Hoofdcommentaar: Democratie onder schot

Democratie onder schot

Het idee was krankzinnig. In de week rond de Tweede-Kamerverkiezingen wilde dit weekblad een dagblad worden. Het idee was feestelijk. De Groene Amsterdammerbestaat 125 jaar. En verkiezingen zijn een feest der democratie, zegt men inmiddels al 85 jaar. Vijf dagen voordat deze krant voor het eerst zou verschijnen, werd alles anders.

Over Nederland is deze week een geest vaardig geworden, die fysiek aan het worden is. Alsof een dijkdoorbraak alles onder water heeft gezet. Dat is begrijpelijk. Politiek geweld is ook in Nederland weliswaar geen nieuw verschijnsel. De afgelopen 25 jaar zijn niet ongemerkt voorbijgegaan. Van de treinkaping bij De Punt een paar dagen voor de verkiezingen van mei 1977, naar de aanslag op het Omroepkwartier negen dagen voor de verkiezingen van mei 2002, loopt een lijn. Met tussenstops als Kedichem in 1986 (Janmaat) en GrootSchermer in 1991 (staatssecretaris Kosto). Maar een politieke moord is een nieuwe en angstaanjagende stap in de spiraal. Wat ook de motieven van de dader zijn, één ding is zeker: zijn ‘claim to fame’ is gezien. Hij is de Bin Laden van Nederland.

Regering en politieke partijen reageerden net als in 1977. Net als nu was ook toen het kabinet, dat eerste en laatste van Joop den Uyl, demissionair. Premier Wim Kok was er ‘kapot van’ en maande tot ‘kalmte’. De politici vonden het ‘verdrietig’, ‘verschrikkelijk’, ‘verbijsterend’ en ‘weerzinwekkend’. En schortten de campagnes onmiddellijk op. En de verkiezingen? De afweging was ‘eerst rust en dan stemmen’ of ‘niet wijken voor terreur’. Een dag later besloot het kabinet dat de verkiezingen toch door zouden gaan, op de geplande datum 15 mei bovendien. Maar de campagnes bleven op slot. Behalve dan de campagne van de Lijst Pim Fortuyn (LPF): die ging juist in de hoogste versnelling.

Wat is dit? Louter piëteit? Angst? Of hypocrisie? Het zal wel een combinatie van dit alles zijn. Maar toch. Kunnen de politici van alle andere partijen behalve LPF uitleggen waarom ze meedoen aan verkiezingen als ze geen campagne willen voeren? Zo niet, zouden ze dan niet ten minste duidelijk moeten maken of de kiezers over vier dagen nog iets te kiezen hebben of dat het allemaal niet uitmaakt omdat er toch een nationaal kabinet komt? Dat ze niet wensen te wijken voor terreur is lovenswaardig, ja, dapper zelfs. Democratie is nu eenmaal niet voor bange mensen. Dat ze nu zwijgen als het graf is raadselachtig. Sommige partijen, zoals het CDA, lijken er zelfs op uit de andere tot stilte te dwingen. Zo wordt de politieke democratie onder schot gehouden. Daartegen kan men zich niet verdedigen. Wie het uitschreeuwt dat in een democratie de tegenstellingen met woorden moeten worden uitgevochten en niet met wapens mogen worden beslecht, kan nu maar één ding doen: het woord voeren.

Wat voor politici geldt, geldt voor iedereen die zich in woord en beeld probeert uit te drukken. Dus ook voor schrijvers. En zelfs voor journalisten. Het klimaat daarvoor is sinds maandag in hoog tempo verslechterd. Dé media zijn de ‘Schreibtischmörder’. Dé media hebben de daad uitgelokt. Dé media zijn dus schuldig. Dat Pim Fortuyn zijn beweging heeft groot gemaakt via dé media – hij had geen tijd, geen geld en geen zin om zaaltjes in het land toe te spreken – is na zes dodelijke schoten vergeten. Maandagmiddag was Fortuyn volgens zijn medestanders nog de man die de boel zo lekker opschudde en volgens zijn tegenstanders een narcist. Maandagavond resteerde slechts één beeld: de heilige politieke popster. Dit tempo was al te hoog. En dat in een geseculariseerde natie.

De leugen regeert inderdaad. Zij het op een andere manier dan HM de Koningin wellicht ooit voor mogelijk heeft gehouden. Zelfkritiek kan nooit kwaad. Maar niet onder druk van een massa – ook al is dat het volk – die op zoek is naar een touw en een lantarenpaal. Komende tijd staat dus veel op het spel. Niet alleen de democratische politiek, maar ook het vrije woord. De vrije en gedrukte pers.

Wat andere kranten en tijdschriften doen, moeten zij weten. De Groene Amsterdammer blijft hoe dan ook trouw aan een traditie van ruim een eeuw, met andere woorden: aan zichzelf. Vandaar dat het weekblad De Groene Amsterdammer tot en met volgende week vrijdag als dagblad verschijnt: bij de abonnees in de brievenbus, in de kiosk op papier en via de computer op www.groene.nl. Toen het idee ontstond, was het niet meer dan een krankzinnig idee. Nu is het bloedige ernst.