How to bluff your way in depression

Depressieve mensen zijn deprimerend

Er bestaan vele mythes over depressie. Die hoeven niet allemaal ontzenuwd te worden, maar een paar vragen er wel om. Voor wie intelligent, deskundig en interessant wil overkomen een aantal belangrijke ‘feiten’.

Medium groene stoel

VOLGENS Andrew Solomon, de schrijver van het bekroonde boek The Noonday Demon, ‘lijkt het alsof Jan en alleman depressief aan het worden is en vecht tegen depressie en praat over vechten tegen depressie’. Hoe kun je vermijden dat je dwaas klinkt als er over depressie wordt gepraat? Wat je in elk geval beter niet kunt doen, is een bekentenis in de eerste persoon afsteken over je ervaringen met antidepressiva en psychotherapeuten, want dat kan wel eens pijnlijk blijken, te veel informatie. We kunnen er simpelweg niet op vertrouwen dat alle stigma’s die worden geassocieerd met depressiviteit werkelijk zijn verdwenen, zoals de media willen doen geloven. En daarbij, depressie is niet aantrekkelijk. Je zou misschien kunnen zeggen: 'Ik heb gelezen dat depressieve mensen deprimerend zijn.’ Dat is oud nieuws, ook al is het voor mij persoonlijk een compliment, aangezien ik dat 35 jaar geleden al heb aangetoond in mijn proefschrift. Je zou de vraag kunnen opwerpen: 'Wat als Van Gogh antidepressiva had gekregen? Wat zou er zijn gebeurd met al die geweldige kunst die hij creëerde terwijl hij depressief was?’ Maar dan loop je het risico dat ze je ontmaskeren als een naprater van Peter Kramer, de schrijver van het ook bekroonde Talking to Prozac en Against Depression. Je kunt iets dramatisch zeggen als: 'Depressie is de meest verwoestende ziekte die de mensheid kent.’ Maar ook dat werd vijftien jaar geleden al gezegd door Peter Kramer, en daarbij klinkt het nogal onnozel en overdreven theatraal.
Je zou de indruk kunnen wekken dat je een deskundige bent door een paar belangrijke 'feiten’ te controleren en klaar staan om ze te debiteren zo gauw de mogelijkheid zich aandient. Je zou zonder risico het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie kunnen citeren waarin staat dat binnen enkele decennia depressie de op één na belangrijkste oorzaak van arbeidsongeschiktheid in de wereld zal zijn, en daaraan toevoegen, zoals de media vaak doen, dat depressie een epidemie is en dat er meer mensen depressief worden dan ooit. En dat is des te meer onverdraaglijk omdat er veilige en effectieve behandelingen bestaan. En dan kun je vervolgen met de opmerking dat het met name verschrikkelijk is dat depressie zo opvallend vaak voorkomt bij zwangere vrouwen en vrouwen die net zijn bevallen van een kind, omdat de levens van het kind en het hele gezin daaronder lijden, net als de moeder.
Je zou hiermee weg kunnen komen, maar je zou jezelf even goed een makkelijk doelwit kunnen maken voor een scepticus en vernederd worden. Hij zou zeggen dat het onzin is dat er iets is veranderd in de frequentie van depressie: huisartsen schrijven mensen gewoon veel vaker antidepressiva voor zonder de tijd te nemen om vast te stellen of ze daadwerkelijk depressief zijn. De depressie-epidemie is gewoon een waanidee dat is gecreëerd doordat er een steeds groter net wordt geworpen waardoor gewone somberheid en snel voorbijgaande neerslachtigheid als psychiatrische aandoeningen worden aangemerkt. Natuurlijk, een depressieve stemming wordt geassocieerd met een laag inkomen, gebrek aan scholing, slachtoffer zijn van discriminatie, een heel scala van gezondheidsproblemen en vroegtijdig overlijden - maar armoede, een lage opleiding, gediscrimineerd worden en in een slechte gezondheid zijn, dat is ook deprimerend. En waar precies vinden we dan het bewijs dat mensen als ze antidepressiva krijgen meer gaan verdienen, weer