Na Trump: Welvaart, democratie en liberalisme blijken los verkrijgbaar

Democraat in de smalste zin des woords

Met Trumps overwinning kiest Amerika voor de illiberale wereldorde. Zijn campagne zat vol aanvallen op de pers, de rechterlijke macht en burgers die niet voor hem applaudisseerden.

Medium beeldunie 00140593

‘Lock her up! Lock her up! Lock her up!’ Die woorden, gescandeerd door de Trump-aanhang toen de winst van hun kampioen bekend werd, vormen het startsignaal waarmee een nieuwe fase in de Amerikaanse politieke geschiedenis begint. Het publiek dat om Clintons gevangenneming riep, spuwde uit wat ze gevoerd hadden gekregen. In een ongeëvenaarde veronachtzaming van het principe dat machten gescheiden horen te zijn, zwaaide Trump met de verkiezingsbelofte dat hij een speciale openbaar aanklager zou aanstellen die zijn Democratische rivaal achter de tralies zou zetten. Op die manier rust Trumps zege op het uitventen van de fictie dat het rechtssysteem een instrument is van de leider van de Verenigde Staten om politieke doelen te verwezenlijken.

Trumps suggestie dat je kunt stemmen om iemand te laten opsluiten, is niet het enige wat zijn autoritaire inborst laat zien. Zijn campagne bestond in belangrijke mate uit aanvallen op de pers, de rechterlijke macht en burgers die niet applaudisseerden voor zijn specifieke interpretatie van hoe Amerika weer great kon worden. Trump voedde de birther-mythe dat Obama niet in de Verenigde Staten geboren zou zijn. Pas twee maanden voor de verkiezingen deed hij afstand van deze complottheorie bedoeld om het vertrouwen in de zittende president en zijn partij te ondermijnen. Mexicaanse immigranten werden door Trump bestempeld als ‘verkrachters’. Gonzalo Curiel, de rechter in een zaak tegen de Trump University, was volgens Trump ongeschikt voor zijn ambt louter omdat hij Mexicaan was. Het justitieel apparaat werd wel vaker door Trump gediskwalificeerd. In het feit dat Clinton op vrije voeten was zag hij lange tijd het bewijs dat de fbi en het ministerie van Justitie met haar onder één hoedje speelde.

De lijst, zoals bekend, is lang. Trump heeft aangegeven marteling als een nuttig instrument te zien, denkt lichtvoetig over de inzet van het nucleair arsenaal en opperde dat wapenbezitters wellicht iets aan Hillary Clinton konden doen. Tijdens een campagnebijeenkomst riep hij zijn aanhang op om eventuele demonstranten in de zaal in elkaar te slaan. De rekening mocht naar hem, in het geval van een rechtszaak. Journalisten die Trump bekritiseerden waren ‘disgusting, disgusting people’. Media, beloofde Trump, moesten hun toon matigen of anders rekening houden met vervolging omdat hij ervoor zou zorgen dat de juridische bescherming van de pers zou worden afgezwakt. Als klap op de vuurpijl liet Trump weten dat hij niet voornemens was de verkiezingsuitslag zonder meer te erkennen. Omdat hij gewonnen heeft, is dit probleem vanzelf opgelost, maar het heeft duidelijk gemaakt wat democratie à la Trump betekent: de eigen overwinning is de enige mogelijke uitkomst.

Dit alles maakt Trump tot de gevreesde politicus die democratisch gekozen wordt door het raamwerk van diezelfde democratie aan te vallen. Het label democraat (met kleine d) is op hem van toepassing, enkel in de smalste zin des woords: hij heeft zijn aanstaand presidentschap verworven op basis van een stembusgang. Maar democratie is meer dan een bevolking die op gezette tijden een vakje inkleurt. Ook respect voor de grondwet, een vrije pers en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht behoren tot voorwaarden van een gezonde democratie. Tel daar waarden als tolerantie, pluralisme en de bereidheid tot compromisvorming bij op, en je kunt spreken van een liberale democratie.

