Achter de schermen bij de Amerikaanse denktank PNAC

Democratie uit het bommenluik

Neemt de wereld «our way of life» niet goedschiks aan, dan zal dat helaas kwaadschiks moeten, zo vindt de invloedrijke Amerikaanse denktank PNAC. Dit ongegeneerde superioriteitsdenken valt zeer in de smaak bij de huidige Amerikaanse leiders. Plus: een interview met PNAC-directeur Gary Schmitt. «Wij zijn bereid een wereldwijde politietaak op ons te nemen. Dat is niet alléén altruïstisch.»

«Er kan een nieuwe Amerikaanse Eeuw aanbreken, een nieuw Amerikaans Millennium zelfs. Maar dat begint pas bij de mogelijkheid alles te beschermen wat we hebben gecreëerd, alles wat wij op waarde schatten.» Aldus sprak General Dynamics-baas Nicholas D. Chabraja voor de Economische Club in Washington op 14 oktober 1999. Chabraja’s bedrijf — dat de slogan «Strength at your side» hanteert — was tot 1990 de grootste wapenproducent voor de Amerikaanse overheid. Chabraja sprak over het schandalige Amerikaanse defensiebeleid. Na elke grote oorlog bezuinigde de politiek met grote gretigheid op de krijgsmacht. Daaraan moest per omgaande paal en perk worden gesteld, want in de nabije toekomst zouden conflicten zich zo snel ontwikkelen dat het aan tijd zou ontbreken om de onttakelde strijdkrachten op sterkte te brengen. Groot gevaar voor de nationale veiligheid, en een schande bovendien. Chabraja: «We mogen nooit vergeten dat zeshonderdduizend Amerikanen stierven bij het verdedigen van onze manier van leven.»
General Dynamics zit momenteel weer aardig in de contracten, en is met een jaaromzet van ruim een miljard dollar Amerika’s tweede wapenproducent. De visie van zijn hoogste baas is inmiddels gemeengoed in presidentiële kringen. Bush heeft het defensiebudget met vijftien procent verhoogd, ten dienste van «the American way of life». Het verdedigen en verspreiden daarvan ziet hij als zijn missie.
Al twee maanden vóór de aanslagen riep hij, onder verwijzing naar zijn voorganger en voorbeeld Ronald Reagan, de 21ste eeuw uit tot «eeuw der democratie». In naam van het Amerikaanse volk en «veel van onze bondgenoten» bezwoer hij zich in te zetten voor het wereldwijd verspreiden van democratische waarden en de vrije markt. Hij noemde onder meer de regeringen van Afghanistan en Irak als obstakels op zijn weg. Meteen na de aanslagen zei hij: «Onze manier van leven, onze vrijheid, is aangevallen. (…) Wij zullen voortgaan in het verdedigen van de vrijheid, en al wat goed en rechtvaardig is in onze wereld.» In een lezing voor het American Enterprise Institute, waarin hij zijn pijlen richtte op Irak, ging hij enkele weken geleden een stap verder: «De veiligheid van ons land en de hoop van de mensheid hangen van ons af en Amerikanen ontlopen geen plichten omdat ze zwaar zijn.»
Dat Bush, die bij zijn aantreden nauwelijks geïnteresseerd was in overzeese aangelegen heden, dit alles ziet als een mission possible, leek onwaarschijnlijk. Maar wie de publicaties kent van de tot voor kort obscure denktank The Project for the New American Century (PNAC), bekruipt het angstige vermoeden dat de president inderdaad gelooft in bommenluikdemocratie. Vóór de aanslagen leidde deze «educatieve organisatie», gevormd door bewonderaars van Reagan en andere strenge neoconservatieven, een marginaal bestaan. Op 11 september 2001 werd echter de deur opengegooid naar invloed op het hoogste niveau.

