressphoto.org). De jury van de meest prestigieuze fotoprijs ter wereld koos hem uit als ‘foto van het jaar 2007’. Volgens de jury laat de foto oorlog zien ‘zoals we die bijna nooit zien’. De foto toont ‘de uitputting van een man en daarmee de uitputting van een natie’.

Fotograaf Hetherington vergezelde journalist Sebastian Junger van het Amerikaanse maandblad Vanity Fair. Junger en Hetherington kregen de ruimte. Hun verhaaltelt bijna zevenduizend woorden, dat zijn minstens acht pagina’s in een gemiddeld tijdschrift. Hetheringtons foto maakt deel uit van een serie die hij in de vallei maakte. Ook op de overige foto’s is te zien hoe hard de Amerikanen er vechten.

Het Afghaanse probleem

De World Press Photo toont de kracht van fotografie. De zevenduizend woorden van Junger lijken in die ene foto van Hetherington te zijn samengebald. Zijn uitgeputte soldaat vertelt het verhaal van Afghanistan, zo belangrijk ook voor Nederland, dat er nu al duizenden troepen naartoe heeft gezonden.

Afghanistan, waar Bush zijn oorlog tegen het terrorisme begon, is verdwenen uit het brandpunt van het internationale nieuws. In de Verenigde Staten net zo goed als in Nederland. Er wordt nauwelijks ruimte gegeven aan achtergrondartikelen waarin de westerse aanwezigheid in Afghanistan en het gebrek aan succes daarvan worden gekoppeld aan de ontwikkelingen in de regio. In de Volkskrant werd Vanity Fair hooghartig weggezet als een glamourblad, maar in het eigen magazine besteedt de krant geen ruimte aan deze oorlog waar Nederland tot de nek in zit. Laat staan acht pagina’s lang.

In Vanity Fair diende het bloedstollende verhaal van een peloton parachutisten als vehikel om ‘het Afghaanse probleem’ uit te diepen. Als er één eenheid is die strijdt tegen het terrorisme, dan zijn het wel deze Amerikaanse parachutisten. In de vallei is volgens Amerikaanse inlichtingenbronnen een nieuwe al-Qaeda-achtige groepering opgedoken: Jamiat-e Dawa el al Qurani Wasouna (JDQ). Volgens contraguerrilla-experts zou JDQ azen op de financieringsbronnen van al-Qaeda en connecties hebben met de regeringen van Saoedi-Arabië en Koeweit en met de Pakistaanse inlichtingendienst ISI.

Sebastian Junger volgde het Tweede Peloton twee keer, enkele weken lang. Sommige van de mannen die hij in het artikel beschrijft zijn inmiddels gesneuveld. In de dichtbeboste Korengal Vallei vindt een vijfde van alle gevechtshandelingen in Afghanistan plaats. Driekwart van alle Navo-bommen wordt in de omgeving afgeworpen. Het was hier dat in 2005 een vierkoppig Navy SEAL-team werd ingesloten. Drie van hen werden afgemaakt. Een Chinook-helikopter met zestien commando’s aan boord kwam te hulp en werd neergeschoten. Alle inzittenden werden gedood.

In de Korengal Vallei hebben de Amerikanen momenteel hun gehardste troepen gelegerd, want de vallei is van groot strategisch belang. Wie haar beheerst kan ongezien vanuit Pakistan Kabul naderen via de woeste uitlopers van het Hindu Kush-gebergte. In de bergen zijn de strijders nauwelijks te vinden, laat staan te verslaan.

Bewustzijnsverruimende fotografie? Niet in Uruzgan

Opvallend is dat de World Press Photo er niet een is die op de nieuwspagina’s heeft gestaan, en dat-ie zelfs niet helemaal scherp is. De jury wijkt daarmee af van haar gangbare selectie. Juryvoorzitter Gary Knight benadruktedat hij niet op zoek was geweest naar esthetische hoogstandjes, maar naar fotografie ‘die het publiek bewustzijn bijbrengt’.

