H.J.A. Hofland

DERADELOZEHEGEMOON

NEW YORK – Zes generaals b.d. zijn de afgelopen week op de televisie verschenen om met klem van argumenten te verklaren dat minister Donald Rumsfeld moet aftreden. The medium is the message. In Irak is onder de verantwoordelijkheid van deze bewindsman en zijn president er een dusdanige rotzooi van gemaakt dat ze al een paar jaar geleden hadden moeten vertrekken. Als zes generaals dit nu over de minister zeggen, wordt het serieuzer. Zou je denken. Rumsfeld bleef onaangedaan. Er zijn nog veel meer generaals die achter me staan, zei hij. En Bush blijft hem geweldig vinden. Beiden zijn van mening dat Amerika in Irak «op de goede weg is».

In dezelfde week sneuvelden een stuk of tien Amerikaanse soldaten, lieten bij aanslagen omstreeks

honderd Irakezen het leven (die worden niet geteld) en slaagde de voorlopige Irakese regering er niet in het eens te worden over een definitieve regering. Ik heb wel eens geschreven dat dit bewind in Washington de indruk maakt contactgestoord te zijn. Met aarzeling. Dat zeg je niet zo vlug van de machtigste man ter wereld en zijn entourage. Je hebt altijd nog een zweem van overtuiging dat hij, omringd door het beste personeel ter wereld, voor rampzalige vergissingen zal worden behoed. Maar in de loop

van de meer dan vijf jaar van dit presidentschap hebben we voldoende ervaring opgedaan. Bush zelf is de ramp.

Dat geldt niet alleen voor de Amerikanen. In «de oorlog tegen het terrorisme» blijft hij tenslotte de opperbevelhebber van het Westen in zijn geheel. Na 11 september werd hij in hoge mate als zodanig erkend. Zelfs toen hij in de oorlog tegen de Taliban de Europese bondgenoten afwees, konden de Amerikanen nog op grote sympathie rekenen. Het keerpunt kwam met Irak. Niet Osama bin Laden bleek plotseling de grote vijand te zijn maar Saddam Hoessein. Over de vergissingen, misleidingen en leugens die tot rechtvaardiging van de aanval op Irak moesten dienen, zijn de laatste onthullingen nog niet gedaan. Maar de vraag is nu: hoe gaat het met de oorlog tegen het terrorisme?

Daarin hebben we een vijand erbij gekregen: de Iraanse president Ahmedinejad met zijn atoombom in een of andere staat in ontwikkeling. Niemand in het Westen weet hoe ver de geleerden in Teheran gevorderd zijn. Van deze grote onzekerheid maakt Ahmedinejad vrijwel wekelijks gebruik door een onverzoenlijke redevoering te houden waarmee hij de verwarring bevordert. Vorige week kwam Seymour Hersh met een groot artikel in The New Yorker waarin hij uitlegde dat er gevorderde plannen waren om een preventieve aanval op Iran uit te voeren. Over contactgestoord gesproken: de fundamentalistische islam, in het hele Midden-Oosten en van Pakistan en Afghanistan tot Indonesië in opmars, zou zo’n aanval als een geschenk van Allah beschouwen. En hoe zou het Amerikaanse publiek op een oorlog extra reageren, met meer doden en hogere benzineprijzen? Ahmedinejad zal een wat optimistische voorstelling hebben gegeven bij zijn visie op Iran als kernmogendheid. Hij heeft er in ieder geval eer van. En volgens de goede raad van Carl von Clausewitz houdt hij het initiatief aan zijn kant.

Misschien is dat wel de grootste fout die Bush en de zijnen kan worden aangerekend. In wat ze de oorlog tegen het internationale terrorisme noemen, hebben ze zich, terwijl ze hun onversaagde redevoeringen hielden, het initiatief laten ontnemen. Hun strategie – dat is bij gebrek aan beter de strategie van het hele Westen – wordt gekenmerkt door een radeloosheid bij uitzichtloosheid. Dat gold al voor Irak, in toenemende mate voor Afghanistan en nu ook duidelijk zichtbaar voor Iran, en meer in het verborgene voor Palestina met zijn Hamas-regering.

Na jaren daagt deze waarheid ook voor een meerderheid van de Amerikanen. Bush’ populariteitscijfers tuimelen. Dick Morris, eens de belangrijkste spindoctor van Bill Clinton, nu columnist van de New York Post, noemt hem de Republikeinse Jimmy Carter. Hij heeft het regeren uit de hand laten lopen en is niet in staat het bevel opnieuw op zich te nemen. Morris geeft Bush goede raad, zoals hij Clinton terzijde heeft gestaan. Doe iets aan het energieprobleem, de alternatieve brandstoffen. Geef toe dat de temperatuur van de dampkring stijgt en verzin maatregelen. Maak nieuwe ernst met de oorlog tegen de drugs. Dat zal de Republikeinen bij de verkiezingen in november helpen.

Laten we hopen dat Morris zich vergist. Het gaat in Amerika op het ogenblik niet om binnenlandse problemen, maar om het wereldprobleem, de oorlog tegen het terrorisme, dat door deze regering consequent verkeerd wordt aangepakt, wat kennelijk noch door de president, noch door zijn ministers wordt begrepen. Vandaar: contactgestoord. Onbegrijpelijk is het dat Europa, voorzover het nog over internationale politiek nadenkt, dit alles vrijwel zwijgend aanvaardt. Of met militaire bijval, door bijvoorbeeld troepen naar Afghanistan te sturen.

De oplossing moet van de Amerikanen zelf komen. Afgelopen zondag ging ik op Fifth Avenue even naar de paasoptocht, de Easter Parade kijken. Vrolijke New Yorkers met feesthoedjes op. Muziek. Stalletjes met van alles en nog wat. Een man in een kraampje verkocht buttons. Impeach Bush! Dat zou een goed begin zijn.