naar school gaan, gezonder worden of langer leven wanneer ze al ziek zijn? Dat bewijs is schaars. Hij zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat een Amerikaans medisch onderzoek van vele miljoenen dollars dat was bedoeld om herhaaldelijke hartaanvallen te voorkomen, het leven verlengde van patiënten die eerder al eens een hartaanval hadden gehad, door hun depressie te behandelen. Er waren alleen bescheiden verbeteringen in de graad van depressie, maar bewijs van enige vooruitgang in de fysieke gezondheid was er niet. Dan, als hij voor de coup de grace zou gaan, de genadestoot, zou hij je vragen om tegenvoorbeelden te geven van waar het bieden van betere opsporing en behandeling van depressie daadwerkelijk leidden tot verbeterde resultaten op andere gebieden in het leven van mensen. Veel succes, tenzij je je toevlucht neemt tot anekdotes over je ome Jan, omdat de onderzoeksliteratuur niet erg veel voorbeelden levert van behandelingen die méér opleveren dan het terugdringen van depressieve symptomen.
Wat betreft depressie bij zwangere vrouwen en vrouwen die net een kind hebben gekregen: het is een mythe dat zij meer depressief zijn dan vrouwen van dezelfde leeftijd die niet zwanger zijn geworden en een kind hebben gebaard. Natuurlijk is het een goed idee om, als vrouwen depressief worden tijdens de zwangerschap of net daarna, ze te behandelen, maar de opties zijn beperkter dan in andere tijden, omdat we nu bezorgder zijn over negatieve effecten van antidepressiva op de foetus en op het kind dat borstvoeding krijgt. Het grote probleem van depressie tijdens de zwangerschap is dat er bijna geen behandelmethodes zijn voor vrouwen en hun artsen. En vrouwen die zwanger zijn concentreren zich op de groeiende foetus, en niet zozeer op hun eigen welzijn; en vrouwen die net een kind hebben gekregen verwaarlozen zichzelf vaak. Ze zien misschien hoogstens een dokter als ze met hun kind naar een kinderarts gaan die geen zin heeft om volwassenen te behandelen, en bovendien: welke nieuwe moeder heeft zin om regelmatig in therapie te gaan?
Wat werkelijk deprimerend nieuws is over depressie is dat veel van de zorg die wordt geboden in de gemeenschap tekortschiet en steeds vaker wordt gegeven aan mensen van wie je niet kunt verwachten dat ze er baat bij hebben. De typische patiënt die op antidepressiva wordt gezet is iemand die niet een diagnose heeft gekregen op basis van een vraaggesprek door een arts, niet depressief genoeg is om er meer baat bij te hebben dan bij een placebo, en die geen vervolggesprek zal krijgen om te zien of er verbeteringen zijn.
Antidepressiva zijn een heel goede behandeling voor mensen met een ernstiger vorm van depressie, maar ze worden steeds vaker en steeds meer voorgeschreven aan patiënten van wie je niet kunt verwachten dat ze er veel baat bij zullen hebben aangezien ze slechts matig tot gemiddeld depressief zijn. Bovendien is er, zelfs wanneer iemand serieus depressief is, veel onderzoek en toezicht op veranderingen in symptomen en bijwerkingen nodig om zeker te zijn dat mensen er beter van worden. Op een of andere manier slaan mensen die er niet over piekeren hun arts tegen te spreken en die zelf wel bepalen wanneer ze hun cholesterolmedicijnen innemen, maar al te vaak het advies van hun dokter in de wind en slikken hun antidepressiva alleen wanneer ze denken dat ze die nodig hebben. En ongeveer de helft van de depressieve patiënten die antidepressiva krijgen heeft óf een bijgestelde dosering nodig of moet overschakelen op een ander medicijn als ze willen verbeteren of onnodige bijwerkingen willen vermijden. Waarschijnlijk zullen ze niet dat tweede consult bij hun arts krijgen waarmee deze dingen tijdig gecontroleerd kunnen worden. >

