H.J.A. Hofland

Denkt osama nog aan ons?

H.J.A. Hofland
Aanslagen van moslimterroristen op doelen in het Westen zijn pogingen tot afstandsbesturing. Al-Qaeda en verwante organisaties worden er wel van verdacht dat ze aan deze kant van de wereld een nieuw kalifaat willen stichten, maar zo onnozel zullen ze niet zijn dat ze dit met explosies in de metro’s van grote steden willen bereiken. De bommen die hier ontploffen, zijn aanvuurladingen. De gevaarlijke kern ligt in de maatschappij zelf verborgen. Als deze kern explodeert, dan gebeurt dat langzaam, in fasen.

Schematisch gezegd is de eerste fase die van radeloosheid en algemene verontwaardiging. Dan wordt de schuldvraag gesteld. Een deel van de schuld wordt gedragen door de plaatselijke en de nationale autoriteiten, die de openbare veiligheid hebben verwaarloosd. Hoe komt dat? Ze hebben de tegenstander schromelijk onderschat, ze hebben door hun softe beleid van jaren de samenleving zelfs aan de rand van de afgrond gebracht. Maar het is nog niet te laat. Er is geen tijd te verliezen. Nu of nooit: keihard aanpakken!

Natuurlijk heerst in het land van de aanslag een virulente antimoslimstemming. De gematigde partijen van het getroffen land verliezen hun geloofwaardigheid. De gematigden onder de moslims worden ervan beschuldigd niet hard genoeg tegen de aanslag te hebben geprotesteerd. Dan treedt vanzelf een algemene politieke wet in werking. Als het vertrouwen in de gematigden wordt opgezegd, worden ze door de extremisten vervangen.

Daarmee hebben de plegers van de aanslag een belangrijk doel bereikt. Het proces van ontwrichting is nu door de partijen in het land zelf ter hand genomen. Doordrongen van de noodtoestand, wil het publiek geen ingewikkelde oplossingen die tijd vergen en waarvan het dan nog maar moet afwachten wat ervan terecht komt. Het is die praatjesmakers beu! Als vanzelf dienen dan de populisten zich aan. Van links of rechts, dat maakt op zichzelf geen verschil. Maar omdat het Westen nog altijd een maatschappij met een redelijk welvarende massa is, en bovendien in ruime mate gedepolitiseerd, heeft de populist van rechts veruit de beste kansen.

Tegelijkertijd voltrekt zich een optische bijstelling. Ongure types onder de immigranten die eerst als vervelende maar passabele lastposten werden beschouwd, krijgen een nieuwe status: van nationaal gevaar. Niet uitgesloten dat ze zich daarnaar gaan gedragen, waardoor een nieuwe ronde in de algemene ontwrichting is aangebroken. Tussen het zich nu geëmancipeerd hebbende extremisme en het populisme voltrekt zich de escalatie, waarbij in de ogen van het bange volk de populist steeds meer gelijk krijgt. In zijn grot zit Osama bin Laden naar de Nederlandse televisie te kijken. Daar hoef ik voorlopig niets aan te doen, zegt hij tegen zijn assistent.

Gaat het in Nederland op het ogenblik ongeveer op deze manier? Een jaar of vijf geleden waren we volgens een enquête een volk dat «fluitend naar zijn werk ging». In een speciale artikelenreeks stelde The Economist het poldermodel aan de rest van Europa ten voorbeeld. Een grote vergissing. Fortuyn verscheen, verklaarde de islam tot achterlijke godsdienst en het poldermodel tot een reddeloze ruïne. Zijn massale, als uit het niets verschenen aanhang bewees vooral hoe bang een groot deel van het volk was geworden. Kort voor hij werd vermoord door iemand die de kluts kwijt was en die alleen zichzelf vertegenwoordigde, heeft hij tegen een paar vrienden gezegd dat hij het zo mooi genoeg vond. Aan zijn volgelingen wilde hij het overlaten om zijn werk voort te zetten. Daarop volgde de zomer van de kogelbrieven, achteraf bezien een poging tot een staatsgreep, op z’n Nederlands en nog binnen de grenzen van de democratie.

Onder het bewind van Balkenende II sudderde het land verder. Godsdienstige tegenstellingen en verkapt racisme bleven bestaan, er werden nieuwe veiligheidsmaatregelen genomen. Alles bleef behandelbaar, tot Theo van Gogh werd vermoord. De gebeurtenissen dreigden opnieuw te verlopen volgens het hierboven geschetste scenario van Osama. De aanhang van het populisme schoot omhoog, velen die bekend waren van de televisie wilden een partij oprichten (altijd een zeker teken dat er iets aan het systeem mankeert) maar, hoe miraculeus ook, de gematigden lieten zich de macht niet uit handen schreeuwen. De enige voor wiens leven ik heb gevreesd is bondscoach Dick Advocaat, nadat hij door een noodlottige wissel een Nederlands kampioenschap in Portugal had «verspeeld».

Zijn de kiezers nu anders dan die van vier jaar geleden? Dit is op het ogenblik een gemelijk land, knorrig, lichtgeraakt. Het heeft een kabinet dat voortdurend moet vechten tegen zijn eigen ongeloofwaardigheid. De Nederlanders hebben bewezen, niet alleen de afgelopen vier jaar, een massahysterie in reserve te hebben. Maar in de campagne voor de raadsverkiezingen is die ongebruikt gebleven. Misschien hebben we voldoende veiligheidsmaatregelen genomen, misschien vindt Osama ons niet voldoende de moeite waard, misschien is onze reserve voorlopig uitgeput. Dat weet je nooit met hysterie. Het grootste gevaar, dunkt mij, ligt voorlopig in de wereldkampioenschappen voetbal, in Duitsland, deze zomer.