Media

Democratisering

Zou de Arabische revolutie ook plaatsgevonden hebben zonder sociale media? Het is een vraag die je kunt uitbreiden. Zou de Reformatie plaatsgevonden hebben zonder de boekdrukkunst, de Franse Revolutie zonder alfabetisering, de Russische zonder de toenemende snelheid van de mediareproductie, de fascistische zonder de radio, en onze ‘revolutie’ van de jaren zestig en zeventig zonder televisie?

Anders gezegd: bestaat er een direct verband tussen mediale en politieke mogelijkheden? Het lijdt geen twijfel dat media en politiek nauw met elkaar verbonden zijn. Macht bestaat immers niet alleen bij beheersing van gewelds- maar ook bij beheersing van ‘invloedsmiddelen’.

Het tegenovergestelde is eveneens waar. Verzet tegen macht heeft niet genoeg aan wapens. Beïnvloeding via woord, beeld en geluid is ook noodzakelijk. Lichaam en geest. Geweld en propaganda. Daad en woord. Ze kunnen niet zonder elkaar. Dit is sinds mensenheugenis elke machthebber en elke rebel bekend, met als gevolg dat klassieke revoluties begonnen met een poging tot beheersing van krant, radio, tv of andere media. Zoals traditionele dictaturen overleven bij de gratie van diezelfde beheersing. Dat is nog steeds zo. Maar beheersing van 'productiemedia’ is anno 2011 niet meer voldoende. Dergelijke media zijn immers in vergaande mate verdrongen door 'consumptiemedia’ en die laten zich veel moeilijker beheersen. Eigenlijk is het enige wat je daartegen kunt doen het afsnijden van internetverbindingen en het verbod van de daarvoor vereiste apparatuur. Dat is niet eenvoudig en voorzover bekend alleen in Noord-Korea succesvol. De Arabische wereld is dat stadium in ieder geval al lang voorbij.
Dat blijkt onder meer uit het onlangs door de Dubai School of Government gepubliceerde Arab Social Media Report. Neem Tunesië. 'Merci Facebook’ staat op dit moment op nogal wat muren in het land gekalkt, foto’s hiervan staan in groten getale op internet. Terecht, want volgens genoemd rapport waren er in november 2010 al bijna 1,8 miljoen Facebook-gebruikers in het land. Dat aantal nam in korte tijd razendsnel toe, tot bijna twee miljoen. Die korte tijd viel gelijk met de Jasmijnrevolutie van januari en vormde voor de medewerkers van de Dubai School dan ook een sleutel in hun onderzoek. Uit dat onderzoek blijkt verder dat het aantal Facebook-gebruikers in de Arabische wereld in 2010 met maar liefst 78 procent gestegen is, van bijna twaalf naar ruim 21 miljoen. Met dit laatste getal is het gebruik weliswaar nog slechts zeven procent (tegen 66 in Facebook-land nummer 1 IJsland) maar dit percentage loopt razendsnel op. Zo zijn er volgens www.checkfacebook.com in de afgelopen week alleen al in Oman 230.000 nieuwe gebruikers bij gekomen, in Bahrein 271.000 en in Qatar 343.000 - en dan te bedenken dat de twee laatstgenoemde staatjes niet meer dan 650.000 en 750.000 inwoners hebben. Over heel 2010 zijn vergelijkbare cijfers te vinden. Wereldwijd en procentueel de grootste stijging vond in het afgelopen jaar in Israël plaats (wat zal dat voor gevolgen hebben?) maar het tweede, derde en vijfde snelst stijgende land lag in de Arabische wereld, met voorop dezelfde Verenigde Arabische Emiraten waar de Dubai School of Government gevestigd is. Daar nam het Facebook-gebruik in 2010 met meer dan zeventien procent toe, naar een totaal van 45 procent van de bevolking. Dat is het hoogste van alle Arabische landen. Hiertegenover staat een minimaal gebruik in Somalië, Iran, Jemen, Irak en Syrië. Dit laatste relativeert het verband tussen democratisering (of pogingen daartoe) en sociale media overigens weer enigszins.

Sociaal-digitale of andere middelen alleen zijn dan ook niet genoeg. Mogelijkheden moeten er eveneens zijn. Tot die laatste behoort de bereidheid tot verandering bij groepen of personen die dicht bij de centra van de macht staan. Maar als aan die voorwaarde is voldaan, kan het gebruik van sociale media anno nu de doorslag geven. Zie Egypte. Al zijn er over dat land niet zulke goede cijfers bekend als over Tunesië, ook daar is het Facebook-gebruik tijdens de opstand razendsnel toegenomen. Maar het was al hoog, eind 2010 4,7 miljoen, 22 procent van alle Arabische gebruikers en, interessant, een medium dat ook door Moebarak en de zijnen werd ingezet. Maar het keerde zich tegen hen en maakte Google-icoon Wael Ghonim tot held van de Egyptische revolutie.

Dat Facebook en andere sociale media zo'n cruciale rol spelen in de huidige Arabische revolutie - voor meer cijfers zie http://goo.gl/USuVl - ligt te meer voor de hand omdat de bevolking van de Arabische wereld zeer jong is en het vooral jongeren zijn die van Facebook gebruik maken terwijl het natuurlijk over het algemeen ook jongeren zijn die revoluties maken. In het verlengde van deze constateringen ligt dan ook de centrale boodschap van het Arab Social Media Report: dat de snelle stijging van sociale media eerst en vooral de belofte van democratisering met zich meebrengt. Niet meer maar ook niet minder.