De verbijsterende actualiteit van toneelstuk ‘Hetze’

Déjà vu van een moordaanslag

Eerst dacht ik dat het telefoontje over de moord dat ik in de trein kreeg een wrange grap was van iemand die me de stuipen op het lijf wou jagen. Vanaf het moment dat ik werkte aan Hetze, een toneelstuk over een aanslag op een populistisch politicus, ben ik immers steeds bang geweest dat er iets met Pim Fortuyn zou gebeuren. Bij de première op 1 mei in De Balie bekende Jaffe Vink, redacteur van Trouw,me nog dat hij in eerste instantie schrok van het stuk, omdat het een sluimerend angstvisioen plompverloren beschrijft: politiek geweld in Nederland. Mijn onbewust vooruitziende blik werkt vervreemdend. Dat bizarre gevoel versterkte zich toen de identiteit van de vermoedelijke dader bekend werd gemaakt. In mijn boek De wraak van de publieke zaakschrijf ik namelijk lovend over zijn werk bij de Vereniging Milieu Offensief. De vereniging strijdt met juridische middelen tegen gemeenten die gedogen dat bio-industriebedrijven zich niet houden aan de milieuwetgeving. Soms liet de vereniging zich ook afkopen. Zo heeft de gemeente Harderwijk, nota bene, voor honderdduizenden euro’s aan ammoniakrechten opgekocht opdat VMO een beroep tegen een vergunning zou intrekken. In het boek prijs ik de vereniging als een voorbeeld van politiek van onderop, als een belichaming van het ideaal dat burgers ook op technocratische gebieden een tegenmacht kunnen vormen.

Hetzeis begonnen als een thea traal gedachte-experiment. In februari werd een look alike van Pim Fortuyn in elkaar geslagen. Het kleine berichtje daarover in De Telegraafdeed me huiveren. Stel dat ze de echte Pim Fortuyn te grazen hadden genomen. In Hetzeheb ik geprobeerd te beschrijven wat er dan zou kunnen gebeuren. Het stuk begint nadat Maarten Schat, de leider van Weerbaar Nederland, door vier Marokkanen het ziekenhuis is ingeschopt. De flamboyante Schat ligt gedurende het hele stuk in coma. Het drama draait vervolgens om de reactie van de gevestigde politieke partijen op de aanslag. Het is een commentaar op het debat over de multiculturele samenleving en het wantrouwen tussen politici. Maar wat begonnen is als een theatraal gedachte-experiment is werkelijkheid geworden. Dat geeft alles een andere lading. Je kunt er niet naar kijken zonder de moord op Fortuyn in het achterhoofd.

Daardoor zie je bizarre parallellen. Het nieuws van de afgelopen dagen was voor mij soms een déjà vu. Dit heb ik al gezien, omdat ik het al heb geschreven. In Hetzeblijkt de politie vooraf te zijn ingelicht over de aanslag. De waarschuwing werd echter niet serieus genomen. Voor de minister van Binnenlandse Zaken is dat een tikkende tijdbom. Hij is immers verantwoordelijk voor alles wat de politie verkeerd doet. Dus wringt hij zich tevergeefs in bochten om deze blamage politiek ongeschonden te doorstaan. Het lijkt verwarrend veel op het gesteggel over de bedreigingen aan het adres van Fortuyn. Overal vertelde hij dat hij zich bedreigd voelde en toch houdt Klaas de Vries vol dat de politie geen blaam treft omdat er geen concrete aanwijzingen waren voor een aanslag.

Een andere parallel is dat het goede fatsoen voorschrijft dat je na zo’n dramatische gebeurtenis niet denkt aan partijpolitieke belangen. In de praktijk gebeurt dat toch, of ten minste verdenken politici elkaar van verborgen politieke motieven. Zie de discussie over het al dan niet uitstellen van de verkiezingen. De partijen die zouden verliezen als de verkiezingen zouden worden gebruikt als condoleance register, waren voor uitstel. De Lijst Pim Fortuyn wilde dat ze wel 15 mei werden gehouden. Ik wil niet zeggen dat alle politici alleen hun eigenbelang voor ogen hebben. Belangrijker is dat het vermoeden van zulke motieven de discussie vertroebelt. Je wordt immers verleid om niet te luisteren naar wat iemand zegt, maar op zoek te gaan naar zijn of haar geheime agenda. Dat is ook precies wat de premier, de minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Marokkaanse afkomst in Hetzepermanent doen en waarom het steeds misloopt. Het toneelstuk schetst een wereld waarin wantrouwen de norm is.

De moord op Fortuyn heeft het stuk nog actueler gemaakt. Ik vond het daarom jammer dat het na deze dramatische gebeurtenis niet meer is gespeeld. Dat het maandag afgelast werd, was logisch. Maar dinsdag en woensdag had het van mij weer mogen worden opgevoerd. Graag zelfs. Helaas wilden twee actrices dat niet. Dat is begrijpelijk. De parallellen tussen fictie en werkelijkheid zijn immers niet alleen –verhelderend, maar ook wrang. In het stuk redt het kabinet het vege lijf door te liegen dat ze Maarten Schat hebben gewaarschuwd voor een aanslag en door te zeggen dat hij de aangeboden politiebescherming heeft geweigerd. ‘Maar’, zo vraagt de minister van Binnenlandse Zaken, ‘wat gebeurt er als hij onverhoopt bij bewustzijn komt?’ De premier antwoordt daarop dat als hij een vent is, hij waardering heeft voor hun meesterzet, want hij weet als geen ander: ‘Blaming the victim werkt altijd’. Zo’n zin schrijnt na de gepleegde moord, maar dat is geen reden om hem in te slikken. Ik vind namelijk dat je ook nu Fortuyn dood is kritiek mag hebben op zijn standpunten en zijn retoriek. Dat is handelen in zijn geest. Hij vond immers dat alles moest kunnen worden gezegd. Hij haatte klefheid. Hij keerde zich tegen het idee dat je je mond moest houden om mensen niet te kwetsen. Een fel debat en dus ook een opvoering van een politiek verkiezings drama is daarom een beter eerbewijs dan de quasi-eerbiedige stilte die nu is afgekondigd. Gelukkig heeft Arthur Sonnen van het Theaterfestival gevraagd of Hetze op 5 september in zijn festival kan worden gespeeld.

Hetze

van Pieter Hilhorst

met: Ger Thijs, Esgo Heil, Marline Williams, Marisa van Eyle

Onder regie van Carel Alphenaar