Der spiegel

Het Duitse weekblad Der Spiegel mag graag met onthullingen en vooral beschuldigingen komen, maar of deze altijd kloppen is een tweede. De waakhond der democratie is in de loop der tijd een beetje overmoedig geworden.

OOIT WAS MINISTER Strauss te gast op een feestje bij de oprichter van Der Spiegel, Rudolf Augstein. ‘Zo'n man mag nooit bondskanselier worden’, was de conclusie van de aanwezige Spiegel-redacteuren na een avond vol drank, vervelende grappen en geblaf van Strauss te hebben uitgezeten. Strauss leek zich nog het meest te verbazen over de eensgezindheid van dit gezelschap over de schofterigheid van Hitler. Dat Strauss nooit bondskanselier werd, al scheelde het in 1980 niet veel, is zeker mede aan Der Spiegel te danken. De vrij directe invloed die het blad in 1962 op de jonge bondsrepublikeinse democratie bleek te hebben, heeft het nog talloze malen aangewend.
Op 26 oktober 1962, midden in de Cuba-crisis, werden vijf redacteuren van het weekblad Der Spiegel op beschuldiging van landverraad gearresteerd. De redactieburelen werden verzegeld en alle documentatie plus de drukproeven van het op stapel staande nummer werden door de politie meegenomen. Een redacteur wist zich aan arrestatie te onttrekken door zich in een muurkast te verschansen - en dat bleek een unieke positie voor een reportage over deze aanslag op de persvrijheid.
Het was deze affaire die het weekblad beroemd maakte. Franz Josef Strauss, als minister van Defensie de drijvende kracht achter de arrestaties, moest aftredenen en verloor daarmee zijn rol als kroonprins van Adenauer. De beschuldiging van landverraad was van secundair belang, en bleek ook nogal lachwekkend. In het Spiegel-artikel dat de aanleiding tot de beschuldiging vormde, zouden zogenaamde staats- en militaire geheimen zijn onthuld. Der Spiegel 'onthulde’ daarin bijvoorbeeld dat niet alle hoge officieren binnen de Bundeswehr even gecharmeerd waren van Strauss’ streven een atoommacht te maken van de Bondsrepubliek. Een streven dat overigens ook niet strookte met de openlijke plannen van president Kennedy om de conventionele bewapening van West-Duitsland te versterken.
Dat de inval pas plaatsvond twee weken na de publikatie van het bewuste artikel, had alles te maken met de Cuba-crisis. Een goed moment voor de regering om duidelijk te maken wat de risico’s waren van landverraad. Uit een afgeluisterd telefoongesprek was bovendien gebleken dat redacteur Ahlers bij de redactie had nagevraagd of hij in verband met Cuba zijn koffers moest pakken (om een artikel te schrijven). Nee, dat hoefde niet, was het antwoord, Augstein was al bezig. Strauss maakte hieruit op dat zijn aartsvijand Augstein zich op Cuba bevond.
DER SPIEGEL is uiteindelijk nooit veroordeeld; het proces werd wegens gebrek aan bewijs voortijdig afgebroken. Het geincrimineerde artikel was een stok om de waakhond van de democratie - waartoe Der Spiegel zichzelf, niet vrij van arrogantie, had uitgeroepen - te slaan.
Een recenter voorbeeld van de risico’s van journalistieke onthullingen in Duitsland vormt de Barschel-affaire uit 1987. Het Spiegel-nummer dat de dag na de deelstaatverkiezingen in Sleeswijk-Holstein zou uitkomen, bracht een cover-story waaruit bleek dat CDU-premier Uwe Barschel wel een heel smerige verkiezingscampagne tegen zijn sociaal-democratische rivaal Bjorn Engholm had gevoerd. Geen middel was daarbij geschuwd: insinuaties in de seksuele sfeer, beschuldigingen van belastingfraude en een gefingeerd persbericht van de Groenen tegen de 'hypocriete’ Engholm. Dit 'Watergate an der Waterkant’ was in opdracht van Barschel door de conservatieve journalist Reiner Pfeiffer bedacht en ten uitvoer gebracht in zijn journalistieke pennevruchten. De journalist kreeg - zij het wat laat - echter vreselijke last van zijn geweten en liep met de kwestie naar Der Spidia ervoor dat het nieuws nog net voor de verkiezingen bekend raakte en voor grote opschudding zorgde.