De PNAC stelt zich ten doel de Amerikaanse wereldhegemonie te prolongeren. Amerika leidde het Westen naar de overwinning in twee wereldoorlogen en in de Koude Oorlog. Behoud van de Pax Americana, gestoeld op markteconomie, democratie en militaire macht, is in het belang van de Verenigde Staten. Sinds Reagan is het echter bergafwaarts gegaan met de strijdkrachten. Herstel van militaire slagkracht is volgens de PNAC essentieel voor Amerika’s leiderschap en het uitdragen van de Amerikaanse waarden.
Bij de oprichting in 1997 werd de principeverklaring van de PNAC onderschreven door personen die nu strategische posities bekleden in het Pentagon, de Nationale Veiligheidsraad en het Witte Huis. De machtigsten onder hen zijn Donald Rumsfeld (minister van Defensie), Paul Wolfowitz (onderminister van Defensie), Peter Rodman (staatssecretaris van Defensie, belast met internationale veiligheidszaken), Elliot Abrams (Midden-Oosten-expert in de Nationale Veiligheidsraad, veroordeeld in het Iran/Contra-schandaal), Dick Cheney (vice-president) en diens rechterhand I. Lewis Libby. Andere ondertekenaars zijn Francis Fukuyama, auteur van de bestseller Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, over de zegetocht van democratie en marktideologie, onderminister van Buitenlandse Zaken Paula Dobriansky, die het Kioto-protocol niet ondertekende, en Jeb Bush, gouverneur van Florida en in die hoedanigheid behulpzaam bij het veiligstellen van de dubieuze verkiezingsoverwinning van zijn oudere broer. De voorzitter van de invloedrijke Defense Policy Board, Richard Perle, behoort tot de oprichters van de PNAC, en nationale-veiligheidsadviseur Condoleeza Rice legt haar oor graag bij de denktank te luisteren.
In 1992 reeds probeerde Dick Cheney als minister van Defensie de denkbeelden van de latere PNAC ingang te doen vinden. Wolfowitz en Libby schreven voor hem een Defense Policy Guidance die zo radicaal was dat hij meteen van tafel werd geveegd door minister van Buitenlandse Zaken James Baker. De Verenigde Naties kwamen in het hele stuk niet voor. In september 2000 publiceerde de PNAC een succesvoller rapport, getiteld Rebuilding America’s Defenses: Strategy, Forces and Resources for a New Century. Daarin wordt gepleit voor een ingrijpende militaire hervorming en een fikse verhoging van de defensie-uitgaven. Als «enige supermacht ter wereld» en «leider van een systeem van allianties» moeten de VS «de opmerkelijke strategische kans volledig aangrijpen» om hun positie te versterken. De verspreiding van democratie en het opleggen van een Pax Americana aan de wereld worden beschouwd als strategische voorwaarden voor Amerika’s veiligheid. Daartoe is het van groot belang dat Amerika zijn bases overzee uitbreidt, een «first-strike»-_capaciteit creëert om dreigende gevaren in de kiem te smoren, niet schroomt als eerste kernwapens in te zetten en onderkent dat biologische wapens die «specifieke geno typen aanvallen» in de toekomst een «politiek geschikt doel» kunnen dienen.
De boodschap: democratie en vrije markt maken de wereld veiliger. Neemt men _our way of life
niet goedschiks aan, dan zal dat helaas kwaadschiks moeten. De strijdkrachten vormen in die visie letterlijk «the arsenal of democracy for the 21st century». Iran, Irak en Noord-Korea worden in het rapport gepresenteerd als grote bedreigingen. Over Irak staat geschreven: «De Verenigde Staten proberen al tientallen jaren een meer permanente rol te spelen in de regionale veiligheid van de Golf. Terwijl het onopgeloste conflict met Irak daartoe de onmiddellijke rechtvaardiging verschaft, overstijgt de noodzaak voor een substantiële aanwezigheid van Amerikaanse macht in de Golf het onderwerp van Saddam Hoesseins regime.»

Het rapport lijkt visionair, maar het is andersom: het is exact twee jaar na het opstellen bin nengehaald als blauwdruk voor een hervormd Amerikaans veiligheidsbeleid. Nu haar supporters hun positie hebben ingenomen, biedt de oorlog tegen het terrorisme de PNAC een uitgelezen kans haar denkbeelden te verwezenlijken. Rumsfeld riep al een dag na de aanslagen dat hét moment was aangebroken om op te trekken naar de Golf. De «bevrijding» (letterlijk zo gebracht) van Afghanistan ging echter voor.
In de nieuwe militaire doctrine van de VS, gepresenteerd een jaar na de aanslagen, worden de zucht naar liberale democratie, het terroristische gevaar en het uitbouwen van het Amerikaanse militaire apparaat aaneengesmeed op een manier die sterk doet denken aan Rebuilding America’s Defenses: de preventieve aanval, desnoods met nucleaire middelen, het verspreiden van vrijhandel en democratie als strategisch Amerikaans belang — het zijn denkbeelden ontwikkeld door de PNAC. «De Verenigde Staten verwelkomen onze verantwoordelijkheid deze grootse missie te leiden», sluit Bush zijn inleiding op het document af. Zijn onlangs aangekondigde verhoging van de militaire gelden tot 420 miljard euro per jaar is vrijwel exact de door de PNAC gepropageerde 3,8 procent van het BNP. De wens van «substantiële aanwezigheid van Amerikaanse macht in de Golf» is ook vervuld. De bommenluiken kunnen open.

