Desperado’s

Twee vrienden gaan naar gokstad Las Vegas, zogenaamd om de stiefzus van een van hen te redden van een leven als prostituee. Maar het misverstand en de moedwil liggen op de loer.

Medium walter weliveinwater

Zijn ze wel echte vrienden als ze van elkaar niet weten dat ze vroeger allebei ‘iets’ hebben gehad met de vrouw die ze nu zogenaamd willen redden? Angst en vooral schaamte weerhielden hen van openhartigheid, die begrensde en beperkte hun vriendschap. Er kleeft iets desperaats en goklustigs aan hun bestaan, waarin het moment waarop een ogenschijnlijk compromitterende foto van de stiefzus opdook een cruciale wending aan het bestaan van de vrienden geeft, niet aan dat van de stiefzus.

The New Frontier heet dit Vegas-verhaal van Jess Walter (Spokane, Washington, 1965), auteur van zes romans, en het staat in zijn verrassende debuutbundel We Live in Water. Die titel heeft Walter uit een toespraak van Kennedy gehaald toen hij in 1960 de Democratische Conventie toesprak: ‘We staan aan de rand van een Nieuwe Beschavingsgrens – de grens van onvervulde hoop en dromen.’ Walters personages (loners, losers en desperado’s) staan stuk voor stuk op die grens en koesteren hun hoopvolle of wan­hopige dromen, voordat die in rook opgaan. Vooral de maatschappelijk marginale vaders in We Live in Water klampen zich vast aan de enige strohalm die ze nog hebben: hun zonen. Walters openingsverhaal Anything Helps beschrijft een vader die na de dood van zijn vrouw aan lager wal is geraakt en zijn zoontje heeft moeten afstaan aan een pleeggezin met religieus-fundamentalistische neigingen (Harry Potter is verboden want satanische lectuur). Al bedelend weet hij zoveel geld op te halen dat hij de nieuwste Potter kan kopen voor zijn zoon. Maar hij is ongewenst in de buurt van het pleeggezin en het cadeau moet hij maar zelf houden, hoewel hij zijn zoontje toevallig tegenkomt. Het ongewenst zijn en de tot weinig leidende inspanningen van de vader beschrijft Walter via een reeks kleine details waar een desolaat liefdevolle vader­houding doorheen schemert.

Medium walter beautifulruins

Het titelverhaal is nog schrijnender. Een man, Omen, zit met zijn zesjarig zoontje Michael in een auto. Het is 1958. De zoon vraagt: ‘Do we live in water?’ maar de vader, die zich bedreigd voelt (iets met geld en een vrouw), begrijpt hem niet. Als hij zijn zoontje alleen laat en hij inderdaad belaagd wordt en vlucht, besluit hij ten slotte uit zijn schuilplaats te voorschijn te komen vanwege zijn zoontje, die hij in de auto heeft achtergelaten. Dat wordt hem noodlottig. Dan springt het verhaal naar 1992 en verspringt het vertelperspectief van de vader naar zoon Michael, die nu advocaat is en op zoek naar sporen van zijn vader. De vraag ‘Do we live in water?’, die uit Michaels geheugen is verdwenen, krijgt een subtiel antwoord als Walter een met blauw licht beschenen aquarium beschrijft, dat in 1958 een rol speelde. Ook in deze vertelling weet deze schrijver uit Spokane, de 104de stad van Amerika waaraan hij aan het slot van We Live in Water een hommage wijdt, pijnlijk verlies en verval voelbaar te maken dankzij die sprong in de tijd.

Maar wat Jess Walter met de tijd, ruimte, genres, kunstvormen en taalregisters uithaalt in zijn recente roman Beautiful Ruins is ronduit spectaculair. Ogenschijnlijk moeiteloos – maar hij deed vijftien jaar over dit boek – verbindt hij het landelijke Italië van april 1962 – hotel Adequate View in het kunstplaatsje Porto Vergogna (= schaamte) – met de dubieuze filmwereld van Hollywood anno 2012. Daardoorheen weeft hij fragmenten uit toneelstukken, uitgesproken filmplannen, liedjes, een standup-comedianshow en een autobiografie van een filmproducer.

Als u nu denkt dat Beautiful Ruins een duistere literaire lappendeken is of een moedwillig ingewikkeld avant-gardistisch hoogstandje met nauwelijks na te volgen wendingen van plot, perspectief en onverwachte reuzesprongen in ruimte en tijd, dan haast ik mij te zeggen dat Walters meesterwerk een meespelend verhaal is dat gaat over… tijd, over het cruciale moment dat voorbijgaat voordat iemand er erg in heeft, over het hier en nu dat niet te pakken en te vatten valt door Walters personages, die allemaal iets of iemand hebben laten zitten: het verleden als puinhoop. April 1962 in een kustplaatsje in Italië en Hollywood in 2012 liggen in Beautiful Ruins vlak bij elkaar.

De openingszin is verraderlijk, daarin zet Walter zijn lezers al op het verkeerde been: ‘De stervende actrice arriveerde in zijn dorp op de enige directe manier die mogelijk was, in een boot…’ Maar de actrice Dee Moray, weg­gemanoeuvreerd van de Cleopatra-_filmset in Rome, is helemaal niet stervende in 1962, ze is zwanger. Pasquale Tursi, van hotel Adequate View, vangt haar op en valt voor haar. Hij stelt alles in het werk om haar ter wille te zijn en reist naar Rome om daar, op de set van de ­financiële rampenfilm _Cleopatra, producer Deane ter verant­woording te roepen. Op die set is van alles aan de hand, maar het grote schandaal is dat de twee hoofdrolspelers, Richard Burton en Elisa­beth Taylor, beiden getrouwd met een ander, een affaire beginnen. Deane buit die uit om free publicity te krijgen voor Cleopatra. Burton, groot acteur en drankzuchtig verleider van­ ­‘eenvoudige komaf’, is dan al een ‘mooie ­puinhoop’. Zijn rol in Walters Beautiful Ruins is kort, maar dreunt een halve eeuw later nog na.

Jess Walter weet de tragisch-romantische taferelen in het rurale Italië van 1962 zo te combineren met het huidige keiharde Holly­wood-bestaan van een filmmaker die zelfs meent een levensverhaal te kunnen opkopen dat er een schrijnend contrast ontstaat: mensen die iets moois willen opbouwen (hotelier Pasquale Tursi) zien zich geconfronteerd met een op geld beluste, destructieve wereld. ‘De stervende actrice’ uit de openingszin is aan het slot van Beautiful Ruins, vijftig jaar later als ze een toneelstuk in het landelijke Idaho regisseert, inderdaad stervende aan maagkanker. Maar dan is ze herenigd met haar redder Pasquale – die hereniging beschrijft Walter veel ingenieuzer en minder zoet dan het hier klinkt – en heeft ze vrede gesloten met het onontkoombare dat alle leven betekenis geeft: de dood. Walters personages zijn desperate passanten die bivakkeren in een hotel dat ze vroeger of later een ‘adequate view’ biedt.


Jess Walter, We Live in Water, Harper Perennial, 177 blz., € 14,50

Jess Walter, Beautiful Ruins, Penguin, 337 blz., € 12,95