‘degelijkheid is het beste wapen’

Dildo’s, huilbuien, bekentenissen op de buis: Koos Postema moet er niets van weten. Toch ziet de Walter Cronkite van de Lage Landen het nog wel goed komen met Hilversum, want: ‘De toekomst is aan diepgravende televisie.’
1 MEI A.S. IS het de nationale Koos Postema-dag. Dan wordt herdacht dat de Rotterdamse trambestuurderszoon 35 jaar geleden zijn eerste wankele schreden zette op het pad dat hem naar de toppen van het vaderlandse tv-sterrendom zou voeren. Het was als verslaggever van het Vara-radioprogramma Dingen van de dag. De journalistieke arbeid kende toen nog zo haar beperkingen. Postema: ‘Ik moest ergens een brandje verslaan. Liep ik met de microfoon naar een der aanwezigen om te vragen wat er precies gebeurd was, en dan was het antwoord: dat zou ik u best kunnen vertellen, maar u bent van de Vara. En ach, bij ons waren natuurlijk ook nogal wat restricties van kracht. Als we het bij Achter het nieuws - wat later - waagden een VVD-defensiespecialist te vragen voor een reactie op de begroting, hing er gelijk een briesende J. W. Burger van de PvdA-kamerfractie aan de lijn, met maar een vraag: “Waar was de PvdA-man?”

Wij hadden natuurlijk Jan Nagel, de meester van de politieke manipulatie. Wat die deed met een programma als In de rooie haan, nou, daar heb ik dikwijls met grote ogen naar zitten staren. Dat was gewoon een formidabele greep naar de macht, een geweldige publiciteitsmachine waar geen politicus zich aan kon onttrekken. Dat kwam op zaterdagochtend op de radio en vervolgens gonsde het het hele weekend in de nieuws- en actualiteitenrubrieken van wat er nu weer in In de rooie haan te berde was gebracht. Dan werd er natuurlijk veel geklaagd over de partijdigheid van het een en ander, maar dat had helemaal niks met partijdigheid te maken: het was gewoon puur de PvdA.
Later is dat allemaal te ver doorgeschoten. Het was in die tijd dat mensen als Wim Bosboom en ikzelf uit de gratie raakten. Er ontstond een geweldige richtingenstrijd waarin de grootste minkukels opeens alles te vertellen kregen. Allemaal mensen die inmiddels geheel vergeten zijn, opgegeten door hun eigen revolutie. Van Dam ging als een Jan Timmer door de hele Vara heen om zich van die typen te ontlasten. Dat ging echt met de zweep, maar dat kon gewoon niet anders. Zo gingen ook veel mooie dingen verloren, zoals het arbeidsvoorwaardenbeleid, dat zo uitmuntend was dat Marx en Engels er nog tranen van in de ogen zouden krijgen. In plaats daarvan kwam een nogal feodaal stelsel van kortlopende contracten. Het eerder zo oppermachtige instituut van de ondernemingsraad zat er van toen af voor spek en bonen bij. Maar achteraf moet je toch zeggen dat Van Dam de Vara heeft gered.’
HET IS EEN VREUGDELOOS uur in barretje Hilton aan de Amsterdamse Apollolaan. Maar de levende legende tegenover me aan tafel (63 alweer, maar even fris en monter als op het scherm, alsof hij er zo van is weggeplukt) heeft maar een paar slokjes koffie en een kleine trip over memory lane nodig om in die typische Postema-vertelcadans te komen - vloeiend, vertrouwenwekkend, in een soort niet-zalvende zoetgevooisdheid die zo langzamerhand ook al aan een vervlogen tijdperk is blijven kleven.
