Den haag telt niet meer toe

Vier jaar geleden beleefde Nederland een primeur. Geen christenen in de regering! Paars aan de macht! Een politieke, sociale en culturele omslag? Na vier jaar Paars is het tijd om die vraag te beantwoorden. Tot aan de verkiezingen in mei geven de beste stuurlui die al die tijd aan de wal hebben gestaan, hun oordeel. ..LE De stuurman van deze week: Jankarel Gevers, voorzitter van de Universiteit van Amsterdam. Volgens hem betekent Paars: ravage in het hoger onderwijs, en een ministersclub die weinig tot niets klaarspeelt. ‘Kom op, jongens, niet lullen. En zeg dat abonnement op de Volkskrant op’ ..LE HIJ WAS groot voorstander van Paars. Omdat hij er een forse maatschappelijke vernieuwing van verwachtte. Dat is hem, en nu drukt hij zich voor ÇÇn keer zacht uit, ‘op een aantal punten niet meegevallen’.

Jankarel Gevers (54), voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, tevens prominent PvdA-lid. Een tikje controversieel ook. Omdat hij niet van zins is een blad voor de mond te nemen. Zo is Kok ‘het vleesgeworden consensusmodel’, aldus Gevers. Mede dankzij Kok, zegt de universiteitsbestuurder, is een serieuze discussie over relevante onderwerpen in het land van Paars nauwelijks nog mogelijk. Of, laat hij het nog wat krachtiger stellen: als er ÇÇn dag een controverse is, is dat al onverdraaglijk voor 'die lui’.
'Er gaan grote sommen gestopt worden in de verkleining van de klassen’, zegt Gevers. 'Zonder behoorlijke discussie, zonder gedegen onderbouwing met wetenschappelijke analyses, die er wel zijn. Ze stellen in Den Haag op basis van consensus een prioriteit vast, en zetten het nadenken op nul, anders komen ze er niet uit. De relatie tussen wetenschappelijk onderzoek en beleid is de afgelopen vier jaar eerder slechter dan beter geworden.
Er komen van Paars geen goede analyses, bijvoorbeeld van hoe het precies zit met de veranderende arbeidsmarkt. Wat Wijers daarover zegt als relatieve buitenstaander, wordt door de collega’s niet gehoord. De VVD heeft een eigen quasi-intellectuele agenda, en uit de Partij van de Arbeid is alle denkkracht weggesiepeld.
Het echte werk laat men liggen. Paars is met fluwelen handschoenen met het maatschappelijk middenveld omgegaan. Het kabinet doet alsof verzuiling niet meer bestaat, maar in het onderwijs en de omroep loop je daar nog altijd tegenaan. En over de infrastructuur houdt men nu wel een mooi verhaal, maar er is nog geen biels gelegd. We moeten ons collectief schamen dat de hogesnelheidslijn er nog niet ligt.
Een klein voorbeeld met een hoge irritatiewaarde: het vreemdelingenbeleid voor de universiteiten is een hopeloze zaak. Wij krijgen gasten uit andere landen voor wie we van alles organiseren, maar het lukt niet om die mensen op een fatsoenlijke manier behandeld te krijgen. Zij moeten de hele molen van de vreemdelingenpolitie door. Iemand hoeft maar ÇÇn uurtje uit te trekken om zulk tijdelijk verblijf goed te regelen, in het belang van een fatsoenlijk wetenschappelijk smoel van Nederland. Maar niemand schijnt erover te gaan.’
'IK VIND DIE club ook zo weinig zelfverzekerd. Het is eerder een zeurcircuit dan een groep mensen die wat doen. Laten ze eens werken voor de kost! Maar er komt geen hsl, er komt geen behoorlijk openbaar vervoer. Wel is men steeds bezig zich te bemoeien met datgene waar anderen over gaan. Ook de premier praat telkens over dingen waar hij niks mee te maken heeft. Laat hij eerst zijn eigen zaakjes regelen.