Medium groene depro

Meer deprimerend nieuws over depressie is dat de meeste depressieve mensen die met antidepressiva worden behandeld slechts matig tot gemiddeld depressief zijn en er veel meer aan gehad zouden hebben als eerst andere behandelmogelijkheden geprobeerd waren voordat ze de medicatie kregen.
Onder die mogelijkheden zijn lichamelijke oefeningen, zelfhulp onder begeleiding, of korte psychotherapieën die worden gesteund door onderzoek. Die dingen kunnen net zo effectief zijn en ze hebben niet de bijwerkingen van medicatie. Als ze bij bepaalde mensen niet werken, dan zou het feit dat ze het hebben mogen proberen hun behoefte moeten stillen om voor zichzelf aan te tonen dat ze hun problemen kunnen oplossen zonder medicatie. Dat heet getrapte zorg.
In feite is er uitstekend bewijs voorhanden dat psychotherapie die patiënten kan activeren, die hun verstoorde manier van denken aanpakt, of die hun intermenselijke problemen oplost, minstens zo effectief is als medicatie, en zelfs nog beter wanneer de patiënten sowieso al minder depressief zijn. Maar probeer eens die op bewijzen gebaseerde therapieën te vinden, ga in therapie zonder eerst op een lange wachtlijst te staan, of probeer zelfs maar eens op eigen houtje onderscheid te maken tussen alle therapeuten die een van die effectieve therapieën aanbieden en niet een of ander uiterst dubieus alternatief. En probeer maar eens iemand die depressief is zo ver te krijgen dat hij of zij begint met fitnessen of in therapie gaat. Een van de bijzondere kenmerken van depressie is dat ze mensen berooft van het vermogen om initiatief te nemen en een plan op te stellen en zich daar vervolgens aan te houden. Dick Cavett, de voormalige Amerikaanse talkshowpresentator, werd bedreigd met ontslag omdat hij niet uit het bed wilde komen waarin hij zich terugtrok als hij depressief was. Maar later schreef hij dat als iemand een wondermedicijn op tafel zou hebben gelegd hij waarschijnlijk niet in staat was geweest om uit bed te komen en het in te nemen.
Het is misschien het beste om je noch te verlaten op de autoriteit van persoonlijke ervaring noch op de deskundigheid van boekenkennis die makkelijk onderuit te halen is. Haal in plaats daarvan je schouders op en zeg cryptisch: 'Kent u William Styron, de bekroonde schrijver van Sophie’s Choice en andere grote romans? Hij kreeg een vet voorschot om te schrijven over zijn ervaring met depressie, en het enige dat hij wist te produceren was een dun boekje dat deze boodschap overbracht: “Als je niet zelf depressie hebt ervaren, zul je nooit het mysterie kunnen begrijpen van hoe ze het voor elkaar krijgt je kapot te maken. Dat is op geen enkele begrijpelijke manier te beschrijven aan iemand die het zelf niet heeft gevoeld.”’


James C. Coyne is hoogleraar psychologie aan de University of Pennsylvania. Daarnaast is hij hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit van Groningen. Hij is auteur van meer dan 325 publicaties en is volgens het Institute for Scientific Information Web of Science een van de meest geciteerde psychologen en psychiaters ter wereld.
Vertaling Rob van Erkelens


10 mythes over depressie

  1. Er is een depressie-epidemie; er zijn meer mensen depressief dan ooit en het aantal blijft groeien.
  2. Met name de zwangerschap en de tijd direct na de bevalling van een kind zijn periodes waarin vrouwen gevaar lopen depressief te worden.
  3. Depressie is naar binnen gekeerde woede en dus zijn depressieve mensen geen boze mensen.
  4. Werkelijke depressie is geworteld in ervaringen in de vroege kinderjaren die moeten worden behandeld in langdurige psychotherapie als de depressie overwonnen wil worden.
  5. Antidepressiva zijn ineffectief en gevaarlijk.
  6. De meeste depressieve mensen zouden baat hebben bij behandeling met anti-depressiva en dat zou hun eerste keuze van behandelingen moeten zijn.
  7. Het onderscheid tussen normale somberheid en klinische depressie is eenvoudig te definiëren en komt neer op het verschil tussen ‘depressie’ die moet worden behandeld met medicatie en ‘depressie’ die dat niet moet.
  8. Depressie die zich voordoet na stressvolle gebeurtenissen in het leven is geen echte depressie en zou niet moeten worden behandeld met medicatie.
  9. De normale zorg voor depressie die voorhanden is in de gemeenschap is betrouwbaar effectief.
  10. Biologische en psychologische theorieën over depressie zijn onverenigbaar.