Al op de kweekschool ontwikkelde Postema een groot talent tot communiceren. Hij was de Walter Cronkite van de Lage Landen. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig waren de journalisten van Achter het nieuws ware volkshelden, die op Schiphol door kolonnes fotografen en collega’s werden opgewacht als zij terugkeerden van hun heilige queesten in brandhaarden als Biafra. ‘Achteraf is de kwaliteit van Achter het nieuws altijd wat overdreven’, zegt hij bescheiden. 'Een jonge medewerker van Nova heeft pas eens een paar afleveringen bekeken, en die zei dat-ie het toch wat vond tegenvallen. Allemaal veel te traag. Maar toen bleven de mensen ervoor thuis. We hadden ook veel minder concurrentie natuurlijk.’ Met programma’s als Een Uur U gaf Postema de maat aan in een televisietraditie die met een been in het oud-socialistische streven naar volksverheffing stond en met de andere in Marshall McLuhans global village.
'Mijn generatie geloofde natuurlijk enorm in de onderwijzende kracht van de televisie, in televisie als volksopvoeder, God betere ’t. Dat had natuurlijk alles te maken met het geloof in de maakbaarheid van de samenleving en de overtuiging dat de dingen nooit meer zouden worden zoals ze waren geweest. Het was die overtuiging die ook doorklonk bij Achter het nieuws, waar ik zat met iemand als Herman Wigbold. Ik zie nog voor me hoe die onder bescherming naar zijn auto moest worden gebracht, direct na die uitzending met Hueting over wat er was gebeurd in Indonesie.
We geloofden in de bevrijding van de mensen, hadden een heel duidelijk beeld over hoe het verder zou moeten met de maatschappij, en staken dat dan ook niet onder stoelen of banken. We waren van een generatie die grote vraagtekens zette bij de autoriteiten, we geloofden in de mondige mens. Televisie moest alles laten zien, dat was het idee. Als je dan ziet waar dat nu allemaal toe heeft geleid, dan zie je toch een wat averechts effect. Toen waren we ervan overtuigd dat zoiets als religie zijn laatste dagen had gehad. Vergelijk dat maar eens met de geweldige golf van pseudo-religie die we nu over ons heen krijgen gestort. Zo'n Japanse sekte die in de metro met gifgas in de weer is, daar krijgen we er in de aanloop naar het jaar 2000 nog veel meer van, daar ben ik van overtuigd. We leven in een zeer obscurantistische tijd, waarin het apocalyptische sektewezen uistekend kan gedijen.
En kijk eens naar onze gezondheidszorg. Hoewel dit land over een van de beste stelsels beschikt, zweert de bevolking massaal bij kwakzalverij. En in plaats van de mondige mens is er een heel egoistisch type opgestaan, heeft er een geweldige amerikanisering en algehele vergroving plaatsgevonden. Daartegen ontstaat dan weer een als zo'n EO-Landdag met tienduizenden jongeren en rockbands met reli-teksten. Dat had je twintig jaar geleden toch niet durven voorspellen? Mijn generatie schafte de autoriteit af, maar zette daar niets voor in de plaats. Het resultaat was verloedering.
Ik ben natuurlijk een Feyenoord-man in hart en nieren, maar als ik die spreekkoren tegen Van Gaal over zijn gestorven echtgenote hoor, dan zak ik werkelijk door de grond. Waar komt die grofheid toch vandaan? Een tijdje geleden was ik in het Olympisch Stadion, bij de wedstrijd tussen Ajax en Milaan. Na afloop zie ik daar bij het stadion zes volwassen mannen op zo'n dierlijke manier met elkaar vechten, dat ik er gewoon ter plekke depressief van werd.
Kijk, het is alleen maar een gedachte die nu zomaar bij me op komt, maar dan moet ik toch denken aan de jaren zestig en zeventig. Misschien is er toen toch meer vernietigd dan ons lief is. Natuurlijk is er in die tijd veel bereikt. Emancipatie, vrije expressie, noem maar op. Maar wat is het resultaat? Het resultaat is dat de VVD nu de grootste partij is geworden in mijn oude rooie Rotterdam. En is dat dan een of andere vorm van verlicht liberalisme? Ben je gek, het is nog steeds die oerconservatieve Wassenaar-club, laat je niets wijs maken. Rotterdam is een groot Wassenaar geworden, overlopend van een heel harteloos egoisme. Dat is dan het resultaat van al die zendingsijver.
