Des keizers zwanezang

Postuum verschenen deze maand de opnamen die de legendarische zanger Leo Fuld tot kort voor zijn dood maakte. In juni jongstleden zakte ‘de keizer van het Jiddische lied’ in elkaar op de stoep van zijn huisarts. Ondanks zijn 84 jaar kwam zijn dood als een volslagen verrassing, want na min of meer herontdekt en opnieuw getrouwd te zijn maakte Fuld een tweede jeugd door.

Dat is ook te horen aan zijn stem. Daarin is geen spoor van zwakte of verval te bespeuren. Fuld zingt opvallend levendig en met hoorbaar plezier.
Het hoogtepunt van zijn carrière speelde zich in de jaren vijftig en zestig in de Verenigde Staten af. Beroemdheden als Frank Sinatra, Edith Piaf, Nat King Cole, Leonard Bernstein en Louis Armstrong herkenden een gelijke in Fuld en met tal van sterren stond hij op het podium.
Toen zijn succes tanende raakte, keerde hij terug naar Amsterdam. Daar leidde hij een teruggetrokken bestaan, tot er in 1993 een documentaire over hem werd gemaakt. Dat was het begin van een nieuwe start.
Hoewel het NIW bij zijn overlijden nogal smalend opmerkte dat ‘de ijdele, volledig van zichzelf vervulde Fuld’ nauwelijks meer aansluiting had bij de joodse gemeenschap en zo 'ongeveer was geadopteerd door de makers van Mokum TV’, moet nu geconstateerd worden dat het contact met deze goj zijn vruchten heeft afgeworpen.
Op Leo Fuld - The Legend staan een paar van de nummers waarmee Fuld wereldberoemd werd, zoals 'My Yiddische Mama’ en 'Wo Ahin Soll Ich Geh'n’ (in Fulds Amerikaanse versie 'Where Shall I Go’). Als geheel geeft de cd een interessante dwarsdoorsnede van het klassieke Jiddische repertoire dat zowel in tekst als in muziek doortrokken is van heimwee, verlangen en melancholie - gevoelens die direct voortvloeien uit een leven in de diaspora. De behoefte aan een 'thuis’ komt prachtig tot uitdrukking in 'Wo Ahin Soll Ich Geh'n’, dat Palestina als een veilige haven afschildert.
Het bijzondere van deze cd is dat deze Jiddische classics in nieuwe arrangementen worden gebracht. Kees Post benadrukt in zijn orkestraties zoveel mogelijk de Arabische en Oost-Europese bronnen waaruit het Jiddische lied is voortgesproten. Daarbij wordt het sentiment niet geschuwd. De violen zuchten en kreunen, de accordeon weent dikke tranen en vette arpeggio’s blijven als wanhopige vraagtekens in de lucht hangen. Trom en tamboerijn staan garant voor een exotisch tintje en de fluiten draaien sierlijke oosterse krullen. Zeepbellen zwellen op en spatten uit elkaar.
Nu mag het levenslied wel een flinke portie kitsch hebben. Maar bovenal worden deze bitterzoete klanken in evenwicht gehouden door Fuld zelf. In tegenstelling tot wat je zou verwachten zingt deze (uit Rotterdam afkomstige) Amsterdammer bijna zonder een zweem van vibrato. Zijn stemgeluid is vast, strak en helder - haast nuchter. Het enige wat een beetje aandoenlijk is, is zijn knullige uitspraak van het Engels, typerend voor een generatie die nooit die soepele tongval heeft leren beheersen. De eenvoudige onopgesmukte manier waarop Fuld zijn liedjes zingt is mooi en aangrijpend.
De enige kritiek die je op de cd kunt hebben, is dat de nummers nogal op elkaar lijken. Er is nauwelijks contrast in tempo, sfeer en temperament.
Dat neemt niet weg dat deze zwanenzang van de Keizer van het Jiddische lied verplichte kost is voor elke liefhebber van het levenslied.