Gore Vidal, Permanente oorlog voor permanente vrede

Demonisering van Amerika

Gore Vidal

Permanente oorlog voor permanente vrede

Vertaald door Florence Tonk

Uitg. De Arbeiderspers, 141 blz., € 16,90

Het Amerikaanse rechtssysteem stelt nog maar weinig voor en hangt van willekeur aan elkaar sinds Ashcroft minister van Justitie is. Sterker nog, de regering van Bush — met haar dubieuze plea bargaining-systeem en eenzijdige The Hague Invasion Act — is bezig Europa juridisch te koloniseren.

Wie mocht denken dat deze grove generaliseringen van twee bekende Nederlandse columnisten een kritische opinie vertegenwoordigen, zou de essays van Gore Vidal, die regelmatig in Vanity Fair verschijnen, eens moeten lezen. Vidal heeft op papier Amerika de oorlog verklaard. Zijn geboorteland zou een monster zijn met een militaire junta die de rest van de wereld met «aanhoudend geweld» in gijzeling houdt, met opgave van redenen waarbij zelfs Hitlers agressie het moet afleggen (Vidal maakt graag vergelijkingen met die booswicht der booswichten).

Wie oprecht bezorgd is, door de invoering van antiterrorismewetten en antidrugsverordeningen, over de aantasting van democratische vrijheden in de Verenigde Staten, kan via Vidals persoonlijke opstellen zijn zorg tot op zekere hoogte beargumenteren. Tot op zekere hoogte, zeg ik. Want Vidal heeft in Permanente oorlog voor permanente vrede teksten gebundeld rond 11 september 2001 en de aanslag op 19 april 1995 op een overheidsgebouw in Oklahoma City die grondig bedorven worden door een hysterische toon. Door zijn verslaving aan hyperbolen en zijn geloof aan complotten en samenzweringen (zelfs «spontane», van de media) krijgt zijn verdediging van de aloude Amerikaanse Republiek iets potsierlijks. In zijn Italiaanse stand- en wijkplaats Ravello lijkt Vidal zijn gevoel voor historische verhoudingen te zijn kwijtgeraakt.

Wie noemde hem ook alweer, bewust provocerend, een permanente relnicht? Vidal schrijft op de rancuneuze toon van een pseudo-balling. Zijn megalomanie zit zijn kritische geest in de weg, zijn grote ego belemmert zijn uitzicht en inzicht.

Gore Vidal vaart uit tegen de Amerikaanse staatsbemoeienis — «preventieve staats terreur» — die het vierde amendement van de Bill of Rights (bescherming privé-domein tegen onredelijke huiszoekingen en inbeslagnames) inderdaad dreigt te ondermijnen. Maar die kritiek gaat gepaard met termen als «politiestaat». De aanval op 11 september 2001 «is niets vergeleken bij de verpletterende klap die onze verdwijnende vrijheden te verwerken kregen». Sterker nog, Hitlers dictatoriale ingrepen na de Rijksdagbrand in 1933 — het begin van de concentratiekampen en het een partijstelsel — vergelijkt hij onbekommerd met Clintons Antiterrorismewet van 1996.

Voor Vidal, die Amerika willens en wetens demoniseert en meezingt in het koor van moslimfundamentalisten, zijn de Verenigde Staten de grootste schurkenstaat op aarde. Zijn onvermijdelijke conclusie: 11 september 2001 en de aanslag in 1995 op een overheidsgebouw in Oklahoma City (168 doden) zijn uitgelokt, respectievelijk door de jarenlange demonisering van de moslims in de media en door het inzetten van het leger in Waco tegen een godsdienstsekte. Populair gezegd: eigen schuld, Amerika heeft erom gevraagd. Het is een land waarin, volgens Vidal, het Congres en The New York Times zich aan het bedrijfsleven hebben uitgeleverd en The Wall Street Journal «een neo fascistisch krantje» is. Timothy McVeigh, die de doodstraf kreeg voor de autobomaanslag in Okla homa City, is voor Vidal net zo’n «bruikbare idioot» als Lee Harvey Oswald in 1963 zou zijn geweest.

Het storende aan Permanente oorlog voor permanente vrede is vooral dat Gore Vidal dezelfde beeldvorming creëert als Osama bin Laden en Timothy McVeigh. Bin Laden acht Amerika «de grote satan van de moderne verloedering». Dat heidense wereldrijk is een permanente provocateur, dus val haar aan in haar machtscentra. McVeigh schrijft aan Vidal — die deze vuurwapenaanbidder en staathater al te doorzichtig intellectueel probeert op te waarderen, maar voorbijgaat aan zijn warhoofdige betoogtrant — dat hij de bomaanslag in Oklahoma City «moreel en strategisch gezien het equivalent van een Amerikaans bombardement op overheidsgebouwen in Servië, Irak of andere landen» ziet. Hij was immers in oorlog met Big Brother de staat.

Met dit soort argumentaties, die Vidal niet tegenspreekt, kan alle terreur goedgepraat worden. Persoonlijke verantwoordelijkheid blijkt non-existent. Als de staat het privé-domein met voeten treedt, iedere potentiële wetsovertreder volgt en afluistert en zich «dus» schuldig maakt aan misdadige praktijken, dixit Vidal, is het geen wonder dat de burgers eigen rechtertje gaan spelen. Misdaad is besmettelijk, praat hij rechter Brandeis na, op wie McVeigh zich gemakzuchtig beroept.

Gore Vidal noemt Bush, volgens oud links woordgebruik, een «Enron-president» die dankzij influistering van «de militaire junta in het Pentagon» Bin Laden «een booswicht» noemde. De Bush-regering is «griezelig onbekwaam» in alles, behalve in het sparen van de rijken bij belastingheffingen. Eerlijk gezegd denk ik dat links in de VS al een eeuw lang griezelig onbekwaam is gebleken en zichzelf door simplisme, sektarisme (én staatsinfiltratie) in de maatschappelijke marge heeft gemanoeuvreerd. Daar bestaan prachtige Amerikaanse romans over, maar niet geschreven door Gore Vidal, zelfs niet als dat boek Empire heet.