Toneel: ‘Othello’

Derde akte, tweede scène

Theatraal vernuft zit in het detail, de rilling van herkenning. We kijken naar Othello van Daria Bukvic (regie), Esther Duysker (bewerking), Wilko Sterke (compositie). Derde akte, tweede scène. Jago, de boze genius, injecteert het virus van de twijfel in de bloedbanen van Othello’s gevoel van minderwaardigheid. Sterke zet er een nauwelijks hoorbaar pingeltje onder. Rick Paul van Mulligen (Jago) lijkt Werner Kolf (Othello) te hypnotiseren. Een koekje van eigen deeg. Othello kon immers zo goed verhalen vertellen over de liefde. Wel, Jago ook: ‘Pas op voor jaloezie, Othello!/ Man, wat lijdt de knaap die verliefd is maar die in twijfel leeft!/ Tevredenheid maakt arme schepsels rijk./ Maar rijkdom die tot in het oneindige reikt/ is kaal als winter.’

Small toneel
Rick Paul van Mulligen als Jago en Werner Kolf als Othello in Othello, regie Daria Bukvić © Sanne Peper

Nauwelijks één pagina verder speelt Jago twee van zijn troefkaarten uit: superioriteit en huidskleur. Desdemona, de grote liefde van de zwarte Othello, zou ooit wel eens zoveel spijt kunnen krijgen van haar keus voor ‘the man I love’ dat ‘haar drift terug zal grijpen op haar oerzin’. Lees: wit zoekt op den duur altijd weer wit. Jago herhaalt hier een keer of zes het woordje ‘sorry’. Zijn listig gif komt te voet en gaat te paard. Kolf legt hier een monumentale kalmte in zijn bronzen Othello. Met een starende, diepe blik lijkt hij steun te zoeken bij ons, zijn zwijgende meerderheid die niks kan uitrichten. Geweldige scène! Regie en bewerking schrappen daarna Othello’s monoloog met die ene beroemde regel: ‘Misschien omdat ik zwart ben.’ De tumor van de twijfel woekert immers al. Je gunt Kolf wat van zijn gesneuvelde teksten terug. Maar deze Othello zoekt zijn schoonheid in snelheid.

De voorstelling paart op haar sterke momenten een heldere regie aan een fluïde tekstbehandeling. Maar in de vorm is ze over de top. Zwart spiegelende vloer, fuik met witte vaandels. De roomblanke schurken dragen boven hun witte frak albino pruiken. Het is mij stilistisch te bijdehand. Kijk ons eens in de zandstormen van de tijd staan! Iets te veel aannames in grote dames- & herenmaten. Verhoudingsgewijs is wat we te zien krijgen braaf. Voor de toneelliefhebber met een geoefend kijkersgeheugen heeft Bukvic het jonge zusje geregisseerd van Koos Terpstra’s anarchistische Othello uit de beginjaren van onze nieuwe eeuw. Waarin Eric van Sauers een standuppende eenling neerzette. Een domme zwarte clown uit het circus van duvel Jago. Daar lagen meteen de racistische kaarten op tafel. ‘Ik haat de neger.’ En: grove imitaties van een baviaan uit de moppentrommel van het supportershonk. Andere tijden, andere smaken zeker? Misschien. Het engagement is hier keurig aangeharkt. Deze Othello heeft wel weer een intrigerend slot. Met een snuifje Hitchcock. In de muizenval van de nabootsing. Het is allemaal misschien niet echt. Of niet nodig geweest. Is er nog een weg terug? Voor de racist Jago in ieder geval niet. Als het moet moordt hij de complete cast uit. Te beginnen bij de titelheld.


Othello door Het Nationale Theater, t/m 31 maart, 17 t/m 21 februari Theater Frascati Amsterdam; hnt.nl