Inlichtingendiensten jagen op anitglobalisten

Demonstranten als terroristen

Demonstranten die zich verzetten tegen globalisering of te hoop lopen tijdens Europese topontmoetingen zijn het werktuig van terroristische organisaties. Althans, dat vindt EU-voorzitter Spanje. Inlichtingendiensten moeten daarom de politieke activisten als potentiële terroristen in de gaten gaan houden.

Spanje kwam eind januari met deze opmerkelijke visie op de proppen tijdens een vergadering van de werkgroep Terrorisme van de Europese Unie. Dit gezelschap van inlichtingendeskundigen uit de lidstaten komt regelmatig bijeen om de terroristische dreiging in de EU te analyseren en tegenmaatregelen te verzinnen. De delegaties troffen ditmaal een Spaans voorstel aan om gestructureerd informatie te gaan uitwisselen over terroristische incidenten. Op zich geen raar voorstel om in een gezelschap terreurbestrijders te bespreken. Bij nader inzien bleek Spanje echter te doelen op politieke activisten die zich richten tegen de globalisering of die van zich laten horen tijdens Eurotoppen.

Spanje constateert in het voorstel namelijk een toename van geweld en criminaliteit rond internationale topontmoetingen. Dit geweld wordt volgens Spanje georkestreerd door een los netwerk van activisten dat zich verbergt achter verschillende sociale organisaties. Daarmee bedoelt Spanje «groepen die hun legale status gebruiken om de doelen van terroristische organisaties te helpen bereiken door hen te ondersteunen en te helpen». Een paar ali nea’s verder poneert Spanje ook nog de stelling dat «gewelddadige radicaliteit van jongeren in de steden in toenemende mate het werktuig is van terroristische organisaties».

Dus moeten de inlichtingendiensten van de lidstaten gestructureerd informatie gaan uitwisselen over «terroristische incidenten» voor, tijdens en na internationale topontmoetingen om de daders te kunnen vervolgen en de topontmoetingen te beveiligen.

Antiglobalisten als halve en hele terroristen? Dat was precies de grote vrees van burgerrechtengroepen en advocaten toen de Europese Unie afgelopen december als reactie op de aanslagen in de VS een aantal kloeke besluiten nam op het gebied van terrorismebestrijding. Zo kwam er een Europees aanhoudingsbevel en een gezamenlijke Europese definitie van terrorisme.

Die definitie was nogal rekkelijk, vonden de critici. Zo is er volgens het besluit sprake van terrorisme als groeperingen pogen «overheden dan wel een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te verplichten een bepaalde handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden». Als een van de strafbaar te stellen terroristische daden wordt genoemd het ernstig beschadigen van overheidsgebouwen of publieke voorzieningen.

Probeerden de Europese ministers soms in het grootschalige offensief tegen terrorisme meteen korte metten te maken met de antiglobalisten die zich de afgelopen twee jaar steeds nadrukkelijker manifesteerden tijdens internationale topontmoetingen en die voor veel onrust zorgen? Zou een bestorming of bekogeling door demonstranten van een overheids gebouw waar de G8 bij elkaar komt, om te eisen dat de schuldenlast van de Derde Wereld onmiddellijk wordt kwijtgescholden, niet onder de definitie van terrorisme geschoven kunnen worden?

Nee, bezwoeren de Europese justitieministers. De maatregelen waren echt alleen bedoeld voor terroristen van enig kaliber, zoals al- Qaeda, de IRA of ETA. Demonstranten, ook als ze hun argumenten van stenen vergezeld lieten gaan, hoefden echt niets te vrezen. Aan het recht op demonstratie en vrije meningsuiting werd niet getornd. De ministers lieten zelfs een verklaring van die strekking toevoegen aan de antiterreurbesluiten.

De argwaan lijkt echter toch terecht, gezien de Spaanse plannen. De gezamenlijke Europese terreurdefinitie laat uiteenlopende interpretaties toe. Spanje stelt in het voorstel zelfs plompverloren dat geweld rond topontmoetingen wél onder de Europese terreurdefinitie valt.

Is hier sprake van een Spaanse Einzelgang? Zeker is dat een aantal lidstaten de Spaanse plannen een tikje te wild vond. Tijdens een vergadering van de werkgroep Terrorisme van begin februari, wezen enkele delegaties erop dat ongeregeldheden zoals in Genua niet werden veroorzaakt door terroristen. Spanje beloofde met deze opvatting rekening te houden in een nieuw voorstel.

In het nieuwste voorstel lijkt Spanje echter slechts lippendienst te bewijzen aan de bezwaren. Inlichtingendiensten mogen alleen informatie uitwisselen over activisten uit wier politiedossier blijkt dat ze banden hebben met terroristische organisaties, heet het nu. Maar in de volgende alinea doet Spanje deze kleine concessie al weer teniet. Het staat landen namelijk vrij om ook informatie uit te wisselen over activisten zonder zo’n erkend terrorismestempeltje in hun politiedossier.

Spanje heeft verder een passage opgenomen waarin het recht op demonstratie en vrije meningsuiting wordt gegarandeerd. Alleen leden van actieclubs die worden aangestuurd door terroristische organisaties hebben iets te vrezen. Maar ook dit fraaie voornemen wordt even verder in de tekst weer op losse schroeven gezet. Spanje blijft namelijk de protesten van antiglobalisten bestempelen als het werktuig van terroristische organisaties. Spanje schrijft letterlijk: «De Europese lidstaten constateren een toename van geweld en criminele schade rond internationale topontmoetingen, georkestreerd door radicale extremistische groepen die duidelijk de samenleving terroriseren, waarop de Unie heeft gereageerd door zulke daden strafbaar te stellen in de terrorismedefinitie van het kaderbesluit terrorismebestrijding.»

Spanje staat zeker niet alleen in deze opvatting. Het is een publiek geheim dat een aantal lidstaten de aanslagen van 11 september dankbaar aangreep om de eigen justitiële prioriteiten door te drukken. En dan gaat het niet om de geringsten. Het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland zijn de hard liners in Europa waar het gaat om het aanpakken van politiek protest.

Dat Spanje een ruime definitie van terrorisme voorstaat, hoeft weinig verbazing te wekken. Spanje neemt in toenemende mate bij de bestrijding van de Baskische afscheidings beweging ETA allerlei Baskische organisaties en media op de korrel die volgens de autoriteiten direct of indirect de strijd van ETA ondersteunen of mogelijk maken. Zoals de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken Jaime Mayor Oreja stelde tijdens de opening van de eerste Europese conferentie over terrorisme in Madrid vorig jaar: «Terrorisme bestaat niet alleen uit een groep commando’s, maar is een project dat zich in de samenleving probeert te wortelen. Om terrorisme te bestrijden, is het daarom noodzakelijk de strijd aan te gaan met de sociale, politieke, economische en communicatiestructuren die het terrorisme ondersteunen en voeden.»

Het is nog de vraag of het Spanje zal lukken zijn model van terreurbestrijding naar de Europese Unie te exporteren. Maar als het lukt, staat zwart op wit in een officieel Europees besluit dat antiglobalisten een werktuig in handen van terroristen zijn. En dan staat ook zwart op wit dat antiglobalisten onder de Europese definitie van terrorisme vallen.

Het ministerie van Justitie laat weten dat Nederland onverkort op het standpunt blijft staan dat antiglobalisten geen terroristen zijn. Het is te hopen dat Benk Korthals zijn poot stijf zal houden in Brussel.