Wat dat betreft heeft Wim Bosboom het natuurlijk bij het rechte eind, al doet hij wel erg zuur. De groei van het moslimfundamentalisme is natuurlijk ook een reactie op die vergroving en Coca-Colaisering van de wereld. Bij veel mensen bestaat het idee dat die Turkse keuterboertjes niet mee kunnen in deze wereld, maar zo zit het natuurlijk niet. Ze willen niet mee. Het fundamentalisme is een reactie op de vergroving, niet een onderdeel ervan. Het is de grootste kracht tegen de individualisering.’
HET IS NOGAL een ontboezeming. Indirect neemt Postema de schuld op zich voor het lot van Salman Rushdie. Behoort hij nu ook al tot die trieste rij van spijtoptanten uit de jaren zestig? Is Postema nu ook al bekeerd tot het conservatieve credo van zijn favoriete volksschrijver Gerard Reve, die hem bij een eerdere gelegenheid al eens officieel erkende als een gediplomeerd reviaan?
Postema: 'Nee zeg, ik geloof nog steeds in de vooruitgang. Cynisch hoop ik nooit te worden. Wat ik alleen maar wil zeggen is dat we wellicht te ver zijn doorgeschoten. Je ziet het ook aan het televisieaanbod. Het kan gewoon niet anders of de mensen krijgen binnenkort massaal genoeg van al die rondvliegende dildo’s en gekochte bekentenissen op tv. Het is een ontwikkeling waarvan ook mensen als Joop van den Ende zich terdege bewust zijn, iets waarover men zich zorgen maakt bij RTL. Een tijdje terug sprak ik voor het eerst met iemand van de Luxemburgse leiding van RTL, en ik moet zeggen: dat viel reuze mee. De goede man had zowaar enige boeken gelezen, en dat is meer dan wat je van de meeste omroepbazen in Hilversum kunt zeggen. Met andere woorden: ze zijn daar ook niet op hun achterhoofd gevallen. Ze weten ook wel dat je de mensen niet eindeloos een Catherine Keijl in een SM-kelder kan blijven voorzetten.’
Postema, die heeft gebroken met de maatschappij Dutch Dreams van zijn vroegere tv-kompaan Jef Rademakers (vooral bekend van de Pin Up Club, een volgens Postema 'alleen bij geruchte erotiserend programma’), staat tot 1997 onder contract bij Joop van den Ende. Eerder bracht zijn verbintenis met TV10, het geesteskind van de Aalsmeerder tv-fabrikant, hem niets dan ellende. Wat Postema’s finest hour had moeten worden (hij zou de presentatie verzorgen van een dagelijks actualiteitenprogramma) werd zijn grootste debacle. Den Haag dwarsboomde Van den Endes ambitieuze plannen voor een commerciele Nederlandse zender en gaf de voorkeur aan Lex Hardings Veronique, dat weer zou worden opgeslokt door het Luxemburgse CLT-imperium. Postema’s overstap naar TV10 werd indertijd - 1989 - door Trouw-columnist Koos van Weringh vergeleken met NSB-lidmaatschap: hij was 'fout’ in de heilige oorlog van het Bestel tegen de commercielen.
Eerder riep zijn vertrek bij de Vara soortgelijke reacties op, vooral nadat Postema het in een onbezonnen moment had gewaagd enige kanttekeningen te plaatsen bij het door God gegeven gezag van Marcel van Dam. Alleen al het uitspreken van zijn naam was jaren taboe op de Vara-burelen. Dochter Ingrid, werkzaam als regieassistente, merkte zelfs dat haar naam was geschrapt op de aftiteling van een Vara-programma waaraan ze had meegewerkt. Momenteel werkt ook zij bij Van den Ende. Al deze gebeurtenissen ten spijt, signaleert Postema toch nog een toekomst voor Het Bestel.