De schande van Paars is natuurlijk de bestuurlijke indeling van Nederland. Daar maakt men eerst een rotzooitje van, en vervolgens laat men het liggen. Niet dat de stadsprovincie bij elke burger vooraan in de gedachten is, maar het is wel een belangrijke problematiek voor Nederland. En het is iets wat alleen de politiek kan oplossen. Het coffeeshopbeleid kan Amsterdam wel regelen, het politieoptreden kun je aan Groningen zelf overlaten. In Den Haag moet men doen waarvoor men ingehuurd is.’
En vanaf de zijlijn vuurt Gevers aan: 'Kom op jongens, handen uit de mouwen, niet lullen. En het abonnement op de Volkskrant opzeggen. Een minister leest ’s ochtends in de auto de Volkskrant, en wat daarin staat, bepaalt wat hij die dag doet. De krant dicteert echt de agenda en dat moet eens afgelopen zijn.’
In die wat slome doch zelfgenoegzame paarse familie is Jo Ritzen het hyperactieve zoontje. Onderwijsminister Ritzen kan, zegt Gevers ironisch, langzamerhand voor iets te veel plannetjes geciteerd worden. Ieder nieuw studiejaar bracht een nieuwe studiefinanciering. Hetgeen leidde tot opperste verwarring onder studenten en een massaal uitstelgedrag onder aankomende eerstejaars. Die weten het nog zo net niet, dat studeren aan een universiteit: 'Zij denken daar liever nog een jaartje over na. Er is een grote vraag naar uitstelklassen. Daarom beginnen wij in september aan de UvA met een ori‰nterend jaar. Geen wonder: je kunt je niet meer vergissen, niet meer van studie wisselen, niets extra’s doen: een brede interesse wordt niet beloond maar gestraft. Dat vind ik heel erg. Het is zo strijdig met wat een academie moet voorstellen. En het wordt uitsluitend veroorzaakt door het juk van de studiefinanciering.
De toestanden rond studiefinanciering hebben een ravage aangericht in het onderwijs. Er is jaar na jaar op bezuinigd, wat bestuurlijk al niet deugt. Als je eens zou narekenen wat d†t aan extra bureaucratie heeft opgeleverd… En dan zegt Ritzen weer: er is wel veel bureaucratie aan de universiteit. Je krijgt de neiging om hem aan te vliegen, want h¡j heeft die gecre‰erd!
Ik neem het de minister kwalijk dat hij consequent de studiefinanciering en de inhoud van het onderwijs met elkaar heeft verknoopt. Wij hebben altijd gezegd: laat de bezuinigingen op de studiefinanciering niet de hele academische wereld verzieken. Maar omdat de overheid - terecht - niet bereid is eindeloos een bijstandsuitkering aan studenten te betalen, gaat ze zich bemoeien met de cursusduur en komt Ritzen met plannen voor het verbeteren van de studeerbaarheid - een van de grootse taalkundige monstrums die Paars heeft voortgebracht. Daarmee zitten de universiteiten in een beleidsgevangenis.’
Het kabinet-Kok heeft ons nog het Kennisdebat gebracht, een zinloze doch kostbare exercitie die in de ogen van Gevers symbolisch is voor paarse politiek: beeld en gebabbel. 'Eerst haal je uit de kennisinfrastructuur al het geld dat je eruit kunt halen en vervolgens ga je erover debatteren. Dat k†n niet, dat is op de rand van het fatsoen.’
Het opgaan van Cultuur in het ministerie van OC&W heeft nergens toe geleid. Een gemiste kans, vindt Gevers. 'Die transfer was een van de vreugdevolle dingen van Paars. Helemaal niets is ervan terechtgekomen. De bewindslieden hebben er om strijd behoefte aan elkaar te vermijden. De kans om nu eens een ander, meer geãntegreerd cultuurbeleid in dit land te voeren, laat men compleet voorbij gaan. Hoe je met subsidies omgaat, hoe je aan kwaliteitsbewaking doet: het ligt bij de universiteiten zus, en bij de kunstinstellingen zo. Op het departement hoor je alleen maar dat het ene goed en het andere verderfelijk is, terwijl je van beide kunt leren.