De invloedrijkste artikelen over depressie

Deze artikelen heb ik gekozen op basis van het aantal keren dat ze in de afgelopen dertig jaar zijn geciteerd, maar dat is niet alles. Ik heb artikelen weggelaten die ongewoon vaak werden geciteerd simpelweg omdat ze een standaard introduceerden voor het meten van depressie. Enkele Amerikaanse studies over depressie in de gemeenschap heb ik weggelaten omdat ze ongewoon vaak werden geciteerd omdat ze over Amerika gaan.
Wat we zien in de artikelen in deze lijst: onderscheiden trends in de richting van depressie beschouwen als een biologisch verschijnsel, op ingewikkelde manieren geworteld in genetica, met sterke invloed op het welzijn en de mortaliteit. Er zijn een paar klinische onderzoeken naar behandeling van depressie, maar de nadruk ligt vooral op medicijnen. En dan is er dat artikel van Erik Turner. Ooit werkte hij voor de Amerikaanse Food and Drug Administration en hij zag met eigen ogen hoe publicaties in medische tijdschriften opzettelijk gegevens selecteerden die aantoonden dat antidepressiva effectief waren en hoe gegevens die dat tegenspraken werden achtergehouden.
Hoe is mijn artikel over de kinderen van depressieve ouders erin gekomen? Dat werd al ruim duizend keer geciteerd en dat is nog niet opgehouden. Maar ik denk dat er iets is veranderd in de manier waarop het wordt geciteerd. We hadden gewaarschuwd tegen moeder-bashing: depressie bij een moeder kan worden veroorzaakt door dezelfde gezinsfactoren die maken dat kinderen problemen krijgen, zoals huwelijksconflicten en een vijandige, afstandelijke echtgenoot. Maar jammer genoeg wordt het artikel nu geciteerd wanneer auteurs een referentie nodig hebben voor hoe gevaarlijk een depressieve moeder is. De gegevens die we bespraken veranderden niet, alleen de interpretatie ervan, en dus wordt het artikel misschien nog steeds geciteerd om de verkeerde redenen.

Downey, G. and J. C. Coyne (1990). Children of Depressed Parents – An Integrative Review. Psychological Bulletin 108(1): 50-76.
Frasure-Smith, N., F. Lesperance, et al. (1993). Depression Following Myocardial-Infarction – Impact On 6-Month Survival. JAMA-Journal of the American Medical Association 270(15): 1819-1825.
Katon, W., M. Vonkorff, et al. (1995). Collaborative Management to Achieve Treatment Guidelines – Impact On Depression In Primary-Care. JAMA-Journal of the American Medical Association 273(13): 1026-1031.
Lopez, A. D., C. D. Mathers, et al. (2006). ‘Global and regional burden of disease and risk factors, 2001: systematic analysis of population health data.’ Lancet 367(9524): 1747-1757.
Nestler, E. J., M. Barrot, et al. (2002). ‘Neurobiology of depression.’ Neuron 34(1): 13-25.
March, J., S. Silva, et al. (2004). ‘Fluoxetine, cognitive-behavioral therapy, and their combination for adolescents with depression – Treatment for adolescents with depression study (TADS) randomized controlled trial.’ JAMA-Journal of the American Medical Association 292(7): 807-820.
Pezawas, L., A. Meyer-Lindenberg, et al. (2005). 5-HTTLPR polymorphism impacts human cingulate-amygdala interactions: a genetic susceptibility mechanism for depression. Nature Neuroscience 8(6): 828-834.
Risch N, Herrell R, Lehner T, Liang KY, Eaves L, Hoh J, Griem A, Kovacs M, Ott J, Merikangas KR. Interaction between the serotonin transporter gene (5-HTTLPR), stressful life events, and risk of depression: a meta-analysis. JAMA. 2009 Jun 17;301(23):2462-71 (PDJ)
Turner EH, Matthews AM, Linardatos E, Tell RA, Rosenthal R. Selective publication of antidepressant trials and its influence on apparent efficacy. New England Journal of Medicine. 2008 Jan 17;358(3):252-60.
Wells, K. B., A. Stewart, et al. (1989). The Functioning and Well-Being of Depressed-Patients – Results from the Medical Outcomes Study. JAMA-Journal of the American Medical Association 262(7): 914-919.