Gary Schmitt: «Met of zonder VN; een non-discussie»

Gary Schmitt is uitvoerend directeur van de PNAC. Hij is medeverantwoordelijk voor het PNAC-rapport Rebuilding America’s Defenses, uit september 2000. De nieuwe veiligheidsdoctrine van de VS leunt sterk op dit rapport (zie Democratie uit het bommenluik hierboven.)
Wat houdt de «nieuwe Amerikaanse eeuw» die u voorstaat precies in?
Gary Schmitt:
«De VS zijn de enig overgebleven wereldmacht. Dat biedt een strategische kans die we niet kunnen laten liggen. Wij proberen lijnen uit te zetten waarlangs ons land, als we correct handelen, de wereld kan hervormen. Het gaat erom vrede en welvaart te verspreiden door de liberale democratie te verbreiden als beste staatsvorm, voor elke natie. We zijn nu in staat bestaande democratieën te beschermen en nieuwe te promoten in staten waar vooralsnog dictators de dienst uitmaken. Een liberale democratie slaagt alleen wanneer een volk die ook echt wil. Maar het minste wat we kunnen doen is de regeringen uitschakelen die democratie tegenhouden.»
Is Irak een proeftuin voor uw denkbeelden?
«In Irak zal naar onze stellige mening het democratische project slagen. Het land heeft een seculiere traditie. De verschillende geloofsgroepen zijn er nooit om religieuze redenen met elkaar in oorlog geweest, en de bevolking is relatief hoog opgeleid. Wat betreft de wederopbouw van het land na de oorlog moet u eerder denken aan het proces dat zich in Oost-Europa heeft voltrokken na de val van de Berlijnse Muur dan aan iets ingrijpenders.»
Er wordt vaak gesteld dat uw instituut een grote invloed heeft op het beleid van de huidige Amerikaanse regering. Klopt dat?
«Vice-president Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld hebben nooit van onze organisatie deel uitgemaakt. We hebben er uiteraard niets op tegen dat ze sommige van onze ideeën omarmen. Toen we in 1997 begonnen, was ons doel een neo-Reaganite-voice terug te brengen in het debat. Het lijkt nu bijna of wij het voorwerk hebben gedaan voor het buitenlandse beleid van president Bush, maar er wordt makkelijk vergeten dat ook deze regering aanvankelijk ons bloed wel kon drinken. Vóór de aanslagen stond er een geheel ander buitenlands beleid in de steigers (zeer terughoudend ten opzichte van buitenlandse interventie — jb). We hebben toen veel kritiek geleverd, en dat werd ons niet in dank afgenomen. Tegenwoordig deelt ons instituut een aantal belangrijke waarden met de president. Vooral waar het het beschermen en verspreiden van open samenlevingen en een vrije markt aangaat. Hij meent net als wij dat dat niet alleen een morele verplichting is, maar ook een strategisch belang.»

Wat bedoelt u met «strategisch belang»?
Gary Schmitt:
«De proliferatie van massa vernietigingswapens moet worden tegengegaan om te voorkomen dat ze in handen vallen van terroristen of andere vijanden van de VS. Maar je hoeft inmiddels echt niet meer van al te goeden huize te komen om een atoomwapen of een vuile bom te ontwikkelen. Liberale democra tieën vallen elkaar zelden aan, dus kun je beter hele samenlevingen hervormen. Dan hebben weinigen nog belang bij massavernietiging. It’s better to aim high than low.»
In landen als Algerije, Egypte en Saoedi-Arabië zouden fundamentalisten aan de macht komen als het volk zich vrijelijk mocht uitspreken.
«Het is niet onze taak te wijzen op de eventuele onvolkomenheden van een democratisch proces. In een ware liberale democratie heeft fundamentalisme nauwelijks een kans, dat is en blijft onze overtuiging. Elk ingrijpend nieuw beleid leidt tot instabiliteit. Maar het gaat ons om de alternatieven. Als je accepteert dat Saddam Hoessein het veld moet ruimen omdat hij een bedreiging is, dan doe je er goed aan er een liberale democratie voor in de plaats te stellen. Je gaat er geen nieuwe dictator neerzetten, want dan heb je zo weer een veiligheidsprobleem.»
Uw organisatie heeft weinig op met de Verenigde Naties. Wat is er mis met die organisatie?
«Volgens ons is de huidige discussie of een aanval op Irak wel of niet onder auspiciën van de VN gebeurt een non-discussie. De Verenigde Naties zijn geen militair verbond. Kunt u één moment in de geschiedenis aanwijzen waarop de Veiligheidsraad collectief het bevel voerde over een troepenmacht? Het was altijd één land of een kleine coalitie die uit naam van de VN handelde. Dat was zo ten tijde van de Korea-oorlog en ten tijde van Kosovo, waar de VN in feite nauwelijks een rol speelden. Maar maakte dat wat uit? Sinds de Koude Oorlog is het evident dat in zware gevallen de Verenigde Staten van Amerika de aanvoerder moeten zijn. Welk ander land kan die last torsen?»