Deze mammoetzaak had grote gevolgen en zorgde voor vele nieuwe affaires. Niet alleen kwamen er nieuwe verkiezingen die de sociaal-democraat Engholm in het zadel hielpen, ook pleegde de in leugens verstrikte Barschel zelfmoord in een Zwitserse badkuip en beschuldigde zijn weduwe daarop allerlei geheime diensten van moord. Vorig jaar werd bovendien duidelijk dat Engholm voor de parlementaire enquetecommissie die de hele zaak moest uitzoeken, gelogen had toen hij beweerde dat hij voor Pfeiffers onthullingen niet op de hoogte was van de hetze tegen hem. Engholm had kortom gewacht met een onthulling op een voor de SPD gunstig verkiezingstijdstip. Der Spiegel bracht ook deze zaak aan het licht, en Engholm moest aftreden, niet alleen als deelstaatpremier, maar ook als voorzitter van de SPD.
Hoewel geen blad ter wereld deze stof zou hebben laten liggen, blijft de vraag welke politieke moraal hiermee wordt gediend. Het bedenken van smeerlapperij wordt er niet onaantrekkelijker op wanneer je weet dat je altijd nog bij Der Spiegel kunt biechten en het geweten zuiveren. De hele kwestie heeft Pfeiffer in ieder geval geen windeieren gelegd.
DER SPIEGEL ZELF werd van zijn successen in de zaak-Barschel een beetje overmoedig. Een paar maanden na het Waterkant-schandaal kwam het blad triomfantelijk met het document dat moest bewijzen dat de Oostenrijkse president Waldheim in 1942 als Wehrmacht-officier in Bosnie verantwoordelijk was geweest voor de deportatie van ruim vierduizend burgers. Twee weken later volgde een rectificatie. Het speet Der Spiegel een vermoedelijk vervalst document niet met gepaste distantie aan zijn lezers gepresenteerd te hebben. Dat het blad daarmee precies datgene had gedaan waarvoor Simon Wiesenthal met name in de zaak-Waldheim steeds had gewaarschuwd - beschuldigen zonder een sluitend bewijs in handen te hebben -, daarover geen woord.
Het blad mag zich nu eenmaal graag de dubbelrol van detective en zedenpreker aanmeten. Of het nu gaat om de sociaal-democraat Lafontaine die herhaaldelijk zijn eigen inkomen wist te verhogen, of om Brandenburgs minister-president Stolpe en de schrijfster Christa Wolf die laakbaar dienstbaar aan de DDR waren geweest en zich achteraf verschuilen achter een gebrekkig geheugen, steeds is daar Das Deutsche Nachrichtenmagazin Der Spiegel dat met onthullingen en veroordelingen komt. Of deze onthullingen in hun beschuldigende strekking altijd kloppen, is een tweede. Doorgaans zijn de feiten weliswaar juist en het blad zit juridisch altijd gebeiteld, maar dat is nog iets anders dan de waarheid dienen.
DAAR WAAR HET weekblad het minst op jacht is, het minst op zoek lijkt te zijn naar een vijand, is het het sterkst. Neem de reportages en achtergrondartikelen over de vernietiging van het milieu, over de gevaren van de atoomenergie, over de patient-onvriendelijkheid en de zinloosheid van sommige moderne medische ingrepen. Dat zijn artikelen met een hoog informatiegehalte, die getuigen van een genuanceerdheid die bijvoorbeeld de bijdragen over het buitenland ten enenmale ontberen. Wie zich uitsluitend door Der Spiegel over Italie en Frankrijk laat informeren, zal uitermate verbaasd zijn in Italie warempel nog een functionerende overheidsdienaar aan te treffen en in Frankrijk toch nog onchauvinistische boeren en politici tegen te komen.
