MICHAEL CUNNINGHAM, BY NIGHTFALL

Delicate pracht

Mizzy komt eraan. Het is de bijnaam voor het jongere broertje van Rebecca, een midveertiger die getrouwd is met Peter, een kunsthandelaar in Soho, Manhattans kunstdistrict. ‘Mizzy’, kort voor: ‘The Mistake’. Getalenteerd, bloedmooi, verslaafd en in staat de simpelste opdracht te verprutsen.

Michael Cunningham, By Nightfall . € 14,50
Michael Cunningham, Bij het vallen van de avond . € 19,95

Medium 9780007318513

By Nightfall, de nieuwe roman van de Amerikaanse Michael Cunningham, begint ogenschijnlijk simpel genoeg, als een zedenschets van het New Yorkse ‘good life’. Het is de stad die we kennen, en die blijkbaar nauwelijks aan verandering onderhevig is, van Woody Allen tot Bret Easton Ellis en Jay McInerney, van Sex and the City tot Gossip Girl. Mensen zitten in taxi’s, bezoeken cocktailparty’s, kletsen bij in musea en zijn permanent in debat over waar te lunchen, en of daar gereserveerd kan worden.
Ik kan down-town komen.
Oké. Natuurlijk. Hoe laat, rond enen?
Waar zou je naartoe willen?
Ik kan nooit een goeie tent bedenken.
Heb je ook altijd het idee dat er ergens een perfect, voor de hand liggend restaurant is, waar je nooit op kunt komen?
Bovendien is het zondag, dus veel plekken vallen af.
Bladibla. Het vergt een vreemdsoortig narcisme, om het zo afgezaagde 'waar-gaan-we-eten’-gesprek prominent op te voeren (McInerney en vooral Ellis bliezen dit al eerder tot bizarre proporties op). Maar de personages in het hart van deze roman lijden aan een verscholen narcisme, een melancholie die het hebben van alles met zich meebrengt. Peter is zelfbewust melancholisch, wat hem alleen maar droeviger stemt, het clichématige midlife ennui dat zijn liefhebbende vrouw, dochter en galerie hem geven. Hij heeft zich erbij neergelegd. Als kunsthandelaar is hij 'gerespecteerd, maar niet gevreesd’, iets wat hij voor zichzelf goedpraat door te zeggen dat hij in oprechte schoonheid geïnteresseerd is, niet in commerciële kunst.
Schoonheid en verval zijn terugkerende thema’s van Cunningham, maar toch is dit boek weer een nieuwe wending in zijn oeuvre. Waar hij in zijn vorige twee romans deels andermans stijl kanaliseerde (Virginia Woolf in The Hours en Walt Whitman in Specimen Days) schrijft hij onbekommerd als zichzelf, soepele, heldere zinnen (ook in de uitstekende vertaling van Marijke Versluys) en schetst hij Peter als iemand die omringd wordt door opdrachten en situaties. De dominostenen staan klaar, wachtend op dat ene fatale duwtje. De overambitieuze kunstenaar, de moeilijke cliënte, de potentieel misdadige jonge hulp, een afstandelijke, bijna rancuneuze dochter. Maar Peters grootste dreiging logeert op zijn bank, en als hij per ongeluk de badkamer binnenloopt, geconfronteerd wordt met Mizzy’s naakte, afgetrainde lichaam, en daarna zijn eigen gezicht in de spiegel ziet, steekt iets in hem op, een verlangen naar jeugd, naar schoonheid, naar vrijheid.
'Beauty - the beauty Peter craves - is this, then: a human bundle of accidental grace and doom and hope.’
Mizzy is een leeg doek waar Peter zijn herinneringen aan zijn eigen broer op projecteert: Matthew, hoe die als zestienjarige enkeldiep in een meer stond, met zijn vriendinnetje Joanna naast hem. Peter zag ze staan, allebei volmaakte lichamen, door zonlicht omkranst, en werd overspoeld door een gevoel van onmogelijke, tere schoonheid, 'alhoewel dat woord tekort schiet’. Jaren later, als Matthew overleden is aan aids en Joanna is uitgedijd en getrouwd met een onbeholpen, lompe jongen, staat dat beeld nog altijd op zijn netvlies. Alsof een grotere waarheid lag opgesloten in hun delicate pracht.
Het verhaal dat volgt, een man van middelbare leeftijd die abrupt valt voor de veel jongere broer van zijn vrouw (kan dat?, vraagt Peter zich af, is het mogelijk om voor één iemand homo te zijn?) zou eigenlijk niet moeten kunnen, te bizar, maar op een of andere manier weet Cunningham een volkomen eigentijdse en volkomen geloofwaardige variant op Thomas Manns Dood in Venetië te schrijven. Peters stroom van gedachten, over hoeveel empathie we kunnen opbrengen voor onze ouders, over hoe herinneringen ons najagen, over leven met kunst, is steeds overtuigend, en zorgt voor een aanstekelijk verlangen naar nieuwe kansen.
En uiteindelijk belichaamt de onbetrouwbare Mizzy ook dat: nieuwe kansen. 'Mizzy. It’s hardly beyond understanding, neither the straight A’s that led to Yale nor to the drugs that led elsewhere.’
Zo zeer als iedereen zich zorgen om hem maakt, zo zeer zijn Peter en Rebecca ook jaloers op hem, op zijn vrije onbezonnenheid. En wanneer Cunningham de losse touwtjes van zijn roman aantrekt, beklijft het idee dat By Nightfall bijna een 'companion piece’ van Jonathan Franzens alom bejubelde Freedom kan zijn: waar Franzen schrijft over de sociale, economische en politieke betekenis van vrijheid voor het individu, schrijft Cunningham over privé-vrijheid, het verlangen dat geen van zijn personages hardop durft uit te spreken, het verlangen om vrij te zijn van elkaar, van het ingekapselde leven als verantwoordelijke consument en ouder, en om simpelweg te leven naar seks en liefde en alles wat lekker en mooi is. Franzen had alle sociale dominostenen van Peter genadeloos laten vallen; Cunningham wijst hem slechts op de kwetsbaarheid ervan, een mentale tik die nog lang natrilt.

MICHAEL CUNNINGHAM
BY NIGHTFALL
Farrar, Straus and Giroux, 238 blz., € 16,95

De Nederlandse vertaling van Marijke Versluys, Bij het vallen van de avond, is verschenen bij Prometheus, € 19,95