Trump heeft lak aan dat alles. Het pakket aan instituties en overeenstemmingen dat de democratie in Amerika tot een liberale democratie maakt, zijn, getuige zijn campagne, voor deze Republikein eerder een sta-in-de-weg dan een politieke cultuur die moet worden gekoesterd. Van meet af aan gaf hij een invulling aan politiek waarin macht, door het volk in de handen van een leider gelegd, het voornaamste ingrediënt is. De rest is opsmuk, en kan worden afgedaan als iets wat de uitoefening van die macht in de weg staat.

‘Wat werkelijk beangstigend is aan Trump’ schreef de politiek wetenschapper Yascha Mounk in een essay op Salon.com, ‘is dat hij niet uniek is. In een rijke, roerige republiek is er altijd wel een mediagenieke pestkop te vinden die de onderbuik aanspreekt. Een populist die nare dingen zegt is alles behalve nieuw. Wel nieuw is dat zoveel kiezers de politieke elite dermate verafschuwen en zo teleurgesteld zijn geraakt in de staat van het land dat ze kiezen voor iemand die zo naar is.’ Inderdaad, wat betekent het dat een land kiest voor een leider die racisme, seksisme en aanvallen op de rechtsstaat als handelsmerk heeft? Het regende antwoorden de afgelopen dagen: Amerika kent een groot cohort globaliseringsverliezers, er gaapt een cultuurkloof tussen hoog- en laagopgeleiden, er was zo veel wantrouwen tegen de elite dat veel Amerikanen liever een ongewassen beer als Trump in het Witte Huis zien dan een tweede president met de achternaam Clinton.

Media, beloofde Trump, moesten hun toon matigen of anders rekening houden met vervolging

Het zijn stuk voor stuk verklaringen die op zichzelf of in combinatie kiezers over de streep trokken om op Trump te stemmen. Bij elkaar opgeteld is het resultaat dat voldoende Amerikanen zich bereid tonen om de liberale democratie in hun land om te ruilen voor haar tegenhanger: illiberale democratie, die gespeend is van de kaders die politiek in banen leiden. Als er één funderend principe is van de liberale democratie, dan is het de aanvaarding van verschillende claims op wat waar en goed is. Vandaar dat minderheden worden beschermd, de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd is en burgerrechten worden losgekoppeld van levensovertuiging, ras, geslacht en seksuele voorkeur. In de illiberale democratie geldt een ander uitgangspunt: een meerderheid bij stembus wordt gezien als mandaat om de aanval te openen op de minderheid.

De term ‘illiberale democratie’ werd eind jaren negentig gemunt door politiek commentator Fareed Zakaria in een essay in Foreign Affairs. Zakaria toonde zich destijds bezorgd dat de mondiale democratiseringsgolf eind vorige eeuw andere uitkomsten bleek te hebben dan wat er in het Westen was gebeurd. Waar in Europa en de Verenigde Staten volksbestuur hand in hand ging met politieke en economische vrijheid, werden in Rusland, Azië, Zuid-Amerika en Afrika leiders gekozen die veel minder ophadden met vrijheid, gelijkheid en burgerrechten. Hij zag deze trend terug in onder anderen Boris Jeltsin en de Argentijnse president Carlos Menem, die weliswaar legitiem gekozen waren, maar het parlement omzeilden en per presidentieel decreet regeerden.

Medium anp 48424453

Zakaria kwam tot het inzicht dat er een gemakkelijke veronderstelling bestaat dat vrijheid en democratie hand in hand gaan. ‘Bijna een eeuw lang heeft het Westen aangenomen dat democratie automatisch liberale democratie betekent, een systeem met niet alleen vrije en eerlijke verkiezingen, maar ook een rechtsstaat, een scheiding van machten en de vrijheid van meningsuiting, vergadering, religie en eigendom. In werkelijkheid staat dat pakket aan vrijheden historisch en theoretisch los van democratie’, schreef hij. In de politieke wetenschappen is dat inzicht gemeengoed geworden, maar vooral wanneer het om de wereld buiten het Westen gaat. Op de een of andere manier wordt de populistische opstand in Europa en de Verenigde Staten nog niet aangegrepen om te constateren dat ook daar liberale democratie aan glans heeft verloren.

