DEMOCRATEN OP ZOEK NAAR GOD

DENVER – In 2004 stemde bijna tachtig procent van de zeventig miljoen witte evangelische kiezers op de toen al weinig populaire president George W. Bush. Met succes had de Republikeinse Partij duidelijk gemaakt dat gelovige kiezers bij de goddeloze Democraten niets te zoeken hadden. En de strategen van de Democratische kandidaat John Kerry deden geen enkele poging dat beeld bij te stellen. Op voorhand werden de zogenoemde ‘waardenstemmers’, kiezers die volgens Republikeinen hun keuze laten bepalen door ethische kwesties als het recht op abortus of stamcelonderzoek, als verloren beschouwd. Dat meer gematigde gelovigen zich in het verleden niet louter door deze stokpaardjes van christelijk rechts lieten leiden, maar vanwege sociale thema’s als gelijke rechten en dankzij Democratische dominees als Martin Luther King ook wel voor de Democraten kozen, was het campagneteam in 2004 even vergeten. Kerry voerde opzettelijk geen campagne in witte kerken en verwees slechts sporadisch naar zijn katholieke achtergrond. Hij was bang om niet-gelovige kiezers van zich te vervreemden. Zelfs de meerderheid van de katholieken stemde in 2004 uiteindelijk voor George W. Bush en niet voor de katholieke kandidaat Kerry.
‘Veel Democraten’, merkte de columnist E.J. Dionne al eens op, ‘ontdekten God in de exit polls van 2004. En daar gingen ze met hun bijbels, op zoek naar ieder vers – en het zijn er veel – dat de noodzaak zou beschrijven om de armen te helpen, onrecht te bestrijden en de onderdrukten te bevrijden.’ Het resultaat van die zoektocht was afgelopen week te zien op de Democratische conventie in Denver (Colorado). Voor het eerst in de geschiedenis begon de conventie zondag met een oecumenische kerkdienst en na de toespraak waarin Barack Obama donderdag zijn presidentskandidatuur aanvaardde, ging een witte, evangelische dominee uit Florida ten overstaan van de miljoenen televisiekijkers voor in gebed. Met de diepgelovige Obama proberen de Democraten de God gap te dichten. Volgens dominee Jim Wallis, al jarenlang Obama’s ‘spirituele vertrouweling’, is Obama de meest christelijke kandidaat sinds de born again Jimmy Carter.
Voordat de duizenden afgevaardigden zich iedere avond naar de grote zaal van het Pepsi Center haastten om de grote toespraken van de Clintons, van senator Ted Kennedy of van de (katholieke) vice-presidentskandidaat Joe Biden te horen, bezochten ze afgelopen week in de middaguren in kleine zaaltjes en hotels tientallen side events, georganiseerd door verschillende groepen binnen of buiten de Democratische Partij. Meer dan ooit richtte een aantal van deze evenementen zich expliciet op de christelijke Democraten: op woensdag werd in een hotel in downtown Denver bijvoorbeeld uitgebreid geconfereerd door de organisatie Democrats For Life en op donderdagochtend kwam de pas opgerichte Faith Caucus van de Democratische Partij bijeen.
Met hulp van Obama’s speciaal aangestelde religious affairs director Joshua DuBois wordt op alle mogelijke manieren de band met de christelijke kiezer hersteld. Maar hoewel de evangelische kiezer ten opzichte van 2004 een bredere belangstelling toont en ook politieke aandacht vraagt voor Democratische thema’s als armoede en klimaatverandering, zullen de Democraten en de dominees het over abortus nooit eens worden.
Of wel?
‘Wie pro-life is’, zegt het Congreslid Heath Schuler op de bijeenkomst van Democrats For Life, ‘moet pleiten voor leven vanaf conceptie tot aan de natuurlijke dood. Abortus vindt niemand leuk. Maar Republikeinen hebben van abortus een politiek issue gemaakt, terwijl ze gemakkelijk voor de doodstraf kunnen zijn en zich geen zorgen maken om de miljoenen Amerikanen die geen ziektekostenverzekering hebben. Als je voor het leven bent, dan wil je ook díe mensen redden.’ Senator Bob Casey, ook een Democrat for Life en een vroege supporter van Obama, heeft inmiddels een wetsvoorstel ingediend om het aantal ongewenste zwangerschappen te verminderen, adoptie makkelijker te maken en meer geld beschikbaar te stellen voor kinderopvang. Obama in zijn slottoespraak: ‘We zijn het misschien niet eens over abortus, maar we kunnen het zeker eens worden over het verminderen van het aantal ongewenste zwangerschappen in dit land.’