Denkvormen

Donald Judd maakte zijn beelden in een droog landschap zo hard en compromisloos als hij maar kon. In hun onbuigzame abstractie zijn ze glashelder en raadselachtig tegelijkertijd.

In Marfa, Texas, ligt, langs de weg naar Presidio, een groep van vijftien rechthoekige betonnen constructies van Donald Judd. Ze zijn samengesteld op basis van een module: een grondplaat, twee staande platen en een dekplaat zodat er een soort tunnels ontstaan. De maat van de module, van dikke platen gegoten beton, is 2,5 x 2,5 meter. Elk van de beelden is een combinatie van modules: enkele naast elkaar geplaatst, of tegen elkaar of tegenover elkaar, meestal maar niet altijd in een rechte hoek - proportionele variaties dus op een thema (als in muziek een modulatie van akkoorden). Met elkaar vormen ze een lange stoet, in een impulsieve volgorde in het droge prairiegras gezet. Deze meer dan manshoge werken zijn ontworpen om permanent in dat landschap te staan. In 1980 zijn de eerste twee geplaatst.
Judd wilde een stabiele situatie scheppen waarin kunstwerken ongestoord zouden blijven door de ongeregelde praktijk van museale tentoonstellingen waarin ze voortdurend worden verplaatst. Hij had gemerkt dat hij, bij het ontwerpen en maken van zijn werken, steeds meer rekening wilde houden met het karakter en de maat van de ruimte waarin hij ze bij voorkeur tentoongesteld zag. Zo kwam in het karige, hoge land in West-Texas, aan de Mexicaanse grens dicht bij de Rio Grande, de Chinati Foundation tot stand, op het terrein en in de barakken van een voormalig legerkamp. Daar, en in enkele andere gebouwen in het stadje zelf, staan nu voor altijd driedimensionale werken geïnstalleerd van Judd zelf en ook van onder anderen Dan Flavin, John Chamberlain, Ilya Kabakov en Claes Oldenburg (& Coosje van Bruggen).
Van nabij weet ik dat het organiseren van deze uitzonderlijke onderneming een taai proces was - volstrekt tegendraads immers in de vlotte, mondaine, competitieve kunstwereld waarin kunstwerken van de ene tentoonstelling naar de andere worden gesleept om daar hun kunsten te vertonen en te koop te zijn. Het lang en zorgvuldig kijken naar objecten, om hun langzame visuele gewicht te meten en om met geduld te beoordelen hoe ze het best in hun ruimte kunnen geworden opgesteld - dat past nauwelijks nog in de snelheid waarmee nu de nieuwheid van kunst wordt vastgesteld en ook weer voorbij gaat. We hebben daar vaak over gesproken. Ik herinnerde dan aan het stichten van kloosters in de Middeleeuwen en het bouwen van kathedralen, voor de eeuwigheid, en ik noemde zijn onderneming daar een utopie. Dan moest hij glimlachen: voor jou is het misschien een utopie, maar voor mij is het gewoon de werkelijkheid. Daar was geen speld tussen te krijgen - want de dingen stonden daar echt op dat veld en ze zouden er blijven staan tenzij er om een of andere reden een ongelukkig eind aan de Chinati Foundation zou komen. Natuurlijk maakte Judd ook dingen die kleiner en lichter waren dan die betonnen constructies, bijvoorbeeld werken van plywood of aluminium. Die figureerden in tentoonstellingen en waren te koop in de kunsthandel. Dat was de onoverkomelijke praktijk van het dagelijkse kunstbedrijf. Hij vond dat niet in strijd met de permanente kunst in Marfa, want die was omgeven met een heel andere ernst. Je moest nog maar afwachten hoe, in welke toevallige accrochage, werken in een museum worden getoond - maar hier in Texas kon iedereen komen kijken hoe hij, de kunstenaar, vond dat het moest. Dat is de standaard: zoals je weet dat het ruiterstandbeeld van de Gattamelata daar goed staat omdat Donatello zelf bij de plaatsing betrokken was.
Een Amerikaanse kennis met wie ik ooit naar de stoet beelden stond te kijken, zei dat hem maar één woord te binnen viel: relentless. Meedogenloos dus, of onbuigzaam. Ook het droge landschap had natuurlijk met die ervaring te maken, en de lage namiddagzon die strakke schaduwen tekende in de ruimtelijke constructies. Het landschap was weids en roerloos. De stilte en rust waarmee de beelden daar lagen, als een langzame karavaan wagens in een western, waren onbeschrijflijk. De maat van het land liet, meer dan welke andere omstandigheid, alle ruimte aan Judd om de beelden zo hard en compromisloos te maken als hij maar kon. Hun abstractie was inderdaad onbuigzaam. Ik heb gezien met hoeveel zorg erop werd toegezien dat bij het gieten van de betonnen platen hun kanten naadloos op elkaar zouden aansluiten. Makkelijk was dat niet. De uitvoering moest zo perfect zijn omdat materiële onregelmatigheden anders de indruk zouden verstoren dat het hier om denkvormen ging - glashelder en raadselachtig tegelijkertijd, die daar lagen of ze er altijd al gelegen hadden. Daar kijkend en rondlopend voelde je de diepe ernst van hun aanwezigheid en zag je hun adembenemende schoonheid. Later pas besefte ik dat voor Judd abstracte vormgeving niet alleen maar een onvermijdelijke weg was, en de enige manier om kunst te bevrijden van allerlei tierlantijnen. Dat geloof dingen zo te maken, met zoveel onwrikbare overtuiging, was ook een ontroerend indrukwekkende romance.

PS Werk van Judd is de komende tijd nog te zien in de collecties van het Van Abbemuseum, Eindhoven en het Haags Gemeentemuseum. Zie www.chinati.org voor de Chinati Foundation