Dat heeft deels te maken met hoe democratisering in het Westen verder heeft uitgepakt. Zakaria vertaalde de constatering dat er alternatieven bestaan voor liberale democratie, opvallend genoeg, naar een pleidooi voor minder volksbestuur, en meer macht voor een bestuurlijke elite. In zijn boek uit 2003, The Future of Freedom: Illiberal Democracy at Home and Abroad, betoogde hij dat internationale organisaties, ambtenaren en denktanks een stevige buffer moeten vormen tegen ‘the great unwashed’ die als gevolg van ‘overdemocratisering’ het land op hol kunnen doen slaan. Dit pleidooi voor de expertocratie lokte meteen felle kritiek uit, maar de wereld heeft Zakaria de afgelopen twintig jaar in grote mate gelijk gegeven. De Europese Unie, waar beleid wordt gemaakt zonder dat er direct verantwoording hoeft te worden afgelegd aan een electoraat, past naadloos in wat Zakaria bepleitte. De toegenomen invloed van internationale afspraken en organisaties eveneens.

Het succes dat populisten oogsten laat zien dat de liberale democratie in stand houden door minder democratie toe te laten de kwaal alleen maar erger maakt. De keuze voor Trump, die zich wil terugtrekken uit internationale verbanden, is een direct protest tegen de macht van ongekozen experts, net als eerder de stem voor de Brexit in het Verenigd Koninkrijk. Zoals mondialisering de stuwende kracht van de liberale democratie was, wint de illiberale democratie aan invloed door demondialisering te beloven. Dit is wat Trump bedoelt met zijn ‘Americanism, not globalism’.

De gedachte dat liberale democratie een stabiel, langdurig systeem is, is definitief op zijn retour

De gedachte dat liberale democratie een stabiel, langdurig systeem is dat zich als een olievlek over de wereld zou verspreiden, is hiermee definitief op zijn retour. Dit ‘einde van de geschiedenis’, zoals begin jaren negentig voorspeld door Francis Fukuyama in zijn boek The End of History and the Last Man, heeft al met al een kwart eeuw geduurd. Tot en met vorige week konden politiek analisten nog volhouden dat de opmars van illiberale democratie iets was wat buiten de Verenigde Staten en West-Europa te merken was. Maar met de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen is nu de belangrijkste pijler van de liberale wereldorde aan het schudden gebracht.

Ook Fukuyama gooit de handdoek in de ring, zo lijkt het. ‘Het presidentschap van Trump kondigt het einde aan van een tijdperk waarin Amerika de belichaming van democratie symboliseert voor mensen overal ter wereld die leven onder corrupte autoritaire regeringen’, schreef hij na de verkiezingsuitslag in de Financial Times. Volgens Fukuyama kon Amerika kiezen tussen liberaal-internationalisme en populistisch-nationalisme. Het tweede kamp trok aan het langste eind ‘en dat laat zien dat de grootste bedreiging voor liberale democratie van binnenuit komt.’

Fukuyama formuleerde zijn end of history-these in 1989, toen de Berlijnse Muur viel. Twee jaar later klapte de Sovjet-Unie, waarmee de liberale democratie zijn belangrijkste rivaal kwijtraakte. Het idee dat liberale democratie the only game in town was kreeg vleugels in de jaren negentig toen de Verenigde Staten zichzelf winnaar van de Koude Oorlog verklaarden en met Bill Clinton als president globalisering, deregulering en de vrije markt omarmden. ‘We mogen ons gelukkig prijzen dit moment in geschiedenis te beleven’, zei hij bij zijn laatste State of the Union in 2000. ‘Nooit eerder heeft onze natie zoveel welvaart en sociale vooruitgang gekend, met zo weinig interne crises en zo weinig externe bedreigingen.’ Volgens Clinton was Amerika erin geslaagd ‘de brug naar de 21ste eeuw’ succesvol over te steken.

