‘desi verwacht mij’

‘TUSSEN DESI BOUTERSE en mij bestaat geen geschil meer. Alles is opgehelderd en opgeklaard. Er is sprake van een verzoening, van een formele verzoening. Zonder meer. En op zo een wijze dat ik mijn geweten niet hoef te kwellen. Ik zeg niet dat ik meteen terug ga, maar dit jaar zet ik voor het eerst sinds zestien jaar weer voet op Surinaamse bodem.’

Mr. drs. André Haakmat. Ooit de aanvoerder van het verzet tegen Bouterse, de man achter de opstand van Ronnie Brunswijk en de persoonlijke vriend van mensen als Cyril Daal, Eddy Hoost en Jozef Slagveer die allen op 8 december 1982 door Bouterse vermoord werden.
‘Nu is de tijd rijp’, zegt hij, 'om aan mijn ballingenbestaan een einde te maken. Nu pas is het zover dat ik niets heb hoeven beloven en dat mijn veiligheid gegarandeerd is. Die toezegging heb ik gekregen van Bouterse hoogstpersoonlijk. Desi verwacht mij op 20 februari aanstaande. Hij wil mij zelf van het vliegveld komen afhalen, en hij wil mij op 25 februari, de verjaardag van zijn staatsgreep, op een groot podium aan het Surinaamse volk presenteren. Maar ik ga niet op 20 februari. Ik ga wel, maar niet op 20 februari. Ik heb mijn eigen agenda.’
ZESTIEN JAAR geleden zaten we ook tegenover elkaar aan een cafétafel in Amsterdam en ook toen hield André Haakmat zijn ogen soms minutenlang gesloten. Kort daarvoor was hij Suriname ontvlucht - als door een wonder ontsnapt aan een kogelregen, door de mannen van Bouterse op zijn huis afgevuurd.
Toen zei hij dat hij, André Haakmat, die minister van zo ongeveer alles tegelijk onder Bouterse was geweest, 'onvoldoende in de gaten had gehad dat we in de persoon van Desi Delano Bouterse te maken hebben met iemand zonder geweten, een man met als enig element behoud van macht.’
En nu, zestien jaar later, heeft hij zich met zijn vroegere doodsvijand verzoend.
Staat in uw agenda, vraag ik hem nu, dat u in Suriname weer een politieke rol van betekenis gaat spelen?
'Niets is mij in het vooruitzicht gesteld en dat is goed zo. En ik heb nergens om gevraagd.’
Ogen weer dicht.
'Lang geleden’, zegt hij dan, 'in het nachtelijk duister van het oerwoud, het stormde verschrikkelijk en de regen viel als een gordijn uit de hemel, hebben Desi Bouterse en ik een dure eed gezworen dat wij samen de toekomst van Suriname zouden gaan bepalen. Desi moet zelf weten wat hij daar nu mee aan moet.’
En u?
'Hij moet het eerst zeggen. Pas dan zal ik zeggen wat ik vind.’
'Bouterse en Haakmat’, zegt hij dan, 'wij kennen elkaar zo door en door, we zullen elkaar heus niet onderschatten.’
HAAKMAT: 'Eens moest het er natuurlijk van komen, dat sowieso. In feite heb ik er sinds de decembergebeurtenissen van 1982 alles aan gedaan om een terugkeer onder optimale omstandigheden mogelijk te maken, dat wil zeggen onder verwijdering van het regime-Bouterse. Onder mijn leiding heeft het Amsterdams Volks Verzet met het rebellenlegertje van Brunswijk in Oost-Suriname een opstand tegen Bouterse aangewakkerd. Die volkomen tegen mijn bedoeling ontaard is in een full scale burgeroorlog. Ik wilde een militaire speldenprik uitdelen. Iedereen weet hoe het afgelopen is. De zaak is ontaard in een roversbende en heeft geleid tot alles, tot de totale vernietiging van Oost-Suriname, maar niet tot de val van Bouterse. Alle pogingen om Bouterse te verdrijven zijn mislukt. Niemand kan miskennen dat hij tot de dag van vandaag de fundamentele machtsfactor is in Suriname en dat die macht nog lang niet tanende is. Daar kan ook Haakmat niets meer aan doen, al heeft hij meer dan wie ook ondernomen om te verhinderen dat het ooit zover zou komen.’
