R

«Deskundigen vergroten ons gevoel van onveiligheid»

Dat de overheid verantwoordelijk is voor verstandige politiek en slagvaar dige instituties is evident. Dat de burger een eigen verantwoordelijkheid heeft, wordt in crisissituaties wel eens vergeten. Maar wat is de rol van de deskundige? Een gesprek met de in 1945 geboren Duitse filosoof Rüdiger Safranski.

«Het ligt ons op de lippen bestorven dat we in een ‹risicosamenleving› le ven. De risicosamen leving lijkt een feit te zijn op gezondheidsgebied (aids, sars), milieu (biodiversiteit en klimaatverandering), sociale zekerheid (recessie), rampen, criminaliteit en terrorisme. De schaal waarop we risico’s waarnemen is dan ook veranderd. Globalisering heeft de wereld tot in de verste uithoeken zichtbaar gemaakt. Sinds we de aarde vanuit de ruimte kunnen fotograferen, heeft iedereen dat kleine bolletje op het netvlies. Dat blauwe bolletje waarvan geen ontsnappen mogelijk is en waarop alles wat we doen zichtbaar impact heeft. Ons risicobewustzijn is wereldomvattend en daarmee is de fantasie verdwenen dat het elders beter zou kunnen zijn. De vroegere euforie van de wereldveroveraars, op zoek naar het onbekende, is geleidelijk omgeslagen in paniek over de desastreuze gevolgen van het menselijk handelen in het al te bekende. De onderhuidse paniekbereidheid, de latente hysterie is groot. Berichten die bij het paniekpotentieel aanknopen, trekken onmiddellijk alle aandacht. In de virtuele sfeer van kranten, tijdschriften en nieuwsuitzendingen worden rampen van over de hele wereld geselecteerd en gecomprimeerd. In contrast tot ons beschermde werkelijke leven zijn nieuws uitzendingen zo schrijnend en dramatisch dat datgene wat strikt genomen slechts op virtuele wijze hier aanwezig is, kan uitgroeien tot een allesomvattend dreigdecor (Drohkulisse). Iedere afzonderlijke ramp of terreuraanslag bevestigt het gevoel van onheil en onzekerheid.»

Leidt u een riskant leven?
Rüdiger Safranski: «Nee, maar dat zegt niets over mijn gevoel van onveiligheid. In ons deel van de wereld zijn de hedendaagse leef omstandigheden immers zodanig dat de gemiddelde burger aanzienlijk veiliger leeft dan in de jaren vijftig en zestig. Wie dat niet wil geloven, die mag onze situatie vergelijken met het leven in de eerste helft van de twintigste eeuw. Europeanen hebben toen in werkelijk onveilige tijden geleefd. De uitdrukking ‹risico samenleving› zou in die tijd ronduit naïef hebben geklonken. Wij zijn vredeskinderen. De meesten van ons zijn dus vredesconsumenten, zonder te weten wat oorlog is. Dat geeft ons een veiligheid die we nauwelijks beseffen. Maar ook op grond van de gezondheids-, welvaarts- en zelfs criminaliteits statistieken kun je dus net zo goed zeggen dat we in een veiligheidssamenleving leven. Het huidige veiligheidsniveau is in de geschiedenis nog niet eerder voor zo veel mensen en zo langdurig voorgekomen. Zelfs de kans om door een terreuraanslag getroffen te worden, is hier in Europa, ook in deze roerige jaren, niet groter dan de kans om de lotto te winnen.

Tussen werkelijke veiligheid en het veiligheidsgevoel bestaat een aanwijsbare dialectiek: hoe hoger de graad van veiligheid, hoe groter het gevoel bedreigd te zijn. In die paradox zit wel degelijk een zekere logica. Omdat we in relatieve veiligheid leven, zijn wij minder gewend aan existentiële dreiging. En juist daarom is er tijd en aandacht voor mogelijke bedreigingen. Ons risicobewustzijn kent geen natuurlijke grenzen. Risico’s zijn in eerste instantie virtuele gevaren. Een risico is een inschatting van tegenslag, niet de tegenslag zelf. Dat vergeten we nog wel eens. Daardoor verliezen we automatisch ons eigen aandeel in die inschatting uit het oog. Het is dus niet ondenkbaar dat mensen zich indekken tegen gevaren die zich nooit zullen voordoen. Het loont de moeite om hoog oplopende emoties rond de risicosamenleving op dit punt steeds weer te demystificeren.»

