Democratie! En dan?

Er gaat een zucht van verlichting door het Westen. Voorzover we het nu kunnen beoordelen zijn de verkiezingen in Irak zonder grootschalig bedrog verlopen. Er zijn maar een stuk of veertig doden gevallen. Er is geen burgeroorlog tussen sjiieten, soennieten en Koerden uitgebroken. Ondanks het levensgevaar heeft zestig procent gestemd. President Obama heeft het Iraakse volk gelukgewenst met deze nieuwe, geslaagde stap op de weg naar de democratie. Zo wordt deze natie toch nog een voorbeeld voor het hele Midden-Oosten. Het heeft wel een jaar of zeven geduurd, maar zo zie je: George W. Bush en zijn neoconservatieven hebben gelijk gekregen. Over alles wat sinds 2002 aan deze triomf van de volkswil vooraf is gegaan zeuren we niet meer. Dat is vruchteloos nakaarten. Nu, meer dan ooit, gaat het om de wenkende toekomst.
Is dit een verdedigbare manier van redeneren? Nee. Degenen die destijds voorstander van de oorlog waren, kunnen nu wel bij hoog en bij laag verzekeren dat we zonder Bush nog steeds zouden zijn opgescheept met Saddam Hoessein, met of zonder massavernietigingswapens. En het is waar: geen mens kan bewijzen of het andere beleid, dat van containment, het in bedwang houden van de dictator met vermijding van oorlog, beter zou zijn geweest. Maar daaruit volgt nog niet het onomstotelijk gelijk van de aanvallers, al denken J.P. Balkenende en J. de Hoop Scheffer daar anders over.
Het vraagstuk Irak is vrijwel uit de Nederlandse media verdwenen. Lang geleden hebben we onze troepen uit al-Mutannah teruggetrokken, het debat over het rapport van de commissie-Davids is uitgewoed. Wat Nederland aangaat is nu ook het probleem Afghanistan geregeld. We zitten hier met de nasleep van de gemeenteraadsverkiezingen en we bereiden ons voor op onze eigen burgeroorlog die, wie weet, omstreeks 9 juni zal uitbreken. Wat er verder in Irak gebeurt, kan ons onder deze benarde omstandigheden geen zorg meer zijn. Het vervagen van het debat over Irak bewijst dat Nederland verder provincialiseert.
Door dit gebrek aan belangstelling wordt de schijn gewekt dat in Bagdad nu praktisch alles in orde is. Maar in werkelijkheid horen de verkiezingen in Irak tot de wereldpolitiek. Zo wordt dit feest van de democratie ook behandeld in serieuze media als The Economist en de International Herald Tribune. En dan blijkt uit reportages van verslaggevers ter plaatse dat in zeven jaar oorlog Irak wel een aantal gedaanteverwisselingen heeft ondergaan, maar steeds onder dezelfde noemer. Het land is voortdurend een failed state gebleven. ‘De offers die voor het afzetten van Saddam zijn gebracht - in mensenlevens en materieel - zijn in ieder geval veel te hoog geweest. De argumenten om hem af te zetten zijn niet gerechtvaardigd’, schrijft The Economist, en het blad rekent zichzelf daarbij tot de schuldigen. Daar kunnen het kabinet-Balkenende I en zijn ferme bondgenoten van toen een voorbeeld nemen.
Maar nu. Hoe ziet het er in Irak na de verkiezingen uit? Het aantal moorden is de afgelopen paar jaar wel sterk afgenomen, maar er zijn er nog altijd een driehonderd per maand. Onder politici is moord de eerste doodsoorzaak. Op straat in Bagdad zijn 1500 controleposten om erger te voorkomen. De stad is zwaarder gemilitariseerd dan onder Saddam. Het parlement moest aan de vooravond van de verkiezingen nog 79 wetsontwerpen bespreken; de antiterreurwet had volgnummer 33. Of die ooit behandeld zal worden valt onder deze omstandigheden met geen mogelijkheid te zeggen, want afgezien van de stembusrituelen lijkt de Iraakse democratie maar heel weinig op het systeem dat we in het Westen zo noemen. Nog altijd is het de vraag of de volgende regeringsleider erin zal slagen de drie bevolkingsgroepen, sjiieten, soennieten en Koerden, dusdanig met elkaar te verzoenen dat er niet weer een burgeroorlog oplaait. Zo veel tijd is er niet meer. Obama heeft beloofd dat op 1 september alle Amerikaanse gevechtstroepen zullen zijn teruggetrokken, en op 1 januari 2012 zal ook de laatste Amerikaanse soldaat gerepatrieerd zijn. En wat dan?
Een al dan niet gedemocratiseerd Irak zou dan weer zelfstandig deel uitmaken van het complex dat we het Midden-Oosten noemen. De Amerikaanse invloed, meldt The Economist, is nu al zienderogen aan het verminderen. Al Maliki, een van de kandidaten voor het premierschap, wordt ervan verdacht een al te welwillende houding tegenover Teheran aan te nemen. De Iraanse president Ahmadinejad wordt met zijn kernwapen in voorbereiding hier beschouwd als kandidaat wereldvijand nummer één. Stel je eens de volgende versie van het zwarte scenario voor. Israël wil niet het risico nemen dat Iran een kernmacht wordt en verwoest in een preventieve actie de Iraanse installaties. De oude vijanden Irak en Iran verenigen zich tegen het Westen. Niet meer ondenkbaar. Gaan Amerika en de Navo daar dan opnieuw orde op zaken stellen? In ieder geval heeft Washington dan zijn achthonderd miljard dollar in Irak voor niets uitgegeven.