Sport

Denken

Er moet weer iets van de regering. Het was al lang de bedoeling, maar door de publicatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland wordt het ons nu nog duidelijker gemaakt dan ooit tevoren: het wij-zij-denken moet doorbroken worden.

We moeten samen werken, samen leven. De huidige samenleving is niet harmonieus (genoeg). Er zijn te veel verschillen tussen de mensen, er zijn enorme kloven, er is te veel onbegrip. Wat we willen is een harmonieuze maatschappij, waarin overeenkomsten voorop staan, en niet verschillen, waarin mensen zich verdiepen in elkaar, waarin er binding is, waar niet wordt uitgesloten en niet gediscrimineerd maar bruggen worden gebouwd. Daartoe moeten we nu eindelijk eens ophouden met wij-zij-denken. De hele tijd maar in die termen voortmijmeren, daar wordt de wereld niet beter van.

Voor een betere wereld, voor ons en onze kinderen, God hebbe hun ziel, gaan we ophouden met wij-zij-denken. Dus ook in de sport. Want de sport is ook deel van de maatschappij, en is zij niet een weerspiegeling van wat er allemaal plaatsvindt in de samenleving? Ja, dat is zij wel.

Het wij-zij-denken – dat in de sport meestal wij-hun-denken is – is voortaan verbannen uit de sport. Weg met dat gepolariseer. Verfrissend. En met verrassende resultaten.

De spandoeken die altijd riepen: ‘Wij zijn de beste!’ verdwijnen. Voortaan lezen we: ‘Wij zijn heel goed, maar zij ook, hoor!’

Er wordt gezongen: ‘They are the champions!’

De spelers in, bijvoorbeeld, een voetbalwedstrijd, ruilen voor het begin al hun shirts. Niet één op één, maar ongeveer de helft van elke ploeg. De teams worden door elkaar gehusseld. Dan gaan we beginnen.

De coaches van de twee partijen zitten niet gescheiden in hun eigen hok, maar gezamenlijk in één grote dug-out. Ook alle wisselspelers van beide ploegen passen erin. Gezellig.

De coach mag wissels toepassen in de ploeg van de tegenstander.

Volksliederen voor aanvang van een wedstrijd worden niet meer na elkaar, maar tegelijk gespeeld. Het verschil tussen thuis en uit moet ook worden opgeheven, want dat is een verderfelijke variant van wij tegen zij. Iedereen speelt thuis, omdat iedereen zich ook thuis voelt op het veld. Ook het bezoek. ‘Doe alsof je thuis bent’, zegt de ontvangende voorzitter tegen de bezoekende. ‘Dan doen wij alsof we uitgaan.’ Het scorebord geeft niet langer aan: THUIS 1 – GASTEN 0, maar THUIS 1 – OOK THUIS 0.

Daar zal het wij-zij-denken niet van terug hebben. We doorbreken het waar het bij staat.

Spelers protesteren bij de scheidsrechter uit naam van de tegenstander. Ze schelden de grensrechter verrot als die een doelpunt van de tegenstander ten onrechte afkeurt.

In plaats van de supporters van de tegenstander de hersens in te slaan, beuken de fans het brein van hun eigen aanhang tot moes. De ‘rivaliserende’ supporters doen vanzelfsprekend hetzelfde.

De Ajax-supporters beschilderen de lakens van hun moeder niet met: ‘Ajax kampioen!’ Voortaan lezen we: ‘Ajax kampioen, of Feyenoord, of PSV, of AZ, of FC Twente, of De Graafschap, of Roda, of Heerenveen, of FC Utrecht, of FC Groningen, of Vitesse, of Heracles zelfs, of NAC, of Sparta, of Willem II, of NEC, of VVV, of Excelsior. Je weet het niet’.

Achter het doel hangt nog een spandoek, maar er staat niet op: ‘Vitesse rot op!’, maar: ‘Rot allemaal toch op!’

Maar meestal lezen we: ‘Hup!’ En: ‘De bal is rond’. En: ‘De eersten zullen de laatsten zijn’. ‘Alle Menschen werden Brüder, ook Lothar Matthäus’.

‘De Graafschap Superboer’n! En Ajax Superjod’n! PSV Supergloeilamp’n! AZ Superkaaskopp’n! Twente Supertukk’rs! Roda Superlimbon’n!’

‘Iedereen bedankt!’ ‘Niemand gaat ooit verloren, knoop dat in je oren!’ ‘Nobody will ever walk alone!’

Desondanks zal er altijd een rudimentair ‘wij’ blijven bestaan, in een of andere vorm, daar doe je niks aan. Het gaat erom dat degenen die ‘wij’ zijn begrijpen dat ‘zij’ niet iets anders zijn, iets wezensvreemds, iets vijandigs en naars. Het gaat om empathie: het besef dat zij net zo goed wij zouden kunnen zijn, voor hetzelfde geld. Dat wij zij zouden kunnen zijn. Dat wij en zij gelijk en hetzelfde en eender zijn. Dat de wijkagent een zijkagent is. En zijwater wijwater. Dat een zijden broek een wijden broek is.

De zijkant is een wijkant. In probleemwijken is er veel probleemzijken.

Zijn en Tijd is in feite Wijn en Tijd.

De sport maakt de mensen wegwijs. Wegwijs en wegzijs, allemaal. En dan verzijderen we onverzijld alles wat zijst op gebrek aan zijsheid.

Vervolgens gaan we het ik-jij-denken doorbreken.