Wat is de rol van deskundigen in deze dialectiek?

«Deskundigen, experts, wetenschappers spelen op verschillende niveaus een grote rol. Wetenschap en techniek hebben door de eeuwen heen sterk bijgedragen aan de overgang van een natuurstaat naar een veilige beschaving. Van nature is de mens een door angst bepaald wezen. In de buitenwereld loeren overal gevaren, waar wij in eerste instantie dierlijk en instinctief op reageren. Maar met onze kennis hebben we ook een krachtige tweede natuur ontwikkeld. Wij reageren niet louter instinctief op bedreigingen, maar weten ze te doorgronden en deels onschadelijk te maken. Wij weten bijvoorbeeld nu welke meteo rologische verschijnselen onweer veroorzaken. Het is al lang geen godsgericht meer, dat met felle donderslagen het menselijk geweten doet sidderen. Het is nu een beheersbaar natuurverschijnsel, de aanleg van een simpele bliksemafleider volstaat om risico’s te reduceren. Wetenschap en techniek betekenen in de eerste plaats bevrijding, het verminderen van risico’s, het indammen van angst.

Maar die bevrijding heeft wel een prijs. In de bliksemafleidercultuur treedt onvermijdelijk een verschuiving op van angst naar schuld. Onze wetenschappelijke expertise verandert tegenslagen van het lot in berekenbare risico’s. Een speling van het lot is een gebeurtenis zonder aanwijsbare dader en verreweg het meeste wat mensen vroeger overkwam, leek lots beschikking. Nu het noodlot in risico’s is omgezet, komen plotseling toerekenbaarheid en aansprakelijkheid in beeld. Risico’s worden herleidbaar tot menselijk handelen, tot een ingreep of juist nalatigheid. Waar je vroeger moest oefenen in het gelaten ondergaan van het lot, dien je nu voorgeschreven maatregelen te nemen om niet zelf aansprakelijk gesteld te worden. Dan krijg je de vraag waarom je geen bliksemafleider op je dak hebt gezet. Als het klassieke noodlot naar de achtergrond verdwijnt, komt de verantwoordelijkheid van personen en instituties bovendrijven.»

Deskundigen brengen ons verzwaring door verlichting?

«Experts zijn zonder meer verantwoordelijk vóór deze verschuiving, maar wij zijn allemaal verantwoordelijk dóór de verschuiving. En die is nog onomkeerbaar ook, wij kunnen deze aansprakelijkheid niet meer teruggeven. Er zit een zekere tragiek in. Eenmaal verworven inzicht is niet meer ongedaan te maken. Toch zou je dat soms wensen. Euripides verhaalt dat Prometheus de mensen het vuur bracht, maar dat ze desondanks tamelijk gedeprimeerd en lusteloos bleven. Ze bleven treurig in hun holen zitten: de dood afwachten. Zij wisten namelijk wanneer ze zouden sterven. Prometheus heeft ze vervolgens ook nog een troostend niet-weten geschonken. Vanaf dat moment wisten ze nog wel dát ze zouden sterven, maar niet langer wanneer. Door dat par tiële niet-weten kwam de arbeidsijver pas goed los en zette de beschaving zich in beweging. Deskundigen, die ons confronteren met kennis van gevaren waar we niets tegen kunnen doen, vergroten ons gevoel van onveiligheid. Er is wetenschap zonder handelingsperspectief, die het individu in de Euripides-achtige verlamming kunnen brengen. Je zou in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij vormen van gezondheidsonderzoek, bijna pleiten voor een recht op niet-weten. Niemand mag verplicht worden onderzoek te ondergaan. De individuele instemming met kennis over de eigen toekomst heeft een hogere geldingskracht dan economisch geïnspireerde gezondheids statistieken.»

Is er een gebruiksaanwijzing voor omgang met experts?

«Het staat vast dat de expertocratie een grote invloed heeft op vele maatschappelijke domeinen. Dat is een centraal uitgangspunt in het denken van Ullrich Beck over de risicosamen leving. De ingrepen die we met wetenschap pelijke kennis plegen, worden voortdurend diepgaander en ingrijpender. Naarmate de reikwijdte van het technologisch ingrijpen toeneemt, wordt het aantal onbedoelde neveneffecten groter. Die onbedoelde en onbeheersbare gevolgen houden zich dan ook nog niet aan staatsgrenzen. Daardoor kunnen de bestaande politieke instituties moeilijk iemand aansprakelijk stellen. Maar ze kunnen zelf ook niet aansprakelijk gesteld worden.

