Designated Survivor

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week: Netflix-serie Designated Survivor.

De figuur van de Amerikaanse president heeft een rijke geschiedenis in film en televisie. Soms is hij een actieheld, soms belichaamt hij morele en ethische dilemma’s in het politieke debat. Maar altijd biedt het verbeelden van de commander in chief een reflectie van het culturele klimaat, wat het extra interessant maakt dat hij in zijn nieuwste incarnatie een brildragende nerd en een idealistische gezinsman is die van politiek niets weet.

In de dramaserie Designated Survivor is het landschap in Washington volledig verwoest. Het Capitool ligt in puin na de ergste terreuraanslag sinds 11 september; alle leden van de Amerikaanse regering zijn omgekomen. Of toch niet: één minister heeft de enorme explosie overleefd.

Hij is de zogeheten designated survivor, een vooraf aangewezen minister die volgens protocol naar een veilige locatie wordt gebracht wanneer het voltallige kabinet ergens aanwezig is, zoals tijdens de State of the Union. Dit zorgt ervoor dat de regering haar werk kan voortzetten in het geval van een catastrofale aanslag. Dat is nu gebeurd, en die overlevende moet aan de slag als nieuwe president in gevaarlijke tijden. Hij boezemt wel meteen vertrouwen in, want kijk, het is Jack Bauer!

Bijna automatisch denk je aan dit iconische personage uit de actieserie 24 wanneer acteur Kiefer Sutherland in Designated Survivor verschijnt als president Tom Kirkland. Deze casting is duivels slim, want Kirkland is alles wat Jack Bauer niet is: onzeker, een gezinsman en vooral géén leider. Dit althans is het uitgangspunt in de eerste drie afleveringen. Of het zo zal blijven is een interessante vraag: de implicatie is immers dat Amerika juist nu een daadkrachtige actieheld Bauer-stijl nodig heeft in het Witte Huis. En niet een zachtaardige twijfelaar die liever dingen leest dan dingen doet.

Designated Survivor mist vooralsnog de complexiteit van andere recente dramaseries over de Amerikaanse politiek. Het verhaal beweegt razendsnel, en het accent is meer op what if-actie dan op dilemma’s rond ideologie. Veel personages zijn in eerste instantie behoorlijk plat: de echtgenote van president Kirkland en zijn tienerzoon, FBI-agenten die de aanslag op het Capitool onderzoeken en de haviken van het Pentagon die uit reflex willen bombarderen ongeacht wie het doel is.

De vraag in de komende weken zal zijn of Kirkland een mix van Jack Bauer en Francis Underwood (de president in House of Cards) zal worden. In ieder geval vraagt de ramp van de president twee dingen die Bauer en Underwood in overvloed hebben: daadkracht en politiek instinct.

Een alternatief is dat Kirkland zichzelf blijft – een interessante optie gezien de huidige strijd om het Witte Huis tussen Donald Trump en Hillary Clinton. Hoewel het erop lijkt dat Trump zichzelf iedere dag meer en meer torpedeert, hebben veel Amerikanen het gevoel dat ook Clinton niet het antwoord is.

Wat het antwoord dan wél zou kunnen of moeten zijn valt in Amerika dikwijls af te lezen aan de populaire cultuur, wat Designated Survivor eens te meer onderstreept. Zie president Kirkland: hij is geen celebrity, geen pussy grabber zoals Donald Trump, geen gladde politicus zoals Clinton.

Designated Survivor suggereert een hunkering naar ‘beter’, juist nu de campagnes van Trump en Clinton in de aanloop naar de verkiezingen van november dagelijks nieuwe dieptepunten opleveren. Het droombeeld is dit: een integere commander in chief die bij zijn principes blijft, ook al vliegen de schijnbeelden in het politieke spel in Washington hem nog zo om de oren.