De 10 beste boeken over depressie

Ik heb populaire psychologie vermeden. Ik heb boeken geselecteerd omdat ze intelligent zijn maar veel worden gelezen en van invloed zijn op hoe mensen denken over depressie. Hoe is dan het zelfhulpboek van David Burns ertussen geglipt? Dat is een geweldige bestseller, maar toevallig ook gebaseerd op een wetenschappelijk bewezen benadering van de behandeling van depressie, cognitieve therapie. En het boek lezen en het huiswerk doen, zo blijkt uit onderzoek, verbeteren een depressieve stemming.
Cognitieve therapie wordt beschreven in een boek van de belangrijkste ontwikkelaar ervan, Aaron Beck, dat op de lijst staat omdat er een nieuwe uitgave van is.
De oren van Alan Horowitz en Jerry Wakefield moeten tuiten door al het gepraat over hen en hun boek dat kijkt achter de schermen van de psychiaters die debatteren over de volgende Amerikaanse psychiatrische diagnostische bijbel, DSM-V. Horowitz en Wakefield stellen dat het normaal is om bedroefd te zijn na het verlies van een dierbare, en dat ook ander verlies kan leiden tot somberheid. Je kunt diepbedroefd zijn als je je baan kwijtraakt of als je vriendin het uitmaakt of wordt vermoord en dat zou nog steeds normaal zijn. Het huidige diagnostisch handboek, DSM-IV, erkent dat verdriet na de dood van een dierbare normaal kan zijn en pas een psychiatrische stoornis wordt wanneer het buitengewoon intens en langdurig is, maar breidt dat niet uit tot andersoortig verlies.
Het is riskant om Gary Greenbergs nieuwe boek ook te noemen. Ik werd niet verleid door de geruchten over zijn voorschot van een half miljoen dollar en ander hype-gedoe. Ik ben het aan het lezen en ik vind het een uiterst intelligent en onderhoudend boek.
En voor wie intelligent wil klinken als het over depressie gaat maar niet de tijd heeft om dikke boeken te lezen, is er ook het genadig beknopte Darkness Visible (vertaald als Het duister zichtbaar), dat zeer inspirerend en prikkelend is.

  1. Beck, A.T. & Alford, B. (2009). Depression: Causes and Treatment. 2e ed. Philadelphia: University of Pennsylvania Press.
  2. Burns, D. D. (1980). Feeling Good: The New Mood Therapy (voorwoord van Aaron T. Beck). New York: Wm. Morrow.
  3. Greenberg, G. (2010). Manufacturing Depression: The Secret History of a Modern Disease. NY: Simon & Schuster.
  4. Horowitz, A.V. & Wakefield, J.C. (2007). The Loss of Sadness: How Psychiatry Transformed Normal Sorrow into Depressive Disorder. NY: Oxford Press.
  5. Jamison, K R. (1995). An Unquiet Mind: A Memoir of Moods and Madness. NY: Vintage Books. (Onrustige geest: een leven met manisch depressiviteit. Luitingh-Sijthoff, 1996).
  6. Joiner, T. E. (2005). Why People Die By Suicide. Cambridge, Mass: Harvard University Press.
  7. Kramer, P (1993). Listening to Prozac. NY: Viking. (Prozac of hoe een geneesmiddel je persoonlijkheid kan verbeteren. Bert Bakker, 1994).
  8. Shneidman, E.S. (1996). The Suicidal Mind. NY: Oxford University Press.
  9. Solomon, A. (2001). The Noonday Demon. NY, Scribner. (Demonen van de middag: een persoonlijke geschiedenis van depressie. Anthos, 2002).
  10. Styron, W. (1990). Darkness Visible: A Memoir of Madness. NY: Random House. (Het duister zichtbaar: verslag van een voorbijgaande gekte. Nieuwezijds, 2003).