Economie

Degoutant

De crisis is het spreekwoordelijke geschenk dat maar blijft schenken.

Vorige week pakte The Financial Times uit met het verhaal dat een klokkenluider van Deutsche Bank een beloning van 8,25 miljoen dollar had geweigerd voor het aankaarten van boekhoudfraude bij de Amerikaanse toezichthouder. In de VS worden sinds een paar jaar klokkenluiders beloond met een percentage van de toegekende boete. In dit geval dertig procent van 55 miljoen dollar, te verdelen onder drie klokkenluiders.

De klokkenluider weigerde de beloning omdat hij vindt dat de boete niet ten laste moet komen van aandeelhouders maar van bestuurders. Als risk manager ziet hij het principieel als zijn taak aandeelhouders te beschermen tegen overmoedige bankbestuurders. In dit specifieke geval worden aandeelhouders echter gestraft voor het frauduleuze handelen van bestuurders die zelf comfortabel buiten schot blijven. Vandaar zijn kattenbel in The Financial Times.

Waarom de bestuurders niet zijn aangepakt? De klokkenluider is stellig: vanwege de draaideuren tussen bank en toezichthouder. Ten minste drie juristen van het team dat de boekhoudfraude moest onderzoeken, hebben eerder voor Deutsche gewerkt. En dan hebben we het niet over de jaren van voor de zondeval van 2008 toen dat doodnormaal was. Maar over de periode 2010-2013 toen burgers erop meenden te kunnen vertrouwen dat toezichthouders hun lesje hadden geleerd. Niet dus, zo blijkt uit dit zoveelste degoutante hoofdstuk uit de contemporaine bancaire geschiedenis.

Het gaat hier namelijk niet om een klein dingetje. Zoals de altijd opmerkzame site zerohedge.com memoreerde, betreft de boekhoudfraude waar Deutsche Bank voor is bestraft niets meer of minder dan de grootste geschiedvervalsing sinds de ontkenning van de holocaust. In 2008 was Deutsche met een balans van 2200 miljard euro niet alleen maar een pietsie kleiner dan de Duitse economie, die balans bevatte ook voor meer dan honderd miljard euro aan giftige hypotheekderivaten die na het bankroet van Lehman Brothers veel minder waard bleken dan de aankoopbon aangaf. En dus dreigde bankroet – en hier is een lesje kapitalistische faillissementswetgeving op z’n plaats.

Markttucht is hard voor de sukkels maar boterzacht voor de patsers

Als u en ik onze rekeningen niet meer kunnen betalen worden we failliet verklaard. Dat geldt niet voor grote ondernemingen en al helemaal niet voor grootbanken. Markttucht is keihard voor de sukkels aan de onderkant van de piramide, maar boterzacht voor de patsers aan de bovenkant ervan. Tijdens de crisis konden grootbanken in grote lijnen hun eigen waarde bepalen door opportunistisch te kiezen uit verschillende waarderingsmethoden: marktwaarde, boekwaarde of modelwaarde. Als dat niet genoeg bleek, zogen ze een waardering uit hun duim. Geen (schoot)hond die het kon (of wilde) controleren.

Dat is wat ze in 2008 bij Deutsche deden, dat toonbeeld van bancaire gewetenloosheid dat wereldwijd inmiddels voor meer dan tien miljard dollar heeft moeten schikken om vervolging af te kopen. Door de derivaten illegaal op te waarderen heeft Deutsche Bank om en nabij de twaalf miljard euro aan verliezen gecamoufleerd. Op een flinterdun eigen vermogen van 31 miljard euro zou dat onherroepelijk bankroet hebben betekend. En dus nationalisatie, opsplitsing, ontslag en al die andere bancaire narigheid die we van de herfst van 2008 kennen.

Het zou de loop van de geschiedenis radicaal hebben veranderd. Ga maar na: met een marktwaarde van pakweg vijftig miljard euro zou de Duitse overheid gedwongen zijn geweest een extra 2,5 procent bbp aan belastinggeld in failliete banken te pompen. Het zou van Duitsland, met pakweg vier procent aan directe bankensteun, een veel groter slachtoffer van bancaire incompetentie hebben gemaakt dan zij dankzij de fraude van Deutsche in werkelijkheid werd.

Dat zou een heel ander crisisnarratief hebben opgeleverd dan de zelfgenoegzame mythe die nu in Europese hoofdsteden rondzingt, namelijk dat Europese banken de willoze slachtoffers van hun Amerikaanse collega’s waren. En het zou de Europese politieke kaste hebben verhinderd om de causale relatie tussen bankencrisis en eurocrisis retorisch uit te vlakken en het Griekse drama als een sui generis-geval neer te zetten en niet als symptoom van een op hol geslagen kredietmachine. Alsof Deutsche Bank part noch deel had aan de overkreditering van Mediterrane overheden en projectontwikkelaars. En alsof Deutsche met zijn rammelende derivaten – denk aan Vestia – geen spoor van vernieling in Europa heeft getrokken.

Zo is het niet gegaan. Het roept de prangende vraag op of het niet tijd wordt voor een boycot van deze gewetenloze bank.