Opheffer

Democratie onder druk

Ach, wat morren we toch over de demo cratie… Terecht!

Democratie… proef het woord nog eens op je tong, refereer nog eens aan de oude Grieken, en zie hoe het een begrip is geworden dat niemand nog begrijpt. Democratie, een dolle hond die in zijn eigen staart wil bijten, een slang die blaft, een glijmiddel dat viagra behoeft.

Staan we in het vieze stinkende dode water te kijken, komt opeens «het referendum» naar boven drijven, als het reddende monster van Loch Ness. Het referendum als panacee tegen de onmacht en het gebrek aan persoonlijkheid. Opeens is ’t «het referendum» dat alles zal oplossen, het referendum waar we niet bang voor moeten zijn, het referendum dat nog democratischer is dan de democratie zelf, geloof ik. «Want iedereen mag stemmen.»

Je moet er niet aan denken.

Wil je enigszins bescherming genieten door de democratie, begin dan geen referendum. Het referendum is het pistool in handen van de democratie.

Ik heb een keer gestemd over een lullig veldje in Amsterdam. Wat ik heb gestemd, weet ik niet meer, maar dat veldje staat nu vol krankzinnig dure villa’s waar de Amsterdamse onderwereld plannen beraamt om elkaar te liquideren. Ik heb ook eens gestemd over «autoluw» of iets dergelijks – een woord waar ik tot dan toe nooit van had gehoord en dat ik nadien ook niet meer in mijn vocabulaire ben tegengekomen. Ik weet niet wat dat geweldige referendum toen heeft opgeleverd, maar ik kan me niet voorstellen dat één van de partijen nu tevreden is.

De democratie staat onder druk, en in plaats van de druk van de ketel te halen gaan we de druk met referenda opvoeren…

De democratie moet je alleen opmerken als het moeilijk wordt, als het stroef gaat, als je het als politicus niet meer weet. Dan moet je, als democraat, beslissingen nemen, misschien de verkeerde. En dan moet je besluitvaardig zijn, fouten maken, plannen maken, ideeën hebben… En dat is nu net datgene wat er niet gebeurt.

De Tweede Kamer blunderde toen ze een referendum over het Europese verdrag tot een grondwet voorstelde, zo weten we achteraf. Het leek zo’n aardig initiatief van GroenLinks, PvdA en D66 – maar natuurlijk naïef.

Nu moet niet de conclusie zijn: wat vervelend dat die grondwet er niet komt, maar wat zijn referenda fijn (zoals nu), maar precies andersom: Jezus Christus, wat is het Nederlandse volk dom, zeg! Ze hebben – net als Opheffer – het referendum misbruikt om Balkenende een hak te zetten, om wraak te nemen op die euro waarmee ik genaaid ben. Om Turkije tegen te houden (waar ik, Opheffer, het trouwens niet mee eens ben). Maar nee hoor… Balkenende, Zalm, Bos, Halsema zijn erg verheugd over alle discussies die over Europa zijn gegaan.

Alle discussies…

Waar hebben die mensen naar geluisterd? Ze hebben waarschijnlijk naar elkaar geluisterd, maar hebben ze echt naar het walgelijke stemvee geluisterd?

Ik dacht het niet, want ik heb dat namelijk wel gedaan. Ik hoorde – ik heb het op deze plek al vele malen geschreven, maar het heeft alleen maar oppositie teweeggebracht – onversneden racisme. Dat die Turken weg moeten blijven, dat we straks overspoeld worden door Marokkanen die in Spanje een verblijfsvergunning hebben gekregen, dat we een regering hebben die toch niets doet… et cetera, et cetera, et cetera…

Bewustwording Europa… Laat me niet lachen…

Wie zijn oor werkelijk te luisteren had gelegd, had keurige nationaal-socialistische theorieën kunnen horen.

En bij wie? Bij de blanken?

Dat is misschien het enige wat anders is dan zestig jaar geleden. Maar ik hoorde het felle «neen» bij Nederlandse Kroaten, Nederlandse Tsjechen, Nederlandse Surinamers. Bij de Nederlands Indische gemeenschap, bij Nederlandse Amerikanen – en inderdaad ook bij blanke Nederlanders…

God god god, wat was het fijn dat er over Europa werd gediscussieerd… Het was helemaal niet fijn! Het was angstig! De politici die zeggen dat het zo fijn was liegen, of zijn zelf cryptofascisten.

En daarom – hoewel ik tegen heb gestemd – is desondanks de uitslag ook angstig… Niet omdat het nee is geworden, maar juist om wat erachter zit: explosieve angst, een onverwerkt Fortuyn-trauma («er wordt niet naar ons geluisterd»), racisme – en maar een klein percentage dat een weloverwogen visie heeft…

Hoe kan het, vragen mijn mensen in de straat zich af, dat de uitslag nee is, en dat niemand is opgestapt?

Omdat het de Tweede Kamer is geweest die met dat voorstel kwam? Nou en? Heeft de straat ongelijk als ze redeneert: als niemand opstapt, heeft niemand de verantwoordelijkheid gehad… Logisch dat het nee werd. Heeft de straat ongelijk als ze redeneert: niemand is opgestapt, zie je wel dat er toch niet naar ons wordt geluisterd. In Frankrijk zijn ze wel opgestapt…

Hier kraaien we dat het referendum zo’n mooi middel is.

«Ik heb geweldige discussies gehoord op scholen», zei Atzo Nicolaï – inderdaad. Hij was ook zo eerlijk om te zeggen dat die leerlingen allemaal «tegen» waren. Maar die inhoudelijke discussies werden niet op straat gevoerd. Daar heerst, zoals altijd, wraak, haat, populisme, oorlogszucht, rancune… Helemaal niet erg, maar een democratie moet dat in goede banen leiden. En dat doe je niet met een referendum.

Een democratie staat onder spanning als politici niets doen of niet weten wat ze moeten doen.

Daarom is Nederland in staat van verwarring.