'Diezelfde Haakmat’, zegt hij, 'is de laatste balling die sinds de decembermoorden geen voet meer op Surinaamse bodem heeft gezet.’ Alle anderen zijn teruggegaan. De een na de ander hebben ze wél dingen moeten beloven. Haakmat: 'De vroegere president Chin A Sen, die ooit aan de zijde van Brunswijk als de nieuwe president in triomf Paramaribo zou binnenmarcheren, heeft moeten beloven dat hij zich niet meer met politiek zal inlaten. Hetzelfde geldt voor ex-premier Jules Sedney. Professor Waaldijk is zowel lid van het dreamteam dat Bouterse tegen de Nederlandse drugsaanklacht moet verdedigen als voorzitter van de waarheidscommissie die onder andere zijn daden uit het verleden moet onderzoeken. Alleen Haakmat niet. Die heeft niks beloofd en niks toegezegd gekregen.’
Ogen half dicht nu.
'Het is waar. Geen van die anderen die inmiddels zijn teruggekeerd heeft urenlang in zijn huis op de grond gelegen terwijl hij door verraderlijke geweerkogels onder vuur werd genomen. Geen van hen heeft in zijn oren de klank van de militaire laarzen die aankomen en zich verwijderen en die tegen elkaar zeggen: laten we er maar vandoor gaan want hij is zeker dood nu. Ik heb goede redenen om niet zó makkelijk op verzoeningsvoorstellen in te gaan.’
HAAKMAT VERTELT dat hij al heel lang rechtstreeks maar vooral via tussenpersonen contact heeft met Desi Bouterse. In feite, zegt hij, was er vorig jaar zelfs al een datum afgesproken waarop hij in het vliegtuig zou stappen en door Bouterse in vol ornaat te Suriname zou worden ontvangen. Daar heeft Haakmat op het allerlaatste ogenblik van afgezien - 'Ik ben niet komen opdagen’ - omdat hij tóch beloften moest doen. In 1985 al, zegt hij, op het hoogtepunt van de Brunswijk-oorlog, brachten tussenpersonen een brief van Bouterse die hem, Haakmat, zwart op wit vroeg of hij een bijdrage wilde leveren aan het stichten van vrede. Dan zou hij te Paramaribo feestelijk ingehaald worden als de man die aan de oorlog een einde gemaakt had. Haakmat: 'Ik heb hem teruggeschreven dat ik blij was dat hij kennelijk tot het inzicht was gekomen dat geschillen langs vreedzame weg moeten worden opgelost, maar dat ik niet aan zijn verzoek kon voldoen omdat ik weinig of geen fiducie had in zijn toezeggingen.’ Bouterse, zegt Haakmat, is er nu eenmaal een meester in om, als hij in moeilijkheden verkeert, uit het niets een bliksemafleider te voorschijn te toveren en om die weer af te danken zodra hij de toestand onder controle heeft. Die brief van Bouterse, zegt Haakmat onder groot conspiratief gelach, heeft hij toen alleen maar mogen lezen: 'Eyes only’ stond erop. Zeer onlangs heeft hij er een kopie van in handen gekregen, en dat feit heeft ook een rol gespeeld bij zijn beslissing om nu wel terug te keren.
HAAKMAT: 'In alle jaren sindsdien heb ik veel en vaak langdurige gesprekken gevoerd met Henk Herrenberg, de speciale ambassadeur van Bouterse. We ontmoetten elkaar altijd in Parijs en het ging altijd over de voorwaarden voor mijn terugkeer.’
Hij vertelt van het laatste gesprek en van wat toen de doorslag heeft gegeven. Het vond plaats op het ogenblik dat Nederland mogelijk wel en mogelijk niet een opsporingsbevel tegen Desi Bouterse zou uitvaardigen. Haakmat: 'Herrenberg belde mij op uit Trinidad waar hij bezig was een ambassade op te zetten. Of ik met spoed naar Parijs wilde komen, want hij had iets belangrijks. Het bleek dat het eindelijk tot Paramaribo was doorgedrongen dat Den Haag werkelijk van plan was om een vervolging tegen Bouterse in te zetten. Ik wist dat al want ik was kort daarvoor door een ANP-journalist gebeld die vertelde dat hij zojuist een recente foto van Bouterse aan het Openbaar Ministerie geleverd had. Ik ging ervan uit dat die niet bedoeld was om in alle Rijksgebouwen naast Hare Majesteit te hangen. Ik heb dat aan Herrenberg doorgegeven en daarop is er, voor het eerst, over deze kwestie paniek uitgebroken in Paramaribo. In Parijs deed Herrenberg mij een heel merkwaardig voorstel, of eigenlijk een pakket voorstellen, dat als het uitgevoerd was van zeer ernstige invloed geweest zou zijn op de betrekkingen tussen Suriname en Nederland. Ik moest dat pakket naar eigen inzicht deponeren bij minister Van Mierlo of bij minister Sorgdrager. Heel in het kort kwam het erop neer dat, als Nederland af zou zien van vervolging, een groot aantal punten die voor Nederland belangrijk waren, zoals de afwikkeling van de 8-decembermoorden, door Suriname gehonoreerd zouden worden. Maar als Nederland niet van vervolging zou afzien, zou er in de verhouding Nederland-Suriname een nucleaire winter intreden.