Een mooie en terechte World Press Photo, die van Hetherington. Maar waar zijn eigenlijk de Nederlandse foto’s die ons enig bewustzijn bijbrengen over de operatie in Uruzgan? Zo langzamerhand is duidelijk dat de omstandigheden in die provincie niet best zijn en eerder verslechteren dan verbeteren. Er zijn aardig wat foto’s voorhanden, maar die zijn niet genomen door onafhankelijke fotografen. Ze zijn geschoten door Defensie-fotografen die, zoals zij zelf zeggen, ‘in de eerste plaats militair zijn en dan pas fotograaf’.

Onlangs brak discussie uit over de Zilveren Camera-nominatie van sergeant Hilckmann, fotograaf bij de Audio Visuele Dienst Defensie. Verschillende fotografen waren boos dat een militair kans maakte op de belangrijkste fotoprijs van Nederland. ‘Propaganda’ en ‘geen onafhankelijke fotojournalistiek’ waren de bezwaren van civiele collega’s. Dat hij slechts verkoopplaatjes maakt, ontkende Hilckmann. ‘Ik maak foto’s van alles wat op mijn pad komt. Afgerukte ledematen en andere gruwelijkheden ben ik tijdens mijn uitzendingen nog niet tegengekomen’, zei hij in [NRC Handelsblad.](http://www.nrc.nl/kunst/article902339.ece/Sjoerd_HilckmannIk_ben_fotograaf,_geen_journalist)

Hilckmann bleek uiteindelijk weinig kans te maken. Hij won de derde (en laatste) prijs in de categorie Buitenlandse Documentaire Fotografie, met een aardige fotoseriewaar weinig opmerkelijks aan te ontdekken was. Militairen in een Mercedes-terreinwagen, in hun tent, in gesprek met de bevolking. En zo meer. Waar waren de gevechten? Waar was de uitputting? Waar waren de mannen bij wie de adrenaline zowat uit de oren spuit nadat ze zich uit een zware hinderlaag hebben gevochten? Waar waren de door Nederlandse bommen en granaten vernietigde burgerwoningen? Zou Hilckmann er foto’s van hebben? We weten het niet, want de discussie ebde weg en er werden geen vragen meer gesteld.

NRC Handelsblad had de sergeant moeten vragen wie uiteindelijk de beslissingsbevoegdheid heeft over het publiceren van z’n foto’s. Dat is niet Sjoerd Hilckmann zelf. Defensie-fotografen zijn bedrijfsfotografen die niet vrij kunnen beschikken over hun beelden. Zij leggen geen verantwoording af aan een hoofdredacteur of aan het publiek, maar aan een militaire PIO, een Public Information Officer (soms Press Information Officer genoemd), in Tarin Kowt. In laatste instantie beslist de directie Voorlichting van Defensie in Den Haag of hun platen mogen worden doorgestuurd naar de fotoredacties in Nederland.

Zou een dramatische foto zoals die van Hetherington zijn vrijgegeven voor publicatie? Je hoort het de voorlichter al zeggen: ‘Een prachtplaat, dat zie ik ook wel, maar hij geeft niet goed weer wat wij doen in Uruzgan.’ De vraag is gerechtvaardigd of de situatie door een Defensie-fotograaf wel gezien was als een fotogelegenheid, want, zoals de fotograaf Jan Banning (bestuurslid van World Press Photo) al zei in zijn afwijzende reactie op de nominatie van Hilckmann: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Gevechtsbeelden

Defensie-fotografen vertellen aan iedereen die het horen wil dat ze alles mogen fotograferen. Dus ook de Afghaanse mannen die tijdens Operatie Spin Ghar door Nederlanders werden gedetineerd. ‘Ze waren onherkenbaar, want ze waren geblinddoekt en alles gebeurde volledig volgens de regels van het oorlogsrecht’, vertelde een Defensie-fotograaf me. Toch mochten de foto’s van Den Haag niet worden gepubliceerd, terwijl vergelijkbare (maar minder professionele) beelden door mij gemaakt wel naar buiten kwamen. Defensie kon het mij niet verbieden, maar haar eigen fotograaf wel.