Maar zelfs het noemen van dit onderwerp wekt geen belangstelling. Bestuurlijk gebeurt er niks. Dat is de sfeer die in dit kabinet hangt, en daar is de premier debet aan. Die is niet in ambtenaren geãnteresseerd, stuurt ze de laan uit als ze hun mond opendoen. Alles wat op het gebied van ambtelijke reorganisatie leeft is door Paars ondergestopt. Organisatievraagstukken interesseren de leden van dit kabinet geen bal. En dat geldt ook voor Ritzen, het interesseert hem geen bal.’
Het moet gezegd: Ritzen heeft ook het een en ander klaargespeeld. Hij heeft ervoor gezorgd dat de universiteiten bestuurlijk gezien eindelijk zelfstandige instellingen zijn. Met een eigen bestuursvorm en een raad van toezicht. 'Als er nog eens een standbeeldje voor Ritzen wordt opgericht, is het om die reden’, zegt Gevers met een grijns. Jarenlang heeft hij ervoor gepleit om van de universiteit een gewone, maatschappelijke verantwoordelijkheid dragende organisatie te maken. 'Je moet geen hekje om de universiteit zetten, maar zeggen: doen jullie ook effe normaal. Nu kan eindelijk beoordeeld worden of we die tent goed runnen, en of we met onze studenten tot goede afspraken komen.’
Waarom moest de inspraak van studenten daarvoor beperkt worden?
'Die ¡s niet erg beperkt. Studenten die het slim aanleggen, kunnen nu in rechtstreekse onderhandeling met het bestuur veel verder komen. Ik vind niet dat de democratie is aangetast, dat vindt men in Amsterdam Åberhaupt niet, terwijl dit toch de stad was van de bezettingen.’
DE GIGANTISCHE bezuinigingen op het Hoger Onderwijs die in het paarse regeerakkoord waren aangekondigd, heeft Ritzen als een behendig Monopolyspeler doorgeschoven naar de volgende kabinetsperiode. Waarvoor dank. 'Dat heeft hij goed gedaan. In die vier jaar heeft hij financi‰le rust aan het front gecre‰erd en dat is een niet geringe verdienste. Of er alsnog een slagveld in het hoger onderwijs aangericht wordt, zal blijken bij de komende formatie.’
Er k†n niet verder bezuinigd worden, zegt Gevers. 'Het is al lang geen kwestie meer van vet wegsnijden, want dat is er niet meer. Bezuinigen komt nu neer op het nog verder vergroten van de “klassen” bij de juridische faculteit, waar de situatie veel slechter is dan in het basisonderwijs. EÇn docent op veertig, vijftig studenten: dat gaat echt niet. Dan leid je geen goede Docters van Leeuwens meer op.’
Als je de verkiezingsprogramma’s leest over het hoger onderwijs, is er weinig reden tot optimisme.
'Ja, het is treurig, heel treurig. Ongeãnteresseerdheid en ongeãnformeerdheid. Het enige waar je hoop uit kunt putten, is dat de vorige keer de verkiezingsprogramma’s buitengewoon positief over het hoger onderwijs waren, hetgeen ons de grootste bezuiniging in de geschiedenis opleverde. Dus hou ik het erop dat ook thans zich het omgekeerde zal voltrekken.
Kijk, de doem die de verzelfstandiging van het hoger onderwijs heeft meegebracht, is dat het uit het gezichtsveld van politici is verdwenen. Ze denken: die eigenwijze lui doen toch wat ze zelf willen. Dat is juist en ook heel goed. Maar daarom moet de politiek nog geen onzin gaan uitkramen over het hoger onderwijs.’
GEVERS ZOU ZICH 'een verstandige overheid’ wensen, die ook de moed heeft een fors deel van de hogeronderwijsinstellingen te privatiseren. 'Met een gewone prijsconcurrentie’, zegt hij strijdbaar. 'Dat lijkt me heel goed voor het systeem. Dan komt er meer variatie in de instellingen, en degenen die het slecht doen, komen vanzelf op de blaren te zitten. Voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs is dat ook alleen maar goed, want neringdoenden zijn immers uit op omzetverhoging. Kijk naar de postdoctorale cursussen. Daarvan stellen we zelf de prijs vast en je merkt niks van een beperktere toegankelijkheid.’