Ik weet niet of ik naar Parijs gevolgd ben en of onze gesprekken zijn afgeluisterd. Ik heb een advocatenkantoor, het zou niet mogen, maar ik hoor zo veel rare piepen in mijn telefoon, ik leef echt niet in de illusie dat ik niet word afgeluisterd. In elk geval, nog voor ik het voorstel aan Sorgdrager of Van Mierlo heb kunnen overbrengen kwam de hoogste baas van het Openbaar Ministerie, het ex-BVD-hoofd Docters van Leeuwen, in het programma Buitenhof en daar verklaarde hij dat de vervolging van Bouterse binnen een jaar te verwachten was. Daarmee plaatste hij iedereen, zijn eigen minister Sorgdrager incluis, voor een voldongen feit. Ik kon toen niet anders meer zeggen dan: nu is de nucleaire winter een feit! Wat dachten ze in Nederland? Dat de Surinaamse president Wijdenbosch con amore mee zou werken aan de uitlevering van de erevoorzitter van zijn partij?’
VANAF DAT moment, zegt Haakmat, speelde niet alleen de mogelijke verzoening een rol, maar ook een 'nationale frontvorming van Suriname contra Nederland’. Onder die omstandigheden, vond hij, had hij geen andere keuze dan aan de kant van Suriname te gaan staan. De rest was afwikkeling. Gezanten kwamen en gezanten gingen om over de voorwaarden te onderhandelen. En nu is het zover dat hij, zonder voorwaarden vooraf, naar zijn vaderland terug kan.
Haakmat: 'In zestien jaar is het niet gelukt, ook mij niet, om Bouterse ten val te brengen. Een keer in al die jaren, toen de partij van Bouterse bij de eerste democratische verkiezingen maar één zetel haalde, heb ook ik gedacht: nu komt er een eind aan het tijdperk-Bouterse. Velen zagen hem al in het cachot verdwijnen. Ik was enthousiast! Nu kan ik, dacht ik, onder ideale omstandigheden terug naar Suriname.
We hebben ons allemaal vergist. Bouterse is geen verdwijnende factor gebleken maar juist een opkomende. Bij de volgende verkiezingen haalde hij twaalf zetels en bij de daarop volgende zestien! Nu kan niemand er meer omheen: de geschiedenis heeft een loop genomen die Bouterse nog vele jaren tot de centrale machtsfactor in Suriname zal maken. Tegen iedereen die zegt, zijn val is nakende, zeg ik: nee! Nog lang niet. Wij leven in het tijdperk-Bouterse. Zo is het. En ik ben er de man niet meer naar om aan de machtspositie die hij inneemt iets te willen wijzigen. Ik kan niet nog eens twintig jaar in ballingschap blijven leven.’
In feite, zegt Haakmat, heeft het Nederlandse opsporingsbevel Bouterses onvermijdelijke opmars van de informele naar de formele macht alleen maar bespoedigd. Hij kan het zich, op gevaar af aangehouden en opgesloten te worden, 'doodeenvoudig niet meer veroorloven om de macht in Suriname uit handen te geven’. Zonder dat bevel, denkt Haakmat, zou Bouterse pas bij de volgende verkiezingen, in 2001, de formele macht in eigen hand genomen hebben.
HAAKMAT ZOU Haakmat niet zijn als hij, en passant, geen verwijdering zou zien - of zelf verbaal zou aanbrengen - tussen de informele machthebber Bouterse en de formele macht van de eerlijk gekozen president Jules Wijdenbosch. Die heeft, zegt hij, in eerste instantie slapjes gereageerd op de uitvaardiging van het opsporingsbevel, Daarna is hij naar Brazilië afgereisd om er met Van Mierlo over te spreken. Haakmat: 'Ik heb Herrenberg gebeld en die vertelde mij dat Wijdenbosch Bouterse beloofd heeft dat hij Van Mierlo om zou praten en dat het opsporingsbevel zou worden ingetrokken. Daar was hij zeker van. Maar Van Mierlo deed in Brazilië niets anders dan proberen Wijdenbosch om te praten. Dat hij beter afstand kon nemen van Bouterse. Wijdenbosch kwam onverrichter zake terug in Suriname. Dat moet je bij Bouterse niet doen. Als je Bouterse iets belooft, moet je het wel waarmaken. Hij is een resultaatsdenker.’