Ook Nederland viel een paar maanden geleden ten prooi aan de karikaturale waarneming van het Hamburgse blad. De teneur van het stuk was die van leedvermaak, het Nederlandse kaasmeisje Frau Antje bleek door en door verloederd: 'Nederland gedoogt zich kapot en dat is maar goed ook, want al die progressieve cliches gaan gelukkig niet op.’ Opmerkelijk was dat in het bewuste artikel - haaks op Der Spiegel-traditie - lang niet alle feiten klopten, bijvoorbeeld de cijfers over euthanasie. Is het befaamde Spiegel-archief met zijn achttien miljoen knipsels dan toch niet zo betrouwbaar als Der Spiegel altijd beweert?
WAARSCHIJNLIJKER LIJKT dat het voor Der Spiegel helemaal niet zo zwaar weegt als er onzin over Nederland wordt geschreven. Want het blad schrijft primair voor een publiek dat geinformeerd wil worden over misstanden in de Duitse politiek en over alle mogelijke ontwikkelingen in de Duitse samenleving. De rest is klantenbinding en vermaak. Maar ook de berichtgeving over Duitse misstanden lijkt meer en meer onder de noemer vermaak te vallen. Week in week uit kunnen we lezen hoe Kohl ('Ik lees een bepaald nieuwsmagazine uit Hamburg niet’) zijn ministers afsnauwt, dat Kohls rivaal Scharping drie sigaretten per uur nodig heeft en dat de liberale minister Sabine Leutheusser-Schnarrenberger met haar hondje genaamd dr. Martin Luther weliswaar sympathiek doch ongeloofwaardig is. Wat we niet allemaal aan de weet komen: de steekpenningen in de Duitse politiek lopen in de miljarden, Strauss was een nog grotere boef dan we altijd al dachten. Maar de paleisrevolutionairen die in Munchen tegen de dode Beier rebelleren, deugen zelf ook niet, zo ontdekte Der Spiegel voor ons.
Geen wonder dat de Duitsers lijden aan Politikverdrossenheit als een invloedrijk blad als Der Spiegel zakkenvullende politici als een van de grootste misstanden van onze tijd afschildert.
Sinds ruim een jaar is er dan eindelijk een succesvolle concurrent, het onnozele Focus van de uitgever Burda. Een blad dat ten opzichte van Der Spiegel als enige voordeel heeft dat het minder tijd kost om het te lezen, met z'n povere informatieve gehalte en z'n overdosis aan fleurige grafiekjes en weinig zeggende percentages. Niettemin is de oplage van Der Spiegel het laatste kwartaal met tien procent gedaald tot 1.060.000 exemplaren, terwijl Focus na vijftien maanden op 560.000 zit. De 47-jarige muckraker moet dus meer aan klantenbinding gaan doen.
Maar hoe? De werkelijke problemen van het huidige Duitsland hoeven niet meer te worden onthuld; het gewelddadig rechts-extremisme en de economische tweedeling van de maatschappij schreeuwen eerder om degelijke analysen dan om geheime documenten. Toen vorig jaar bij de aanslag in Solingen vijf Turkse vrouwen en kinderen om het leven kwamen, kwam Der Spiegel met een omslagverhaal over Turken in Duitsland. Maar terwijl de aanleiding al bijzonder somber was en de informatie over de twee miljoen Duitse Turken niet bepaald onthullend, werd het racistische geweld er allerminst door verklaard.
Een desintegrerende maatschappij verlangt een ander soort journalistiek dan ten tijde van de opbloei van de Bondsrepubliek. De schandalen spelen zich niet meer af achter de schermen maar op straat. En dat betekent paradoxaal genoeg dat een kritisch blad juist dieper moet graven.