interview met Joris Laarman

‘Design als sciencefiction’

Ontwerper Joris Laarman (28) is gefascineerd door de evolutie van voorwerpen: ‘Ik wil met de techniek van nu dingen opnieuw uitvinden.’

In Joris Laarman komen twee uitersten samen. Hij heeft een open geest waarmee hij een nieuwe keukenlijn, satellietschotels van keramiek en organisch groeiende stoelen uit zijn hightech-computer tovert. Tegelijkertijd leidt hij een bedrijf met personeel (variërend van vier mensen tot een man of twaalf, afhankelijk van de drukte), exposeert hij aan de lopende band en regelt hij voortdurend nieuwe opdrachten.

En ja, hij is pas 28. Maar moet het daar nu echt over gaan? Hij zucht.

In 2003 studeerde Laarman cum laude af aan de Design Academy in Eindhoven met zijn _Heatwave-_radiator: weelderig vormgegeven sculpturale verwarmingselementen van beton, een kunstwerk aan de muur, in plaats van een ontsierend element onder de vensterbank. Hij won er prijzen mee en wist verschillende exemplaren te verkopen aan musea – waaronder Boijmans. Het was een merkwaardige tijd: hij had een baantje bij de helpdesk van kpn, terwijl er even later een Japanse cameraploeg voor zijn antikraakpand stond.

In de Bone Chair, inmiddels aangekocht door het Parijse Centre Pompidou en het Centraal Museum in Utrecht, worden Laarmans organisatorische talent en zijn associatieve geest verenigd. Het ontwerp voor een stoel, ontstaan door het combineren van twee technieken die in tijd lichtjaren uit elkaar liggen: de effectieve manier waarop botten van nature groeien – hier iets weghalen, daar iets toevoegen – en computermodellen die de optimale bouw van een auto uitrekenen. Twee weken duurt het voordat een computer heeft berekend hoe zo’n door Laarman gewenste, organisch gegroeide stoel eruit moet zien: evolutie in recordtijd. Het ziet er organisch, dierlijk, Jugendstil-achtig uit.

‘Ik sta het liefst de hele dag in de werkplaats’, zegt Laarman in zijn studio, terwijl hij het schuurstof uit zijn haar klopt. Hij ziet eruit alsof hij is weggelopen uit een reclamefoto: lang, slank, nonchalante uitstraling, mooi gezicht. Fotomodel worden is echter nooit een optie geweest voor Laarman. Uitvinder wel. Of architect. Uren was hij als jongentje bezig met plattegrondjes en steden tekenen. Zijn moeder dacht aan autisme.

Zijn personeel voortdurend managen doet hij niet: ‘Dat is niet mijn ambitie, daarvoor heb ik niet gestudeerd. Het liefst zou ik nu een jaar of drie aan één stuk door werk maken.’ Het is de reden dat hij met zijn vriendin (en collega) Anita Star aan het bedrijf werkt: ‘We maken een nieuwe bedrijfsstructuur, met een afdeling die producten maakt, en een afdeling voor experimentele ontwerpen.’ In de studio gaat het er informeel aan toe: ‘Ik bedenk, zij voeren uit, daar komt het op neer. Maar we werken op vriendschappelijke basis, vaak met oud-studiegenoten. Het voelt als familie.’

Samen willen ze de wereld een beetje mooier maken, met gelimiteerde vazen bijvoorbeeld: uit een mal kunnen er 23 gemaakt worden, elk exemplaar ietsje meer versleten. De productielijn sterft tijdens het proces, zoals de bloem verwelkt in zijn vaas.

Zijn computer puilt uit van de inspiratiebronnen, zoals griezelige filmpjes van legerrobots, beesten die door het gras rollen en wezens met vier benen maar zonder bovenlijf. Ook heeft hij mooie opnamen van steeds wilder bewegende waterbellen: ‘Wanneer zie je nog kokend water? Je staat er niet bij stil hoe prachtig dat is.’ Hij heeft tientallen afbeeldingen van het broodrooster door de decennia heen: ‘In het begin van het ontwikkelen van een nieuw product maken mensen heel mooie, onverwachte spullen. Omdat er nog niks is, dus dan kan het alles worden.’ Hij toont een broodrooster van porselein, een model met een boterhammen-uitschuifmechanisme, een exemplaar met goed zichtbare oplichtende draden. ‘Je ziet hier echt de evolutie van dingen; survival of the fittest. Alleen leidt het bij industriële producten jammer genoeg veelal tot saaiheid. Alles wordt grijs, functioneel en veilig. Prachtige processen zitten verstopt in een kunststoffen doos.’

Laarman droomt van een tentoonstelling over De Nieuwe Toekomst. Hij heeft plannen voor ecologisch verantwoorde villa’s die zich aanpassen aan hun omgeving en de seizoenen, en daardoor steeds van uiterlijk en innerlijk veranderen, en voor gebreide boten: ‘Ik wil met de techniek van nu proberen om dingen opnieuw te bedenken. Design als sciencefiction.’

Werk van Joris Laarman is vanaf 25 april te zien in het Spaanse Centro de Arte Caja te Burgos. www.jorislaarman.com