'Heel merkwaardig’, zegt Haakmat. 'Sindsdien richt de kritiek zich op Wijdenbosch en niet op Bouterse. Iedereen loopt uit de regering weg. Alle partijen scheuren. Elk uur loopt er een parlementariër over. Maar niemand zegt: dat komt, ik heb iets tegen Bouterse. Iedereen zegt met zoveel woorden: ik heb niks tegen Bouterse, ik heb iets tegen Wijdenbosch. Alles wat de president formeel aan macht verliest, wint Desi er informeel bij. De kwestie is nog slechts: wanneer besluit Bouterse de macht ook formeel over te nemen?’
EN U? VRAAG IK ten slotte. Daal is dood, Hoost is dood, hoe verantwoordt u in geweten uw verzoening met hem die voor hun dood verantwoordelijk is?
Haakmat: 'Op mijn kantoor in Amsterdam kijk ik elk uur in de strenge ogen van Cyril Daal en in de aimabele blik van Eddie Hoost, en die laten geen ruimte voor het marchanderen met fundamentele principes. Dat is een kant. De andere kant is dat het volk in Suriname Bouterse zijn positie nu eenmaal gegeven heeft. Je kunt je principes niet aanpassen aan wat het volk vraagt. Maar je moet onderscheid maken tussen privé en publiek. Dat zijn tot in lengte van dagen twee gescheiden zaken. In publieke zaken moet je vaak met mensen omgaan die je privé niet aanstaan en met wie je het toch op een akkoordje moet gooien, omdat er anders eenvoudigweg geen land valt te besturen. Je moet wat jou privé raakt niet doortrekken naar het publieke domein, want dat werkt niet. Ik kan altijd zelf nog bepalen wie ik in mijn huis wil uitnodigen als ik bijvoorbeeld mijn verjaardag vier. Uit wat mij gezegd is maak ik op dat het van mijn persoonlijke opstelling afhangt of en hoe ik een oplossing vind voor wat mij hindert en wat mij, vanaf 8 december 1982, een groot deel van mijn levensvreugde beneemt. Vraag mij niet hoe en wat. Ik heb voor alles een oplossing. Maar daarvoor niet.’
En zo komt de man die in 1993 nog meende dat met Bouterse 'de duivel, de macht van het kwade’ zijn entree in Suriname gemaakt had, er nu toe om zijn eigen lot weer aan dat van de boze te koppelen. Hun beider noodlot, meent hij, is het dat zij elkaar nodig hebben en dat Suriname hen beiden nodig heeft om 'zich te ontwikkelen tot een voorbeeldige democratische samenleving’ die 'haar plaats binnen de regio met waardigheid zal innemen’. Niet langer een narcoticastaat’, zegt hij er bij, maar 'een staat die geen tolerantie zal kennen voor hen die ervoor gezorgd hebben dat het ooit zo ver is gekomen.’
Natuurlijk, zegt hij. Hij beseft dat Desi Bouterse Haakmats terugkeer breed zal gaan uitmeten. 'Maar ik heb gezegd: Desi, jij bent een druk bezet man. Op jouw schouders drukt de hele staatslast. Jij hoeft mij echt niet te komen afhalen van Zanderij. Desi zal moeten begrijpen dat het niet mijn eerste opdracht is om hem een bezoek te brengen maar om afscheid te nemen van mensen die mij dierbaar waren en van wie ik tot nu toe geen afscheid heb kunnen nemen. Ik zal in mijn eentje met bloemen naar het graf van Cyril Daal gaan, en naar dat van mijn eigen trouwe vader en naar dat van Eddie Hoost. Daar heb ik Bouterse echt niet bij nodig.’
'Mij’, zegt Haakmat andermaal, 'is niets in het vooruitzicht gesteld. En dat is goed zo. Als ik eenmaal terug ben in Suriname en als ik gedaan heb wat ik nodig vind om te doen… als dan deze of gene aan mijn deur komt, dan zal ik hem binnenvragen. En dan zullen er gesprekken gevoerd worden.’