In hoeverre heeft de sociaal-democraat Ritzen over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaakt?
'Niet. Twee jaar geleden is keihard aangetoond dat degenen die in het uitstelgedrag vooraan stonden, de sociaal zwakkeren waren. De sociaal-democratische kant van Jo Ritzen manifesteert zich in iets verkeerds, namelijk in een koppig geloof in een geplande samenleving. Hij is een van de laatste Oost-Europese planbureaucraten die op deze wereld rondloopt. Hij gelooft Çcht dat als je het aan hem overlaat, het allemaal beter zal gaan. Maar vanuit het Zoetermeerse kun je niet sturen wat er in een klaslokaal gebeurt. Het gaat ook niet beter in die wijk in Groningen als meneer Kok zich ermee bemoeit.’
Ritzen wil de man met de visie zijn, maar niemand weet wat die visie is.
'Omdat hij te veel visies tegelijkertijd heeft. En omdat hij grote moeite heeft om die in concreet beleid om te zetten. Daarvoor zijn heel andere kunstjes nodig dan je als hoogleraar economie leert. Ik heb altijd het meeste genoegen beleefd aan bewindslieden op het ministerie van Onderwijs die niks van onderwijs wisten. Zalig: iemand die niet precies hetzelfde weet als jij, maar die weet hoe je zo'n systeem aanstuurt.’
Waarom bent u nog lid van de PvdA?
'Ach, ik ben nog lid van alles waarvan ik lid werd toen ik twintig was. Maar partijloosheid wordt een wenkend perspectief. Ik kan weinig uitlatingen van de PvdA serieus nemen. Ik vind dat men leer- en denkvermogen in die partij op een gruwelijke manier te grabbel heeft gegooid.’
Hoopt u desondanks op Paars II?
'Considering the alternatives: ja. Het regeerakkoord van Paars I was schandelijk over het hoger onderwijs, maar dat kwam niet zozeer door boze politieke opzet als wel door dommigheid. De dodelijke koppeling tussen studiefinanciering en de verkorting van de studieduur stond daar levensgroot in. Inmiddels heeft men ingezien dat dat precies mis was en zijn die plannen getorpedeerd.’
KAN MEN U bellen voor de post van minister van Onderwijs?
'Nee. Tien jaar geleden misschien wel. Maar ik vind nu dat het niet de goede kant opgaat met de politiek en de staat der Nederlanden. Als ik in de politiek zou werken, zou ik mij schamen dat die professie zo langzamerhand aan elkaar hangt van slordigheid, van ongeãnformeerdheid, van Volkskrant.
De Nederlandse staat is langzaampjes aan het verdwijnen. De mensen die zich er mee bezighouden, zijn de laatste dansenden op de rand van de vulkaan. Het is allemaal raar spul. Dat voelen Kok en zijn collega’s natuurlijk donders goed. Belangrijke beslissingen worden al lang niet meer in Den Haag genomen. De hele financi‰le wereld is hun ontglipt. De universiteit is vertrokken naar het forum van het internationale hoger onderwijs. Het idee dat een natuurkundige bij ons primair zou samenwerken met iemand in Utrecht is allang achterhaald. Die praat met een collega in Harvard, en wordt beoordeeld naar internationale normen.
Dus, en ik spreek dit met aarzeling uit, het doet er eigenlijk niet zo veel toe. Natuurlijk, we hebben nog te maken met een geldstroom uit Den Haag en daarom heeft het ook mijn warme aandacht, maar ook dat geld wordt steeds minder. Waar ons budget twintig jaar geleden nog voor negentig procent uit overheidssubsidie bestond, is dat nu 65 procent. En naarmate de bezuinigingen steviger worden, gaat dat percentage verder omlaag. Daar laat ik dan wel een traan over, want dan gaat er een hoop verkeerd, maar wat er uiteindelijk goed gaat, is dat wij steeds meer kunnen zeggen: het doet er niks meer toe. Als het bezuinigen doorgaat, zal dat de privatisering van het hoger onderwijs alleen maar versnellen. Ondertussen trekt de karavaan, om met Van Agt te spreken, echt wel voort.’