'Het gaat op het moment ontzettend snel met de commercialisering van het televisiewezen in Europa. We leven in de tijd van de opkomst van de grote televisiemagnaten. Het aanbod zal de komende jaren gigantisch worden vergroot: meer zenders, meer special interest-kanalen, abonneetelevisie. Door die ontwikkelingen krijgt Hilversum, als het zich goed weet te hergroeperen, toch nog nieuwe kansen, en dat is meer dan je een paar jaar geleden had durven verwachten.
Je ziet een ontwikkeling waarbij de mensen uitgekeken raken op televisie die alleen maar op de hoogste kijkcijfers is gericht. Er ontstaat een soort metaalmoeheid. Het viel me op dat er tijdens de uitzending van Nova waarin ook het Tweede-Kamerdebat over de uitlatingen van Bolkestein aan de orde zou komen, opeens een mededeling in het beeld verscheen: Den Haag Vandaag begint iets later dan gepland. He, denk ik dan, er is toch gebeld, en massaal, want als er gebeld wordt in Hilversum dan is dat gelijk een stormvloed. Er zijn toch zat mensen die nog willen weten wat er in de politiek is gebeurd.
Ouderwetse kwaliteit en degelijkheid zijn de beste wapens in de huidige media-oorlog. De mensen krijgen schoon genoeg van al dat exhibitionisme op televisie, van al die zinloze klopjachten op de doorbreking van het laatste taboe, al die biechten bij Lief en leed. De grootste fout die televisiemakers kunnen begaan is het onderschatten van hun publiek. Zo wordt er ontzettend neergekeken op de huidige jongeren en hun smaak. Maar ik persoonlijk zie alleen maar leuke jonge mensen, die met hele interessante dingen bezig zijn.
Pas nog had Theo van Gogh een interview met Auke Kok van HP/De Tijd, die zich helemaal heeft vastgebeten in het leven van Anton van der Waals, een enorme verrader in de oorlog. Dat was wel even een uur toptelevisie als je het mij vraagt, er werd een heel onwelriekend stukje vaderlandse geschiedenis tot op het bot toe geanalyseerd. Dat is dan toch veel beter dan al die Pieter Stormsen en hun breekijzers. De toekomst is aan ouderwets diepgravende televisie, daar ben ik van overtuigd.’
ZIT U MET uw keuze voor RTL dan niet precies aan de verkeerde kant?
'Ach, verkeerde kant… Ik hoef niet meer zo nodig voorop te staan. Wat ontzettend jammer is, is dat er niet tijdig een puur-Nederlandse commerciele omroep kon worden opgezet. De politiek heeft het daar volledig verknald. Als men een beetje alerter was geweest, was er al halverwege de jaren tachtig een Nederlandse versie van de Britse ITV geweest. Dan hadden we nu niet gezeten met een gigantische afroming van kapitaal richting buitenland, en was er daarnaast ook nog eens een soort van controle op het commerciele tv-wezen mogelijk. In Engeland hebben de commercielen te maken met hele strenge schema’s op het gebied van kwaliteit en zendtijdverdeling: zoveel procent amusement, zoveel procent cultuur. Als ze zich daar niet aan houden, wordt de licentie ingetrokken. Dat was in Nederland natuurlijk ook mogelijk geweest. En een deel van de winst van de commercielen was hier dan ook weer terugggepompt in het publieke bestel, waarmee dan weer nieuwe dingen konden worden gefinancierd. Stom genoeg heeft men vanuit Den Haag en Hilversum altijd op commerciele televisie gereageerd als het absolute kwaad. Men was zo verkrampt dat er nooit een fatsoenlijke regulering voor kon worden verzonnen. Alle actie die nu wordt ondernomen, komt tien jaar te laat.’
Postema kan er niet zo erg mee zitten. In het kader van zijn RTL-programma Postema op pad trekt hij over de gehele wereld, terwijl er achter de schermen wordt gewerkt aan een wat meer experimentele vorm van interactieve televisie, een van de BBC geleende programmaformule waarbij het publiek uiteindelijk de handeling van korte dramaprodukties bepaalt. 'Of je dat soort dingen nu maakt in Hilversum of Aalsmeer, het zal het publiek een rotzorg zijn.’