Medium img 6556 20  20naam 1

Soms rukt een Defensie-fotograaf zich los. Sergeant-1 Gerben van Es maakte in augustus opnamen van een vuurgevecht in het district Chora. Defensie deed aanvankelijk niets met de beelden en gaf ze niet vrij. Van Es zette naar zijn gevoel z'n baan op het spel door een kopie van de opnamen mee te geven aan een team van het NOS-Journaal.
_Inmiddels zijn de opnamen van Van Es beroemd – ze werden op het Journaal vertoond. Mét toestemming van Defensie, maar die kwam er pas toen door artikelen in De Groene Amsterdammer de bewering onhoudbaar werd dat in Uruzgan vooral werd gestabiliseerd en opgebouwd, zoals Defensie het deed voorkomen in haar voorlichtingsbeleid.

Na het vertonen van Van Es’ gevechtsopnamen op het Journaal verscheen Defensie-minister Van Middelkoop in beeld, die verklaarde dat er ook gevochten wordt in Uruzgan en dat zijn departement dat nooit heeft willen verbloemen.

De ruk die Van Es aan zijn teugels gaf is bij veel militairen niet onopgemerkt gebleven. Het waren zijn beelden die Nederland de ogen openden en moegestreden militairen de erkenning gaven die ze nodig hebben als ze weer huiswaarts keren. Zij zijn hem dankbaar. Naar verluidt is Van Es inmiddels door een officier voorgedragen voor het Erekruis van Verdienste. Benieuwd of de Defensie-top het aandurft hem dat toe te kennen.

Tijdens Operatie Spin Gahr in de Baluchi Vallei bleek echter weer hoe onmachtig een Defensie-fotograaf in werkelijkheid is. Van Es trok met de eenheden mee, op grond van een order van Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn zelve, maar eindigde achter een .50-machinegeweer op een pantserwagen. ‘In de eerste plaats militair, dan pas fotograaf’ betekende in dit geval dat de commandant te velde, die in oorlogssituaties het laatste woord heeft, geen boodschap had aan Van Es’ camera’s. Hij had een machinegeweerschutter nodig, en daarmee uit. Van Es, die niet was opgeleid voor het gebruik van het wapen, kreeg een spoedcursus van enkele minuten en kon op het hoogtepunt van de operatie, tijdens de gevechten, zijn fotografie wel vergeten. Pas in een later stadium, toen de Taliban al waren verdwenen, lukte het hem mee te trekken met patrouillerende collega’s.

Intussen had Goran Tomasevic, een civiele fotograaf van Reuters, zich toegang tot het gebied weten te verschaffen door de Nederlanders te omzeilen en op te trekken met Amerikaanse militairen die aan de operatie deelnamen. De Nederlanders maakten het hem heel moeilijk. Tomasevic mocht niet meerijden in hun pantserwagens en ging in levensgevaarlijk gebied dan maar te voet op weg naar de basis om zijn foto’s te versturen. Hij kreeg het voor elkaar. Zijn ongecensureerde foto’s verschenen op de voorpagina’s van Nederlandse kranten, terwijl Defensie-fotograaf Van Es zich zat te verbijten achter zijn machinegeweer en civiele Nederlandse fotografen thuis beteuterd toekeken.

Medium img 6538 20  20naam

Principes te grabbel

Toen Tim Hetherington zijn winnende foto maakte, was hij embedded bij de Amerikaanse parachutisten in de Korengal Vallei. Zijn werk was niet geheel vrij, want operationele zaken (antennes, een overzichtsbeeld van de basis) mogen niet worden vastgelegd. Ook geldt tijdens een embed ‘terughoudendheid’ bij het fotograferen van gedode en gewonde militairen. Maar Hetherington was vrijer dan de Defensie-fotografen. Hij kon over zijn eigen materiaal beschikken en zelf beslissen of hij vond dat de foto’s gepubliceerd konden worden. Hetzelfde geldt voor de weinige Nederlandse civiele fotografen die embedded zijn geweest. Als Defensie de beelden al bekijkt, dan geeft ze aan bij welke foto eventueel problemen rijzen. De eindbeslissing – vrijgeven voor publicatie of niet – ligt bij de fotograaf, want Defensie kan niet over de beelden beschikken. Dit geldt overigens ook voor de artikelen van embedded verslaggevers.