«Zelfs als we buiten de VN zouden optreden, wil dat nog niet zeggen dat we niet dezelfde liberaal-democratische waarden delen. De Verenigde Staten hebben een wereldwijde verantwoordelijkheid, VN of geen VN. Wij hebben een duidelijk belang bij vrede in de wereld, en daarom zijn we bereid een wereldwijde politietaak op ons te nemen. Dat is niet alléén altruïstisch: vrede betekent welvaart en veiligheid. Dát is het Amerikaanse belang, en als je het mij vraagt wordt de wereld daar niet slechter van.
U moet overigens wel bedenken dat de tendens in dit land precies de andere kant op gaat. Heel veel Amerikanen denken: waarom moeten wij Zuid-Korea verdedigen? En wat doen we in Saoedi-Arabië? We zijn nauwelijks afhankelijk van hun olie. Laat de Europeanen het daar zelf maar regelen, die importeren veel meer olie uit de Golf dan wij. Maar denkt u zich eens in in wat voor ellende de Golfregio en het Westen nu zouden zitten als wij niet onze macht toonden tegenover Irak!»

Denkt u dat het nog mogelijk is de moeizame verhouding met Europa te verbeteren?
Gary Schmitt:
«De VS en Europa hebben een enorm probleem. Amerikanen, niet alleen deze regering, geloven dat de natiestaat de toekomst heeft, zolang die maar stoelt op liberaal-democratische leest. Europeanen hebben in feite al afscheid genomen van het natie-idee. Gezien de Europese geschiedenis van nationalistische oorlogen overigens niet geheel onbegrijpelijk. Uit die tegenstelling komt de botsing voort van de Europese multilaterale benadering met het Amerikaanse geloof dat het nastreven van het eigen, nationale belang ook de rest van de wereld dient. Ik zie niet in hoe zulke uiteenlopende standpunten makkelijk verzoend kunnen worden.
Daar komt bij dat de regering-Bush een enorm mediaprobleem heeft. Zelfs bij de BBC word ik door de interviewer vijandig bejegend. Het is in deze tijden moeilijk een afgewogen standpunt naar buiten te brengen. Ik wind me zeer op wanneer sommigen in onze regering het Franse en het Duitse antioorlogsstandpunt over één kam scheren. Het is terecht dat zulke simplificaties een enorme weerstand oproepen in Europa. Er is veel polarisatie, en het lukt onze regering niet die te doorbreken. Dat zie ik als een tekortkoming. Zowel van de regering als van de media in Europa.»
In antioorlogskringen wordt uw instituut gezien als kwade genius achter een bushiaanse drang de wereld te overheersen. Een Europees medium geeft u bij deze de kans daar iets tegen in te brengen.
«De Verenigde Staten hebben er geen enkel belang bij de wereld onder de duim te houden. We zouden het niet eens kunnen. Ten tijde van de Koude Oorlog besteedden we bijna zes procent van ons bruto nationaal product aan defensie, nu is dat 3,7 procent. De wereld overheersen is een al te kostbare zaak. Ons instituut heeft bij dergelijke denkbeelden geen belang. Als dat wel zo was, zouden we onze regering aanraden niet alleen Irak binnen te vallen, maar ook meteen Iran en Turkije. Dat kun je bezwaarlijk liberale democratieën noemen. Maar heeft u in onze publicaties een dergelijk advies gelezen?»