Demos

In discussies over het oplossen van de eurocrisis wordt het volk maar lastig gevonden. Hoeveel democratie willen wij opofferen voor het behoud van onze welvaart?

DE GRIEKSE premier Papandreou liet de rest van Europa vorige week flink schrikken toen hij plotseling kwam met het plan om een referendum te houden over de bezuinigingen en hervormingen die zijn land moet doorvoeren om voor hulp van de andere eurolanden in aanmerking te komen en daarmee bij te dragen aan de redding van de euro. Tal van inhoudelijke, zakelijke argumenten werden aangevoerd om het referendum van tafel te krijgen: dat de premier de plannen aan zijn volk wilde voorleggen, had Papandreou aan de andere eurolanden moeten laten weten voordat hij met het reddingsplan akkoord ging; door de onzekerheid over de uitkomst van het referendum zal het langer duren voor de financiële markten weten of ze kunnen vertrouwen op het toch al niet sterke reddingsplan.
Wat bij al die mooi verwoorde argumenten op de achtergrond ook meespeelde, was de angst voor het Griekse volk, de angst dat dat volk wel eens ‘nee’ zou kunnen gaan zeggen. Want de eurocrisis is niet alleen een financiële crisis die ons dwingt na te denken over vrijemarktwerking, het altijd maar gericht zijn op economische groei en het consumeren op krediet. De eurocrisis legt ook bloot dat het project Europa vooral wordt voortgestuwd door politici, ambtenaren en werkgevers, maar veel minder wordt ondersteund door heel grote delen van het volk. Die komen niet alleen in het geweer omdat de crisismaatregelen hen treffen in de portemonnee, maar ook omdat ze het gevoel hebben dat ze geen baas meer zijn in eigen land of omdat van hen solidariteit wordt gevraagd met eurolanden die in hun ogen corrupt zijn.
In bovenstaande alinea’s is inmiddels al vier keer het woord volk gebruikt. Telkens bedoeld voor al diegenen die in een democratisch land mogen stemmen. Het woord democratie komt immers van het Griekse demos, dat volk betekent, en krateo, heersen of regeren. Verwarrend bij het gebruik van het woord volk in combinatie met Europa en de euro is dat de tegenstanders en sceptici voornamelijk te vinden zijn bij het volk, maar dan bedoeld als sociaal begrip, dus bij 'het gewone volk’. In het denken over Europa staan de elite, de kosmopolieten, de hoogopgeleiden tegenover dat gewone volk, de behoudende burgerij, de lager opgeleiden.
Ook al voordat Papandreou met zijn - inmiddels weer ingetrokken - referendumvoorstel kwam, zag je dat in de discussies over het oplossen van de eurocrisis het volk maar lastig wordt gevonden en als een sta-in-de-weg voor 'krachtige’ oplossingen wordt beschouwd. Zo verwijt menige econoom de politici uit de eurolanden dat ze hun oren te veel laten hangen naar de kiezer. In die kritiek op de politiek schuilt in de kern een antidemocratische houding.
Toen de Nederlandse kiezer vorig jaar zijn stem had uitgebracht en een versnipperd politiek landschap had achtergelaten, zag je diezelfde in de kern antidemocratische houding in de roep om een zakenkabinet. Als het volk dan zo stemt dat het vormen van een regering moeilijk wordt, zet er dan maar een kabinet neer van 'sterke’ mannen die met 'krachtige’ oplossingen komen. Alsof sterke mannen geen belangen en ideeën over de samenleving vertegenwoordigen en alsof krachtige oplossingen neutraal zijn in hun gevolgen voor het volk, of dat nu het Nederlandse of het Europese is.
De democratie als bestuursvorm maakt moeilijke en verwarrende tijden door. Niet alleen in Nederland, andere Europese landen en de Europese Unie, maar ook in de Verenigde Staten, waar het niet de versnippering is die verlammend werkt, maar juist het tweepartijenstelsel er mede voor zorgt dat president Barack Obama vleugellam is. En ook in de Amerikaanse staat Californië leidt democratie tot problemen, omdat voorstellen voor belastingverhogingen om de overheidskas op orde te brengen in referenda altijd worden afgewezen, waardoor de staatsschuld maar blijft oplopen. Waarmee meteen duidelijk wordt dat noch het tweepartijenstelsel, noch meer directe democratie een einde zal maken aan de problemen in Nederland of in Europa.
De opmars van de economische grootmacht China laat vervolgens zien dat groeiende welvaart - vooralsnog - ook mogelijk is zonder democratie. En als open verkiezingen in Arabische landen die net hun dictator hebben verdreven uitmonden in de winst van een islamitische partij roept dat vragen op over rechten en vrijheden voor vrouwen en minderheden, rechten en vrijheden die voor ons verweven zijn met democratie. Alle twee zijn het ontwikkelingen die confronterend zijn voor westerse democratieën. Vinden wij welvaart misschien zo belangrijk dat we daarvoor wat democratie zouden willen opofferen? Kan democratisch worden besloten dat niet alle bewoners van een land dezelfde rechten hebben?
We moeten niet denken dat dat laatste alleen voorkomt in Arabische landen, vanwege hun geringe ervaring met democratie. Zo eenvoudig ligt dat niet. Nederland zelf kent democratisch gekozen partijen die een specifieke groep bewoners een recht ontzeggen. Dat is de PVV die moslims het recht op de vrijheid van godsdienst ontzegt door te redeneren dat de islam geen godsdienst maar een ideologie is. En de SGP die met een beroep op de vrijheid van godsdienst vrouwen het recht ontzegt actief te zijn als politicus. Met beide partijen doet het huidige minderheidskabinet in meerdere of mindere mate zaken om te kunnen blijven regeren.
Volgende week zaterdag is het 148 jaar geleden dat de Amerikaanse president Abraham Lincoln zijn beroemde speech in Gettysburg hield waarin hij sprak van een regering 'van het volk, voor het volk, door het volk’. Krachtiger kun je niet formuleren wat democratie in wezen inhoudt. Lincoln hoopte dat deze regeringsvorm 'shall not perish from the earth’. Maar zijn bondige samenvatting zegt verder niks over de voetangels en klemmen die met democratie gepaard gaan en het continue onderhoud dat ze vergt.