Media die met de troepen meereizen hebben een verklaring ondertekend waarin zij (onder meer) beloven geen operationele informatie te publiceren. Er zouden zich gevallen kunnen voordoen waarin het algemeen belang uitgaat boven de afspraken die fotografen en verslagevers met Defensie gemaakt hebben. Bijvoorbeeld wanneer Nederlandse troepen burgerslachtoffers maken of anderszins het oorlogsrecht schenden. Defensie heeft slechts één sanctiemogelijkheid als zij vindt dat de afspraken worden geschonden, en dat is dan ook meteen een vervelende: het eenzijdig opzeggen van de samenwerking. In het Nederlandse embedded-systeem kan Defensie verder geen wettelijke actie ondernemen. Overigens tonen de bewustzijn verruimende foto van Hetherington en het tot contemplatie stemmende artikel van Sebastian Junger dat de veel bekritiseerde embedded-verslaggeving en -fotografie zinvol zijn. Ook als media zich aan de afspraken houden.

Het Nederlandse publiek heeft echter weinig aan deze constatering, want Defensie neemt zelden civiele fotografen mee naar Uruzgan. Volgens Den Haag zou dat de aanvoerlijnen extra zwaar belasten. Er zijn al professionele fotografen in het gebied, meldt de afdeling Voorlichting aan verslaggevers die willen reizen met hun eigen fotograaf – namelijk die van Defensie zelf. Zo blijven we verstoken van onverdachte foto’s, maar moeten we het doen met Defensie-foto’s waaraan nu eenmaal, hoe mooi de beelden soms ook zijn, het etiket van bedrijfsfotografie kleeft.

Medium img 6780 20  20naam 1

Het is opvallend dat Nederlandse (foto)journalisten zich daartegen nauwelijks verzetten. Op wat gepruttel over sergeant Hilckmanns Zilveren Camera-nominatie na bleef het rustig aan het fotografenfront. Ook toen Goran Tomasevic het operatiegebied binnensloop, bleef een gecoördineerde reactie uit. Onder Nederlandse collega’s werd weliswaar gemopperd op Defensie (‘Als wij niet mogen, dan die Tomasevic ook niet’), maar het beleid op zich – het niet meenemen van civiele fotografen – werd niet ter discussie gesteld. Misschien was het schaamte. Tomasevic, een door de wol geverfde oorlogsfotograaf, toonde gewoon meer guts and balls, sloop naar binnen via de Amerikanen en weerstond de Nederlandse tegenwerking. Hij was blijkbaar bereid meer risico’s te nemen dan Nederlandse fotografen.

Het is een gemiste kans. Ik was in Uruzgan toen Tomasevic opdook en zag het met eigen ogen: de Defensie-voorlichters zweetten peentjes. Zij wisten: als (foto)journalistiek Nederland nu als één man zou opstaan en verklaarde geen genoegen meer te nemen met de beperkingen, dan was het gedaan met het beleid. Dan zou er wellicht meer ruimte voor civiele fotografen kunnen zijn bedongen. Maar er gebeurde helemaal niks.

Het merkwaardigste is nog wel dat onze hoofdredacties zwijgen. Geen woord van protest lieten de hoofdredacteuren, die toch verenigd zijn in een Genootschap, tot nog toe horen over de controle vooraf op teksten, noch op het Defensie-monopolie op fotografie uit Uruzgan. Zij vinden het blijkbaar wel best. Het is inderdaad lekker goedkoop, werken met Defensie-fotografen. Hun gescreende en geselecteerde beeldmateriaal wordt gratis ter beschikking gesteld, en dus drukken kranten als NRC Handelsblad, Trouw, Algemeen Dagblad en de Volkskrant, de zogeheten kwaliteitspers, die zonder morren af.

Soms staat bij die foto’s dat ze afkomstig zijn van de Audio Visuele Dienst Defensie, vaker echter staat slechts de naam van de fotograaf vermeld zonder dat duidelijk is dat die werkt bij Defensie. Dat zet lezers op het verkeerde been. Zij verwachten onafhankelijke fotografie, maar krijgen een voorlichtersfoto voorgeschoteld.

Zo drukt de World Press Photo Nederland met zijn neus op de feiten. Wij hebben geen Tim Hetherington. Wij hebben geen Uruzgan-fotografie ‘die bewustzijn bijbrengt’, omdat Defensie geen civiele fotografen in haar operatiegebied duldt. En geen hoofdredacteur die erom lijkt te malen.

Zie ook: Defensie is een kwakkelende leerling_