De expertocratie produceert dus veilige omstandigheden, en ze introduceert nieuwe angsten, bijvoorbeeld voor bepaalde types erfelijke kanker, of voor het gat in de ozonlaag. Maar daarnaast produceren wetenschap en technologie ook nieuwe gevaren, met nieuwe wapens, chemicaliën of nieuwe middelen van vervoer of communicatie. De mogelijke gevolgen hiervan – is mobiel telefoneren nu wel of niet schadelijk voor de hersenen? – worden vervolgens ook door een bijenzwerm van deskundigen begeleid. Die zwerm heeft nooit een definitief oordeel over of een pasklare aanpak van het probleem. Zij houdt ondertussen wel het besef van het eigen aandeel in het probleem levend. Er kan immers geen orkaan door het Caribisch gebied razen of er wordt een verband gelegd met de CO2-uitstoot van onze auto’s. Dat verband is natuurlijk zeer wel mogelijk en zelfs waarschijnlijk.

Het eigenlijke probleem is dat de experts elkaar daarover voortdurend tegenspreken. Er blijkt een markt te zijn voor wetenschappelijke expertise, rond bijna ieder maatschappelijk probleem. Van verkeersveiligheid tot georganiseerde misdaad, van biotechnologie tot arbeidsomstandigheden. Net als op alle andere markten heerst hier concurrentie en dus tieren de controverses welig, dat blijft zo. Het is totale onzin om te wachten op het laatste woord van de expert. Dat komt nooit.

Paul Feyerabend heeft al gepleit voor het opgeven van blind vertrouwen in de wetenschap. En dan moet je de vermeend ‹exacte› wetenschappen net zo wantrouwen als de sociale en geesteswetenschappen. In alle wetenschappen bestaat een volledig perspectivisme, ook in de zogenaamd exacte wetenschappen.

Zo is het evident dat je bij een ‹zachte› wetenschap als de economie rekening moet houden met verschillende perspectieven. Niemand gelooft dat economische voorspellingen ooit een evangelie zijn. Iedereen vraagt zich automatisch af of er vanuit politiek, indu strieel of vakbondsperspectief geredeneerd wordt. En terecht, dat is zeer informatief. Maar de zogenaamd exacte wetenschappen zijn net zo perspectivisch. Uitspraken over de risico’s van gen-, bio- of nanotechnologie zijn net zo min hard als uitspraken over opkomend moslimfundamentalisme en criminaliteitscijfers.

Het is onzinnig om fysici, meteorologen of genetici te vragen om vanaf nu met één stem te spreken. Je kunt ze niet vragen ons alleen nog de objectieve waarheid over risico’s mee te delen en op te houden met hun discussies die onze gemoederen ook verhitten. Ik denk dat het veel effectiever is om de concurrentie op zijn beloop te laten en de markt haar werk te laten doen. De markt van controverses levert weliswaar geen waarheid op, maar ik kan mij er als niet-expert toch beter op oriënteren. Vol vertrouwen het verdict van het instituut wetenschap afwachten, werkt in ieder geval niet. Wetenschappers zullen altijd blijven strijden, dus wij moeten zelf uiteindelijk besluiten over wat voor ons belangrijk is. De wetenschap als institutie neemt ons de beslissing niet uit handen. Iedereen die een beroep doet op experts zal zelf van Vielfalt naar Sorgfalt moeten voortschrijden.»

Van veelvuldigheid naar zorgvuldigheid? Rüdiger Safranski: «Ja, het gaat om een stap van zorgvuldige afweging in een veelheid van perspectieven. Mijn stelling is dat deskundigen zorgen voor de veelheid en wijzelf moeten zorgen voor de zorgvuldige afweging. De samenleving krijgt die beslissingsstap altijd weer teruggespeeld. Wij bevinden ons voortdurend in een hoogst merkwaardige situatie. Als burger kun je je niet rechtstreeks in de wetenschappelijke discussie over bepaalde risico’s mengen. Wij zijn immers geen specialisten. Maar uit de verzamelde deskundigen komt ondertussen ook geen eenstemmig oordeel. Dat zullen wij toch weer zelf moeten doen. Iedereen zou willen dat de experts een gemeenschappelijk standpunt zouden bereiken, maar de plicht, noodzaak en bevoegdheid tot beslissen ligt principieel bij overheidsinstanties, bedrijven, actiegroepen, en uiteindelijk bij de individuele burger zelf.