Inmiddels weten we dat er aan de overkant van de brug geen liberaal-democratisch paradijs ligt. De afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat grote delen van Amerika die oversteek niet gemaakt hebben en dat de brug inmiddels wankel is geworden. De welvaart en de sociale vooruitgang waar Clinton over sprak bleken onvoldoende gelijk verdeeld om heel Amerika er blijvend van te overtuigen dat liberale democratie het beste voor hen was. Het electoraat van Trump bestond deels uit economisch verwaarloosden, de groep van wie de inkomens en baankansen zijn blijven steken op het niveau van de jaren negentig, toen Fukuyama het einde van de geschiedenis aankondigde.

Niet dat Trump dit probleem gaat oplossen. Hillary Clinton had betere papieren om economische ongelijkheid en vastgelopen inkomens tegen te gaan. Ze wilde winstdeling en meer bescherming voor werknemers en zette zich in voor gelijke betaling tussen mannen en vrouwen. Het is misschien te weinig en te langzaam, maar dit sociaal-democratische pakket zou meer voor de globaliseringsverliezer hebben gedaan dan de belastingverlagingen van Trump die vooral ten gunste van de hogere inkomensgroepen uitpakken – waarmee het vermogen van de staat om de onderkant erbij te trekken alleen maar kleiner zal worden. Het feit dat toch Trump richting Witte Huis gaat, laat zien dat zuiver economische verklaringen niet voldoende zijn om de opmars van de illiberale democratie te verklaren.

‘EEn van de vele simplificeringen met betrekking tot Trump is dat de meerderheid van zijn aanhangers tot de “working poor” behoren’, constateerde historicus en journalist Sam Tanenhaus begin september in Prospect Magazine. Trump riep weliswaar ‘I love the poorly educated’, maar in werkelijkheid is zijn electoraat in doorsnee welvarender dan dat van Hillary. Het gemiddelde inkomen van de Trump-stemmer bedroeg 72.000 dollar, ten opzichte van 56.000 dollar van de Clinton-kiezer. ‘Trump is in grote mate een kandidaat van de Amerikaanse middenklasse’, aldus Tanenhaus. Een vergelijkbaar inzicht kwam van Eric Kaufman, een onderzoeker van de London School of Economics. Hij peilde afgelopen zomer welke onderwerpen de Trump-kiezers het meest belangrijk vonden. Armoede en ongelijkheid interesseerde ze weinig, zo bleek. Immigratie, terrorisme, criminaliteit en law and order scoorden allemaal veel hoger. ‘Trump oogst succes omdat het witte electoraat culturele orde boven verandering prefereert’, concludeerde Kaufman.

Dit alles wijst erop dat er nog een aanname uit de tijd van het globaliseringsoptimisme is die, samen met the end of history, richting de mestvaalt van de geschiedenis kan. Lange tijd was de gedeelde overtuiging dat zolang burgers materieel welvarend zijn, ze zich vanzelf zouden bekeren tot liberale democratie. Inderdaad trokken in de vorige eeuw welvaart, democratie en liberalisme samen op. Maar de 21ste eeuw toont tot nu toe dat deze drie ook los verkrijgbaar zijn. Welvaart kan zonder democratie en democratie kan zonder liberalisme.

Deze ontwikkeling was al te zien in andere landen waar de illiberale democratie voet aan de grond heeft gekregen. Rusland, Turkije, China en India vormen een alternatief voor het liberale model dat de steun geniet van de nieuwe middenklasse die daar is ontstaan. Hetzelfde geldt voor Hongarije, dat een illiberaal bolwerk binnen de EU vormt. Er zijn blijkbaar genoeg burgers die wel de middelen, maar niet de behoefte hebben om de brug over te steken naar het tijdperk waarin grenzen, nationale cultuur en homogene gemeenschappen aan belang verliezen als gevolg van globalisering. Illiberale democratie is hiervan de politieke vertaling. Amerika, het land waar het einde van de geschiedenis begon, staat met president-elect Trump klaar om zich tot deze nieuwe wereldorde te bekeren.


Beeld: (1) Altoona, augustus. Trump-supporters tegenover anti-Trump-demonstranten tijdens een verkiezingsbijeenkomst (Cynthia van Elk / De Beeldenunie); (2) Los Angeles, 12 november. Protest tegen de verkiezing van Donald Trump (Ted Soqui / Reuters/ ANP)