Democratische dageraad in Tunesië

Staat de Arabische wereld aan de vooravond van een democratische lente? Sinds het uitbreken van de Jasmijnrevolutie in Tunesië is deze vraag al vaak opgeworpen. Vast staat dat de machthebbers in de diverse Arabische hoofdsteden sinds vorige week de nodige slapeloze nachten hebben beleefd.

Zowel in Jordanië, Libië, Egypte en Jemen trokken betogers door de straten. In Tebessa (Algerije) stak een werkloze man zichzelf in brand toen de burgemeester van de stad hem weigerde te woord te staan. Een dergelijke wanhoopsdaad stond in Tunesië aan het begin van de protestbeweging die de val inluidde van dictator Zine El Abidine Ben Ali en de kleptocratie van zijn schoonfamilie. Ontegenzeggelijk brengt dit de autocratische regimes in de regio in het nauw, want allemaal gaan ze gebukt onder een gebrek aan legitimiteit onder de bevolking.

Dat een van de meest nietsontziende dictaturen van de Arabische wereld binnen enkele dagen kan worden opgerold, biedt betogers in naburige landen perspectief. Het vooroordeel dat een Arabisch land niet eigenhandig zou kunnen afrekenen met zijn onderdrukkers is door de Tunesiërs in elk geval gelogenstraft. Maar stel dat dit voorbeeld elders in de Arabische wereld navolging vindt, zal dat daar dan ook leiden tot iets wat de naam democratie waardig is? Juist in dit opzicht is het geval van Tunesië in veel opzichten uniek. Het land is relatief klein en kent, anders dan landen als Algerije en Marokko, een homogene bevolking. Belangrijker nog: die bevolking is (ook naar westerse maatstaven) hoogopgeleid. Analfabetisme is verwaarloosbaar: vraag een willekeurige passant in de straten van Tunis naar wat er aan de hand is en je krijgt een heldere analyse. Ondanks de enorme verschillen tussen rijk en arm bestaat er zoiets als een middenklasse en ook geldt Tunesië als een van de meest geseculariseerde en geëmancipeerde Arabische landen.

Een 42-jarige vrouw die haar gal spuwde over Leïla Ben Ali en haar ‘hoerendochters’ verzuchtte dat de rokjes in Parijs nog langer zijn dan in Tunesië. Tegelijk wil zij wel dat haar dochters een goede opleiding volgen en gaan werken. Wat het gewicht van de islamistische groepering Ennahda zal gaan worden moet blijken. Maar dat Rached Ghannouchi zal kunnen rekenen op een onthaal als dat van Khomeini na de val van de Perzische sjah is uitgesloten.

Meest opmerkelijk is nog wel het staatsburgerschap dat de Tunesiërs de afgelopen dagen tentoonspreidden. Onder dreiging van plunderingen en moordende leden van Ben Ali’s lijfwacht werden in alle wijken spontaan burgerwachten opgericht. Inmiddels werd de censuur opgeheven, er is een voorlopige regering met daarin oppositiepartijen en interim-president Fouad Mebazza is belast met het organiseren van vrije verkiezingen. De hobbels op de weg zijn groot. Toch kun je van een democratische dageraad al wel spreken. Maar dat het licht ervan de overige landen in de Arabische wereld bereikt is hoogst twijfelachtig.