Een moeizaam gedoe, maar wij kunnen wel naar manieren zoeken om intelligent en met de nodige boerenslimheid te reageren op de structurele verdeeldheid van deskundigheid. Wij moeten een zintuig ontwikkelen voor de belangen die heersen op de markt van wetenschappelijke expertise en deskundige oordelen. Het is zeer wel mogelijk om ‹kennispositie› met ‹belangenpositie› te correleren. Bepaalde inhoudelijke standpunten zijn gemakkelijk te herleiden tot economische posities; de onderzoeker van het farmaceutische bedrijf zal de bijeffecten van een geneesmiddel minder ernstig voorstellen dan de onderzoeker in dienst van het patiëntenplatform. De niet-expert doet er altijd goed aan de belangen van de verschillende experts te onderkennen. Het liefst zouden wij de waarheid natuurlijk ex cathedra van de ‹braintrust› – de verzamelde intelligentie, het totaal van wetenschappelijke competentie – ontvangen, maar dat is een verkeerde verwachting van de wetenschap. Het verlangen naar deskundigen die het laatste woord spreken, is een seculiere versie van het verlangen van de kerkganger. Gods wegen zijn wonderbaar. Zou het niet heerlijk zijn de uitleg te kunnen vertrouwen van een pastoor, dominee of imam die rechtstreeks een verticale verbinding met het hogere legt? Zo verwachten wij soms van wetenschappers dat ook zij een verticale verbinding hebben met de waarheid, maar het is aanzienlijk veiliger je eigen oriëntatie in het platte vlak te zoeken.

Voorzichtige mensen letten bijvoorbeeld goed op de verzekeringsexperts. Het is zeer veelzeggend als verzekeraars bepaalde risico’s niet willen dekken. In veel gevallen zijn de verzekeringsmaatschappijen uitstekende diagnostici. Als de politiek of de industrie een risicovol project aanprijst, is het altijd goed om je af te vragen of de Münchener Rückversicherung zich ook garant wil stellen voor deze onderneming. Dat is een uitstekend selectiecriterium voor het vaststellen van de waarde van wetenschappelijke prognoses. Dan blijken verzekeraars opeens de beste kennisagentschappen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen zelfs een serieuze taak krijgen in de risicosamenleving. De wisselwerking tussen industrie en verzekering levert een zelfstandig controlemechanisme, een vierde macht naast de trias politica. Daar moeten we gebruik van maken.»

Maar verzekeringsmaatschappijen hebben ook belangen. Zij zullen hun deskundigheid toch niet inzetten om de vrees voor gevaar weg te nemen?

«Verzekeraars hebben inderdaad een belang bij het voortbestaan van het gevoel van onveiligheid. Daardoor neigen zij wellicht wel tot dramatisering van risico’s, daar moeten wij althans op bedacht zijn. Goed, laat dan nu tot je doordringen dat experts nooit het laatste woord zullen spreken, ook de verzekeringsexperts niet. Het is onmogelijk om je te onderwerpen aan het oordeel van deskundigen. Wij vergissen ons als wij denken dat beslissingen overgelaten kunnen worden aan de dokter, de makelaar, de advocaat of de pastoor. Als je bijvoorbeeld uit gemakzucht dan toch besluit om je aan het oordeel van experts te onderwerpen, dan ben je zelf schuld aan de problemen die daar eventueel uit voortkomen. Dat is wat Kant destijds bedoelde met ‹durf te weten›: zie in dat je niet anders kunt.

En ook al klinkt het truttig in tijden van acute crisis: de heftigheid waarmee Schiller en Von Humboldt wezen op het belang van ‹Bildung›, in tegenstelling tot ‹Ausbildung›, is absoluut niet obligaat. Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben dat je delen van je kennisverwerving kunt uitbesteden aan specialisten die zich in een bepaalde richting ‹ausgebildet› hebben. Maar het verbindende eindoordeel waarmee je de stap van theorie naar praktijk kunt maken, kan niemand je uit handen nemen. Bildung is erop gericht de burger te verzoenen met zijn of haar onvermijdelijke beslissingsbevoegdheid en oordeelsverantwoordelijkheid.»