KUNST

Deimantas Narkevicius

Deimantas Narkevicius (1964) is deel van een vrij grote groep Litouwse kunstenaars die in de post-sovjetjaren tot bloei kwamen. Hij heeft de laatste jaren een sterke internationale reputatie verworven, wat bijvoorbeeld blijkt uit de verlening van de Vincent Award, vorig jaar, en uit de solotentoonstelling die het Van Abbemuseum nu aan hem wijdt in samenwerking met Museo Reina Sofia Madrid en Kunsthalle Bern.
Narkevicius maakt films, op hedendaagse video en op oud sovjetmateriaal, en die gaan vrijwel allemaal over het recente verleden van zijn land. In Eindhoven is er een tiental te zien. Bewegend beeld heeft het niet makkelijk, in de museumzaal. De projectie is meestal wel in orde, maar geluid van de ene film stoort de andere, en de bezoeker krijgt niet het zitcomfort geboden dat de bioscoop wel heeft. Dat betekent dat het maar zelden gebeurt dat een film helemaal tot het eind wordt bekeken. Bij Narkevicius is dat jammer.
Dat wil niet zeggen dat je zomaar weet waar je aan toe bent. Narkevicius’ films zijn ingetogen, bijna vredig van toon, en in techniek en materiaal maken ze een zekere nostalgische indruk. Dat heeft 16mm-projectie natuurlijk al bijna vanzelf, maar ook zijn recente films vertonen de grove korrel en de wat onbeholpen cameravoering die eigen is aan de home movie, het amateur-verslag. Dat naïeve element is cruciaal, want de maker wil nadrukkelijk geen historicus zijn. Een van zijn films bevat een interview met de Britse documentaire-filmmaker Peter Watkins, over het wijde territorium tussen de ‘vrije videokunst’ en de ‘historische documentaire’, welke laatste volgens Watkins altijd ‘autoritair’ is en altijd het proces, de context en de tijd naar zijn hand zet.
Narkevicius koerst met grote zorgvuldigheid daartussenin. Dit zijn herinneringen, memoires, mijmeringen, geen dossiers, geen bewijsmateriaal.
De Litouwers hebben vrij abrupt afgerekend met de sovjetperiode. Straten zijn omgedoopt, standbeelden zijn verwijderd, maar het verleden is daarmee niet zomaar weg, zegt Narkevicius. Sterker nog: door die radicale verwijdering van het erfgoed van het totalitaire regime kan de huidige generatie zich niet meer goed voorstellen hoe het leven in die jaren was. Dat regime, met zijn vrijwel complete onderdrukking van de persoonlijke expressie, was weerzinwekkend, maar de kunstwerken zelf zijn ook in hun socialistisch-realistische opvatting niet per definitie crimineel. Je moet er dus naar blijven kijken.
Dat verklaart bijvoorbeeld de film The Head (2007), die geheel bestaat uit authentiek DDR-filmmateriaal uit de late jaren zestig over het totstandkomen van een kolossale kop van Karl Marx (zeven meter hoog, veertig ton zwaar), die in brons op het grote plein van Karl Marx-Stad moet komen te staan. We zien de beeldhouwer, Lev Kerbel, aan het werk. Hij is een grootheid, dat is duidelijk, zoals hij peinzend naar de kolos staart. De socialistische clichés vliegen je om de oren (‘Marx heeft geen benen of armen nodig. Zijn hoofd zegt alles’), maar tegelijkertijd zie je onmiskenbaar een echte kunstenaar aan het werk. Je kunt natuurlijk het hoofd schudden over Kerbels volgzaamheid en de bizarre verering van de communistische held, maar je moet wél kijken. Want dit is allemaal heel recent.
Het uitzonderlijke en het aantrekkelijke aan Narkevicius’ werk is dat hij dat met een onmiskenbare mildheid toont. Het zijn films met een zeer fijne glimlach. Hij houdt zich verre van gemakzuchtige veroordelingen, en hij houdt zich verre van nostalgische verheerlijking. In die middenkoers zit grote wijsheid.

The Unanimous Life. Deimantas Narkevicius. Van Abbemuseum, Eindhoven, t/m 1 juni. www.vanabbemuseum.nl