Opheffer

Democratie heeft haar tijd gehad

Alle grote politicologen zijn het er wel over eens: Nederland is niet zo democratisch. We kiezen één keer in de vier jaar onze volksvertegenwoordigers, en dat is het. Kortom: we overdrijven onze democratie, ons democratisch gehalte en onze democratische gezindheid.

De vraag die aan de orde is: moet onze democratie eigenlijk wel worden uitgebreid?

Persoonlijk heb ik er een hekel aan steeds naar de stembus te moeten. Ik ben knap, intelligent en geïnteresseerd, maar juist daar door wil ik me met andere zaken bezighouden dan: wie moet mijn volgende burgemeester worden, of: wat doen we met het Vondelpark, of: welke officier van justitie moeten wij hebben? In de tijd die ik daar serieus voor zou moeten nemen, kan ik een boek schrijven. Wat zou nu beter zijn voor Nederland: dat ik een boek schrijf, of een verkeerd politicus kies?

Ik zou eigenlijk het liefst één keer in de tien jaar willen stemmen. Dit kan niet en zou ook onverstandig zijn; mensen zijn te zwak om zulke weelde te dragen.

Democratie vreet tijd. In arme landen weten ze dat en hebben ze een dictator ingesteld. Die dictator zegt steeds tegen ons in het Westen: ik weet wel dat jullie hier een democratie willen hebben, maar dan komt er niets van de grond. Jullie hebben drie, of twintig partijen. Wij hebben hier 153 stammen, met even zovele stamhoofden. De één daarvan kan wel schrijven, de ander niet, ze willen allemaal het beste voor zichzelf en het slechtste voor de ander. Als je al die stammen democratisch zou laten stemmen, komt er niets van de grond. Toch weten we dat democratie daar noodzakelijk is, paradoxaal genoeg juist om machts misbruik te voorkomen.

Hier in het Westen zijn onze technologie, handel en industrie in een stroomversnelling terechtgekomen, terwijl de democratie nog steeds volgens dezelfde processen verloopt. Dus gaan onze technologie, onze handel en onze industrie het democratische proces beïnvloeden. We zijn zo rijk geworden door onze handel dat we democratische processen kunnen kopen. Kies mij — ik meld het u via e-mail, de krant, de tv, de radio, mijn producten en mijn reclamespots en mijn vrienden. En u kiest mij. Waarom? Omdat u mijn ge kochte uiterlijk betrouwbaar vindt, u moet lachen om mijn gekochte grappen, u vertrouwen hebt in mijn helder geschreven gekochte partijprogramma en ik ook nog eens iets vind wat u ook, naarmate u langer, heftiger en intensiever met mij wordt geconfronteerd, ook vindt.

Democratie is niets, maar het democratisch proces is een product geworden met een marktwaarde. Die marktwaarde is redelijk hoog, maar betaalbaar. Ze zou onbetaalbaar moeten zijn. Het feit dat ze betaalbaar is, maakt dat ze verhandeld kan worden, dat je er winst mee kunt behalen en dat je haar als miskoop van de hand kunt doen.

Je kunt jezelf nu de volgende vraag stellen: als het democratisch proces een product is geworden, kun je het dan niet aan het buitenland verhandelen? Dat kan, maar de weg is ingewikkeld. Ik kan zo op het oog nooit premier van Spanje worden omdat ik Nederlander ben. Tenzij ik geld heb. Ik kan mijn nationaliteit kopen, en dan gekozen worden.

Neem Máxima. Die is prinses, maar niets staat haar in de weg om ook gekozen premier te worden. Stel dat dat niet zou kunnen, dan zou het pas goed mis zijn met onze democratie.

Kortom: de democratie is mooi, maar heeft waarschijnlijk, zoals ze nu is, haar beste tijd gehad. Er moet iets anders komen. Iets dat minder tijd en inspanning kost, dat niet overvleugeld kan worden door onze technologische inzichten en onze kapitalistische attitude en dat toch recht doet aan ons rechtvaardigheidsgevoel. Ikzelf voel er veel voor om iedereen zo rijk mogelijk te maken, waardoor de noodzaak tot grote vernieuwende veranderingen, waar dan ook, achterwege wordt gelaten.